Sectoren; seizoen- en werkdaggecorrigeerde cijfers, na, 1999-I - 2023-IV
| Seizoen- en werkdagcorrectie | Perioden | Niet-financiële vennootschappen Bruto toegevoegde waarde (mln euro) |
|---|---|---|
| Oorspronkelijke, ongecorrigeerde cijfers | 2023 4e kwartaal* | 150.305 |
| Seizoen- en werkdaggecorrigeerde cijfers | 2023 4e kwartaal* | 151.368 |
| Bron: CBS. | ||
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft een overzicht van enkele niet-financiële (lopende) transacties en saldi per kwartaal van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. De bedragen zijn zowel seizoen- en werkdaggecorrigeerd als niet-gecorrigeerd gepresenteerd. Door de kwartaaluitkomsten te schonen voor seizoen- en werkdageffecten kunnen kwartaal op kwartaalontwikkelingen beter worden vergeleken en ook de onderliggende trendmatige ontwikkeling gemakkelijker worden gevolgd. De niet-gecorrigeerde cijfers komen overeen met (tellingen van) niet-geconsolideerde gegevens uit de tabel 'lopende transacties naar sectoren'. Voor de totale inkomsten en uitgaven van de overheid betreft het tellingen van geconsolideerde gegevens.
Gegevens beschikbaar vanaf het eerste kwartaal van 1999.
Status van de cijfers:
De gegevens van 1999 tot en met 2020 zijn definitief. Gegevens van 2021, 2022 en 2023 hebben de status voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden voorlopige gegevens niet meer definitief gemaakt.
Wijzigingen per 24 juni 2024
Geen, deze tabel is stopgezet.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onlangs de nationale rekeningen gereviseerd. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. Voor meer informatie zie paragraaf 3.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Toelichting onderwerpen
- Niet-financiële vennootschappen
- De sector niet-financiële vennootschappen bevat alle vennootschappen met als hoofdfunctie het produceren van goederen en verhandelbare niet-financiële diensten.
Tot de niet-financiële vennootschappen behoren:
- alle vennootschappen (nv's, bv's, cv's, vof's) en coöperatieve verenigingen die niet tot de financiële instellingen worden gerekend. Ook grote zelfstandig opererende (niet-financiële) ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid worden tot de niet-financiële vennootschappen gerekend. Voorbeelden van deze zogenoemde quasi-vennootschappen zijn grote familiebedrijven;
- alle instellingen zonder winstoogmerk (stichtingen en verenigingen) die voor de markt produceren en niet tot de financiële instellingen worden gerekend. Voorbeelden zijn bejaardentehuizen, ziekenhuizen en woningcorporaties. Minimaal 50 procent van de productiekosten dient door de verkoop gedekt te worden anders wordt de betreffende instelling gerekend tot de sector overheid of de sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens;
- overheidsbedrijven (vennootschappen die geheel of gedeeltelijk eigendom zijn van de overheid) zoals de Nederlandse Spoorwegen.- Bruto toegevoegde waarde
- De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de 'productiewaarde' of 'output') minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt, het 'intermediair verbruik'. 'Basisprijzen' wil zeggen de prijzen zijn die door producenten zijn ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er namelijk vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld.