Regionale prognose 2020-2050; bevolkingsontwikkeling, regio-indeling 2018

Regionale prognose 2020-2050; bevolkingsontwikkeling, regio-indeling 2018

Regio-indeling 2018 Perioden Levend geboren kinderen (x 1 000) Overledenen (x 1 000) Immigratie (x 1 000) Emigratie inclusief correcties (x 1 000) Vestigers uit andere gemeente (x 1 000) Vertrekkers naar andere gemeente (x 1 000) Bevolking aan het eind van de periode (x 1 000) Woningbouwveronderstellingen (x 1 000)
Nederland 2020 tot 2025 908,5 789,1 1.140,1 908,7 3.719,0 3.719,0 17.729,3 345,6
Nederland 2025 tot 2030 972,6 837,6 1.155,1 988,6 3.738,1 3.738,1 18.031,3 205,7
Nederland 2030 tot 2035 983,7 896,6 1.162,2 1.011,8 3.728,1 3.728,1 18.269,3 114,6
Nederland 2035 tot 2040 964,2 952,9 1.162,5 1.022,0 3.714,3 3.714,3 18.421,4 .
Nederland 2040 tot 2045 932,8 994,4 1.161,6 1.026,2 3.734,4 3.734,4 18.495,6 .
Nederland 2045 tot 2050 917,7 1.018,8 1.162,1 1.029,9 3.801,5 3.801,5 18.527,2 .
Groningen (PV) 2020 tot 2025 26,8 29,0 50,1 36,5 144,7 154,9 588,1 7,1
Groningen (PV) 2025 tot 2030 27,7 30,7 45,4 40,2 139,6 143,5 586,4 1,5
Groningen (PV) 2030 tot 2035 27,1 32,8 45,0 40,6 135,9 139,4 581,5 -0,6
Groningen (PV) 2035 tot 2040 25,9 34,8 44,3 40,4 133,0 135,1 574,3 .
Groningen (PV) 2040 tot 2045 24,5 36,1 43,7 40,1 132,9 132,4 566,8 .
Groningen (PV) 2045 tot 2050 23,7 36,6 43,2 39,9 134,2 132,4 559,0 .
Friesland (PV) 2020 tot 2025 30,8 32,3 18,9 15,6 127,9 132,7 644,8 5,7
Friesland (PV) 2025 tot 2030 32,8 33,6 18,8 16,8 127,5 131,6 642,0 3,7
Friesland (PV) 2030 tot 2035 32,9 35,3 18,4 16,7 126,2 128,2 639,2 1,8
Friesland (PV) 2035 tot 2040 31,8 36,7 18,0 16,5 123,8 125,2 634,4 .
Friesland (PV) 2040 tot 2045 29,8 37,4 17,6 16,3 121,9 123,4 626,7 .
Friesland (PV) 2045 tot 2050 28,5 37,6 17,2 16,0 122,8 123,8 617,8 .
Drenthe (PV) 2020 tot 2025 21,7 26,0 12,6 9,6 94,4 97,3 486,6 3,9
Drenthe (PV) 2025 tot 2030 24,0 26,5 12,7 10,2 94,4 95,8 485,2 2,6
Drenthe (PV) 2030 tot 2035 24,9 27,5 12,4 10,2 95,1 95,0 485,0 1,2
Drenthe (PV) 2035 tot 2040 24,4 28,4 12,2 10,1 95,2 94,1 484,2 .
Drenthe (PV) 2040 tot 2045 23,2 28,7 12,0 10,0 93,8 93,9 480,6 .
Drenthe (PV) 2045 tot 2050 22,3 28,6 11,8 9,9 94,4 94,9 475,8 .
Overijssel (PV) 2020 tot 2025 60,0 53,5 39,5 34,6 200,9 204,9 1.166,1 12,9
Overijssel (PV) 2025 tot 2030 62,6 55,9 39,3 36,9 198,9 204,8 1.169,4 8,5
Overijssel (PV) 2030 tot 2035 62,7 59,0 38,7 36,9 197,4 201,7 1.170,5 4,4
Overijssel (PV) 2035 tot 2040 60,9 62,0 38,0 36,6 194,9 197,5 1.168,2 .
Overijssel (PV) 2040 tot 2045 57,6 64,2 37,4 36,2 194,6 195,6 1.161,7 .
Overijssel (PV) 2045 tot 2050 55,4 65,6 36,9 35,9 196,6 196,7 1.152,4 .
Flevoland (PV) 2020 tot 2025 25,3 13,8 23,5 18,4 83,3 83,8 435,4 13,7
Flevoland (PV) 2025 tot 2030 26,9 15,8 23,6 18,8 84,0 82,9 452,4 11,4
Flevoland (PV) 2030 tot 2035 27,5 18,1 24,0 19,6 87,2 84,7 468,8 9,4
Flevoland (PV) 2035 tot 2040 27,7 20,3 24,4 20,2 85,8 85,4 480,9 .
Flevoland (PV) 2040 tot 2045 27,1 21,9 24,7 20,5 85,3 86,6 488,9 .
Flevoland (PV) 2045 tot 2050 26,8 23,1 24,9 20,8 87,6 88,7 495,7 .
Gelderland (PV) 2020 tot 2025 104,9 97,6 88,6 70,3 453,8 451,0 2.107,1 33,8
Gelderland (PV) 2025 tot 2030 112,6 103,8 90,3 76,9 454,4 453,3 2.130,5 19,2
Gelderland (PV) 2030 tot 2035 113,1 110,5 90,2 78,2 451,8 448,3 2.148,6 8,4
Gelderland (PV) 2035 tot 2040 109,4 117,1 89,6 78,5 448,2 442,3 2.157,9 .
Gelderland (PV) 2040 tot 2045 104,4 121,8 89,0 78,4 449,0 442,0 2.158,1 .
Gelderland (PV) 2045 tot 2050 102,0 124,5 88,5 78,3 456,0 449,3 2.152,7 .
Utrecht (PV) 2020 tot 2025 76,2 51,9 66,4 56,5 337,9 327,0 1.360,2 35,4
Utrecht (PV) 2025 tot 2030 81,9 56,2 69,4 63,2 343,6 336,2 1.399,5 23,2
Utrecht (PV) 2030 tot 2035 82,8 61,3 70,6 65,4 339,4 339,4 1.426,3 10,8
Utrecht (PV) 2035 tot 2040 80,7 66,3 70,8 66,3 337,5 337,0 1.445,7 .
Utrecht (PV) 2040 tot 2045 77,8 70,5 70,9 66,7 336,7 336,6 1.457,2 .
Utrecht (PV) 2045 tot 2050 75,9 73,6 71,0 67,0 342,1 341,4 1.464,2 .
Noord-Holland (PV) 2020 tot 2025 157,0 122,1 300,0 233,8 675,1 682,2 2.973,3 77,6
Noord-Holland (PV) 2025 tot 2030 167,3 132,1 310,5 258,5 680,9 689,6 3.051,8 49,0
Noord-Holland (PV) 2030 tot 2035 168,5 143,8 315,6 267,2 676,7 688,1 3.113,6 30,1
Noord-Holland (PV) 2035 tot 2040 166,0 154,7 318,3 272,0 676,1 691,7 3.155,5 .
Noord-Holland (PV) 2040 tot 2045 162,2 163,0 319,6 274,4 685,3 702,6 3.182,6 .
Noord-Holland (PV) 2045 tot 2050 161,0 168,7 320,9 276,4 699,1 716,8 3.201,7 .
Zuid-Holland (PV) 2020 tot 2025 212,3 160,3 287,1 238,0 813,0 790,2 3.869,2 97,6
Zuid-Holland (PV) 2025 tot 2030 227,0 170,5 288,7 260,1 820,2 803,4 3.971,2 53,2
Zuid-Holland (PV) 2030 tot 2035 230,1 183,2 291,5 267,1 821,6 810,2 4.053,9 29,9
Zuid-Holland (PV) 2035 tot 2040 227,7 195,8 292,7 270,8 824,9 816,3 4.116,3 .
Zuid-Holland (PV) 2040 tot 2045 223,4 205,6 293,9 273,2 832,9 825,7 4.161,9 .
Zuid-Holland (PV) 2045 tot 2050 222,1 211,6 295,5 275,6 850,0 843,7 4.198,7 .
Zeeland (PV) 2020 tot 2025 18,7 19,8 20,9 15,4 70,8 74,8 384,0 5,0
Zeeland (PV) 2025 tot 2030 20,1 20,2 20,7 16,5 71,6 75,2 384,6 1,7
Zeeland (PV) 2030 tot 2035 20,3 21,1 20,4 16,5 71,9 74,6 384,9 0,5
Zeeland (PV) 2035 tot 2040 19,8 21,9 20,1 16,4 71,9 73,7 384,7 .
Zeeland (PV) 2040 tot 2045 19,4 22,3 19,8 16,2 72,7 74,1 384,1 .
Zeeland (PV) 2045 tot 2050 19,2 22,3 19,6 16,1 74,2 75,7 383,1 .
Noord-Brabant (PV) 2020 tot 2025 127,8 120,8 153,1 115,8 510,1 507,5 2.601,8 45,8
Noord-Brabant (PV) 2025 tot 2030 138,5 127,8 155,8 125,1 516,2 510,7 2.648,7 28,8
Noord-Brabant (PV) 2030 tot 2035 141,6 136,6 156,7 127,9 518,1 509,8 2.690,9 17,6
Noord-Brabant (PV) 2035 tot 2040 138,8 144,9 157,0 129,3 516,8 509,6 2.719,8 .
Noord-Brabant (PV) 2040 tot 2045 134,1 151,2 157,0 129,9 521,7 514,7 2.737,0 .
Noord-Brabant (PV) 2045 tot 2050 132,3 155,1 157,2 130,4 533,7 527,9 2.747,0 .
Limburg (PV) 2020 tot 2025 47,2 61,9 79,5 64,2 207,1 212,7 1.112,6 7,1
Limburg (PV) 2025 tot 2030 51,2 64,5 79,9 65,2 206,8 211,1 1.109,7 2,9
Limburg (PV) 2030 tot 2035 52,1 67,3 78,6 65,3 206,7 208,7 1.106,0 1,1
Limburg (PV) 2035 tot 2040 51,0 69,9 77,3 64,8 206,4 206,3 1.099,6 .
Limburg (PV) 2040 tot 2045 49,3 71,6 76,2 64,2 207,5 206,8 1.090,0 .
Limburg (PV) 2045 tot 2050 48,5 71,5 75,4 63,7 210,7 210,4 1.078,9 .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de toekomstige ontwikkeling van de bevolking van Nederland per regio. Er zijn cijfers beschikbaar over het aantal levend geboren kinderen, overledenen, de immigratie, de emigratie inclusief het saldo van de administratieve correcties, en de vestiging uit- en het vertrek naar andere gemeenten in Nederland. Daarnaast is de omvang van de bevolking aan het einde van de periode opgenomen en zijn cijfers beschikbaar over de woningbouwveronderstellingen.

In deze nieuwe tabel is de voorgaande prognose bijgesteld op basis van de meest recente inzichten. De periode waarvoor de prognose is bepaald, loopt nu van 2019 tot 2050. De cijfers zijn gebaseerd op de regionale indeling van 2018.

Gegevens beschikbaar vanaf: (prognoseperiode) 2020-2024

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn berekende prognosecijfers.

Wijzigingen per 10 september 2019:
Geen, dit is een nieuwe tabel waarin de voorgaande prognose is bijgesteld op basis van de inmiddels beschikbaar gekomen waarnemingen. De prognoseperiode loopt nu van 2019 tot 2050.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In 2022 worden de nieuwe prognosecijfers over bevolking naar regio in een nieuwe tabel gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Levend geboren kinderen
Kind dat na geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Een levendgeborene wordt door het CBS geteld als het kind is geregistreerd als inwoner van een Nederlandse gemeente.
Overledenen
Persoon die is overleden waarbij een bevoegde arts een overlijdensakte heeft ondertekend.
Overledenen worden geteld naar de woongemeente en niet naar de gemeente van overlijden.
In CBS-statistieken hebben overledenen betrekking op personen die bij overlijden in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente zijn opgenomen, ongeacht het land waar het overlijden heeft plaatsgevonden. Personen die niet in Nederland wonen maar wel hier overlijden worden niet meegeteld.
Immigratie
Vestiging van personen vanuit het buitenland in Nederland.
Om als immigrant te kunnen worden geteld dienen deze personen ingeschreven te worden in de gemeentelijke bevolkingsregisters. Men wordt ingeschreven als men verwacht minimaal vier maanden in Nederland te blijven.
Emigratie inclusief correcties
Emigratie (inclusief administratieve correcties)
Emigratie inclusief het saldo van de administratieve correcties.

Emigratie
Vertrek van personen naar het buitenland.
Men wordt uit het bevolkingsregister afgevoerd wanneer de verwachte verblijfsduur in het buitenland ten minste acht maanden bedraagt. Het gaat hier steeds om de aan de gemeente gemelde emigratie.

Saldo administratieve correcties
Administratieve opnemingen in de gemeentelijke bevolkingsregisters min de administratieve afvoeringen uit de gemeentelijke bevolkingsregisters.

Administratieve afvoering
Verwijdering van een persoon uit de bevolkingsregisters van een gemeente nadat de gemeente heeft vastgesteld dat de verblijfplaats van deze persoon niet bekend is, deze persoon niet bereikbaar is en waarschijnlijk geen inwoner meer is van een Nederlandse gemeente.
Een administratieve afvoering is meestal het gevolg van het vertrek van een persoon naar het buitenland zonder dat deze de gemeente hiervan op de hoogte heeft gesteld.

Administratieve opneming
Opneming van een persoon in de bevolkingsregisters van een gemeente op verzoek van de betrokkene. Deze opneming is niet het gevolg van geboorte, immigratie of vestiging van die persoon vanuit een andere gemeente in Nederland.
Een administratieve opneming is meestal een hervestiging van een persoon die eerder administratief is afgevoerd en die verklaart nooit uit Nederland te zijn weggeweest.
Vestigers uit andere gemeente
Het komen wonen van personen in een gemeente na verhuizing uit een andere gemeente in Nederland.
Vertrekkers naar andere gemeente
Verhuizing van personen naar een andere gemeente in Nederland.
Bevolking aan het eind van de periode
Bevolking in Nederland aan het eind van de periode (1 januari).

Bevolking
De bewoners van een bepaald gebied.
In de CBS-bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.
Woningbouwveronderstellingen
De woningbouwveronderstellingen hebben betrekking op het saldo toevoegingen minus onttrekkingen aan de woningvoorraad (ofwel netto woningbouw).
Deze zijn gebaseerd op een inventarisatie van woningbouwplannen via opgaven van provincies en van de grote gemeenten, waar nodig aangevuld met bronnen zoals verleende bouwvergunningen.