Arbeidsdeelname; kerncijfers (12-uursgrensdefinitie) 2003-2021

Arbeidsdeelname; kerncijfers (12-uursgrensdefinitie) 2003-2021

Geslacht Leeftijd Hoogst behaald opleidingsniveau Perioden Beroeps- en niet-beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking Beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Werknemer Werknemer (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Werknemer Werknemer met vaste arbeidsrelatie (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Werknemer Werknemer met flexibele arbeidsrelatie (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Zelfstandige Zelfstandige (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Zelfstandige Zelfstandige zonder personeel (zzp) (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Zelfstandige Zelfstandige met personeel (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Zelfstandige Meewerkend gezinslid (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Positie in de werkkring onbekend (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd Deeltijd (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd 12 tot 20 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd 20 tot 35 uur per week 20 tot 35 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd 20 tot 35 uur per week 20 tot 28 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd 20 tot 35 uur per week 28 tot 35 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Voltijd (x 1 000) Beroepsbevolking Werkloze beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking Werkloosheidspercentage (%) Niet-beroepsbevolking (x 1 000) Bruto arbeidsparticipatie (%) Netto arbeidsparticipatie (%)
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2003 1e kwartaal 2.483 1.989 1.908 1.648 1.468 179 260 169 87 4 0 660 110 551 230 320 1.248 81 4,1 494 80,1 76,9
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2003 2e kwartaal 2.527 2.019 1.926 1.663 1.492 171 263 168 91 4 0 669 115 554 226 328 1.258 93 4,6 507 79,9 76,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2003 3e kwartaal 2.593 2.074 1.972 1.691 1.518 172 281 184 94 4 0 682 113 569 244 325 1.291 102 4,9 519 80,0 76,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2003 4e kwartaal 2.661 2.129 2.029 1.743 1.560 183 286 189 94 4 0 707 116 591 253 338 1.322 100 4,7 532 80,0 76,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2003 2.566 2.053 1.959 1.686 1.510 176 273 177 91 4 0 679 113 566 238 327 1.280 94 4,6 513 80,0 76,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2004 1e kwartaal 2.716 2.166 2.052 1.750 1.578 173 301 200 96 5 0 714 115 599 257 342 1.338 114 5,3 550 79,7 75,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2004 2e kwartaal 2.773 2.210 2.103 1.795 1.614 181 307 202 99 6 0 742 128 615 275 339 1.361 107 4,9 563 79,7 75,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2004 3e kwartaal 2.833 2.236 2.118 1.800 1.616 183 319 211 102 6 0 745 121 624 281 343 1.373 118 5,3 597 78,9 74,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2004 4e kwartaal 2.865 2.263 2.160 1.842 1.646 197 317 209 102 7 0 763 133 630 276 354 1.397 104 4,6 601 79,0 75,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2004 2.797 2.219 2.108 1.797 1.613 183 311 205 100 6 0 741 124 617 272 345 1.367 111 5,0 578 79,3 75,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2005 1e kwartaal 2.851 2.254 2.142 1.821 1.641 180 320 211 102 7 1 757 131 626 287 340 1.384 113 5,0 597 79,1 75,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2005 2e kwartaal 2.864 2.277 2.178 1.853 1.665 189 324 209 107 8 1 765 133 632 291 341 1.413 99 4,3 587 79,5 76,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2005 3e kwartaal 2.893 2.297 2.183 1.867 1.671 196 316 202 107 7 0 773 140 634 280 354 1.410 114 5,0 596 79,4 75,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2005 4e kwartaal 2.900 2.303 2.197 1.880 1.672 208 316 204 105 7 0 792 140 652 287 365 1.405 107 4,6 597 79,4 75,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2005 2.877 2.283 2.175 1.855 1.662 193 319 206 105 7 1 772 136 636 286 350 1.403 108 4,7 594 79,3 75,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2006 1e kwartaal 2.915 2.316 2.216 1.891 1.692 198 325 214 106 6 0 805 133 672 294 377 1.411 100 4,3 599 79,4 76,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2006 2e kwartaal 2.904 2.297 2.202 1.879 1.686 193 324 211 108 5 0 791 126 664 284 380 1.412 95 4,1 606 79,1 75,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2006 3e kwartaal 2.947 2.334 2.242 1.919 1.700 219 323 211 106 6 0 807 137 669 284 386 1.435 92 3,9 613 79,2 76,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2006 4e kwartaal 2.919 2.323 2.242 1.904 1.688 216 338 223 110 5 0 806 135 672 287 384 1.436 81 3,5 595 79,6 76,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2006 2.921 2.318 2.226 1.898 1.692 206 327 215 107 5 0 802 133 669 287 382 1.424 92 4,0 603 79,3 76,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2007 1e kwartaal 2.929 2.341 2.254 1.908 1.700 208 345 231 109 6 0 806 126 680 294 386 1.448 88 3,7 587 79,9 77,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2007 2e kwartaal 2.977 2.387 2.310 1.958 1.733 224 352 234 113 6 0 826 137 688 293 396 1.484 77 3,2 590 80,2 77,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2007 3e kwartaal 3.030 2.414 2.336 1.971 1.730 241 365 243 115 6 0 842 142 700 299 401 1.493 78 3,2 616 79,7 77,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2007 4e kwartaal 3.058 2.445 2.369 1.993 1.749 243 376 250 121 6 0 859 142 717 300 417 1.510 76 3,1 613 80,0 77,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2007 2.998 2.397 2.317 1.958 1.728 229 360 239 114 6 0 833 137 696 296 400 1.484 79 3,3 602 79,9 77,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2008 1e kwartaal 3.089 2.485 2.406 2.027 1.788 239 379 251 123 5 0 865 136 729 318 412 1.540 79 3,2 604 80,4 77,9
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2008 2e kwartaal 3.115 2.518 2.446 2.061 1.822 239 385 259 121 5 0 870 142 729 307 421 1.575 72 2,9 597 80,8 78,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2008 3e kwartaal 3.161 2.541 2.461 2.070 1.824 246 390 266 118 5 0 889 144 745 312 433 1.571 80 3,2 620 80,4 77,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2008 4e kwartaal 3.177 2.555 2.473 2.072 1.827 245 401 277 118 6 0 882 144 737 312 425 1.591 82 3,2 621 80,4 77,9
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2008 3.136 2.525 2.446 2.057 1.815 242 389 264 120 5 0 877 142 735 312 423 1.570 78 3,1 611 80,5 78,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2009 1e kwartaal 3.190 2.569 2.481 2.071 1.828 244 410 277 125 7 0 905 151 755 317 438 1.576 88 3,4 620 80,6 77,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2009 2e kwartaal 3.207 2.575 2.482 2.074 1.830 244 408 284 118 6 0 913 147 766 322 444 1.569 94 3,6 632 80,3 77,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2009 3e kwartaal 3.274 2.618 2.511 2.097 1.847 250 414 286 122 6 0 922 142 780 329 451 1.588 107 4,1 656 80,0 76,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2009 4e kwartaal 3.287 2.637 2.535 2.120 1.866 255 414 285 123 6 0 925 148 778 324 454 1.609 102 3,9 650 80,2 77,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2009 3.239 2.600 2.502 2.091 1.843 248 411 283 122 6 0 916 147 770 323 447 1.586 98 3,8 640 80,3 77,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 1e kwartaal 3.304 2.662 2.544 2.130 1.874 256 414 287 123 5 0 919 145 774 327 447 1.625 118 4,4 642 80,6 77,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 2e kwartaal 3.339 2.700 2.594 2.171 1.903 268 423 299 118 7 0 936 144 791 340 451 1.658 106 3,9 639 80,9 77,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 3e kwartaal 3.335 2.688 2.575 2.153 1.884 269 422 296 119 7 0 961 144 817 349 467 1.614 113 4,2 647 80,6 77,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 4e kwartaal 3.307 2.666 2.558 2.128 1.849 279 430 304 115 10 0 957 152 804 343 462 1.601 108 4,0 641 80,6 77,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2010 3.321 2.679 2.568 2.145 1.877 268 422 296 119 7 0 943 147 797 340 457 1.625 111 4,1 642 80,7 77,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2011 1e kwartaal 3.291 2.643 2.528 2.104 1.843 260 424 305 110 9 0 962 148 815 334 480 1.566 114 4,3 648 80,3 76,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2011 2e kwartaal 3.264 2.601 2.497 2.075 1.816 259 422 300 114 8 0 939 140 799 340 460 1.558 104 4,0 663 79,7 76,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2011 3e kwartaal 3.328 2.657 2.536 2.109 1.845 264 427 307 112 8 0 950 150 800 336 464 1.586 120 4,5 672 79,8 76,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2011 4e kwartaal 3.343 2.672 2.556 2.121 1.842 279 435 311 114 10 0 958 146 812 341 472 1.598 115 4,3 672 79,9 76,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2011 3.307 2.643 2.530 2.102 1.837 266 427 306 113 9 0 952 146 806 338 469 1.577 114 4,3 663 79,9 76,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2012 1e kwartaal 3.364 2.700 2.577 2.139 1.863 276 438 315 113 9 0 974 148 826 343 483 1.603 124 4,6 664 80,3 76,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2012 2e kwartaal 3.407 2.722 2.600 2.156 1.861 295 443 319 115 9 0 982 146 835 351 485 1.618 122 4,5 685 79,9 76,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2012 3e kwartaal 3.464 2.760 2.620 2.172 1.867 304 448 326 113 9 0 995 141 854 363 491 1.625 140 5,1 704 79,7 75,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2012 4e kwartaal 3.447 2.770 2.624 2.174 1.854 320 450 327 113 10 0 998 143 854 365 489 1.626 146 5,3 676 80,4 76,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2012 3.420 2.738 2.605 2.160 1.861 299 445 322 114 9 0 987 145 842 355 487 1.618 133 4,9 682 80,1 76,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2013 1e kwartaal 3.552 2.868 2.703 2.252 1.939 313 451 325 120 7 0 1.030 152 878 366 511 1.673 165 5,8 684 80,7 76,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2013 2e kwartaal 3.566 2.864 2.703 2.239 1.923 317 463 331 125 7 0 1.031 147 884 368 516 1.672 161 5,6 702 80,3 75,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2013 3e kwartaal 3.591 2.884 2.699 2.240 1.917 323 458 333 118 7 0 1.012 140 872 362 510 1.687 186 6,4 706 80,3 75,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2013 4e kwartaal 3.589 2.904 2.727 2.260 1.909 351 467 337 124 6 0 1.035 147 889 372 517 1.691 177 6,1 686 80,9 76,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2013 3.575 2.880 2.708 2.248 1.922 326 460 331 122 7 0 1.027 147 881 367 513 1.681 172 6,0 694 80,6 75,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2014 1e kwartaal 3.621 2.900 2.722 2.253 1.906 347 469 337 126 5 0 1.027 139 889 378 510 1.695 178 6,1 721 80,1 75,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2014 2e kwartaal 3.647 2.920 2.754 2.269 1.910 359 485 358 121 5 0 1.053 137 916 393 523 1.701 165 5,7 727 80,1 75,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2014 3e kwartaal 3.683 2.955 2.784 2.279 1.909 370 505 373 127 6 0 1.058 141 917 386 531 1.726 171 5,8 727 80,3 75,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2014 4e kwartaal 3.710 2.987 2.826 2.319 1.941 378 507 381 119 7 0 1.089 140 948 408 540 1.738 161 5,4 723 80,5 76,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2014 3.665 2.941 2.772 2.280 1.916 364 492 362 123 6 0 1.057 139 918 391 526 1.715 169 5,7 725 80,2 75,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2015 1e kwartaal 3.729 3.005 2.835 2.328 1.965 363 506 377 121 8 0 1.092 144 947 397 550 1.743 171 5,7 723 80,6 76,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2015 2e kwartaal 3.744 3.018 2.860 2.337 1.958 379 523 382 132 9 0 1.103 147 956 401 555 1.757 158 5,2 726 80,6 76,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2015 3e kwartaal 3.796 3.032 2.863 2.356 1.966 391 506 373 126 7 0 1.091 143 949 400 548 1.772 169 5,6 764 79,9 75,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2015 4e kwartaal 3.802 3.044 2.882 2.364 1.968 395 519 374 137 8 0 1.093 146 947 392 555 1.789 161 5,3 759 80,0 75,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2015 3.768 3.025 2.860 2.346 1.964 382 514 377 129 8 0 1.095 145 950 397 552 1.765 165 5,4 743 80,3 75,9
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2016 1e kwartaal 3.793 3.043 2.883 2.377 1.992 385 506 362 137 7 0 1.100 136 964 394 570 1.782 160 5,3 750 80,2 76,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2016 2e kwartaal 3.789 3.015 2.874 2.372 1.978 394 502 363 134 6 0 1.087 137 949 397 552 1.787 141 4,7 773 79,6 75,9
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2016 3e kwartaal 3.860 3.093 2.936 2.412 2.012 401 524 381 138 5 0 1.121 135 987 399 588 1.815 157 5,1 767 80,1 76,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2016 4e kwartaal 3.901 3.121 2.983 2.437 2.015 422 546 394 146 6 0 1.129 138 990 396 594 1.854 139 4,4 780 80,0 76,5
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2016 3.836 3.068 2.919 2.399 1.999 400 519 375 139 6 0 1.109 137 973 396 576 1.809 149 4,9 768 80,0 76,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2017 1e kwartaal 3.932 3.140 2.999 2.454 2.026 428 545 392 146 7 0 1.145 137 1.007 407 601 1.854 141 4,5 792 79,9 76,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2017 2e kwartaal 3.952 3.157 3.030 2.479 2.046 433 551 408 136 7 0 1.150 139 1.011 397 614 1.880 127 4,0 795 79,9 76,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2017 3e kwartaal 4.011 3.209 3.074 2.514 2.077 437 560 411 142 7 0 1.176 145 1.031 407 624 1.898 135 4,2 802 80,0 76,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2017 4e kwartaal 4.043 3.236 3.115 2.548 2.105 443 567 413 147 7 0 1.213 152 1.061 410 651 1.901 122 3,8 807 80,0 77,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2017 3.985 3.186 3.054 2.499 2.064 435 556 406 143 7 0 1.171 143 1.028 405 622 1.883 131 4,1 799 80,0 76,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2018 1e kwartaal 4.050 3.257 3.128 2.567 2.125 442 561 416 139 6 0 1.223 148 1.075 428 647 1.905 129 4,0 792 80,4 77,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2018 2e kwartaal 4.105 3.306 3.186 2.617 2.168 449 569 420 142 7 0 1.253 147 1.106 449 658 1.933 120 3,6 798 80,6 77,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2018 3e kwartaal 4.143 3.361 3.238 2.665 2.202 463 574 422 145 7 0 1.266 153 1.112 454 658 1.973 122 3,6 782 81,1 78,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2018 4e kwartaal 4.149 3.359 3.246 2.672 2.214 458 574 431 139 5 0 1.252 150 1.102 439 663 1.995 113 3,4 790 81,0 78,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2018 4.112 3.321 3.200 2.630 2.177 453 570 422 141 6 0 1.248 149 1.099 443 656 1.951 121 3,6 791 80,8 77,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2019 1e kwartaal 4.169 3.373 3.255 2.661 2.232 428 594 444 146 4 0 1.248 140 1.108 438 670 2.007 118 3,5 796 80,9 78,1
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2019 2e kwartaal 4.187 3.393 3.293 2.687 2.274 413 606 448 152 6 0 1.260 143 1.117 415 701 2.033 101 3,0 794 81,0 78,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2019 3e kwartaal 4.274 3.449 3.335 2.743 2.312 431 592 441 144 8 0 1.298 149 1.149 421 728 2.037 114 3,3 825 80,7 78,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2019 4e kwartaal 4.293 3.461 3.359 2.748 2.328 420 611 453 151 7 0 1.296 142 1.154 430 724 2.063 102 3,0 832 80,6 78,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2019 4.231 3.419 3.310 2.710 2.287 423 601 446 148 6 0 1.276 144 1.132 426 706 2.035 109 3,2 812 80,8 78,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2020 1e kwartaal 4.350 3.510 3.401 2.780 2.372 408 621 463 150 8 0 1.336 154 1.181 431 751 2.065 109 3,1 840 80,7 78,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2020 2e kwartaal 4.461 3.594 3.460 2.835 2.442 392 626 472 147 7 0 1.368 151 1.217 449 767 2.092 134 3,7 867 80,6 77,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2020 3e kwartaal 4.547 3.646 3.510 2.882 2.478 404 628 468 154 7 0 1.391 166 1.225 450 775 2.119 136 3,7 901 80,2 77,2
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2020 4e kwartaal 4.574 3.697 3.563 2.927 2.509 418 636 476 152 8 0 1.422 165 1.256 448 808 2.142 134 3,6 877 80,8 77,9
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2020 4.483 3.612 3.484 2.856 2.450 406 628 470 151 7 0 1.379 159 1.220 445 775 2.105 128 3,6 871 80,6 77,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2021 1e kwartaal 4.690 3.786 3.660 3.031 2.590 441 629 467 155 6 0 1.453 164 1.288 462 827 2.208 126 3,3 904 80,7 78,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2021 2e kwartaal 4.758 3.861 3.749 3.110 2.654 455 639 479 154 6 0 1.476 167 1.309 469 840 2.273 112 2,9 897 81,1 78,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2021 3e kwartaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2003 1e kwartaal 99 75 66 65 47 18 2 1 0 0 0 24 6 18 5 12 43 8 11,2 24 75,8 67,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2003 2e kwartaal 101 75 66 65 43 21 2 2 0 0 0 24 7 17 6 11 43 9 11,6 26 74,4 65,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2003 3e kwartaal 124 96 82 80 52 28 2 2 0 0 0 30 10 20 8 12 52 15 15,2 28 77,5 65,8
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2003 4e kwartaal 126 95 85 83 53 30 2 2 0 0 0 31 9 22 8 14 54 10 10,9 31 75,7 67,4
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2003 112 85 75 73 49 24 2 2 0 0 0 27 8 19 7 12 48 11 12,3 27 75,9 66,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2004 1e kwartaal 126 90 80 79 53 25 2 1 0 0 0 29 10 20 6 13 51 10 10,8 36 71,4 63,7
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 3 Hoog onderwijsniveau 2004 2e kwartaal 133 91 81 79 52 27 2 1 0 0 0 31 10 21 9 12 50 11 11,5 42 68,7 60,8
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat kwartaal- en jaarcijfers over de arbeidsdeelname in Nederland op basis van de definitie van de beroepsbevolking die tot 2015 centraal stond in de berichtgeving door het CBS. De bevolking van 15 tot 75 jaar (exclusief de institutionele bevolking) wordt ingedeeld in de werkzame, werkloze en de niet-beroepsbevolking. De werkzame beroepsbevolking wordt verder ingedeeld op basis van de positie in de werkkring en de gemiddelde arbeidsduur. Voor de verschillende indelingen is een uitsplitsing naar geslacht, leeftijd en onderwijsniveau beschikbaar.

Gegevens beschikbaar van 2003 tot en met het 3e kwartaal 2021.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 15 februari 2022:
Geen, deze tabel is stopgezet. Cijfers over de beroepsbevolking op basis van de 12-uursgrens worden na het herontwerp van de EBB in 2021 niet meer samengesteld.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Beroeps- en niet-beroepsbevolking
Personen die tot de werkzame, de werkloze of de niet-beroepsbevolking behoren.

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden in deze tabel gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Beroepsbevolking
Personen:
- die twaalf uur of meer per week betaald werken (werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens), of
- die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week, recent naar werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking (12-uursgrens).

Deze definitie van de beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.

Beroepsbevolking
Personen:
- die twaalf uur of meer per week betaald werken (werkzame beroepsbevolking (12-uursgrens), of
- die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week, recent naar werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking (12-uursgrens).

Deze definitie van de beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Werkzame beroepsbevolking
Personen die twaalf uur of meer per week betaald werken.

Deze definitie van de werkzame beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Werkzame beroepsbevolking
Personen die twaalf uur of meer per week betaald werken.

Deze definitie van de werkzame beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Positie in de werkkring
Indeling van de werkzame beroepsbevolking naar:
Werknemer
- met een vaste arbeidsrelatie
- met een flexibele arbeidsrelatie
Zelfstandige
- zonder personeel
- met personeel
- meewerkend gezinslid

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer
Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer
Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer met vaste arbeidsrelatie
Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd én een vast aantal uren per week.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer met flexibele arbeidsrelatie
Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd óf een flexibel aantal uren per week.
Tot de werknemers met een flexibele arbeidsrelatie behoren:
- Werknemer tijdelijk, uitzicht op vast
- Werknemer tijdelijk >=1 jaar
- Werknemer tijdelijk <1 jaar
- Oproep/-invalkracht
- Uitzendkracht
- Werknemer vast, geen vaste uren
- Werknemer tijdelijk, geen vaste uren

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandige
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht
- in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer),
- als directeur-grootaandeelhouder (dga),
- in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid (meewerkend gezinslid), of
- als overige zelfstandige.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandige
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht
- in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer),
- als directeur-grootaandeelhouder (dga),
- in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid (meewerkend gezinslid), of
- als overige zelfstandige.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandige zonder personeel (zzp)
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer) of als directeur-grootaandeelhouder (dga) en die geen personeel in dienst heeft. Overige zelfstandigen worden ook tot de zelfstandigen zonder personeel gerekend.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandige met personeel
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer) of als directeur-grootaandeelhouder (dga) en die personeel in dienst heeft.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Meewerkend gezinslid
Een persoon die zonder schriftelijke  overeenkomst arbeid verricht in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Positie in de werkkring onbekend
Arbeidsduur
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Deeltijd
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is minder dan 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Deeltijd
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is minder dan 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
12 tot 20 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 12 tot 20 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
20 tot 35 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 20 tot 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
20 tot 35 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 20 tot 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
20 tot 28 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 20 tot 28 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
28 tot 35 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 28 tot 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Voltijd
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 35 uur of meer.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Werkloze beroepsbevolking
Personen die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week, recent naar werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn.

Deze definitie van de werkloze beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Werkloosheidspercentage
De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking.

Niet-beroepsbevolking
Personen die geen betaald werk hebben of voor minder dan twaalf uur per week en die niet recent naar betaald werk voor twaalf uur of meer per week hebben gezocht of daarvoor niet direct beschikbaar zijn.

Deze definitie van de niet-beroepsbevolking stond tot 2015 centraal in de berichtgeving door het CBS. De definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 65 jaar.
Bruto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).
  
Netto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).