Dierlijke mest en mineralen; productie, transport en gebruik per regio

Dierlijke mest en mineralen; productie, transport en gebruik per regio

Regio's Perioden Mest- en mineralenproductie Stikstofuitscheiding (N) (1000 kg) Mest- en mineralenproductie Stikstofverliezen in stal en opslag Totaal stikstofverliezen (N) (1000 kg) Mest- en mineralenproductie Stikstof in opgeslagen mest en weidemest (1000 kg) Mest- en mineralenproductie Fosfaatuitscheiding (P2O5) (1000 kg) Mestaanvoer op landbouwbedrijven Stikstof in aangevoerde mest (N) (1000 kg) Mestaanvoer op landbouwbedrijven Fosfaat in aangevoerde mest (P2O5) (1000 kg) Mestafvoer van landbouwbedrijven Stikstof in afgevoerde mest (N) (1000 kg) Mestafvoer van landbouwbedrijven Fosfaat in afgevoerde mest (P2O5) (1000 kg) Mestgebruik door landbouwbedrijven Stikstof in gebruikte mest (N) (1000 kg) Mestgebruik door landbouwbedrijven Fosfaat in gebruikte mest (P2O5) (1000 kg) Gebruiksnormen dierlijke mest Plaatsingsruimte stikstof (N) (1000 kg) Gebruiksnormen dierlijke mest Plaatsingsruimte fosfaat (P2O5) (1000 kg)
Nederland 2010 489.700 68.400 421.300 178.900 81.700 41.100 154.000 81.400 349.000 138.600 400.300 158.800
Noord-Nederland (LD) 2010 108.760 11.240 97.520 36.490 21.640 11.210 18.230 8.670 100.930 39.030 119.010 46.800
Oost-Nederland (LD) 2010 161.020 23.050 137.970 59.200 20.190 9.860 52.730 27.930 105.430 41.130 118.240 45.870
West-Nederland (LD) 2010 69.240 7.060 62.180 23.400 16.090 8.390 10.880 5.410 67.380 26.380 93.060 37.400
Zuid-Nederland (LD) 2010 150.700 27.070 123.630 59.790 23.800 11.660 72.190 39.430 75.230 32.030 69.980 28.710
Groningen (PV) 2010 24.000 2.610 21.390 8.130 8.270 4.340 5.220 2.460 24.440 10.000 32.700 13.470
Fryslân (PV) 2010 59.890 5.670 54.220 19.670 4.180 1.980 7.070 3.170 51.330 18.480 54.980 20.780
Drenthe (PV) 2010 24.870 2.960 21.910 8.690 9.180 4.890 5.930 3.040 25.150 10.550 31.330 12.560
Overijssel (PV) 2010 68.840 9.510 59.330 24.660 4.980 2.210 18.320 9.420 45.990 17.460 47.490 17.900
Flevoland (PV) 2010 7.620 960 6.660 2.780 5.520 2.830 3.470 1.740 8.710 3.880 16.140 7.210
Gelderland (PV) 2010 84.560 12.570 71.990 31.760 9.680 4.820 30.940 16.780 50.730 19.790 54.620 20.760
Utrecht (PV) 2010 22.300 2.600 19.700 7.790 1.320 620 4.250 2.270 16.770 6.130 16.150 5.970
Noord-Holland (PV) 2010 18.540 1.620 16.910 6.050 3.840 1.890 2.030 890 18.720 7.060 27.910 11.060
Zuid-Holland (PV) 2010 22.300 2.120 20.180 7.380 4.430 2.290 2.580 1.190 22.030 8.480 28.030 11.100
Zeeland (PV) 2010 6.110 720 5.390 2.190 6.490 3.590 2.030 1.060 9.860 4.720 20.970 9.280
Noord-Brabant (PV) 2010 112.020 19.860 92.160 43.680 14.410 6.850 48.550 25.840 58.020 24.690 50.880 20.660
Limburg (PV) 2010 38.680 7.210 31.470 16.120 9.380 4.810 23.640 13.580 17.210 7.340 19.100 8.050
Concentratiegebied Oost 2010 121.220 17.940 103.280 44.920 8.280 3.800 40.230 21.380 71.330 27.350 72.420 27.130
Concentratiegebied Zuid 2010 135.530 25.120 110.400 54.410 17.910 8.610 68.120 37.380 60.200 25.640 50.500 20.470
Niet-concentratiegebied 2010 232.970 25.350 207.620 79.540 55.510 28.720 45.690 22.680 217.440 85.590 277.380 111.180
Eems 2010 17.410 2.010 15.390 5.980 10.120 5.370 4.540 2.180 20.980 9.170 28.130 11.820
Rijn-Noord 2010 73.320 7.010 66.310 24.140 6.260 3.030 9.120 4.090 63.450 23.080 70.740 27.010
Rijn-Oost 2010 121.440 16.630 104.810 43.540 13.240 6.450 31.500 16.330 86.540 33.660 92.060 35.070
Rijn-Midden 2010 47.060 7.170 39.880 18.100 7.940 3.980 21.340 11.570 26.480 10.510 35.240 14.340
Rijn-West 2010 74.570 7.870 66.690 25.420 13.660 6.930 13.340 6.760 67.010 25.590 82.850 32.390
Maas 2010 148.970 26.880 122.100 59.200 23.640 11.600 71.870 39.280 73.870 31.520 69.040 28.330
Schelde 2010 6.950 830 6.120 2.500 6.840 3.770 2.320 1.220 10.640 5.050 22.230 9.820
Bouwhoek en Hogeland (LG) 2010 14.070 1.340 12.730 4.640 2.690 1.330 2.210 970 13.200 5.000 18.530 7.490
Veenkoloniën en Oldambt (LG) 2010 20.730 2.590 18.140 7.310 12.760 6.800 6.420 3.190 24.480 10.920 32.620 13.790
Noordelijk Weidegebied (LG) 2010 85.540 8.580 76.960 28.460 5.930 2.830 11.050 5.230 71.840 26.060 76.840 28.810
Oostelijk Veehouderijgebied (LG) 2010 100.500 14.330 86.170 36.450 9.460 4.530 28.030 14.650 67.610 26.330 69.480 26.300
Centraal Veehouderijgebied (LG) 2010 33.690 5.570 28.120 13.360 1.780 850 16.970 9.390 12.930 4.810 13.900 5.200
IJsselmeerpolders (LG) 2010 8.830 1.080 7.750 3.180 6.350 3.260 3.710 1.840 10.390 4.600 19.290 8.570
Westelijk Holland (LG) 2010 17.280 1.590 15.690 5.710 3.430 1.660 2.320 1.050 16.810 6.310 24.720 9.830
Waterland en Droogmakerijen (LG) 2010 6.060 510 5.550 1.950 570 280 370 160 5.750 2.080 7.380 2.760
Hollands/Utrechts Weidegebied (LG) 2010 27.240 2.690 24.540 9.040 1.590 760 2.720 1.270 23.410 8.530 22.930 8.490
Rivierengebied (LG) 2010 20.080 2.520 17.560 7.200 4.890 2.490 6.260 3.320 16.180 6.370 18.650 7.270
Zuidwestelijk Akkerbouwgebied (LG) 2010 10.610 1.240 9.370 3.760 11.020 6.040 3.130 1.640 17.260 8.170 34.200 15.050
Zuidwest-Brabant (LG) 2010 7.640 1.120 6.520 2.810 1.800 870 2.710 1.390 5.610 2.280 6.810 2.790
Zuidelijk Veehouderijgebied (LG) 2010 133.710 24.850 108.860 53.720 17.680 8.520 67.410 36.980 59.130 25.250 49.350 20.030
Zuid-Limburg (LG) 2010 3.730 390 3.340 1.280 1.740 920 710 360 4.370 1.850 5.610 2.400
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel bevat cijfers over de productie, het transport en het gebruik van dierlijke mest en de daarin aanwezige mineralen stikstof en fosfaat door landbouwbedrijven. Het gebruik van dierlijke mest in de vorm van stikstof en fosfaat wordt vergeleken met de plaatsingsruimte voor beide mineralen.

In de tabel kunnen de gegevens worden bekeken voor verschillende regionale niveaus waaronder landsdelen, provincies en concentratiegebieden. Bij het gebruik van zowel regionaal als inhoudelijk gedetailleerde uitkomsten moet rekening worden gehouden met aanzienlijke onzekerheidsmarges. Bij meer geaggregeerde gebruikscijfers zoals het mineralengebruik per hectare per landsdeel of het absolute mineralengebruik per provincie of landsdeel zijn de foutenmarges kleiner.

Gegevens beschikbaar vanaf:1994

Status van de cijfers:
Cijfers zijn bij eerste publicatie definitief maar nieuwe inzichten in berekeningsmethoden kunnen aanleiding geven tot herberekening van de tijdreeks.

Wijzigingen per 25 februari 2025:
Cijfers over 2023 zijn toegevoegd. Nieuwe inzichten in mesttransporten van en naar landbouwbedrijven en nieuwe inzichten in gasvormige stikstofverliezen uit opgeslagen mest, leidden tot veranderingen in de cijfers over mesttransporten en mestgebruik vanaf 2010.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het tweede kwartaal van 2026 worden de cijfers over 2024 toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Mest- en mineralenproductie
Stikstofuitscheiding (N)
De totale hoeveelheid uitgescheiden stikstof (N) zonder aftrek van stikstof die vervluchtigt in de vorm van ammoniak (NH3) inclusief de afvoer via spuiwater van luchtwassers, lachgas (N2O), stikstofoxide (NO) en stikstofgas (N2).
Stikstofverliezen in stal en opslag
Het deel van de uitgescheiden stikstof in de stal dat bij mestopslag in de stal en bij opslag buiten de stal in de vorm van ammoniak, lachgas, stikstofoxide of moleculaire stikstof emitteert naar de buitenlucht, uitgedrukt in N. Ook de afvoer van stikstof via spuiwater van luchtwassers.

Totaal stikstofverliezen (N)
Stikstof in opgeslagen mest en weidemest
De totale stikstofuitscheiding met aftrek van de stikstof die tijdens mestopslag in de stal en bij opslag buiten de stal is vervluchtigd in de vorm van ammoniak (NH3) inclusief de afvoer via spuiwater van luchtwassers, lachgas (N2O), stikstofoxide (NO) en stikstofgas (N2).
Fosfaatuitscheiding (P2O5)
De uitgescheiden hoeveelheid fosfaat uitgedrukt in P2O5. In tegenstelling tot stikstof treden bij fosfaat geen gasvormige verliezen op.
Mestaanvoer op landbouwbedrijven
Stikstof in aangevoerde mest (N)
Tot en met 2004 volledig gebaseerd op vervoersbewijzen en vanaf 2005 gebaseerd op de hoeveelheid getransporteerde mest en de stikstof-fosfaatverhouding in geproduceerde mest. Voor fracties van gescheiden mest is de hoeveelheid stikstof vanaf 2009 berekend op basis van de hoeveelheid getransporteerde mest en de samenstelling op basis van praktijkproeven. Deze werkwijze is afgestemd met de uitgangspunten van het rekenmodel NEMA (National Emission Model for Agriculture).
Fosfaat in aangevoerde mest (P2O5)
Tot en met 2008 volledig gebaseerd op vervoersbewijzen. Vanaf 2009 is de hoeveelheid fosfaat in vaste mest berekend op basis van de hoeveelheid getransporteerde mest en het berekende fosfaatgehalte volgens de mest- en mineralenproductie. Voor fracties van gescheiden mest is de hoeveelheid fosfaat berekend op basis van de hoeveelheid getransporteerde mest en de samenstelling op basis van praktijkproeven. Deze werkwijze is afgestemd met de uitgangspunten van het rekenmodel NEMA (National Emission Model for Agriculture).

Mestafvoer van landbouwbedrijven
Stikstof in afgevoerde mest (N)
Tot en met 2004 volledig gebaseerd op vervoersbewijzen en vanaf 2005 gebaseerd op de hoeveelheid getransporteerde mest en de stikstof-fosfaatverhouding in geproduceerde mest. Voor fracties van gescheiden mest is de hoeveelheid stikstof vanaf 2009 berekend op basis van de hoeveelheid getransporteerde mest en de samenstelling op basis van praktijkproeven. Deze werkwijze is afgestemd met de uitgangspunten van het rekenmodel NEMA (National Emission Model for Agriculture).
Fosfaat in afgevoerde mest (P2O5)
Tot en met 2008 volledig gebaseerd op vervoersbewijzen. Vanaf 2009 is de hoeveelheid fosfaat in vaste mest berekend op basis van de hoeveelheid getransporteerde mest en het berekende fosfaatgehalte volgens de mest- en mineralenproductie. Voor fracties van gescheiden mest is de hoeveelheid fosfaat berekend op basis van de hoeveelheid getransporteerde mest en de samenstelling op basis van praktijkproeven. Deze werkwijze is afgestemd met de uitgangspunten van het rekenmodel NEMA (National Emission Model for Agriculture).
Mestgebruik door landbouwbedrijven
Stikstof in gebruikte mest (N)
De stikstof in opgeslagen mest en weidemest plus de stikstof in aangevoerde mest minus de stikstof in afgevoerde mest.
Fosfaat in gebruikte mest (P2O5)
De fosfaat in opgeslagen mest en weidemest plus de fosfaat in aangevoerde mest minus de fosfaat in afgevoerde mest.
Gebruiksnormen dierlijke mest
De oppervlakte bemestbare cultuurgrond (cultuurgrond exclusief grasland met hoofdfunctie natuur en glastuinbouw) vermenigvuldigd met de toegestane hoeveelheid mineraal per hectare (gebruiksnorm) voor dierlijke mest. Tot 1998 gold alleen een gebruiksnorm voor fosfaat in dierlijke mest. Van 1998 tot en met 2005 (periode van het mineralenaangiftesysteem Minas) is de gebruiksnorm dierlijke mest afgeleid uit de som van het toegestane verlies en de afvoer met het gewas. Voor stikstof is onder Minas geen afzonderlijke gebruiksnorm voor dierlijke mest af te leiden omdat in het aangiftesysteem de aanvoer van stikstof uit kunstmest is inbegrepen in het toegestane verlies. Met ingang van 2006 geldt een gebruiksnorm voor dierlijke mest van 170 kg N/ha. De Europese Commissie staat Nederland verruiming van deze norm toe (derogatie) tot een bemestingsniveau van 250 kg stikstof per hectare. De hogere bemestingsnorm geldt alleen bij het gebruik van graasdiermest. Daarnaast moet het bedrijfsareaal tot en met 2013 voor minstens 70 procent en vanaf 2014 voor minstens 80 procent bestaan uit grasland. De derogatie voor zand- en lösspercelen in de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg is vanaf 2014 beperkt tot 230 kg N per hectare.
Plaatsingsruimte stikstof (N)
Tot 1998 gold alleen een gebruiksnorm voor fosfaat in dierlijke mest. Van 1998 tot en met 2005 (in die periode was het Mineralenaangiftesysteem Minas van kracht) is de gebruiksnorm dierlijke mest afgeleid uit de som van het toegestane verlies en de afvoer met het gewas. Voor stikstof is onder Minas geen afzonderlijke gebruiksnorm voor dierlijke mest af te leiden omdat in het aangiftesysteem de aanvoer van stikstof uit kunstmest is inbegrepen in het toegestane verlies. Met ingang van 2006 geldt een gebruiksnorm voor dierlijke mest van 170 kg N/ha. De Europese Commissie staat Nederland verruiming van deze norm toe (derogatie) tot een bemestingsniveau van 250 kg stikstof per hectare. De hogere bemestingsnorm geldt alleen bij het gebruik van graasdiermest. Daarnaast moet het bedrijfsareaal tot en met 2013 voor minstens 70 procent en vanaf 2014 voor minstens 80 procent bestaan uit grasland. De derogatie voor zand- en lösspercelen in de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg is vanaf 2014 beperkt tot 230 kg N per hectare.
Plaatsingsruimte fosfaat (P2O5)
Van 1998 tot en met 2005 (de periode van het Mineralenaangiftesysteem Minas) is de gebruiksnorm dierlijke mest afgeleid uit de som van het toegestane verlies en de afvoer met het gewas. De gebruiksnorm voor fosfaat is geleidelijk aangescherpt. Met ingang van 2010 zijn de gebruiksnormen voor fosfaat gedifferentieerd naar fosfaattoestand van de bodem. Indien geen informatie beschikbaar is over de fosfaattoestand is gerekend met de laagste fosfaatgebruiksnorm (fosfaattoestand hoog).