Overheidsproductie en -consumptie; transacties, overheidssectoren

Overheidsproductie en -consumptie; transacties, overheidssectoren

Institutionele sectoren Transacties en saldi Perioden Overheidsproductie en -consumptie (mln euro)
Overheid P1 Output 2010 130.280
Overheid P11 Marktoutput 2010 13.687
Overheid P12A Investeringen in eigen beheer 2010 5.178
Overheid P13 Niet-marktoutput 2010 111.415
Overheid P131 Betalingen voor niet-marktoutput 2010 10.302
Overheid P132 Overige niet-marktoutput 2010 101.113
Overheid P2 Intermediair verbruik 2010 43.625
Overheid B1g Bruto toegevoegde waarde 2010 86.655
Overheid P51c Verbruik van vaste activa 2010 20.843
Overheid B1n Netto toegevoegde waarde 2010 65.812
Overheid D1 Beloning van werknemers 2010 59.896
Overheid D11 Lonen 2010 45.565
Overheid D12 Sociale premies t.l.v. werkgevers 2010 14.331
Overheid D29 Niet-productgebonden belastingen 2010 678
Overheid D39 Niet-productgebonden subsidies 2010 -369
Overheid B2n Netto exploitatieoverschot 2010 5.607
Overheid P3 Consumptieve bestedingen 2010 168.710
Overheid P31 Individuele consumptieve bestedingen 2010 114.553
Overheid D631 Overdrachten niet-marktproducten 2010 46.956
Overheid D632 Uitkeringen in natura (aangekocht) 2010 67.597
Overheid P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2010 54.157
Centrale overheid P1 Output 2010 49.146
Centrale overheid P11 Marktoutput 2010 8.615
Centrale overheid P12A Investeringen in eigen beheer 2010 3.941
Centrale overheid P13 Niet-marktoutput 2010 36.590
Centrale overheid P131 Betalingen voor niet-marktoutput 2010 4.024
Centrale overheid P132 Overige niet-marktoutput 2010 32.566
Centrale overheid P2 Intermediair verbruik 2010 15.166
Centrale overheid B1g Bruto toegevoegde waarde 2010 33.980
Centrale overheid P51c Verbruik van vaste activa 2010 9.593
Centrale overheid B1n Netto toegevoegde waarde 2010 24.387
Centrale overheid D1 Beloning van werknemers 2010 18.712
Centrale overheid D11 Lonen 2010 13.937
Centrale overheid D12 Sociale premies t.l.v. werkgevers 2010 4.775
Centrale overheid D29 Niet-productgebonden belastingen 2010 154
Centrale overheid D39 Niet-productgebonden subsidies 2010 -86
Centrale overheid B2n Netto exploitatieoverschot 2010 5.607
Centrale overheid P3 Consumptieve bestedingen 2010 39.820
Centrale overheid P31 Individuele consumptieve bestedingen 2010 11.202
Centrale overheid D631 Overdrachten niet-marktproducten 2010 3.948
Centrale overheid D632 Uitkeringen in natura (aangekocht) 2010 7.254
Centrale overheid P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2010 28.618
Rijksoverheid P1 Output 2010 34.007
Rijksoverheid P11 Marktoutput 2010 7.016
Rijksoverheid P12A Investeringen in eigen beheer 2010 881
Rijksoverheid P13 Niet-marktoutput 2010 26.110
Rijksoverheid P131 Betalingen voor niet-marktoutput 2010 2.333
Rijksoverheid P132 Overige niet-marktoutput 2010 23.777
Rijksoverheid P2 Intermediair verbruik 2010 10.816
Rijksoverheid B1g Bruto toegevoegde waarde 2010 23.191
Rijksoverheid P51c Verbruik van vaste activa 2010 4.907
Rijksoverheid B1n Netto toegevoegde waarde 2010 18.284
Rijksoverheid D1 Beloning van werknemers 2010 12.630
Rijksoverheid D11 Lonen 2010 9.176
Rijksoverheid D12 Sociale premies t.l.v. werkgevers 2010 3.454
Rijksoverheid D29 Niet-productgebonden belastingen 2010 96
Rijksoverheid D39 Niet-productgebonden subsidies 2010 -49
Rijksoverheid B2n Netto exploitatieoverschot 2010 5.607
Rijksoverheid P3 Consumptieve bestedingen 2010 30.326
Rijksoverheid P31 Individuele consumptieve bestedingen 2010 7.930
Rijksoverheid D631 Overdrachten niet-marktproducten 2010 1.381
Rijksoverheid D632 Uitkeringen in natura (aangekocht) 2010 6.549
Rijksoverheid P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2010 22.396
Overige centrale overheid P1 Output 2010 15.139
Overige centrale overheid P11 Marktoutput 2010 1.599
Overige centrale overheid P12A Investeringen in eigen beheer 2010 3.060
Overige centrale overheid P13 Niet-marktoutput 2010 10.480
Overige centrale overheid P131 Betalingen voor niet-marktoutput 2010 1.691
Overige centrale overheid P132 Overige niet-marktoutput 2010 8.789
Overige centrale overheid P2 Intermediair verbruik 2010 4.350
Overige centrale overheid B1g Bruto toegevoegde waarde 2010 10.789
Overige centrale overheid P51c Verbruik van vaste activa 2010 4.686
Overige centrale overheid B1n Netto toegevoegde waarde 2010 6.103
Overige centrale overheid D1 Beloning van werknemers 2010 6.082
Overige centrale overheid D11 Lonen 2010 4.761
Overige centrale overheid D12 Sociale premies t.l.v. werkgevers 2010 1.321
Overige centrale overheid D29 Niet-productgebonden belastingen 2010 58
Overige centrale overheid D39 Niet-productgebonden subsidies 2010 -37
Overige centrale overheid B2n Netto exploitatieoverschot 2010 0
Overige centrale overheid P3 Consumptieve bestedingen 2010 9.494
Overige centrale overheid P31 Individuele consumptieve bestedingen 2010 3.272
Overige centrale overheid D631 Overdrachten niet-marktproducten 2010 2.567
Overige centrale overheid D632 Uitkeringen in natura (aangekocht) 2010 705
Overige centrale overheid P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2010 6.222
Lokale overheid P1 Output 2010 76.015
Lokale overheid P11 Marktoutput 2010 5.072
Lokale overheid P12A Investeringen in eigen beheer 2010 1.221
Lokale overheid P13 Niet-marktoutput 2010 69.722
Lokale overheid P131 Betalingen voor niet-marktoutput 2010 6.278
Lokale overheid P132 Overige niet-marktoutput 2010 63.444
Lokale overheid P2 Intermediair verbruik 2010 24.968
Lokale overheid B1g Bruto toegevoegde waarde 2010 51.047
Lokale overheid P51c Verbruik van vaste activa 2010 11.125
Lokale overheid B1n Netto toegevoegde waarde 2010 39.922
Lokale overheid D1 Beloning van werknemers 2010 39.686
Lokale overheid D11 Lonen 2010 30.501
Lokale overheid D12 Sociale premies t.l.v. werkgevers 2010 9.185
Lokale overheid D29 Niet-productgebonden belastingen 2010 519
Lokale overheid D39 Niet-productgebonden subsidies 2010 -283
Lokale overheid B2n Netto exploitatieoverschot 2010 0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de productie en consumptie van de sector overheid.
De overheidsproductie (output) wordt berekend vanuit de som van de productiekosten, die bestaan uit intermediair verbruik, beloning van werknemers, afschrijvingen, niet-productgebonden belastingen (betaalde), niet-productgebonden subsidies (ontvangen) en het netto exploitatieoverschot. Doordat de ontvangen subsidies de kosten verlagen hebben de subsidies een negatieve waarde in deze tabel.
Het merendeel van overheidsproductie wordt gebruikt als overige niet-marktoutput vrijelijk beschikbaar gesteld aan de burgers via de overheidsconsumptie. Het resterende en kleinere deel van de overheidsproductie wordt verkocht op de markt, gebruikt voor investeringen in eigen beheer, of wordt weliswaar verstrekt als niet-marktoutput, maar met een gedeeltelijke vergoeding.

Overheidsconsumptie is onder te verdelen naar individuele en collectieve consumptieve bestedingen. De individuele overheidsconsumptie is gelijk aan de sociale overdrachten in natura van de overheid, die deels door de overheid zelf is geproduceerd en voor ander deel is aangekocht bij marktproducenten. Bij de individuele overheidsconsumptie gaat het om uitgaven voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften of wensen van leden van de samenleving. De collectieve overheidsconsumptie is het resterende deel van de overheidsconsumptie en heeft betrekking op de collectieve behoeften en wensen van leden van de samenleving. Het onderscheid tussen de individuele en de collectieve overheidsconsumptie wordt gemaakt op basis van de 'Classification of the Functions of Government' (COFOG).

De gebruikte begrippen sluiten aan bij de Nationale rekeningen. De Nationale rekeningen zijn gebaseerd op de internationale definities van het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010). Het transactiemoment bepaalt het moment van boeken. De gepresenteerde gegevens sluiten aan bij de publicaties over de Nationale rekeningen. Er kunnen kleine tijdelijke verschillen met de publicaties van de Nationale rekeningen optreden doordat de gepubliceerde cijfers van de overheidsrekeningen soms actueler zijn.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaarcijfers vanaf 1995.

Status van de cijfers:
Het verslagjaar 2024 heeft de status voorlopig, de verslagjaren 2023 en eerder hebben de status definitief.

Wijzigingen per 24 juni 2025:
Cijfers over het jaar 2024 zijn beschikbaar.
De cijfers over jaar 2023 zijn nu definitief.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De eerste jaarcijfers worden zes maanden na afloop van het verslagjaar gepubliceerd.
Vervolgens worden de jaarcijfers na 18 maanden gereviseerd. Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken.
Informatie over het revisiebeleid van Nationale rekeningen is te vinden onder paragraaf 3 'relevante artikelen'.

Toelichting onderwerpen

Overheidsproductie en -consumptie
Overheidsproductie en overheidsconsumptie

De overheidsproductie (output P1) wordt berekend vanuit de som van de productiekosten, die bestaan uit intermediair verbruik P2, beloning van werknemers D1, afschrijvingen P51c, (betaalde) niet-productgebonden belastingen D29, (ontvangen) niet-productgebonden subsidies D39 en het netto exploitatieoverschot B2n:
P1 = P2 + D1 + P51c + D29 + D39 + B2n
Doordat de ontvangen subsidies de kosten verlagen hebben de subsidies een negatieve waarde in deze tabel.
Een deel van de overheidsproductie P1 wordt verkocht op de markt P11, gebruikt voor investeringen in eigen beheer P12A, of wordt verstrekt met een vergoeding voor de niet-marktoutput P131. Het grootste deel van overheidsproductie wordt gebruikt voor overige niet-marktoutput P132. Er geldt dus:
P1 = P11 + P12A + P131 + P132
Overheidsconsumptie P3 is onder te verdelen naar individuele P31 en collectieve consumptieve bestedingen P32:
P3 = P31 + P32
De individuele overheidsconsumptie is gelijk aan de sociale overdrachten in natura van de overheid, die voor een deel door de overheid zelf is geproduceerd D631 en voor het andere deel is aangekocht bij marktproducenten D632:
P31 = D631 + D632
De collectieve overheidsconsumptie P32 is het deel van overige niet markt-output P132, dat niet aan individuele overheidsconsumptie D631 is besteed. Er geldt dus ook:
P132 = D631 + P32
Voor de saldi geldt:
B1g = P1 - P2 = B1n + P51c
B1n = D1 + D29 + D39 + B2n