Zelfstandigen; inkomen, vermogen, regio (indeling 2018), 2011-2017

Zelfstandigen; inkomen, vermogen, regio (indeling 2018), 2011-2017

Type zelfstandige Bedrijfstakken/branches (SBI2008) Regio's Perioden Zelfstandige, voornaamste inkomen Zelfstandigen (x 1 000) Zelfstandige, voornaamste inkomen Inkomen van zelfstandigen Mediaan inkomen als zelfstandige (1 000 euro) Zelfstandige, voornaamste inkomen Inkomen van zelfstandigen Mediaan gestandaardiseerd inkomen (1 000 euro) Zelfstandige, voornaamste inkomen Vermogen van zelfstandigen Mediaan vermogen (1 000 euro)
2021380 T001081 Nederland 2017* 1.220,7 30,9 33,3 139,3
2021380 T001081 Noord-Nederland (LD) 2017* 119,7 28,3 31,8 139,2
2021380 T001081 Oost-Nederland (LD) 2017* 252,4 30,9 33,3 155,3
2021380 T001081 West-Nederland (LD) 2017* 600,7 31,4 33,4 121,1
2021380 T001081 Zuid-Nederland (LD) 2017* 247,9 31,1 34,0 167,9
2021380 T001081 Groningen (PV) 2017* 35,7 26,4 30,9 115,0
2021380 T001081 Friesland (PV) 2017* 50,6 29,3 31,9 147,3
2021380 T001081 Drenthe (PV) 2017* 33,4 28,8 32,4 154,0
2021380 T001081 Overijssel (PV) 2017* 75,5 30,0 32,9 173,0
2021380 T001081 Flevoland (PV) 2017* 28,0 29,2 31,6 84,4
2021380 T001081 Gelderland (PV) 2017* 148,8 31,8 33,8 162,3
2021380 T001081 Utrecht (PV) 2017* 97,1 33,8 35,2 155,8
2021380 T001081 Noord-Holland (PV) 2017* 231,2 30,3 33,0 120,6
2021380 T001081 Zuid-Holland (PV) 2017* 243,4 31,6 33,0 101,8
2021380 T001081 Zeeland (PV) 2017* 29,0 30,6 34,1 189,9
2021380 T001081 Noord-Brabant (PV) 2017* 181,2 32,6 34,4 176,4
2021380 T001081 Limburg (PV) 2017* 66,6 27,8 32,7 148,7
2021380 T001081 Oost-Groningen (CR) 2017* 7,9 . . 114,9
2021380 T001081 Delfzijl en omgeving (CR) 2017* 2,6 . . 127,0
2021380 T001081 Overig Groningen (CR) 2017* 25,2 . . 114,1
2021380 T001081 Noord-Friesland (CR) 2017* 23,0 . . 133,6
2021380 T001081 Zuidwest-Friesland (CR) 2017* 13,3 . . 173,4
2021380 T001081 Zuidoost-Friesland (CR) 2017* 14,3 . . 147,3
2021380 T001081 Noord-Drenthe (CR) 2017* 12,8 . . 156,5
2021380 T001081 Zuidoost-Drenthe (CR) 2017* 10,8 . . 126,6
2021380 T001081 Zuidwest-Drenthe (CR) 2017* 9,8 . . 184,8
2021380 T001081 Noord-Overijssel (CR) 2017* 26,7 . . 195,1
2021380 T001081 Zuidwest-Overijssel (CR) 2017* 9,9 . . 163,4
2021380 T001081 Twente (CR) 2017* 38,9 . . 161,3
2021380 T001081 Veluwe (CR) 2017* 50,5 . . 187,5
2021380 T001081 Achterhoek (CR) 2017* 29,9 . . 195,9
2021380 T001081 Arnhem/Nijmegen (CR) 2017* 46,6 . . 103,9
2021380 T001081 Zuidwest-Gelderland (CR) 2017* 21,8 . . 203,2
2021380 T001081 Utrecht (CR) 2017* 97,1 . . 155,8
2021380 T001081 Kop van Noord-Holland (CR) 2017* 29,6 . . 177,0
2021380 T001081 Alkmaar en omgeving (CR) 2017* 17,3 . . 140,7
2021380 T001081 IJmond (CR) 2017* 12,5 . . 142,3
2021380 T001081 Agglomeratie Haarlem (CR) 2017* 19,6 . . 161,1
2021380 T001081 Zaanstreek (CR) 2017* 10,7 . . 78,6
2021380 T001081 Groot-Amsterdam (CR) 2017* 118,2 . . 89,8
2021380 T001081 Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2017* 23,3 . . 178,3
2021380 T001081 Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2017* 28,9 . . 162,6
2021380 T001081 Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2017* 59,7 . . 55,0
2021380 T001081 Delft en Westland (CR) 2017* 16,3 . . 182,3
2021380 T001081 Oost-Zuid-Holland (CR) 2017* 24,8 . . 175,3
2021380 T001081 Groot-Rijnmond (CR) 2017* 87,7 . . 81,7
2021380 T001081 Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2017* 25,9 . . 133,8
2021380 T001081 Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2017* 7,1 . . 233,0
2021380 T001081 Overig Zeeland (CR) 2017* 21,9 . . 178,9
2021380 T001081 West-Noord-Brabant (CR) 2017* 42,8 . . 162,9
2021380 T001081 Midden-Noord-Brabant (CR) 2017* 32,9 . . 154,0
2021380 T001081 Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2017* 50,9 . . 196,6
2021380 T001081 Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2017* 54,6 . . 181,4
2021380 T001081 Noord-Limburg (CR) 2017* 17,5 . . 193,0
2021380 T001081 Midden-Limburg (CR) 2017* 15,8 . . 192,3
2021380 T001081 Zuid-Limburg (CR) 2017* 33,3 . . 108,6
2021380 T001081 Flevoland (CR) 2017* 28,0 . . 84,4
2021380 T001081 Aa en Hunze 2017* 2,1 . . 195,8
2021380 T001081 Aalburg 2017* 1,5 . . 259,8
2021380 T001081 Aalsmeer 2017* 2,6 . . 232,2
2021380 T001081 Aalten 2017* 2,0 . . 196,6
2021380 T001081 Achtkarspelen 2017* 2,2 . . 146,6
2021380 T001081 Alblasserdam 2017* 1,2 . . 117,7
2021380 T001081 Albrandswaard 2017* 1,7 . . 171,2
2021380 T001081 Alkmaar 2017* 7,1 . . 95,7
2021380 T001081 Almelo 2017* 3,9 . . 73,1
2021380 T001081 Almere 2017* 11,9 . . 48,9
2021380 T001081 Alphen aan den Rijn 2017* 8,0 . . 153,9
2021380 T001081 Alphen-Chaam 2017* 1,1 . . 373,8
2021380 T001081 Ameland 2017* 0,5 . . 277,0
2021380 T001081 Amersfoort 2017* 10,4 . . 109,9
2021380 T001081 Amstelveen 2017* 6,4 . . 207,1
2021380 T001081 Amsterdam 2017* 80,2 . . 60,7
2021380 T001081 Apeldoorn 2017* 9,9 . . 121,4
2021380 T001081 Appingedam 2017* 0,5 . . 105,5
2021380 T001081 Arnhem 2017* 9,6 . . 45,6
2021380 T001081 Assen 2017* 3,1 . . 79,2
2021380 T001081 Asten 2017* 1,6 . . 300,3
2021380 T001081 Baarle-Nassau 2017* 0,8 . . 401,1
2021380 T001081 Baarn 2017* 2,2 . . 172,5
2021380 T001081 Barendrecht 2017* 3,4 . . 135,3
2021380 T001081 Barneveld 2017* 5,7 . . 252,8
2021380 T001081 Bedum 2017* 0,7 . . 174,3
2021380 T001081 Beek (L.) 2017* 1,0 . . 167,1
2021380 T001081 Beemster 2017* 1,1 . . 336,4
2021380 T001081 Beesel 2017* 0,8 . . 153,7
2021380 T001081 Berg en Dal 2017* 2,4 . . 174,9
2021380 T001081 Bergeijk 2017* 1,8 . . 332,5
2021380 T001081 Bergen (L.) 2017* 0,9 . . 210,9
2021380 T001081 Bergen (NH.) 2017* 3,0 . . 268,9
2021380 T001081 Bergen op Zoom 2017* 3,8 . . 140,9
2021380 T001081 Berkelland 2017* 3,5 . . 303,3
2021380 T001081 Bernheze 2017* 2,7 . . 286,2
2021380 T001081 Best 2017* 1,9 . . 197,2
2021380 T001081 Beuningen 2017* 1,9 . . 140,4
2021380 T001081 Beverwijk 2017* 2,4 . . 68,0
2021380 T001081 De Bilt 2017* 3,9 . . 266,4
2021380 T001081 Binnenmaas 2017* 2,2 . . 195,4
2021380 T001081 Bladel 2017* 1,7 . . 291,2
2021380 T001081 Blaricum 2017* 1,1 . . 385,6
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het inkomen en vermogen van zelfstandigen per regio. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds de personen voor wie het voornaamste inkomen wordt gegenereerd uit werkzaamheden als zelfstandige, en anderzijds alle personen met inkomen uit werkzaamheden als zelfstandige. De cijfers in deze tabel zijn verder uitgesplitst naar type zelfstandige en naar economische activiteit. Diverse niveaus van regionale indelingen zijn beschikbaar, van gemeente tot landsdeel.

Peildatum van doelpopulatie, vermogen, en gemeentelijke indeling is 1 januari van het verslagjaar.

Alle cijfers in deze tabel zijn op persoonsniveau, ook de vermogens; (bedrijfs)vermogens zijn bepaald per huishouden, en worden toegekend aan alle personen in het huishouden als een maat voor de welvaart. Peildatum van doelpopulatie en vermogen is 1 januari van het verslagjaar.

Voor het bepalen van de SBI van zelfstandigen wordt gebruik gemaakt van het Algemeen Bedrijvenregister (ABR).

Gegevens beschikbaar van 2011 tot en met 2017.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn voorlopig.

Wijzigingen per 18 november 2019:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing. Deze tabel wordt opgevolgd door de tabel Zelfstandigen; inkomen, vermogen, regio (indeling 2019). Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Zelfstandige, voornaamste inkomen
Alle personen waarbij het inkomen uit werkzaamheden als zelfstandige de voornaamste inkomensbron is.
Zelfstandigen
Alle personen waarbij het inkomen uit werkzaamheden als zelfstandige de voornaamste inkomensbron is.
Inkomen van zelfstandigen
Drie inkomensbegrippen worden gerapporteerd voor zelfstandigen; het inkomen als zelfstandige, het persoonlijke inkomen, en het gestandaardiseerde huishoudensinkomen. Het gestandaardiseerde inkomen is toegekend aan alle personen in het huishouden als maat van de welvaart.
Mediaan inkomen als zelfstandige
Het inkomen als zelfstandige omvat inkomen uit eigen onderneming, loon directeuren en overige inkomsten uit arbeid. Het mediane inkomen is gelijk aan het middelste inkomen indien de inkomens van alle personen van laag naar hoog worden gerangschikt.
Mediaan gestandaardiseerd inkomen
Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van zogenoemde equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Omdat welvaart door individuen ervaren wordt, wordt het gestandaardiseerde inkomen aan elk van de leden van het huishouden toegekend.
Vermogen van zelfstandigen
Het vermogen van het huishouden waartoe de zelfstandige behoort, toegekend aan alle personen in het huishouden als maat van de welvaart.
Mediaan vermogen
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan vooral uit banktegoeden, effecten, onroerend goed (waaronder de eigen woning) en bedrijfsvermogen. De schulden omvatten onder meer de schuld ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. Het mediane vermogen is het bedrag waarvoor geldt dat 50% van de populatie een lager of even groot vermogen heeft. Vermogens zijn bepaald per huishouden, en worden toegekend aan alle personen in het huishouden als een maat voor de welvaart.