Bestaande koopwoningen; gemiddelde verkoopprijzen, regio

Bestaande koopwoningen; gemiddelde verkoopprijzen, regio

Regio's Perioden Gemiddelde verkoopprijs (euro)
Ter Aar 2024
Amsterdam 2024 617.647
Apeldoorn 2024 434.524
Beemster 2024
Bladel en Netersel 2024
Boarnsterhim 2024
Capelle aan den IJssel 2024 390.223
Deventer 2024 400.782
Drechterland 2024 465.461
Echt-Susteren 2024 343.615
Gaasterlân-Sleat 2024
Halsteren 2024
Heteren 2024
Hoogeloon, Hapert en Casteren 2024
Kapelle 2024 396.204
Kesteren 2024
Lemsterland 2024
Menterwolde 2024
Monster 2024
Oisterwijk 2024 545.220
Oosterhesselen 2024
Oosterhout 2024 437.746
Opsterland 2024 433.883
Oudewater 2024 521.905
Rotterdam 2024 402.854
Skarsterlân 2024
Slochteren 2024
Sprang-Capelle 2024
Susteren 2024
Terheijden 2024
Terneuzen 2024 279.642
Terschelling 2024 502.620
Teteringen 2024
Twenterand 2024 362.592
Tytsjerksteradiel 2024 363.050
Wateringen 2024
Waterland 2024 580.424
Westerbork 2024
Westerhoven 2024
Wester-Koggenland 2024
Westerkwartier 2024 380.286
Westerschouwen 2024
Westerveld 2024 482.454
Westervoort 2024 365.528
Westerwolde 2024 336.557
Westkapelle 2024
Winterswijk 2024 346.135
Zoetermeer 2024 434.502
Zoeterwoude 2024 494.247
Zwartewaterland 2024 376.182
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Kadaster
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de gemiddelde verkoopprijs die in de verslagperiode is betaald voor bestaande koopwoningen die zijn aangekocht door een particulier. De gemiddelde verkoopprijs kan een andere ontwikkeling laten zien dan de Prijsindex Bestaande Koopwoningen (PBK). De gemiddelde koopsom is geen indicator voor de prijsontwikkeling van koopwoningen. De gemiddelde koopsom weerspiegelt namelijk de gemiddelde prijs van woningen die verkocht zijn in een specifieke periode. Doordat elke periode andere woningen worden verkocht, wordt er geen rekening gehouden met eventuele verschillende kenmerken van de verkochte woningen. Een voorbeeld om uit te leggen welke problemen dit met zich meebrengt: Stel in februari van een jaar zijn voornamelijk grote grachtenpanden met tuin verkocht, terwijl in maart veel kleine tussenwoningen van eigenaar wisselden. Hierdoor zal de gemiddelde koopsom in februari hoger liggen dan in maart maar dit wil niet zeggen dat de huizenprijzen zijn gestegen. Zie onder Paragraaf 3 voor een link naar het artikel 'Waarom de gemiddelde koopsom geen huizenprijsindicator is'.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn direct definitief. De berekening van deze cijfers is gebaseerd op het aantal notaristransacties dat iedere maand door het Kadaster wordt vastgesteld. Een revisie van de cijfers vindt alleen bij uitzondering plaats, namelijk alleen indien er sprake is van een noemenswaardige fout buiten de gebruikelijke statistische marges. De gemiddelde verkoopprijzen van bestaande koopwoningen kunnen op latere momenten ook door het Kadaster berekend worden. Doorgaans zijn deze cijfers gelijk aan de publicatie op Statline, maar in enkele perioden verschillen ze van elkaar. Het Kadaster hanteert in deze gevallen meest actuele cijfers. Deze kunnen sinds de eerste publicatie gewijzigd zijn. Het CBS hanteert cijfers van de eerste publicatie conform bovenstaand revisiebeleid.

Wijzigingen per 17 februari 2025
Cijfers gemiddelde verkoopprijzen van de gemeenten jaar 2024 toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers worden circa één tot drie maanden na het verslagjaar gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Gemiddelde verkoopprijs
De gemiddelde verkoopprijs geeft de gemiddelde waarde weer die betaald is in een verslagperiode voor bestaande woningen die zijn aangekocht door een particulier. Deze cijfers tonen niet het verloop van de prijsontwikkeling van alle bestaande koopwoningen. Daarvoor dient u gebruik te maken van de prijsindexcijfers. De gemiddelde koopsom weerspiegelt namelijk de gemiddelde prijs van woningen die verkocht zijn in een specifieke periode. Doordat elke periode andere woningen worden verkocht, wordt er geen rekening gehouden met eventuele verschillende kenmerken van de verkochte woningen. Een voorbeeld om uit te leggen welke problemen dit met zich meebrengt: Stel in februari van een jaar zijn voornamelijk grote grachtenpanden met tuin verkocht, terwijl in maart veel kleine tussenwoningen van eigenaar wisselden. Hierdoor zal de gemiddelde koopsom in februari hoger liggen dan in maart maar dit wil niet zeggen dat de huizenprijzen zijn gestegen.