Maatstaven gemeentefonds; diverse indicatoren; regio-indeling 2020

Maatstaven gemeentefonds; diverse indicatoren; regio-indeling 2020

Regio's Particuliere huishoudens, 1-1-2020 Totaal particuliere huishoudens (aantal) Particuliere huishoudens, 1-1-2020 Eenouderhuishoudens, 2 of meer kinderen (aantal) Huishoudens met inkomen, 2014 Totaal huishoudens met inkomen Huishoudens met inkomen (aantal) Huishoudens met inkomen, 2014 Totaal huishoudens met inkomen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (euro) Huishoudens met inkomen, 2014 Huishoudens met kinderen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (euro) Huishoudens met inkomen, 2014 Minderjarige kinderen in huishoudens In huishoudens met laag inkomen (aantal)
Nederland 7.997.800 228.210 7.771.700 24.400 26.200 392.000
Aa en Hunze 11.160 200 11.300 25.600 26.800 400
Aalsmeer 13.180 400 12.900 28.400 30.800 400
Aalten 11.510 260 11.600 23.400 24.500 400
Achtkarspelen 11.760 330 11.800 21.300 22.100 800
Alblasserdam 8.240 260 8.100 24.900 26.100 400
Albrandswaard 10.510 340 10.600 28.900 30.400 400
Alkmaar 52.180 1.540 50.900 24.300 25.400 2.200
Almelo 32.710 1.050 32.300 22.000 22.500 2.400
Almere 89.320 4.690 82.300 24.400 24.400 6.600
Alphen aan den Rijn 48.720 1.390 46.900 26.200 27.300 1.900
Alphen-Chaam 4.220 90 4.000 27.500 29.400 200
Altena 22.360 470 21.400 26.100 27.300 700
Ameland 1.730 30 1.600 22.400 23.500 100
Amersfoort 69.230 2.120 67.500 26.100 27.800 3.400
Amstelveen 43.490 1.260 41.800 28.000 32.500 1.300
Amsterdam 475.370 15.510 443.500 23.700 25.600 30.500
Apeldoorn 73.520 2.000 72.600 24.600 25.800 3.200
Appingedam 5.530 200 5.800 21.700 22.400 400
Arnhem 81.400 2.420 77.300 21.800 23.900 4.800
Assen 31.370 960 31.400 23.000 23.700 1.800
Asten 7.160 150 7.100 25.200 27.700 300
Baarle-Nassau 3.080 80 3.000 24.400 27.800 100
Baarn 11.100 280 11.800 27.800 31.200 400
Barendrecht 19.270 680 18.900 29.000 29.800 800
Barneveld 22.390 480 20.800 25.300 26.200 1.000
Beek (L.) 7.320 170 7.400 25.300 27.100 300
Beekdaelen 16.180 340 16.300 25.200 26.700 500
Beemster 4.040 90 3.800 28.500 32.100 100
Beesel 5.900 150 5.800 23.800 24.900 200
Berg en Dal 15.790 350 15.800 24.200 26.200 500
Bergeijk 7.860 190 7.600 26.400 27.800 300
Bergen (L.) 5.650 120 5.600 23.800 25.000 200
Bergen (NH.) 13.840 350 14.300 29.100 30.800 400
Bergen op Zoom 30.450 860 30.600 24.400 25.700 1.700
Berkelland 18.830 410 19.000 24.100 25.400 600
Bernheze 12.650 310 11.900 26.300 28.100 400
Best 12.840 370 12.000 27.400 28.700 400
Beuningen 11.210 290 10.700 26.000 27.400 400
Beverwijk 19.070 640 18.700 23.800 24.700 1.000
De Bilt 19.260 480 19.500 30.900 34.000 700
Bladel 8.650 190 8.400 25.600 27.200 300
Blaricum 4.940 140 4.200 38.600 42.500 200
Bloemendaal 9.770 230 9.900 40.200 46.100 300
Bodegraven-Reeuwijk 14.360 350 13.500 29.000 29.400 600
Boekel 4.170 110 4.100 24.400 26.400 200
Borger-Odoorn 11.230 200 11.100 23.700 24.600 500
Borne 9.740 240 9.300 25.800 26.800 300
Borsele 9.510 220 9.500 25.400 26.400 400
Boxmeer 12.520 290 12.100 25.700 27.300 400
Boxtel 13.610 350 13.500 25.000 26.300 600
Breda 88.350 2.430 87.400 24.700 27.900 4.000
Brielle 7.800 200 7.500 27.800 28.900 300
Bronckhorst 15.480 280 15.700 25.500 26.400 500
Brummen 9.040 200 9.300 25.400 26.200 300
Brunssum 13.580 350 13.900 21.800 22.600 800
Bunnik 6.430 130 6.300 30.000 31.800 100
Bunschoten 8.370 190 7.900 25.800 27.400 300
Buren 11.050 280 10.600 27.200 28.100 400
Capelle aan den IJssel 31.340 1.450 30.900 25.000 25.500 2.100
Castricum 15.780 390 15.400 28.900 30.600 400
Coevorden 15.500 390 15.600 23.700 24.200 900
Cranendonck 8.900 200 8.800 25.500 26.900 300
Cuijk 11.020 300 10.700 24.200 25.200 400
Culemborg 12.610 330 11.900 25.400 26.600 600
Dalfsen 11.610 220 11.200 25.200 26.300 400
Dantumadiel 7.780 170 8.000 21.700 22.800 500
Delft 58.850 1.360 53.200 20.700 26.000 2.300
Delfzijl 11.590 350 11.900 22.100 22.500 800
Deurne 13.760 340 13.600 24.300 25.800 500
Deventer 46.650 1.320 44.900 23.300 24.600 2.400
Diemen 15.640 480 13.200 23.300 27.100 600
Dinkelland 10.360 220 10.200 25.600 27.800 300
Doesburg 5.220 150 5.200 23.100 23.200 300
Doetinchem 25.890 720 25.700 23.700 24.700 1.100
Dongen 11.160 280 11.000 25.200 26.700 400
Dordrecht 55.010 1.870 55.600 23.600 24.600 3.200
Drechterland 8.200 230 8.100 26.100 27.600 300
Drimmelen 11.630 270 11.500 26.200 27.900 300
Dronten 17.530 530 17.000 24.200 25.300 1.000
Druten 7.880 210 7.800 24.300 26.500 400
Duiven 10.660 270 10.600 25.400 26.100 400
Echt-Susteren 14.200 300 14.700 24.300 26.200 500
Edam-Volendam 14.850 340 14.600 27.700 30.300 400
Ede 49.440 1.090 47.700 24.500 26.100 2.300
Eemnes 3.960 120 3.700 28.700 29.000 200
Eersel 8.120 160 7.900 27.400 29.300 300
Eijsden-Margraten 11.080 190 10.700 26.900 28.800 300
Eindhoven 120.980 3.120 112.900 23.000 25.300 5.600
Elburg 9.130 200 9.200 24.000 24.400 400
Emmen 48.630 1.430 48.800 22.000 22.800 3.000
Enkhuizen 8.620 270 8.500 23.700 24.500 400
Enschede 79.460 2.320 77.000 20.400 22.600 5.200
Epe 14.210 290 14.100 25.600 26.100 500
Ermelo 11.290 240 11.800 25.400 27.500 400
Etten-Leur 18.880 580 18.400 25.400 26.700 800
De Fryske Marren 22.230 500 22.100 24.300 25.200 900
Geertruidenberg 9.390 260 9.500 25.000 26.200 300
Geldrop-Mierlo 17.750 510 17.300 25.600 26.600 900
Gemert-Bakel 13.060 330 12.500 24.600 26.200 500
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelt CBS cijfers samen waarmee deze verdeelmodellen doorgerekend kunnen worden. Deze tabel bevat gegevens die onder andere als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de algemene uitkeringen, Jeugdwet en de Participatiewet.

Gegevens beschikbaar voor 2020

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, maar samengesteld op basis van gegevens uit verschillende bronnen, en berekend op verschillende basisjaren. Dit wil zeggen dat de cijfers niet zondermeer vergelijkbaar zijn met reeds gepubliceerde cijfers op StatLine. In de toelichting bij de onderwerpen wordt dit nader verklaard.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens, 1-1-2020
Particuliere huishoudens op 1 januari 2020.

Een particulier huishouden is een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en zichzelf daar particulier, dat wil zeggen niet bedrijfsmatig voorziet in huisvesting en dergelijke levensbehoeften.
Totaal particuliere huishoudens
Het totaal aantal particuliere huishoudens op 1 januari 2020 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.
Eenouderhuishoudens, 2 of meer kinderen
Het aantal particulier huishouden bestaande uit één ouder met minimaal twee thuiswonende kinderen op 1 januari 2020 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met de ouder die tot het huishouden behoort. Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen maar geen pleegkinderen.
Huishoudens met inkomen, 2014
De uitkomsten hebben betrekking op huishoudens in Nederland met inkomen.
Totaal huishoudens met inkomen
Totaal aantal huishoudens met inkomen (incl. personen die in tehuizen of inrichtingen verblijven) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2019.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Huishoudens met inkomen
Totaal aantal huishoudens met inkomen in jaar 2014 (incl. personen die in tehuizen of inrichtingen verblijven) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.

Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2019.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Huishoudens met kinderen
Aantal particuliere huishoudens met kinderen op 31 december 2014 met inkomen in het jaar 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

De uitkomsten hebben betrekking op particuliere huishoudens met kinderen (exclusief studentenhuishoudens). Dit gaat om paren met kinderen zonder anderen en eenoudergezinnen zonder anderen. De indeling van het huishouden hangt af van de relaties van de huishoudensleden ten opzichte van de hoofdkostwinner. Het al dan niet gehuwd samenwonen van de hoofdkostwinner en de aanwezigheid van inwonende kinderen spelen hier een rol.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.


Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen voor huishoudens met kinderen in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Minderjarige kinderen in huishoudens
Totaal aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met het gehele jaar inkomen (exclusief studentenhuishoudens) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Een persoon is minderjarig als zijn leeftijd lager is dan 18 jaar.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
In huishoudens met laag inkomen
Aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met inkomen in het 2e, 3e, of 4e deciel van de landelijke inkomensverdeling in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Huishoudens zijn in tien inkomensklasse verdeeld. De klassengrenzen van de verdeling zijn als volgt bepaald. De huishoudens van geheel Nederland worden gerangschikt naar hoogte van besteedbaar inkomen van het voorafgaande jaar. Daarna worden de eenheden in tien, qua aantal gelijke groepen (decielgroepen) verdeeld en wordt het hoogste inkomen in elke groep bepaald. Deze inkomens vormen de klassengrenzen (decielen). De huishoudens in het 2e, 3e en 4e deciel vormen in dit geval de groep 'relatief lage inkomens'.
De populatie omvat alle huishoudens inclusief studentenhuishoudens en institutionele huishoudens; huishoudens zonder (waargenomen) belastbaar inkomen zijn buiten beschouwing gelaten.
Een particulier huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien.
Een institutioneel huishouden is gedefinieerd als een uit een of meer leden bestaande verzameling van personen, woonachtig in een tot bewoning bestemd gebouw of in een andere bewoonde ruimte, die daar door derden wordt voorzien van huisvesting en van dagelijkse levensbehoeften.
Huishoudens waarvan alle huishoudensleden een WSF-uitkering (Wet Studie Financiering) ontvangen behoren tot de groep studentenhuishoudens; werkstudenten behoren ook tot deze categorie.
Het 'besteedbaar inkomen' is het bruto-inkomen verminderd met de premies sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Het bruto-inkomen omvat winst uit onderneming, bruto-inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen en bruto ontvangen overdrachten (zoals RWW, AOW, WAZ, WAJONG en WAO).

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.