Arbeidsdeelname; kerncijfers (12-uursgrensdefinitie) 2003-2021

Arbeidsdeelname; kerncijfers (12-uursgrensdefinitie) 2003-2021

Geslacht Leeftijd Hoogst behaald opleidingsniveau Perioden Beroeps- en niet-beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking Beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Werknemer Werknemer (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Werknemer Werknemer met vaste arbeidsrelatie (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Werknemer Werknemer met flexibele arbeidsrelatie (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Zelfstandige Zelfstandige (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Zelfstandige Zelfstandige zonder personeel (zzp) (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Zelfstandige Zelfstandige met personeel (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Zelfstandige Meewerkend gezinslid (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Positie in de werkkring onbekend (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd Deeltijd (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd 12 tot 20 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd 20 tot 35 uur per week 20 tot 35 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd 20 tot 35 uur per week 20 tot 28 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd 20 tot 35 uur per week 28 tot 35 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Voltijd (x 1 000) Beroepsbevolking Werkloze beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking Werkloosheidspercentage (%) Niet-beroepsbevolking (x 1 000) Bruto arbeidsparticipatie (%) Netto arbeidsparticipatie (%)
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar Totaal 2010 1e kwartaal 12.397 7.834 7.310 6.209 5.302 907 1.101 743 328 30 1 2.926 720 2.206 1.101 1.105 4.385 523 6,7 4.563 63,2 59,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar Totaal 2010 2e kwartaal 12.407 7.864 7.373 6.265 5.291 975 1.108 758 321 28 1 2.979 722 2.257 1.134 1.123 4.394 491 6,2 4.543 63,4 59,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar Totaal 2010 3e kwartaal 12.417 7.922 7.455 6.343 5.296 1.047 1.111 752 322 38 1 3.047 705 2.343 1.176 1.166 4.407 467 5,9 4.495 63,8 60,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar Totaal 2010 4e kwartaal 12.428 7.868 7.421 6.302 5.323 978 1.119 756 322 41 1 3.026 716 2.309 1.164 1.145 4.396 447 5,7 4.560 63,3 59,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar Totaal 2010 12.412 7.872 7.390 6.280 5.303 977 1.110 752 323 34 1 2.994 716 2.279 1.144 1.135 4.396 482 6,1 4.540 63,4 59,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 4.129 1.757 1.567 1.350 1.100 250 217 148 60 10 0 653 214 439 241 198 914 189 10,8 2.373 42,5 38,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 4.123 1.767 1.589 1.370 1.095 275 219 154 56 8 0 670 215 454 256 198 919 178 10,1 2.355 42,9 38,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 4.081 1.803 1.638 1.410 1.097 313 228 151 64 12 0 675 213 462 260 202 963 165 9,1 2.278 44,2 40,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 4.178 1.810 1.658 1.431 1.153 278 227 148 66 13 0 691 216 476 266 210 966 152 8,4 2.368 43,3 39,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 4.128 1.784 1.613 1.390 1.111 279 223 150 61 11 0 672 214 458 256 202 941 171 9,6 2.344 43,2 39,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 4.873 3.346 3.138 2.674 2.285 389 464 305 144 15 0 1.335 359 976 527 449 1.803 208 6,2 1.526 68,7 64,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 4.857 3.328 3.131 2.671 2.253 418 460 301 146 13 0 1.353 360 993 532 461 1.778 197 5,9 1.529 68,5 64,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 4.901 3.362 3.179 2.725 2.274 451 454 299 136 18 0 1.388 345 1.043 559 484 1.791 183 5,5 1.539 68,6 64,9
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 4.831 3.312 3.131 2.680 2.272 407 451 297 137 17 0 1.350 344 1.006 545 461 1.781 181 5,5 1.520 68,5 64,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 4.865 3.337 3.145 2.687 2.271 416 457 300 141 16 0 1.357 352 1.005 541 464 1.788 192 5,8 1.528 68,6 64,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 3.304 2.662 2.544 2.130 1.874 256 414 287 123 5 0 919 145 774 327 447 1.625 118 4,4 642 80,6 77,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 3.339 2.700 2.594 2.171 1.903 268 423 299 118 7 0 936 144 791 340 451 1.658 106 3,9 639 80,9 77,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 3.335 2.688 2.575 2.153 1.884 269 422 296 119 7 0 961 144 817 349 467 1.614 113 4,2 647 80,6 77,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 3.307 2.666 2.558 2.128 1.849 279 430 304 115 10 0 957 152 804 343 462 1.601 108 4,0 641 80,6 77,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 3.321 2.679 2.568 2.145 1.877 268 422 296 119 7 0 943 147 797 340 457 1.625 111 4,1 642 80,7 77,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar Weet niet of onbekend 2010 1e kwartaal 91 69 61 55 42 12 6 4 2 0 0 18 2 16 5 11 42 8 11,7 23 75,2 66,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar Weet niet of onbekend 2010 2e kwartaal 89 68 59 53 40 14 6 5 1 0 0 21 2 19 6 12 38 9 13,3 20 77,2 66,9
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar Weet niet of onbekend 2010 3e kwartaal 100 69 63 55 41 14 8 6 2 0 0 23 2 21 9 12 39 7 9,5 31 69,2 62,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar Weet niet of onbekend 2010 4e kwartaal 112 81 75 64 50 14 11 7 3 1 0 27 3 24 11 13 47 6 7,8 30 72,7 67,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar Weet niet of onbekend 2010 98 72 64 57 43 13 8 5 2 0 0 22 3 20 8 12 42 8 10,5 26 73,4 65,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar Totaal 2010 1e kwartaal 2.004 815 684 652 361 291 32 27 2 3 0 363 154 208 88 120 321 132 16,2 1.188 40,7 34,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar Totaal 2010 2e kwartaal 2.006 841 708 673 352 321 34 29 3 2 0 388 162 226 103 123 320 133 15,8 1.165 41,9 35,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar Totaal 2010 3e kwartaal 2.007 897 772 740 358 383 32 27 2 3 0 433 164 269 130 139 339 125 13,9 1.110 44,7 38,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar Totaal 2010 4e kwartaal 2.009 808 705 669 362 308 36 31 2 2 0 385 160 225 101 124 321 102 12,7 1.201 40,2 35,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar Totaal 2010 2.006 840 717 684 358 326 33 29 2 2 0 392 160 232 105 127 325 123 14,6 1.166 41,9 35,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 1.035 295 232 221 115 106 10 8 0 1 0 134 59 75 28 47 97 64 21,6 740 28,5 22,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 1.035 304 237 225 108 117 12 10 1 1 0 140 65 75 33 42 97 67 22,2 731 29,4 22,9
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 962 320 261 252 103 149 9 8 1 1 0 152 64 88 44 44 109 59 18,5 642 33,3 27,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 1.001 280 233 224 114 110 9 8 1 1 0 134 61 73 30 43 99 47 16,7 721 28,0 23,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 1.008 300 241 231 110 121 10 8 1 1 0 140 62 78 34 44 100 59 19,8 708 29,7 23,9
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 789 401 349 333 191 142 16 13 1 1 0 185 79 105 50 55 165 52 13,0 388 50,8 44,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 797 421 369 351 190 160 18 15 2 1 0 202 82 120 56 63 167 53 12,5 375 52,9 46,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 843 442 393 377 197 180 16 13 1 2 0 220 81 139 68 71 173 49 11,0 401 52,5 46,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 812 401 358 338 192 145 20 17 1 1 0 197 79 118 57 60 161 43 10,7 412 49,3 44,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 810 416 367 350 193 157 17 15 1 1 0 201 81 120 58 62 166 49 11,8 394 51,4 45,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 159 106 92 87 50 37 5 5 0 0 0 41 15 26 9 17 52 13 12,7 54 66,4 57,9
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 154 98 90 86 48 38 4 3 0 0 0 41 14 27 12 15 49 8 8,6 56 63,7 58,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 183 122 107 101 52 49 5 5 0 0 0 56 18 38 15 22 51 15 12,2 61 66,4 58,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 179 115 104 98 50 47 7 6 0 0 0 49 18 31 12 19 55 11 9,4 63 64,5 58,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 169 110 98 93 50 43 5 5 0 0 0 46 16 30 12 18 52 12 10,8 59 65,3 58,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar Weet niet of onbekend 2010 1e kwartaal 20 13 11 10 5 5 1 1 0 0 0 3 0 3 1 2 8 3 . 7 . .
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar Weet niet of onbekend 2010 2e kwartaal 20 17 13 12 6 6 1 1 0 0 0 6 1 5 2 3 7 4 . 3 . .
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar Weet niet of onbekend 2010 3e kwartaal 19 13 11 11 5 5 1 1 0 0 0 6 1 5 2 2 5 2 . 6 . .
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar Weet niet of onbekend 2010 4e kwartaal 17 12 10 10 5 5 0 0 0 0 0 4 1 3 2 2 6 2 . 5 . .
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar Weet niet of onbekend 2010 19 14 11 10 5 5 1 1 0 0 0 5 1 4 1 2 6 3 . 5 72,5 58,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar Totaal 2010 1e kwartaal 11.014 7.757 7.237 6.178 5.286 892 1.058 708 320 30 1 2.878 699 2.178 1.080 1.099 4.359 520 6,7 3.258 70,4 65,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar Totaal 2010 2e kwartaal 11.016 7.783 7.295 6.231 5.273 959 1.063 719 316 28 1 2.925 698 2.227 1.111 1.116 4.369 488 6,3 3.234 70,6 66,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar Totaal 2010 3e kwartaal 11.018 7.843 7.380 6.311 5.280 1.031 1.069 715 316 37 1 2.995 684 2.310 1.151 1.159 4.385 463 5,9 3.176 71,2 67,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar Totaal 2010 4e kwartaal 11.020 7.793 7.350 6.270 5.308 962 1.079 722 317 40 1 2.974 695 2.279 1.140 1.139 4.375 443 5,7 3.228 70,7 66,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar Totaal 2010 11.017 7.794 7.315 6.247 5.286 961 1.067 716 317 34 1 2.943 694 2.249 1.120 1.128 4.372 479 6,1 3.224 70,7 66,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 3.420 1.732 1.544 1.339 1.094 245 205 137 58 10 0 638 207 431 234 197 906 189 10,9 1.688 50,7 45,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 3.415 1.742 1.564 1.359 1.090 269 205 141 56 8 0 653 207 446 249 197 911 178 10,2 1.673 51,0 45,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 3.360 1.778 1.614 1.400 1.091 309 214 140 62 12 0 659 207 452 252 199 955 164 9,2 1.583 52,9 48,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 3.452 1.783 1.632 1.419 1.146 273 212 136 63 13 0 673 208 465 257 208 958 151 8,5 1.669 51,6 47,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 3.412 1.759 1.588 1.379 1.105 274 209 138 60 11 0 656 207 448 248 200 933 170 9,7 1.653 51,5 46,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 4.456 3.316 3.109 2.662 2.280 382 447 292 140 15 0 1.315 350 965 518 447 1.794 207 6,2 1.140 74,4 69,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 4.429 3.296 3.101 2.656 2.245 411 445 288 143 13 0 1.331 350 980 522 458 1.770 195 5,9 1.133 74,4 70,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 4.487 3.333 3.152 2.711 2.268 443 440 287 135 18 0 1.368 336 1.031 550 482 1.784 182 5,4 1.154 74,3 70,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 4.411 3.285 3.106 2.665 2.265 400 440 287 136 17 0 1.331 335 996 537 459 1.776 179 5,4 1.126 74,5 70,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 4.446 3.308 3.117 2.674 2.264 409 443 289 139 16 0 1.336 343 993 532 461 1.781 191 5,8 1.138 74,4 70,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 3.049 2.640 2.524 2.123 1.869 254 401 276 120 5 0 906 140 766 322 445 1.617 116 4,4 409 86,6 82,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 3.087 2.676 2.571 2.163 1.898 265 407 286 115 7 0 921 138 782 333 449 1.650 105 3,9 411 86,7 83,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 3.079 2.663 2.551 2.145 1.880 265 407 283 117 7 0 945 139 806 341 465 1.606 111 4,2 416 86,5 82,9
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 3.054 2.644 2.537 2.122 1.847 275 415 291 114 10 0 943 149 794 335 459 1.594 107 4,0 410 86,6 83,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 3.067 2.656 2.546 2.138 1.873 265 407 284 117 7 0 929 141 787 333 455 1.617 110 4,1 411 86,6 83,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar Weet niet of onbekend 2010 1e kwartaal 88 68 60 55 42 12 6 4 2 0 0 18 2 16 5 11 42 8 11,8 20 77,3 68,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar Weet niet of onbekend 2010 2e kwartaal 85 68 59 53 39 14 6 5 1 0 0 21 2 18 6 12 38 9 13,4 17 79,8 69,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar Weet niet of onbekend 2010 3e kwartaal 92 69 62 54 41 13 8 5 2 0 0 23 2 21 9 12 39 7 9,6 23 74,9 67,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar Weet niet of onbekend 2010 4e kwartaal 103 81 74 63 50 14 11 7 3 1 0 27 3 24 11 13 47 6 7,8 23 78,2 72,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar Weet niet of onbekend 2010 92 72 64 56 43 13 8 5 2 0 0 22 3 20 8 12 42 8 10,5 21 77,5 69,4
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar Totaal 2010 1e kwartaal 4.422 3.869 3.651 3.172 2.737 435 479 315 150 13 0 1.342 273 1.070 525 545 2.308 219 5,7 553 87,5 82,6
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar Totaal 2010 2e kwartaal 4.406 3.844 3.652 3.174 2.713 461 478 319 146 12 0 1.345 266 1.079 527 551 2.308 192 5,0 562 87,2 82,9
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar Totaal 2010 3e kwartaal 4.391 3.830 3.647 3.154 2.702 453 493 335 143 15 0 1.357 262 1.095 538 558 2.290 183 4,8 560 87,2 83,1
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar Totaal 2010 4e kwartaal 4.375 3.834 3.656 3.162 2.698 464 493 336 141 16 1 1.363 266 1.097 543 554 2.293 179 4,7 541 87,6 83,6
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar Totaal 2010 4.399 3.845 3.651 3.166 2.712 453 486 326 145 14 0 1.352 267 1.085 533 552 2.300 193 5,0 554 87,4 83,0
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 868 650 585 509 421 88 76 50 23 4 0 197 50 146 81 65 388 65 10,1 217 74,9 67,4
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 865 648 588 513 417 96 75 51 21 3 0 197 47 149 82 67 391 60 9,3 217 74,9 67,9
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 853 637 583 501 405 96 82 56 23 3 0 191 50 142 80 62 391 54 8,5 216 74,7 68,3
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 858 649 599 520 422 98 79 52 25 3 0 204 53 151 83 67 396 50 7,6 209 75,6 69,8
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2010 861 646 589 511 416 94 78 52 23 3 0 197 50 147 82 65 392 57 8,9 215 75,0 68,4
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 1.910 1.680 1.592 1.375 1.204 171 216 137 71 7 0 641 154 488 264 223 951 89 5,3 230 88,0 83,3
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 1.870 1.633 1.559 1.348 1.166 182 211 133 72 6 0 629 151 478 257 221 930 74 4,5 237 87,3 83,4
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 1.894 1.659 1.587 1.374 1.192 182 213 138 67 8 0 644 144 500 269 231 943 72 4,3 234 87,6 83,8
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 1.873 1.651 1.578 1.363 1.184 179 214 140 66 8 0 635 142 493 269 224 942 73 4,4 222 88,2 84,2
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 2 Middelbaar onderwijsniveau 2010 1.886 1.656 1.579 1.365 1.187 179 214 137 69 7 0 637 148 490 265 225 942 77 4,6 231 87,8 83,7
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 1.595 1.498 1.437 1.254 1.084 170 183 126 55 2 0 494 67 426 176 250 944 61 4,0 98 93,9 90,1
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 1.627 1.526 1.472 1.283 1.106 178 189 133 53 4 0 508 67 442 185 256 964 53 3,5 102 93,8 90,5
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 1.599 1.496 1.442 1.249 1.081 168 193 137 52 4 0 510 68 442 185 257 932 53 3,6 104 93,5 90,2
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 1.592 1.486 1.433 1.240 1.062 178 193 139 49 5 0 509 70 439 185 254 924 53 3,6 105 93,4 90,1
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 1.603 1.501 1.446 1.257 1.083 174 189 134 52 4 0 505 68 437 183 254 941 55 3,7 102 93,6 90,2
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar Weet niet of onbekend 2010 1e kwartaal 49 41 37 33 27 6 4 2 1 0 0 11 1 10 3 6 26 4 10,6 8 83,6 74,7
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar Weet niet of onbekend 2010 2e kwartaal 45 38 33 30 24 6 3 2 1 0 0 11 1 10 3 7 23 5 12,3 7 84,9 74,5
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar Weet niet of onbekend 2010 3e kwartaal 45 38 35 30 24 6 5 3 1 0 0 11 1 11 4 7 23 4 9,2 7 85,3 77,5
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar Weet niet of onbekend 2010 4e kwartaal 53 48 45 38 30 8 7 5 2 0 0 16 1 14 6 8 30 3 5,8 4 91,7 86,4
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar Weet niet of onbekend 2010 48 41 38 33 26 7 5 3 1 0 0 12 1 11 4 7 25 4 9,3 6 86,6 78,5
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat kwartaal- en jaarcijfers over de arbeidsdeelname in Nederland op basis van de definitie van de beroepsbevolking die tot 2015 centraal stond in de berichtgeving door het CBS. De bevolking van 15 tot 75 jaar (exclusief de institutionele bevolking) wordt ingedeeld in de werkzame, werkloze en de niet-beroepsbevolking. De werkzame beroepsbevolking wordt verder ingedeeld op basis van de positie in de werkkring en de gemiddelde arbeidsduur. Voor de verschillende indelingen is een uitsplitsing naar geslacht, leeftijd en onderwijsniveau beschikbaar.

Gegevens beschikbaar van 2003 tot en met het 3e kwartaal 2021.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 15 februari 2022:
Geen, deze tabel is stopgezet. Cijfers over de beroepsbevolking op basis van de 12-uursgrens worden na het herontwerp van de EBB in 2021 niet meer samengesteld.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Beroeps- en niet-beroepsbevolking
Personen die tot de werkzame, de werkloze of de niet-beroepsbevolking behoren.

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden in deze tabel gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Beroepsbevolking
Personen:
- die twaalf uur of meer per week betaald werken (werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens), of
- die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week, recent naar werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking (12-uursgrens).

Deze definitie van de beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.

Beroepsbevolking
Personen:
- die twaalf uur of meer per week betaald werken (werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens), of
- die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week, recent naar werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking (12-uursgrens).

Deze definitie van de beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Werkzame beroepsbevolking
Personen die twaalf uur of meer per week betaald werken.

Deze definitie van de werkzame beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Werkzame beroepsbevolking
Personen die twaalf uur of meer per week betaald werken.

Deze definitie van de werkzame beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Positie in de werkkring
Indeling van de werkzame beroepsbevolking naar:
Werknemer
- met een vaste arbeidsrelatie
- met een flexibele arbeidsrelatie
Zelfstandige
- zonder personeel
- met personeel
- meewerkend gezinslid

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer
Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer
Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer met vaste arbeidsrelatie
Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd én een vast aantal uren per week.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer met flexibele arbeidsrelatie
Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd óf een flexibel aantal uren per week.
Tot de werknemers met een flexibele arbeidsrelatie behoren:
- Werknemer tijdelijk, uitzicht op vast
- Werknemer tijdelijk >=1 jaar
- Werknemer tijdelijk <1 jaar
- Oproep/-invalkracht
- Uitzendkracht
- Werknemer vast, geen vaste uren
- Werknemer tijdelijk, geen vaste uren

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandige
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht
- in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer),
- als directeur-grootaandeelhouder (dga),
- in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid (meewerkend gezinslid), of
- als overige zelfstandige.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandige
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht
- in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer),
- als directeur-grootaandeelhouder (dga),
- in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid (meewerkend gezinslid), of
- als overige zelfstandige.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandige zonder personeel (zzp)
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer) of als directeur-grootaandeelhouder (dga) en die geen personeel in dienst heeft. Overige zelfstandigen worden ook tot de zelfstandigen zonder personeel gerekend.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandige met personeel
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer) of als directeur-grootaandeelhouder (dga) en die personeel in dienst heeft.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Meewerkend gezinslid
Een persoon die zonder schriftelijke  overeenkomst arbeid verricht in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Positie in de werkkring onbekend
Arbeidsduur
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Deeltijd
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is minder dan 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Deeltijd
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is minder dan 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
12 tot 20 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 12 tot 20 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
20 tot 35 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 20 tot 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
20 tot 35 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 20 tot 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
20 tot 28 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 20 tot 28 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
28 tot 35 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 28 tot 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Voltijd
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 35 uur of meer.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Werkloze beroepsbevolking
Personen die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week, recent naar werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn.

Deze definitie van de werkloze beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Werkloosheidspercentage
De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking.

Niet-beroepsbevolking
Personen die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week en die niet recent naar betaald werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht of daarvoor niet direct beschikbaar zijn.

Deze definitie van de niet-beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Bruto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).
  
Netto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).