Huishoudelijk afval per gemeente per inwoner

Huishoudelijk afval per gemeente per inwoner

Afvalsoort Regio's Perioden Hoeveelheid huishoudelijk afval (kg per inwoner)
Houtafval (A- en B-hout) Alphen aan den Rijn 2024** 30,4
Houtafval (A- en B-hout) Arcen en Velden 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Berkel en Rodenrijs 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Capelle aan den IJssel 2024** 18,0
Houtafval (A- en B-hout) Coevorden 2024** 54,2
Houtafval (A- en B-hout) Denekamp 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Eijsden 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Eijsden-Margraten 2024** 48,3
Houtafval (A- en B-hout) Geertruidenberg 2024** 20,7
Houtafval (A- en B-hout) Giessenlanden 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Hardenberg 2024** 10,5
Houtafval (A- en B-hout) Helden 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Den Helder 2024** 35,3
Houtafval (A- en B-hout) Heusden 2024** 9,1
Houtafval (A- en B-hout) Houten 2024** 29,3
Houtafval (A- en B-hout) Krimpen aan den IJssel 2024** 43,9
Houtafval (A- en B-hout) Leeuwarden 2024** 26,2
Houtafval (A- en B-hout) Leiden 2024** 9,8
Houtafval (A- en B-hout) Leusden 2024** 16,2
Houtafval (A- en B-hout) Midden-Delfland 2024** 19,4
Houtafval (A- en B-hout) Midden-Drenthe 2024** 33,7
Houtafval (A- en B-hout) Midden-Groningen 2024** 33,0
Houtafval (A- en B-hout) Molenlanden 2024** 26,6
Houtafval (A- en B-hout) Muiden 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Naarden 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Nederhorst den Berg 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Nieuwerkerk aan den IJssel 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Noordenveld 2024** 34,6
Houtafval (A- en B-hout) Noordwijkerhout 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Oldenzaal 2024** 26,3
Houtafval (A- en B-hout) Oosterhout 2024** 43,7
Houtafval (A- en B-hout) Reusel-De Mierden 2024** 22,2
Houtafval (A- en B-hout) Rheden 2024** 9,9
Houtafval (A- en B-hout) Rijnwaarden 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Schipluiden 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Sint-Oedenrode 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Sluis-Aardenburg 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Uden 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Vijfheerenlanden 2024** 27,2
Houtafval (A- en B-hout) Voorhout 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Vorden 2024**
Houtafval (A- en B-hout) Wierden 2024** 9,7
Houtafval (A- en B-hout) Woerden 2024** 18,8
Houtafval (A- en B-hout) De Wolden 2024** 33,3
Houtafval (A- en B-hout) Woudenberg 2024** 6,4
Houtafval (C-hout) Alphen aan den Rijn 2024** 3,9
Houtafval (C-hout) Arcen en Velden 2024**
Houtafval (C-hout) Berkel en Rodenrijs 2024**
Houtafval (C-hout) Capelle aan den IJssel 2024** 1,7
Houtafval (C-hout) Coevorden 2024** 8,8
Houtafval (C-hout) Denekamp 2024**
Houtafval (C-hout) Eijsden 2024**
Houtafval (C-hout) Eijsden-Margraten 2024** 3,2
Houtafval (C-hout) Geertruidenberg 2024** 1,3
Houtafval (C-hout) Giessenlanden 2024**
Houtafval (C-hout) Hardenberg 2024** 0,0
Houtafval (C-hout) Helden 2024**
Houtafval (C-hout) Den Helder 2024** 4,9
Houtafval (C-hout) Heusden 2024** 1,1
Houtafval (C-hout) Houten 2024** 4,2
Houtafval (C-hout) Krimpen aan den IJssel 2024** 7,7
Houtafval (C-hout) Leeuwarden 2024** 4,0
Houtafval (C-hout) Leiden 2024** 1,0
Houtafval (C-hout) Leusden 2024** 3,5
Houtafval (C-hout) Midden-Delfland 2024** 1,6
Houtafval (C-hout) Midden-Drenthe 2024** 6,7
Houtafval (C-hout) Midden-Groningen 2024** 1,5
Houtafval (C-hout) Molenlanden 2024** 3,9
Houtafval (C-hout) Muiden 2024**
Houtafval (C-hout) Naarden 2024**
Houtafval (C-hout) Nederhorst den Berg 2024**
Houtafval (C-hout) Nieuwerkerk aan den IJssel 2024**
Houtafval (C-hout) Noordenveld 2024** 7,3
Houtafval (C-hout) Noordwijkerhout 2024**
Houtafval (C-hout) Oldenzaal 2024** 0,5
Houtafval (C-hout) Oosterhout 2024** 3,0
Houtafval (C-hout) Reusel-De Mierden 2024** 1,9
Houtafval (C-hout) Rheden 2024** 0,8
Houtafval (C-hout) Rijnwaarden 2024**
Houtafval (C-hout) Schipluiden 2024**
Houtafval (C-hout) Sint-Oedenrode 2024**
Houtafval (C-hout) Sluis-Aardenburg 2024**
Houtafval (C-hout) Uden 2024**
Houtafval (C-hout) Vijfheerenlanden 2024** 4,0
Houtafval (C-hout) Voorhout 2024**
Houtafval (C-hout) Vorden 2024**
Houtafval (C-hout) Wierden 2024** 0,9
Houtafval (C-hout) Woerden 2024** 0,8
Houtafval (C-hout) De Wolden 2024** 5,3
Houtafval (C-hout) Woudenberg 2024** 0,0
Bitumenhoudende dakbedekking Alphen aan den Rijn 2024** 0,7
Bitumenhoudende dakbedekking Arcen en Velden 2024**
Bitumenhoudende dakbedekking Berkel en Rodenrijs 2024**
Bitumenhoudende dakbedekking Capelle aan den IJssel 2024** 0,4
Bitumenhoudende dakbedekking Coevorden 2024** 2,0
Bitumenhoudende dakbedekking Denekamp 2024**
Bitumenhoudende dakbedekking Eijsden 2024**
Bitumenhoudende dakbedekking Eijsden-Margraten 2024** 0,7
Bitumenhoudende dakbedekking Geertruidenberg 2024** 0,9
Bitumenhoudende dakbedekking Giessenlanden 2024**
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel toont de hoeveelheden ingezameld huishoudelijk afval per gemeente. De hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner kan per gemeente sterk variëren. Hiervoor zijn meerdere oorzaken aan te wijzen. Zo zal in een gemeente met veel hoogbouw minder GFT-afval en grof tuinafval vrijkomen omdat er minder tuinen zijn. In gemeenten met een diftar-systeem, waarbij de huishoudens meer moeten betalen als ze meer afval afgeven, komt vaak minder afval per inwoner vrij. Toeristische gemeenten zamelen vaak meer afval in. Dit laatste is vooral zichtbaar op de Waddeneilanden waar relatief veel afval per inwoner vrijkomt.
De gegevens betreffen die hoeveelheden zoals ze zijn ingezameld. Steeds meer gemeenten laten hun gemengd (grof) restafval nascheiden waarbij weer recyclebare grondstoffen vrijkomen. De enige hoeveelheid die geen betrekking heeft op ingezameld afval, is het eindverwerkt afval. Voor een definitie van eindverwerkt afval, zie: definities en verklaringen van symbolen.
Gemeenten die gezamenlijk een milieustraat uitbaten, delen de afvalstromen aan de deelnemende gemeenten toe naar rato van het inwonertal. De Zeeuwse Reinigingdienst (ZRD) verdeelde tot nu toe de hoeveelheden voor de Zeeuwse gemeenten toe naar rato van de gewogen kilo’s per milieustraat, maar is nu ook overgestapt naar toebedeling naar rato van het inwonertal. Dit levert in 2021 een breuk op met eerdere jaren voor de cijfers in het brengsysteem voor Zeeuwse gemeenten. In 2024 heeft de ZRD de berekening van het toedelen van het sorteerbaar afval naar andere afvalstromen veranderd. Hierdoor zijn de cijfers van 2023 en 2024 minder onderling vergelijkbaar voor gemeenten in de provincie Zeeland.
De gemeente Amsterdam heeft tot 2020 bij het brengsysteem het totaal aan grof afval opgegeven. Naast grof huishoudelijk restafval omvat het totaal aan grof afval ook de gescheiden stromen grof afval die via de milieustraat worden aangevoerd, zoals bijvoorbeeld houtafval en schoon puin. Omdat deze stromen ook apart in de cijfers waren opgenomen, was er tot 2020 sprake van een dubbeltelling. De gemeente Amsterdam heeft voor de jaren 2019, 2020 en 2021, de daadwerkelijke hoeveelheden grof huishoudelijk afval doorgegeven. Deze zijn in de cijfers verwerkt. Wel ontstaat hierdoor een breuk met de cijfers uit 2018 en eerder. De cijfers uit 2018 en eerder worden aangepast zodra de correcte hoeveelheden grof huishoudelijk afval voor deze jaren bekend zijn.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2001

Status van de cijfers:
De cijfers over 2022, 2023 en 2024 zijn nader voorlopig; alle overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 11 december 2025:
Definitieve cijfers over 2021 en (nieuwe) nader voorlopige cijfers voor 2022, 2023 en 2024 zijn toegevoegd.
De onderliggende coderingen van de in deze tabel gebruikte classificatie (Afvalsoort) zijn aangepast.
Deze sluiten nu aan bij de door het CBS vastgelegde standaardcoderingen.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Voorlopige cijfers over 2025 worden in oktober 2026 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Hoeveelheid huishoudelijk afval
Afval dat door of in opdracht van de gemeenten bij huishoudens is ingezameld. Daarnaast zijn ook de hoeveelheden textiel en oud papier en karton, die door scholen, verenigingen en liefdadigheidsorganisaties zijn ingezameld, in de cijfers inbegrepen. Omdat het afval van kleine winkels en dergelijk vaak tegelijk met het afval van huishoudens wordt ingezameld, zal een (klein) deel niet afkomstig zijn van huishoudens.