Dierlijke mest; productie en mineralenuitscheiding; bedrijfstype, regio

Dierlijke mest; productie en mineralenuitscheiding; bedrijfstype, regio

Bedrijfstype Regio's Perioden Productie en plaatsingruimte mest Bedrijven zonder overproductie mineralen Bedrijven zonder overproductie (%) Productie en plaatsingruimte mest Bedrijven zonder overproductie mineralen Rest. plaatsingsruimte stikstof (N) (1 000 kg) Productie en plaatsingruimte mest Bedrijven zonder overproductie mineralen Rest. plaatsingsruimte fosfaat (P205) (1 000 kg) Productie en plaatsingruimte mest Bedrijven met overproductie mineralen Bedrijven met overproductie (%) Productie en plaatsingruimte mest Bedrijven met overproductie mineralen Stikstofoverschot (N) (1 000 kg) Productie en plaatsingruimte mest Bedrijven met overproductie mineralen Fosfaatoverschot (P205) (1 000 kg)
Totaal graasdierbedrijven Nederland 2025* 34 17.500 9.500 66 103.300 33.800
Totaal graasdierbedrijven Noord-Nederland (LD) 2025* 32 4.950 2.780 68 26.560 8.570
Totaal graasdierbedrijven Oost-Nederland (LD) 2025* 34 5.700 3.140 66 36.980 12.160
Totaal graasdierbedrijven West-Nederland (LD) 2025* 37 4.110 2.270 63 17.120 5.600
Totaal graasdierbedrijven Zuid-Nederland (LD) 2025* 32 2.740 1.310 68 22.680 7.500
Totaal graasdierbedrijven Groningen (PV) 2025* 30 1.010 550 70 5.820 1.870
Totaal graasdierbedrijven Fryslân (PV) 2025* 29 2.280 1.360 71 15.500 5.000
Totaal graasdierbedrijven Drenthe (PV) 2025* 39 1.650 870 61 5.240 1.700
Totaal graasdierbedrijven Overijssel (PV) 2025* 32 2.150 1.220 68 16.480 5.390
Totaal graasdierbedrijven Flevoland (PV) 2025* 10 80 50 90 2.250 730
Totaal graasdierbedrijven Gelderland (PV) 2025* 38 3.470 1.870 62 18.250 6.040
Totaal graasdierbedrijven Utrecht (PV) 2025* 33 1.100 630 67 6.060 1.990
Totaal graasdierbedrijven Noord-Holland (PV) 2025* 42 1.370 770 58 4.440 1.450
Totaal graasdierbedrijven Zuid-Holland (PV) 2025* 36 1.200 670 64 5.200 1.700
Totaal graasdierbedrijven Zeeland (PV) 2025* 39 440 210 61 1.420 450
Totaal graasdierbedrijven Noord-Brabant (PV) 2025* 30 1.890 890 70 19.150 6.320
Totaal graasdierbedrijven Limburg (PV) 2025* 41 850 420 59 3.530 1.180
Totaal graasdierbedrijven Concentratiegebied Oost 2025* 35 3.960 2.120 65 26.820 8.850
Totaal graasdierbedrijven Concentratiegebied Zuid 2025* 31 1.980 880 69 19.900 6.590
Totaal graasdierbedrijven Niet-concentratiegebied 2025* 34 11.560 6.500 66 56.610 18.380
Melkveebedrijven Nederland 2025* 8 3.100 2.500 92 79.700 25.500
Melkveebedrijven Noord-Nederland (LD) 2025* 9 970 850 91 24.160 7.750
Melkveebedrijven Oost-Nederland (LD) 2025* 7 970 750 93 24.720 7.910
Melkveebedrijven West-Nederland (LD) 2025* 10 670 570 90 14.550 4.690
Melkveebedrijven Zuid-Nederland (LD) 2025* 7 440 300 93 16.300 5.200
Melkveebedrijven Groningen (PV) 2025* 8 180 160 92 5.350 1.720
Melkveebedrijven Fryslân (PV) 2025* 7 460 410 93 14.430 4.640
Melkveebedrijven Drenthe (PV) 2025* 12 330 280 88 4.380 1.400
Melkveebedrijven Overijssel (PV) 2025* 6 350 290 94 12.660 4.040
Melkveebedrijven Flevoland (PV) 2025* 4 40 30 96 2.000 640
Melkveebedrijven Gelderland (PV) 2025* 9 580 430 91 10.060 3.230
Melkveebedrijven Utrecht (PV) 2025* 7 160 140 93 4.810 1.560
Melkveebedrijven Noord-Holland (PV) 2025* 14 250 220 86 3.900 1.260
Melkveebedrijven Zuid-Holland (PV) 2025* 10 230 180 90 4.570 1.480
Melkveebedrijven Zeeland (PV) 2025* 8 20 20 92 1.270 400
Melkveebedrijven Noord-Brabant (PV) 2025* 5 280 190 95 13.840 4.420
Melkveebedrijven Limburg (PV) 2025* 13 170 110 87 2.460 780
Melkveebedrijven Concentratiegebied Oost 2025* 7 570 450 93 16.970 5.440
Melkveebedrijven Concentratiegebied Zuid 2025* 6 260 160 94 14.000 4.470
Melkveebedrijven Niet-concentratiegebied 2025* 9 2.230 1.860 91 48.750 15.640
Vleeskalverenbedrijven Nederland 2025* 16 400 100 84 11.900 4.000
Vleeskalverenbedrijven Noord-Nederland (LD) 2025* 18 70 30 82 990 330
Vleeskalverenbedrijven Oost-Nederland (LD) 2025* 16 200 80 84 7.690 2.610
Vleeskalverenbedrijven West-Nederland (LD) 2025* 22 20 10 78 600 200
Vleeskalverenbedrijven Zuid-Nederland (LD) 2025* 14 70 20 86 2.610 900
Vleeskalverenbedrijven Groningen (PV) 2025* 13 20 10 87 180 60
Vleeskalverenbedrijven Fryslân (PV) 2025* 13 20 10 88 460 150
Vleeskalverenbedrijven Drenthe (PV) 2025* 27 40 10 73 350 120
Vleeskalverenbedrijven Overijssel (PV) 2025* 17 70 30 83 2.080 730
Vleeskalverenbedrijven Flevoland (PV) 2025* 33 0 0 67 70 20
Vleeskalverenbedrijven Gelderland (PV) 2025* 15 120 50 85 5.540 1.860
Vleeskalverenbedrijven Utrecht (PV) 2025* 19 10 0 81 530 170
Vleeskalverenbedrijven Noord-Holland (PV) 2025* 50 0 0 50 10 0
Vleeskalverenbedrijven Zuid-Holland (PV) 2025* 20 0 0 80 60 20
Vleeskalverenbedrijven Zeeland (PV) 2025* 50 0 0 50 0 0
Vleeskalverenbedrijven Noord-Brabant (PV) 2025* 15 60 20 85 2.420 830
Vleeskalverenbedrijven Limburg (PV) 2025* 11 10 0 89 190 70
Vleeskalverenbedrijven Concentratiegebied Oost 2025* 15 140 50 85 6.530 2.220
Vleeskalverenbedrijven Concentratiegebied Zuid 2025* 14 70 20 86 2.550 880
Vleeskalverenbedrijven Niet-concentratiegebied 2025* 19 150 70 81 2.800 950
Overige rundveebedrijven Nederland 2025* 74 7.600 4.000 26 2.700 800
Overige rundveebedrijven Noord-Nederland (LD) 2025* 77 2.130 1.060 23 320 100
Overige rundveebedrijven Oost-Nederland (LD) 2025* 74 2.630 1.470 26 1.180 360
Overige rundveebedrijven West-Nederland (LD) 2025* 76 1.520 820 24 550 170
Overige rundveebedrijven Zuid-Nederland (LD) 2025* 68 1.280 610 32 640 200
Overige rundveebedrijven Groningen (PV) 2025* 71 470 210 29 100 30
Overige rundveebedrijven Fryslân (PV) 2025* 76 800 450 24 120 40
Overige rundveebedrijven Drenthe (PV) 2025* 81 870 400 19 100 30
Overige rundveebedrijven Overijssel (PV) 2025* 73 1.050 600 27 520 160
Overige rundveebedrijven Flevoland (PV) 2025* 38 20 10 63 20 10
Overige rundveebedrijven Gelderland (PV) 2025* 76 1.570 860 24 650 200
Overige rundveebedrijven Utrecht (PV) 2025* 79 470 270 21 190 60
Overige rundveebedrijven Noord-Holland (PV) 2025* 76 440 240 24 80 20
Overige rundveebedrijven Zuid-Holland (PV) 2025* 73 310 180 27 210 60
Overige rundveebedrijven Zeeland (PV) 2025* 75 300 130 25 80 20
Overige rundveebedrijven Noord-Brabant (PV) 2025* 68 880 420 32 460 140
Overige rundveebedrijven Limburg (PV) 2025* 71 400 190 29 180 60
Overige rundveebedrijven Concentratiegebied Oost 2025* 74 1.810 1.010 26 990 310
Overige rundveebedrijven Concentratiegebied Zuid 2025* 67 950 430 33 510 150
Overige rundveebedrijven Niet-concentratiegebied 2025* 76 4.810 2.520 24 1.200 370
Geiten- en andere graasdierbedrijven Nederland 2025* 62 6.500 2.900 38 9.000 3.400
Geiten- en andere graasdierbedrijven Noord-Nederland (LD) 2025* 68 1.770 830 32 1.100 400
Geiten- en andere graasdierbedrijven Oost-Nederland (LD) 2025* 62 1.900 840 38 3.380 1.280
Geiten- en andere graasdierbedrijven West-Nederland (LD) 2025* 65 1.890 880 35 1.420 530
Geiten- en andere graasdierbedrijven Zuid-Nederland (LD) 2025* 49 950 380 51 3.120 1.200
Geiten- en andere graasdierbedrijven Groningen (PV) 2025* 67 350 170 33 190 70
Geiten- en andere graasdierbedrijven Fryslân (PV) 2025* 71 1.010 490 29 500 180
Geiten- en andere graasdierbedrijven Drenthe (PV) 2025* 65 420 180 35 410 150
Geiten- en andere graasdierbedrijven Overijssel (PV) 2025* 62 680 300 38 1.230 460
Geiten- en andere graasdierbedrijven Flevoland (PV) 2025* 22 20 10 78 150 60
Geiten- en andere graasdierbedrijven Gelderland (PV) 2025* 64 1.200 530 36 2.000 760
Geiten- en andere graasdierbedrijven Utrecht (PV) 2025* 64 450 200 36 540 200
Geiten- en andere graasdierbedrijven Noord-Holland (PV) 2025* 71 670 320 29 450 170
Geiten- en andere graasdierbedrijven Zuid-Holland (PV) 2025* 61 650 310 39 360 130
Geiten- en andere graasdierbedrijven Zeeland (PV) 2025* 56 110 50 44 70 30
Geiten- en andere graasdierbedrijven Noord-Brabant (PV) 2025* 48 680 270 52 2.420 930
Geiten- en andere graasdierbedrijven Limburg (PV) 2025* 52 270 120 48 700 270
Geiten- en andere graasdierbedrijven Concentratiegebied Oost 2025* 63 1.450 620 37 2.330 890
Geiten- en andere graasdierbedrijven Concentratiegebied Zuid 2025* 49 690 270 51 2.830 1.090
Geiten- en andere graasdierbedrijven Niet-concentratiegebied 2025* 65 4.370 2.040 35 3.860 1.430
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de mestproductie en de daarmee uitgescheiden hoeveelheid stikstof en fosfaat. Daarnaast wordt de mestproductie vergeleken met de plaatsingsruimte volgens de geldende gebruiksnormen. De gegevens kunnen worden uitgesplitst naar type bedrijf volgens de standaard bedrijfstypering op basis van het brutostandaardsaldo (BSS) en standaardopbrengten (SO). Het totaal voor Nederland kan worden uitgesplitst naar landsdelen, provincies en concentratiegebieden.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1990.

Status van de cijfers:
Cijfers zijn bij eerste publicatie definitief maar nieuwe inzichten in berekeningsmethoden kunnen aanleiding geven tot herberekening van de tijdreeks.

Wijzigingen per 29 juni 2026:
De voorlopige cijfers over de productie van dierlijke mest in 2025 zijn toegevoegd.
De berekening van de plaatsingsruimte voor dierlijke mest in 2025 is gebaseerd op nieuwe gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het derde kwartaal van 2026 verschijnen de definitieve cijfers over de mestproductie in 2025.

Toelichting onderwerpen

Productie en plaatsingruimte mest
Bedrijven zonder overproductie mineralen
Bedrijven waar de stikstof- en fosfaatproductie niet groter is dan de plaatsingsruimte voor dierlijke mest.

De stikstofproductie is berekend door de stikstofuitscheiding te verminderen met berekende stikstofverliezen uit stallen en mestopslagen volgens de rekenmethodiek van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM). Deze verliezen zijn over het algemeen kleiner dan de forfaitaire verliezen op basis van de mestwetgeving. Bij het gebruik van berekende stikstofverliezen blijft er dus meer stikstof in de mest achter en zal er dus eerder sprake zijn van overproductie ten opzichte van de plaatsingsruimte. Wettelijk gezien is er pas sprake van overproductie als de mineralenuitscheiding gecorrigeerd voor forfaitaire verliezen hoger is dan de plaatsingsruimte.
Bedrijven zonder overproductie
Bedrijven zonder overproductie van stikstof en fosfaat, als percentage van het totale aantal landbouwbedrijven.
Rest. plaatsingsruimte stikstof (N)
Het verschil tussen plaatsingsruimte en stikstofproductie op bedrijven waar de stikstof- en fosfaatproductie binnen de plaatsingsruimte blijven. Er kan op deze bedrijven nog dierlijke mest worden aangevoerd.
Rest. plaatsingsruimte fosfaat (P205)
Het verschil tussen plaatsingsruimte en fosfaatproductie (P205) op bedrijven waar de fosfaat- en stikstofproductie binnen de plaatsingsruimte blijven. Er kan op deze bedrijven nog dierlijke mest worden aangevoerd.
Bedrijven met overproductie mineralen
Bedrijven waar de stikstof- of fosfaatproductie groter is dan de plaatsingsruimte op basis van de gebruiksnorm.

De stikstofproductie is berekend door de stikstofuitscheiding te verminderen met berekende stikstofverliezen uit stallen en mestopslagen volgens de rekenmethodiek van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM), inclusief de afvoer via het spuiwater van luchtwassers. De gasvormige verliezen zijn over het algemeen kleiner dan de forfaitaire verliezen op basis van de mestwetgeving. Bij het gebruik van berekende stikstofverliezen blijft er dus meer stikstof in de mest achter en zal er dus eerder sprake zijn van overproductie ten opzichte van de plaatsingsruimte. Wettelijk gezien is er pas sprake van overproductie als de mineralenuitscheiding gecorrigeerd voor forfaitaire verliezen hoger is dan de plaatsingsruimte.
Bedrijven met overproductie
Bedrijven met overproductie van stikstof of fosfaat, als percentage van het totale aantal landbouwbedrijven.
Stikstofoverschot (N)
De stikstofproductie minus de plaatsingsruimte voor stikstof op bedrijven met overproductie van stikstof. Het kan voorkomen dat de plaatsingsruimte voor stikstof niet overschreden wordt, maar wel die van fosfaat. In dat geval moet toch mest worden afgevoerd en wordt het 'stikstofoverschot' bepaald door de verhouding tussen stikstof en fosfaat in de af te voeren mest.
Fosfaatoverschot (P205)
De fosfaatproductie minus de plaatsingsruimte voor fosfaat op bedrijven met overproductie van fosfaat. Het kan voorkomen dat de plaatsingsruimte voor fosfaat niet wordt overschreden, maar wel die van stikstof. In dat geval moet toch mest worden afgevoerd en wordt het 'fosfaatoverschot' bepaald door de verhouding tussen stikstof en fosfaat in de af te voeren mest.