Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio 2011-2016

Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio 2011-2016

Kenmerken van huishoudens Regio's Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Totaal vermogen (mld euro) Gemiddeld vermogen (1 000 euro) Mediaan vermogen (1 000 euro)
Bron: Uitkering werkloosheid Nederland 2016* 95,1 8,0 83,7 8,7
Bron: Uitkering werkloosheid Noord-Nederland (LD) 2016* 9,8 0,7 76,5 12,8
Bron: Uitkering werkloosheid Oost-Nederland (LD) 2016* 19,4 1,7 85,2 10,4
Bron: Uitkering werkloosheid West-Nederland (LD) 2016* 45,7 3,5 77,1 5,7
Bron: Uitkering werkloosheid Zuid-Nederland (LD) 2016* 20,1 2,0 100,9 15,7
Bron: Uitkering werkloosheid Groningen (PV) 2016* 3,4 0,2 58,5 5,9
Bron: Uitkering werkloosheid Friesland (PV) 2016* 3,7 0,3 84,9 19,9
Bron: Uitkering werkloosheid Drenthe (PV) 2016* 2,6 0,2 88,3 17,2
Bron: Uitkering werkloosheid Overijssel (PV) 2016* 5,9 0,5 86,8 11,6
Bron: Uitkering werkloosheid Flevoland (PV) 2016* 2,5 0,1 53,0 3,2
Bron: Uitkering werkloosheid Gelderland (PV) 2016* 11,0 1,0 91,8 12,4
Bron: Uitkering werkloosheid Utrecht (PV) 2016* 6,6 0,7 101,2 14,7
Bron: Uitkering werkloosheid Noord-Holland (PV) 2016* 16,0 1,4 84,2 7,1
Bron: Uitkering werkloosheid Zuid-Holland (PV) 2016* 21,3 1,3 62,4 3,2
Bron: Uitkering werkloosheid Zeeland (PV) 2016* 1,8 0,2 99,7 17,6
Bron: Uitkering werkloosheid Noord-Brabant (PV) 2016* 13,8 1,4 104,6 15,3
Bron: Uitkering werkloosheid Limburg (PV) 2016* 6,3 0,6 92,8 16,4
Bron: Uitkering werkloosheid Oost-Groningen (CR) 2016* 0,8 0,0 52,6 3,9
Bron: Uitkering werkloosheid Delfzijl en omgeving (CR) 2016* 0,3 0,0 46,0 3,8
Bron: Uitkering werkloosheid Overig Groningen (CR) 2016* 2,3 0,1 62,1 6,7
Bron: Uitkering werkloosheid Noord-Friesland (CR) 2016* 2,0 0,2 77,5 19,7
Bron: Uitkering werkloosheid Zuidwest-Friesland (CR) 2016* 0,7 0,1 95,8 25,0
Bron: Uitkering werkloosheid Zuidoost-Friesland (CR) 2016* 1,0 0,1 92,4 17,0
Bron: Uitkering werkloosheid Noord-Drenthe (CR) 2016* 1,0 0,1 94,1 20,8
Bron: Uitkering werkloosheid Zuidoost-Drenthe (CR) 2016* 1,0 0,1 73,1 12,0
Bron: Uitkering werkloosheid Zuidwest-Drenthe (CR) 2016* 0,7 0,1 101,7 18,0
Bron: Uitkering werkloosheid Noord-Overijssel (CR) 2016* 1,8 0,2 97,7 13,4
Bron: Uitkering werkloosheid Zuidwest-Overijssel (CR) 2016* 0,9 0,1 82,6 14,6
Bron: Uitkering werkloosheid Twente (CR) 2016* 3,3 0,3 82,1 9,9
Bron: Uitkering werkloosheid Veluwe (CR) 2016* 3,2 0,3 105,8 17,5
Bron: Uitkering werkloosheid Achterhoek (CR) 2016* 2,0 0,2 94,8 19,1
Bron: Uitkering werkloosheid Arnhem/Nijmegen (CR) 2016* 4,7 0,4 75,2 7,3
Bron: Uitkering werkloosheid Zuidwest-Gelderland (CR) 2016* 1,1 0,1 116,5 22,2
Bron: Uitkering werkloosheid Utrecht (CR) 2016* 6,6 0,7 101,2 14,7
Bron: Uitkering werkloosheid Kop van Noord-Holland (CR) 2016* 1,6 0,1 91,8 18,2
Bron: Uitkering werkloosheid Alkmaar en omgeving (CR) 2016* 1,1 0,1 87,3 13,5
Bron: Uitkering werkloosheid IJmond (CR) 2016* 0,9 0,1 108,7 12,6
Bron: Uitkering werkloosheid Agglomeratie Haarlem (CR) 2016* 1,3 0,1 112,2 14,2
Bron: Uitkering werkloosheid Zaanstreek (CR) 2016* 0,9 0,1 59,5 3,5
Bron: Uitkering werkloosheid Groot-Amsterdam (CR) 2016* 8,8 0,6 70,2 4,4
Bron: Uitkering werkloosheid Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2016* 1,5 0,2 133,6 21,3
Bron: Uitkering werkloosheid Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2016* 2,0 0,2 106,7 16,1
Bron: Uitkering werkloosheid Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2016* 5,7 0,3 57,5 1,9
Bron: Uitkering werkloosheid Delft en Westland (CR) 2016* 1,1 0,1 75,9 8,3
Bron: Uitkering werkloosheid Oost-Zuid-Holland (CR) 2016* 1,6 0,1 91,3 12,5
Bron: Uitkering werkloosheid Groot-Rijnmond (CR) 2016* 9,0 0,4 48,1 1,7
Bron: Uitkering werkloosheid Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2016* 2,0 0,1 66,8 6,2
Bron: Uitkering werkloosheid Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2016* 0,5 0,1 115,6 21,3
Bron: Uitkering werkloosheid Overig Zeeland (CR) 2016* 1,3 0,1 93,8 15,9
Bron: Uitkering werkloosheid West-Noord-Brabant (CR) 2016* 4,0 0,4 102,3 17,2
Bron: Uitkering werkloosheid Midden-Noord-Brabant (CR) 2016* 2,6 0,2 85,3 8,0
Bron: Uitkering werkloosheid Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2016* 3,1 0,4 120,6 21,4
Bron: Uitkering werkloosheid Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2016* 4,1 0,4 107,0 15,3
Bron: Uitkering werkloosheid Noord-Limburg (CR) 2016* 1,6 0,2 103,6 22,3
Bron: Uitkering werkloosheid Midden-Limburg (CR) 2016* 1,2 0,1 109,9 24,9
Bron: Uitkering werkloosheid Zuid-Limburg (CR) 2016* 3,5 0,3 81,5 12,3
Bron: Uitkering werkloosheid Flevoland (CR) 2016* 2,5 0,1 53,0 3,2
Bron: Uitkering werkloosheid Aa en Hunze 2016* 0,1 0,0 156,7 88,0
Bron: Uitkering werkloosheid Aalburg 2016* 0,0 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Aalsmeer 2016* 0,1 0,0 123,4 15,1
Bron: Uitkering werkloosheid Aalten 2016* 0,1 0,0 91,8 24,0
Bron: Uitkering werkloosheid Achtkarspelen 2016* 0,1 0,0 93,3 31,6
Bron: Uitkering werkloosheid Alblasserdam 2016* 0,1 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Albrandswaard 2016* 0,1 . . 9,0
Bron: Uitkering werkloosheid Alkmaar 2016* 0,6 0,0 67,5 7,0
Bron: Uitkering werkloosheid Almelo 2016* 0,5 0,0 47,8 3,0
Bron: Uitkering werkloosheid Almere 2016* 1,5 0,1 47,2 3,2
Bron: Uitkering werkloosheid Alphen aan den Rijn 2016* 0,5 0,0 86,7 12,1
Bron: Uitkering werkloosheid Alphen-Chaam 2016* 0,0 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Ameland 2016* 0,0 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Amersfoort 2016* 0,9 0,1 77,8 12,1
Bron: Uitkering werkloosheid Amstelveen 2016* 0,5 0,0 104,7 11,0
Bron: Uitkering werkloosheid Amsterdam 2016* 6,4 0,4 60,1 3,1
Bron: Uitkering werkloosheid Anna Paulowna 2016* . . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Apeldoorn 2016* 1,0 0,1 85,9 7,6
Bron: Uitkering werkloosheid Appingedam 2016* 0,1 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Arnhem 2016* 1,2 0,0 42,3 1,8
Bron: Uitkering werkloosheid Assen 2016* 0,4 0,0 45,9 5,2
Bron: Uitkering werkloosheid Asten 2016* 0,1 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Baarle-Nassau 2016* 0,0 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Baarn 2016* 0,1 0,0 107,1 16,9
Bron: Uitkering werkloosheid Barendrecht 2016* 0,2 0,0 112,9 39,7
Bron: Uitkering werkloosheid Barneveld 2016* 0,2 0,0 142,8 30,9
Bron: Uitkering werkloosheid Bedum 2016* 0,1 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Beek (L.) 2016* 0,1 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Beemster 2016* 0,0 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Beesel 2016* 0,1 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Bellingwedde 2016* 0,0 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Berg en Dal 2016* 0,2 0,0 94,3 21,0
Bron: Uitkering werkloosheid Bergambacht 2016* . . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Bergeijk 2016* 0,1 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Bergen (L.) 2016* 0,1 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Bergen (NH.) 2016* 0,1 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Bergen op Zoom 2016* 0,6 0,1 109,4 21,7
Bron: Uitkering werkloosheid Berkelland 2016* 0,2 0,0 137,3 60,6
Bron: Uitkering werkloosheid Bernheze 2016* 0,1 0,0 139,3 65,1
Bron: Uitkering werkloosheid Bernisse 2016* . . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Best 2016* 0,2 0,0 138,8 70,4
Bron: Uitkering werkloosheid Beuningen 2016* 0,2 0,0 108,2 23,5
Bron: Uitkering werkloosheid Beverwijk 2016* 0,2 0,0 54,0 3,5
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het vermogen van huishoudens naar kenmerken als samenstelling van het huishouden, leeftijd en migratieachtergrond van de hoofdkostwinner, voornaamste inkomensbron, woonsituatie, inkomensgroep, vermogensgroep en vermogensklasse. De gegevens zijn beschikbaar naar diverse regionale indelingen gebaseerd op de gemeentelijke indeling per 1 januari van het verslagjaar.

Gegevens beschikbaar van 2011 tot en met 2016
De gegevens betreffen de stand van het vermogen per 1 januari.

Status van de cijfers:
De cijfers zijn voorlopig.

Het samenstellen van de cijfers is per verslagjaar 2011 in vergelijking met voorgaande jaren op enkele onderdelen gewijzigd:
Vanaf 2011 is er completere informatie van bank- en spaartegoeden en effecten beschikbaar. Alle kleine tegoeden worden vanaf dat moment ook waargenomen. Hierdoor zijn er meer huishoudens met deze vermogensbestanddelen.
Vanaf 2011 is er completere informatie van de schulden beschikbaar. Studieschulden en leningen bij banken worden vanaf dat moment volledig waargenomen. Hierdoor zijn er meer huishoudens met overige schulden. Studieschulden behoorden t/m 2010 tot de overige schulden.

Wijziging per 20 februari 2019:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door de tabel 'Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2018)'. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Aantal particuliere huishoudens met vermogen per 1 januari van het verslagjaar.
Een particulier huishouden bestaat uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften.
Totaal vermogen
Totale som van het vermogen van particuliere huishoudens.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Gemiddeld vermogen
Gemiddeld vermogen van particuliere huishoudens.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Mediaan vermogen
Mediaan vermogen van particuliere huishoudens.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getalen van laag naar hoog worden gesorteerd.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.