Kerncijfers wijken en buurten 2017

Kerncijfers wijken en buurten 2017

Wijken en buurten Regioaanduiding Indelingswijziging wijken en buurten (code) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Actieven 15-75 jaar (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met een laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Nabijheid voorzieningen Afstand tot huisartsenpraktijk (km) Nabijheid voorzieningen Afstand tot grote supermarkt (km) Nabijheid voorzieningen Afstand tot kinderdagverblijf (km)
Meierijstad . 64.200 31,5 25,6 39,0 18,7 62,3 30,8 24,0 4,3 4,0 1,3 1,2 0,8
Erp 3 5.500 31,3 25,4 40,0 19,2 65,5 25,9 29,6 3,5 3,2 1,6 1,5 1,0
Boerdonk 3 400 30,7 24,7 41,2 19,6 63,4 28,2 31,2 4,5 4,0 3,5 3,1 2,9
Bolst 3 600 27,9 22,4 39,3 14,1 65,4 28,3 15,6 1,9 1,6 0,4 0,7 0,2
Buitengebied Boerdonk 3 200 32,9 27,7 36,9 25,8 69,3 . . . . 4,0 3,7 3,0
Buitengebied Erp 3 200 34,0 26,3 39,6 20,9 66,9 . . . . 1,4 1,6 1,2
Buitengebied Geregt 3 100 34,1 29,6 34,8 22,5 69,7 . . . . 4,8 4,5 2,0
Buitengebied Hurkske en Hoek 3 200 34,5 27,6 34,5 28,0 72,8 . . . . 2,7 2,2 1,7
Buitengebied Keldonk 3 200 35,2 28,9 42,7 20,7 66,8 . . . . 3,0 2,7 1,6
Buitengebied Kraanmeer en Veluwe 3 300 34,4 28,3 43,0 24,1 65,0 20,3 45,8 5,4 8,0 2,0 1,9 1,6
Empeldonk 3 600 29,4 25,5 41,1 17,0 64,5 29,4 24,0 2,7 3,8 0,7 0,4 0,8
Erp Centrum 3 700 27,8 23,5 47,4 12,7 59,3 43,9 16,4 5,3 6,3 0,6 0,3 0,5
Erp Zuid 3 300 35,8 30,3 40,0 19,0 54,9 17,8 32,6 1,5 0,8 1,4 0,9 0,5
Keldonk 3 600 31,2 24,3 38,1 20,3 66,4 23,9 29,1 4,9 2,4 2,8 2,8 0,4
Vlaskamp 3 1.100 32,4 25,1 36,4 21,9 69,9 19,2 37,5 2,9 1,7 0,7 0,9 0,9
Schijndel 3 19.100 30,9 25,2 39,2 18,0 61,3 33,0 22,2 4,3 3,7 1,2 0,8 0,7
Boschweg Noordoost 3 1.900 27,2 21,8 41,4 13,8 60,0 33,7 14,6 6,4 4,3 1,4 0,3 0,8
Boschweg Zuidwest 3 1.200 28,8 22,9 45,7 14,6 55,5 35,0 16,6 6,2 4,9 1,2 0,7 0,4
Buitengebeid Elderbroek 2 200 43,1 35,2 41,0 26,9 69,4 30,8 40,2 3,8 2,9 2,1 2,0 1,8
Buitengebied Broekkant 3 300 35,3 28,6 44,9 23,0 64,4 21,0 44,4 3,3 2,4 2,3 2,4 1,1
Buitengebied Molendijk 2 900 32,7 26,4 39,6 18,5 60,5 34,3 23,2 5,6 3,8 2,8 1,8 2,0
Buitengebied Oetelaar 3 300 39,9 33,7 36,8 24,1 67,1 16,5 47,0 1,7 1,7 2,3 2,1 1,7
Buitengebied Rooiseheide 2 300 43,1 35,1 37,3 21,9 59,3 16,9 41,6 3,2 1,9 1,9 1,5 1,3
Buitengebied Steeg 2 100 . . . . . . . . . 2,5 2,0 2,2
Buitengebied Vlagheide 2 100 . . . . . . . . . 2,0 1,5 1,5
De Beemd 1 3 1.700 29,8 24,6 38,5 16,7 56,8 29,7 20,4 3,4 3,1 1,1 0,6 0,4
De Beemd 3 2 400 26,6 22,6 40,0 12,8 61,5 51,3 11,8 6,8 4,7 0,9 0,2 0,4
De Borne 1 3 1.000 33,2 27,1 35,4 21,5 58,4 27,2 23,2 4,2 4,4 0,8 0,7 0,8
De Borne 2 2 200 36,2 27,7 27,9 26,4 71,0 18,0 29,0 . . 0,6 0,7 0,7
Duin 1 3 100 . . . . . . . . . 1,5 2,0 1,4
Duin 2 2 0 . . . . . . . . . 1,7 1,3 1,6
Grevekeur 3 1.200 29,5 23,3 35,7 16,8 66,7 32,8 15,4 5,5 5,0 1,6 0,9 0,4
Hoevenbraak 2 1.700 24,1 20,2 49,2 9,6 55,6 49,8 10,9 6,3 6,8 0,7 0,8 0,3
Hopstraat 2 800 34,1 28,3 36,5 24,1 64,0 17,5 37,1 2,4 2,1 0,8 0,8 0,9
Hulzebraak 2 1.300 36,4 27,4 30,1 26,6 72,6 22,2 34,8 4,6 2,8 0,5 1,0 0,6
Molendijk 3 100 31,7 26,3 40,3 23,0 63,7 . . . . 1,7 0,7 0,8
Plein 1 2 1.100 29,8 23,7 33,3 18,1 69,5 34,4 17,6 3,7 3,5 0,8 0,6 0,3
Plein 2 2 200 37,2 31,0 45,6 25,7 52,0 9,9 46,5 1,0 0,0 0,7 0,8 0,4
Plein 3 2 700 30,1 24,5 37,0 19,0 62,0 15,7 33,0 2,3 1,6 1,1 0,5 0,4
Rooiseheide 2 100 . . . . . . . . . 1,1 0,4 0,8
Schijndel Centrum 1 3 600 27,7 24,0 43,4 13,1 53,2 60,4 10,8 3,4 5,3 0,6 0,2 0,3
Schijndel Centrum 2 3 600 28,5 25,9 41,3 12,1 48,7 50,5 11,0 4,2 4,4 0,5 0,2 0,3
Schijndel Centrum 3 2 500 28,4 24,2 43,4 16,3 51,3 39,1 23,5 3,6 2,9 0,6 0,5 0,5
Schijndel Centrum 4 2 400 37,4 32,0 35,6 27,7 60,6 16,0 37,2 1,1 1,1 0,3 0,4 0,8
Wijbosch 2 1.100 31,6 25,2 37,4 19,8 66,8 24,5 30,9 1,2 1,0 1,9 2,0 0,6
Sint-Oedenrode 3 14.500 32,2 26,4 39,8 19,0 62,3 29,2 26,3 3,7 3,7 1,6 1,3 0,6
Armenhoef 3 500 29,1 22,8 39,7 15,5 61,4 27,6 17,3 3,4 3,4 0,3 0,6 0,3
Boskant 3 700 28,4 22,9 38,4 14,2 62,3 26,2 24,1 3,0 3,6 3,1 0,3 0,3
Buitengebied Boskant 3 600 35,0 28,3 39,0 23,0 62,7 15,4 40,9 2,8 2,8 2,5 1,6 1,3
Buitengebied Jekschotse Heide en Everse 3 500 32,6 27,8 46,0 16,2 61,7 26,7 38,8 7,4 5,9 4,1 3,8 2,7
Buitengebied Nijnsel 3 200 34,6 28,3 39,3 23,1 67,5 29,4 37,8 3,4 2,6 2,3 2,2 1,6
Buitengebied Olland 3 400 45,1 36,8 39,9 23,3 67,8 20,4 46,5 2,6 2,6 3,8 3,4 1,1
Buitengeb. Rijsingen en Schijndelse Heid 3 200 29,4 25,1 44,9 17,1 59,7 21,7 33,0 4,9 2,9 2,3 1,9 1,0
Buitengebied Veerse Heide en Koevering 3 200 37,0 30,4 36,3 23,9 68,1 . . . . 2,5 2,5 2,0
Buitengebied Vressel en Zwijnsbergen 3 600 33,1 27,7 45,1 19,5 63,2 28,5 39,2 2,7 3,4 3,7 2,6 1,7
Cathalijne en Kinderbos 3 1.000 32,5 27,4 38,7 19,7 60,7 29,3 26,8 5,5 4,4 1,3 1,0 0,5
Eerschot 3 1.800 31,3 25,6 39,8 17,4 63,3 29,3 20,6 4,2 4,1 0,6 0,8 0,4
Heikant en Sluitappel 3 500 43,9 29,6 27,0 36,2 79,1 14,1 45,7 1,6 1,2 1,0 1,3 0,9
Kienehoef Noord 3 600 35,2 28,5 36,9 20,5 57,6 16,9 28,2 4,6 3,9 1,4 0,8 0,6
Kienehoef Zuid 3 2.000 33,0 26,2 36,2 20,3 59,3 20,0 26,4 2,5 2,5 1,0 0,4 0,3
Nijnsel 3 1.100 29,1 23,8 39,6 17,1 66,8 28,8 23,6 2,7 2,3 2,8 2,4 0,3
Olland 3 500 32,7 26,3 37,2 23,9 66,2 22,7 36,4 2,2 1,8 4,5 4,2 0,4
Sint-Oedenrode Centrum Noord 3 1.500 26,1 23,9 49,2 11,2 50,6 59,3 9,9 4,6 6,8 0,4 0,2 0,3
Sint-Oedenrode Centrum Zuid 3 1.700 32,0 26,6 39,2 20,2 62,5 26,3 26,4 4,4 3,6 0,5 0,8 0,5
Veghel 3 25.100 31,6 25,5 38,2 18,9 62,3 31,0 22,9 4,8 4,4 1,2 1,3 0,9
't Ven Oost 3 1.400 38,2 27,1 27,6 30,0 76,1 21,2 35,4 2,7 2,5 1,1 1,7 0,7
't Ven West 3 1.800 35,7 27,0 34,3 26,4 65,2 17,4 34,4 2,3 1,5 1,3 1,6 1,2
Amert en Binnenveld 3 100 30,7 26,2 43,9 19,5 64,4 . . . . 1,3 0,5 1,8
Bloemenwijk 3 1.200 26,6 21,1 43,7 11,5 60,7 41,2 14,2 9,7 6,9 0,6 1,2 1,0
Buitengebied Driehuizen en Hazelberg 3 200 34,6 28,5 39,6 21,3 62,9 . . . . 3,0 2,2 1,7
Buitengebied Eerde 3 300 34,7 30,7 36,2 21,9 71,9 19,0 35,7 3,2 3,2 4,2 4,1 1,3
Buitengebied Heuvel en Havelt 3 100 33,2 28,0 40,0 20,0 66,7 . . . . 1,8 1,8 2,1
Buitengebied Jekschot 3 100 27,8 23,5 42,4 18,7 71,3 . . . . 6,0 3,8 2,6
Buitengebied Mariaheide 3 400 35,0 29,2 46,0 19,0 62,5 12,5 44,9 1,5 0,7 2,6 2,4 1,1
Buitengebied Sportpark en Dorshout 3 200 38,0 32,6 37,0 19,9 67,0 . . . . 1,6 1,4 1,2
Buitengebied Zijtaart 3 600 30,8 25,2 43,1 20,1 69,3 35,5 34,4 1,2 1,2 4,6 4,7 1,6
Bunderse Hoek Noord 3 1.400 32,6 26,4 36,1 22,0 63,7 21,0 28,4 3,8 3,3 0,7 0,8 0,6
Bunderse Hoek Zuid 3 900 35,7 29,2 34,4 24,4 61,1 22,1 30,8 2,6 2,6 0,7 0,5 0,7
Busselbunders 3 1.200 31,2 24,4 36,4 19,0 60,4 22,0 21,9 3,0 3,0 0,6 0,7 0,4
De Scheifelaar 3 400 49,5 40,5 36,0 36,3 53,9 11,5 58,3 4,5 2,6 0,8 0,8 1,3
Doornhoek en Kempkens 3 0 . . . . . . . . . 3,5 3,8 2,3
Dubbelen 3 0 . . . . . . . . . 2,6 2,5 2,4
Eerde 3 900 29,7 24,6 37,4 16,6 68,8 23,9 26,4 2,0 3,0 4,0 4,3 0,4
Erpseweg Zuid 3 100 . . . . . . . . . 1,6 1,8 2,4
Heibunders 3 800 28,7 22,4 37,6 15,5 61,3 24,1 15,3 2,3 2,5 0,5 0,7 0,3
Hoogeinde 3 300 41,3 34,1 30,2 26,3 71,2 25,3 32,5 4,0 2,0 0,2 0,8 0,9
Koolenkampen en Iepenlaan 3 800 31,6 27,4 38,1 18,9 59,5 38,8 19,8 3,5 4,6 0,4 0,6 0,6
Laarbunders 3 1.900 34,9 27,9 35,4 23,1 58,7 20,0 24,3 3,8 3,2 0,6 0,6 0,7
Leest 3 1.600 27,4 21,5 42,3 14,1 58,4 34,2 15,4 8,2 6,7 1,0 0,7 0,4
Leest Noord 3 600 29,4 23,4 33,9 16,9 64,5 16,1 24,4 1,9 1,0 0,8 0,4 0,6
Mariaheide 3 900 31,8 26,1 37,0 20,4 67,3 16,8 31,1 1,5 1,0 2,7 2,5 1,0
Oranjewijk en Dorsveld 3 900 28,0 22,7 40,9 12,7 65,3 46,5 9,5 12,2 11,0 0,7 0,5 1,3
Oude ontginning 3 200 42,9 33,2 33,8 31,1 68,8 11,7 52,4 2,0 2,0 1,1 1,5 1,8
Veghel Centrum 3 2.100 28,5 25,6 40,7 13,9 56,2 56,5 9,9 7,2 7,8 0,5 0,3 0,7
Veghel Zuid 1 3 1.100 26,1 21,9 44,8 11,2 49,0 50,6 11,9 8,7 9,5 0,3 0,4 1,1
Veghel Zuid 2 3 1.600 24,3 19,1 45,4 9,6 56,0 38,8 10,0 5,6 5,6 0,4 0,6 1,2
Vijverwijk 3 400 40,8 35,3 33,1 28,5 62,8 15,5 38,0 0,0 0,0 0,8 0,9 0,8
Zijtaart 3 700 29,6 24,1 39,9 17,1 64,7 25,7 23,8 1,9 2,1 4,3 4,5 0,5
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2017.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 26 februari 2020
Alle cijfers binnen het thema inkomen zijn vervangen door definitieve cijfers. Binnen het thema nabijheid voorzieningen zijn cijfers over de afstand tot een huisartsenpraktijk toegevoegd.


Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Elk kwartaal worden er nieuwe cijfers toegevoegd indien deze beschikbaar zijn.

Toelichting onderwerpen

Regioaanduiding
De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling.

Wijk:
Onderdeel van een gemeente waarin een bepaalde vorm van bodemgebruik of bebouwing overheerst. Bijvoorbeeld: industriegebied, woongebied met hoogbouw of laagbouw. Een wijk bestaat uit één of meerdere buurten.

Buurt:
Onderdeel van een gemeente, dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.
Indelingswijziging wijken en buurten
Deze indicator geeft per wijk en buurt aan of de cijfers uit deze tabel zonder problemen kunnen worden gekoppeld aan en vergeleken met de cijfers van een jaar eerder, of dat er wijzigingen in de Wijk- en Buurtindeling zijn waardoor dit niet kan. Detailinformatie over wijzigingen in de Wijk- en Buurtindeling kan worden verkregen door de wijk- en buurtkaart van twee opeenvolgende jaren met elkaar te vergelijken.

De indicator kent drie mogelijke waarden:
1: De codering en afbakening van deze wijk/buurt is ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. Het is wel mogelijk dat een naamswijziging heeft plaatsgevonden. De cijfers kunnen worden gekoppeld en vergeleken met die van het voorgaande jaar.
2: De codering van de wijk/buurt is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. De afbakening is ongewijzigd. Om te kunnen koppelen met cijfers van het voorgaande jaar zal eerst moeten worden achterhaald wat de codering van het voorgaande jaar was. Is de koppeling eenmaal geslaagd dan kunnen de cijfers alsnog met elkaar worden vergeleken.
3: De afbakening van de wijk/buurt is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit kan gepaard zijn gegaan met een gewijzigde codering. De cijfers kunnen niet zonder meer worden vergeleken met die van het voorgaande jaar. Verschillen kunnen immers samenhangen met de verandering in de afbakening van de wijk of buurt.

Voor een wijk of buurt wordt alleen een wijziging in de afbakening geconstateerd wanneer een grens circa 5 meter of meer is verlegd. Kleinere grenswijzigingen worden niet als significant beschouwd.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen in particuliere huishoudens per regio.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Actieven 15-75 jaar
Het aandeel personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishuishoudens met als persoonlijke voornaamste inkomensbron inkomen uit arbeid of inkomen uit eigen onderneming, uitgedrukt in hele procenten van het totale aantal personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.

Inkomen van huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
Huishoudens met een laag inkomen
Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.
Bij de bepaling van het sociaal minimum is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, is aan de hand van de regelgeving vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens, die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan komt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum uit. Daarom is niet 100%, maar 101% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.

Nabijheid voorzieningen
Locatie die bezocht kan worden door personen. De locatie sluit aan bij het gebruik in het dagelijks leven.

De afstand tot een voorziening is berekend over verharde, door auto's te gebruiken wegen, dus niet over fiets- en voetpaden. Overtochten via veerboten zijn hierbij inbegrepen. Er wordt geen rekening gehouden met éénrichtingsverkeer en overige inrijverboden van toegangswegen tot rijks- of provinciale wegen.

Afstand tot huisartsenpraktijk
De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde huisartsenpraktijk, berekend over de weg.
.
De gemiddelde afstand is opgenomen wanneer van 90 procent of meer van de inwoners in de buurt de exacte ligging (x,y-coördinaat) van het adres kon worden vastgesteld. Daarnaast geldt dat het gemiddelde alleen is vermeld bij minimaal 10 inwoners per buurt.

Huisartsenpraktijk: Pand of ruimte waarin een of meer huisartsen (samen) werken.

Huisarts:
De huisarts is verantwoordelijk voor de algemene medische zorg. Hij/zij geeft persoonlijke en continue zorg aan een vaste praktijkpopulatie.
Afstand tot grote supermarkt
De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde grote supermarkt, berekend over de weg.

De gemiddelde afstand is opgenomen wanneer van 90 procent of meer van de inwoners in de buurt de exacte ligging (x,y-coördinaat) van het adres kon worden vastgesteld. Daarnaast geldt dat het gemiddelde alleen is vermeld bij minimaal 10 inwoners per buurt.

Grote supermarkt:
Winkel met meerdere soorten dagelijkse artikelen en een minimale oppervlakte van 150 m2.
Afstand tot kinderdagverblijf
De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde kinderdagverblijf, berekend over de weg.
.
De gemiddelde afstand is opgenomen wanneer van 90 procent of meer van de inwoners in de buurt de exacte ligging (x,y-coördinaat) van het adres kon worden vastgesteld. Daarnaast geldt dat het gemiddelde alleen is vermeld bij minimaal 10 inwoners per buurt.

Kinderdagverblijf:
Plaats waar kinderen van 0 tot 4 jaar gedurende één of meer dagdelen per week het hele jaar door worden opgevangen. Er kan voor meer dan 5 uur per dag van het kinderdagverblijf gebruik gemaakt worden en voor maximaal 10 dagdelen per week.