Bestaande koopwoningen; gemiddelde verkoopprijzen, regio

Bestaande koopwoningen; gemiddelde verkoopprijzen, regio

Regio's Perioden Gemiddelde verkoopprijs (euro)
Ter Aar 2025
Amsterdam 2025 630.621
Beemster 2025
Bladel en Netersel 2025
Boarnsterhim 2025
Deventer 2025 447.838
Drechterland 2025 533.684
Echt-Susteren 2025 379.254
Gaasterlân-Sleat 2025
Halsteren 2025
Heteren 2025
Hoogeloon, Hapert en Casteren 2025
Kesteren 2025
Lemsterland 2025
Menterwolde 2025
Monster 2025
Oisterwijk 2025 599.609
Oosterhesselen 2025
Oosterhout 2025 441.826
Opsterland 2025 433.376
Oudewater 2025 542.373
Rotterdam 2025 414.579
Skarsterlân 2025
Slochteren 2025
Susteren 2025
Terheijden 2025
Terneuzen 2025 297.848
Terschelling 2025 524.480
Teteringen 2025
Twenterand 2025 420.039
Tytsjerksteradiel 2025 393.075
Wateringen 2025
Waterland 2025 509.986
Westerbork 2025
Westerhoven 2025
Wester-Koggenland 2025
Westerkwartier 2025 413.381
Westerschouwen 2025
Westerveld 2025 487.354
Westervoort 2025 442.322
Westerwolde 2025 374.010
Winterswijk 2025 376.011
Zoetermeer 2025 457.889
Zoeterwoude 2025 569.994
Zwartewaterland 2025 402.361
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Kadaster
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de gemiddelde verkoopprijs die in de verslagperiode is betaald voor bestaande koopwoningen die zijn aangekocht door een particulier. De gemiddelde verkoopprijs kan een andere ontwikkeling laten zien dan de Prijsindex Bestaande Koopwoningen (PBK). De gemiddelde koopsom is geen indicator voor de prijsontwikkeling van koopwoningen. De gemiddelde koopsom weerspiegelt namelijk de gemiddelde prijs van woningen die verkocht zijn in een specifieke periode. Doordat elke periode andere woningen worden verkocht, wordt er geen rekening gehouden met eventuele verschillende kenmerken van de verkochte woningen. Een voorbeeld om uit te leggen welke problemen dit met zich meebrengt: Stel in februari van een jaar zijn voornamelijk grote grachtenpanden met tuin verkocht, terwijl in maart veel kleine tussenwoningen van eigenaar wisselden. Hierdoor zal de gemiddelde koopsom in februari hoger liggen dan in maart maar dit wil niet zeggen dat de huizenprijzen zijn gestegen. Zie onder Paragraaf 3 voor een link naar het artikel 'Waarom de gemiddelde koopsom geen huizenprijsindicator is'.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn direct definitief. De berekening van deze cijfers is gebaseerd op het aantal notaristransacties dat iedere maand door het Kadaster wordt vastgesteld. Een revisie van de cijfers vindt alleen bij uitzondering plaats, namelijk alleen indien er sprake is van een noemenswaardige fout buiten de gebruikelijke statistische marges. De gemiddelde verkoopprijzen van bestaande koopwoningen kunnen op latere momenten ook door het Kadaster berekend worden. Doorgaans zijn deze cijfers gelijk aan de publicatie op Statline, maar in enkele perioden verschillen ze van elkaar. Het Kadaster hanteert in deze gevallen meest actuele cijfers. Deze kunnen sinds de eerste publicatie gewijzigd zijn. Het CBS hanteert cijfers van de eerste publicatie conform bovenstaand revisiebeleid.

Wijzigingen per 17 februari 2026
Cijfers gemiddelde verkoopprijzen van de gemeenten jaar 2025 toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers worden circa één tot drie maanden na het verslagjaar gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Gemiddelde verkoopprijs
De gemiddelde verkoopprijs geeft de gemiddelde waarde weer die betaald is in een verslagperiode voor bestaande woningen die zijn aangekocht door een particulier. Deze cijfers tonen niet het verloop van de prijsontwikkeling van alle bestaande koopwoningen. Daarvoor dient u gebruik te maken van de prijsindexcijfers. De gemiddelde koopsom weerspiegelt namelijk de gemiddelde prijs van woningen die verkocht zijn in een specifieke periode. Doordat elke periode andere woningen worden verkocht, wordt er geen rekening gehouden met eventuele verschillende kenmerken van de verkochte woningen. Een voorbeeld om uit te leggen welke problemen dit met zich meebrengt: Stel in februari van een jaar zijn voornamelijk grote grachtenpanden met tuin verkocht, terwijl in maart veel kleine tussenwoningen van eigenaar wisselden. Hierdoor zal de gemiddelde koopsom in februari hoger liggen dan in maart maar dit wil niet zeggen dat de huizenprijzen zijn gestegen.