Gezondheid en zorggebruik; geslacht, leeftijd, persoonskenmerken, 2014-2021

Gezondheid en zorggebruik; geslacht, leeftijd, persoonskenmerken, 2014-2021

Geslacht Leeftijd Kenmerken personen Marges Perioden Psychisch ongezond, 12 jaar of ouder (%) Mondgezondheid (zeer) goed, 15 of ouder (%) Langdurige aandoeningen Aandoeningen afgelopen 12 maanden Aandoening van de nek of schouder (%) Beperkingen Slaapproblemen, 12 jaar of ouder (%) Beperkingen Belemmerd door pijn, 12 jaar of ouder (%) Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Personen met minstens 1 beperking (%) Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Beperkingen per persoon (aantal) Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Personen met beperking in horen (%) Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Personen met beperking in zien (%) Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Personen met beperking in bewegen (%) Hulpmiddelen Hulpmiddel voor horen, 4 jaar of ouder (%) Hulpmiddelen Hulpmiddel voor zien, 4 jaar of ouder (%) Hulpmiddelen Hulpmiddel voor bewegen, 12 jr of ouder (%) Hulpmiddelen Hulpmiddel voor anatomie, 12 jr of ouder (%) Hulpmiddelen Hulpmiddel incontinentie, 12 jr of ouder (%) Medische contacten Contact met mondhygiënist, 12 of ouder (%) Medische contacten Contact met orthodontist, 8 of ouder (%) SF-12 gezondheidsmaat, 12 jaar of ouder Normscore fysiek (aantal) SF-12 gezondheidsmaat, 12 jaar of ouder Normscore Psychisch (aantal)
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2020/2021 18,1 60,3 15,4 23,6 24,3 36,9 0,8 7,9 7,3 32,4 17,9 96,7 . . . 26,1 3,9 42,8 51,3
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 14,4 55,1 12,0 19,5 20,1 32,0 0,7 5,5 4,8 27,6 14,2 94,3 . . . 21,9 2,3 41,6 50,3
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 22,5 65,3 19,6 28,3 29,0 42,1 0,9 11,4 10,8 37,5 22,2 98,1 . . . 30,8 6,5 44,1 52,2
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2020/2021 11,1 68,2 15,6 22,7 21,7 31,9 0,7 7,6 7,0 26,9 21,5 97,4 . . . 29,7 5,0 43,8 52,7
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 9,2 65,2 13,4 20,1 19,2 29,0 0,6 6,0 5,6 24,1 19,1 96,2 . . . 26,9 3,8 43,1 52,2
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 13,3 71,1 18,0 25,4 24,5 35,0 0,8 9,5 8,9 29,8 24,2 98,2 . . . 32,6 6,5 44,6 53,2
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2020/2021 8,8 71,2 12,5 18,5 15,6 20,9 0,4 6,1 3,9 16,5 21,9 98,0 . . . 36,0 5,1 46,5 53,4
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 7,1 68,1 10,4 15,9 13,3 18,1 0,3 4,6 2,8 13,9 19,2 96,8 . . . 32,8 3,7 45,8 52,9
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 11,0 74,2 15,0 21,4 18,3 24,0 0,5 8,0 5,6 19,4 25,0 98,8 . . . 39,4 6,9 47,3 53,9
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2020/2021 8,6 69,5 11,0 20,8 14,6 12,8 0,2 3,1 2,9 10,1 16,9 97,6 . . . 48,2 4,2 47,2 52,8
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 6,8 66,1 8,9 18,0 12,1 10,5 0,2 2,0 1,9 8,0 14,4 96,3 . . . 44,6 3,0 46,5 52,2
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 10,9 72,7 13,6 24,0 17,5 15,5 0,3 4,6 4,5 12,7 19,8 98,5 . . . 51,9 5,8 48,0 53,4
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2020/2021 6,9 73,8 9,6 17,8 10,1 10,6 0,2 3,5 2,8 7,4 16,0 97,3 . . . 57,3 5,0 49,0 53,6
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 5,0 70,0 7,4 14,9 7,8 8,3 0,1 2,3 1,6 5,4 13,2 95,3 . . . 53,3 3,5 48,2 53,1
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 9,3 77,2 12,3 21,0 13,0 13,6 0,3 5,3 4,8 10,1 19,2 98,4 . . . 61,2 7,2 49,8 54,2
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2020/2021 13,4 60,4 12,8 15,3 17,5 32,6 0,7 9,3 7,1 26,7 16,8 95,7 . . . 25,1 3,7 44,3 51,8
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 8,8 52,7 8,6 10,6 12,4 25,8 0,5 5,6 3,9 20,4 12,0 91,4 . . . 19,1 1,7 42,6 50,5
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 19,8 67,6 18,7 21,7 24,0 40,2 0,9 15,2 12,4 34,1 23,0 97,9 . . . 32,2 7,9 46,1 53,2
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2020/2021 9,6 66,8 11,3 15,8 16,6 27,5 0,6 9,8 7,3 21,8 26,6 97,0 . . . 25,5 6,1 45,1 53,1
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 7,2 62,4 8,9 12,8 13,5 23,7 0,5 7,4 5,3 18,3 22,9 95,1 . . . 21,9 4,3 44,1 52,4
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 12,5 70,9 14,4 19,3 20,2 31,6 0,7 12,8 10,0 25,7 30,6 98,1 . . . 29,4 8,7 46,1 53,8
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2020/2021 8,5 69,8 10,1 12,7 13,9 19,8 0,4 7,8 5,8 14,0 23,1 97,7 . . . 33,3 4,7 46,5 54,3
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 6,2 65,2 7,6 9,9 10,8 16,1 0,3 5,6 3,8 10,8 19,3 95,6 . . . 29,0 2,9 45,5 53,6
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 11,6 74,0 13,4 16,2 17,7 24,1 0,5 10,8 8,8 17,9 27,4 98,8 . . . 37,9 7,6 47,6 55,0
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2020/2021 5,3 70,1 7,1 14,0 10,0 8,5 0,1 3,2 1,8 5,8 20,3 97,7 . . . 46,6 4,3 48,4 53,8
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 3,4 65,5 4,9 11,0 7,4 6,2 0,1 1,9 0,9 3,8 16,8 95,7 . . . 41,8 2,7 47,5 53,0
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 8,1 74,4 10,2 17,8 13,4 11,7 0,2 5,3 3,6 8,6 24,5 98,7 . . . 51,5 6,7 49,4 54,5
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2020/2021 4,7 72,6 7,6 12,4 6,3 6,5 0,1 3,7 0,7 3,7 14,8 97,7 . . . 55,2 4,8 49,9 54,6
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 2,8 67,7 5,2 9,4 4,2 4,4 0,1 2,2 0,2 2,2 11,4 95,6 . . . 49,9 2,8 49,0 54,0
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 7,7 77,0 11,1 16,2 9,6 9,6 0,2 6,4 2,2 6,3 18,9 98,8 . . . 60,3 8,0 50,8 55,3
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2020/2021 21,4 60,3 17,3 29,4 29,1 39,9 0,9 7,0 7,4 36,4 18,6 97,4 . . . 26,8 4,1 41,8 50,9
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 16,2 53,3 12,5 23,5 23,1 33,2 0,7 4,0 4,2 29,9 13,7 93,8 . . . 21,2 2,0 40,0 49,5
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 27,7 66,9 23,3 36,1 35,8 47,0 1,0 11,8 12,6 43,4 24,8 99,0 . . . 33,3 7,9 43,5 52,2
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2020/2021 12,4 69,3 19,0 28,2 25,8 35,5 0,7 5,7 6,8 31,1 17,4 97,8 . . . 33,2 4,0 42,8 52,3
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 9,7 65,1 15,7 24,4 22,1 31,3 0,6 3,9 4,8 27,0 14,2 95,9 . . . 29,2 2,7 41,8 51,6
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 15,6 73,3 22,8 32,4 29,9 39,9 0,8 8,3 9,5 35,4 21,1 98,8 . . . 37,5 6,0 43,9 53,1
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2020/2021 9,1 72,5 14,7 23,6 17,2 21,9 0,4 4,6 2,3 18,6 20,9 98,3 . . . 38,5 5,4 46,6 52,6
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 6,6 68,0 11,5 19,7 13,8 18,0 0,3 2,9 1,3 14,9 17,1 96,5 . . . 33,9 3,6 45,5 51,9
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 12,4 76,7 18,5 28,1 21,2 26,4 0,5 7,2 4,2 23,0 25,4 99,2 . . . 43,3 8,0 47,6 53,4
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2020/2021 11,8 68,9 14,8 27,3 18,9 16,8 0,3 2,9 3,9 14,3 13,7 97,6 . . . 49,8 4,1 46,1 51,9
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 8,8 63,7 11,3 22,8 15,0 13,1 0,2 1,5 2,2 10,8 10,3 95,3 . . . 44,4 2,5 44,8 50,9
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 15,6 73,6 19,0 32,4 23,7 21,4 0,4 5,6 6,7 18,6 17,9 98,8 . . . 55,1 6,7 47,3 52,8
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2020/2021 9,5 75,2 12,0 24,3 14,7 15,6 0,3 3,2 5,3 11,9 17,5 96,8 . . . 60,0 5,3 47,8 52,4
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2020/2021 6,4 69,2 8,4 19,4 10,6 11,3 0,2 1,6 2,9 8,1 13,2 92,5 . . . 53,7 3,2 46,4 51,5
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2020/2021 14,0 80,3 16,7 30,0 20,1 21,1 0,4 6,2 9,6 17,2 22,9 98,7 . . . 65,9 8,6 49,2 53,4
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de (ervaren) gezondheid en de medische contacten van de Nederlandse bevolking. De cijfers kunnen worden uitgesplitst naar geslacht, leeftijd en sociaaleconomische status (migratieachtergrond, onderwijs- en inkomensniveau). Daarbij kunnen geslacht, leeftijd en sociaaleconomische status met elkaar gekruist worden.
Voor enkele onderwerpen geldt een afwijkende leeftijdsafbakening. Deze leeftijden worden bij de betreffende onderwerpen vermeld. De cijfers in de tabel zijn een gemiddelde over twee onderzoeksjaren. De cijfers in zijn afkomstig uit de Gezondheidsenquête. De Gezondheidsenquête is een doorlopend onderzoek onder de Nederlandse bevolking van 0 jaar en ouder, woonachtig in particuliere huishoudens. Alle cijfers zijn gebaseerd op tenminste 100 waarnemingen.

Gegevens beschikbaar van 2014/2015 tot en met 2020/2021

Status van de cijfers: de cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 10 maart 2023:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door de tabel Gezondheid en zorggebruik: geslacht, leeftijd, persoonskenmerken. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Psychisch ongezond, 12 jaar of ouder
Percentage personen van 12 jaar of ouder dat minder dan 60 scoort op de Mental Health Inventory (MHI) voor adolescenten vanaf 12 jaar en volwassenen. De cijfers hebben betrekking op de 'Mental Health Inventory 5' ofwel 'MHI-5'. Dit is een internationale standaard voor een specifieke meting van de psychische gezondheid, bestaande uit 5 vragen. De MHI-5 is feitelijk een deelschaal van de Short Format 36 ofwel SF-36, een uitvoerige internationale standaard voor de meting van gezondheid. De MHI-5 betreft vragen die steeds betrekking hebben op hoe men zich in de afgelopen 4 weken voelde. Gevraagd is:
1. Voelde u zich erg zenuwachtig?
2. Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?
3. Voelde u zich kalm en rustig?
4. Voelde u zich neerslachtig en somber?
5. Voelde u zich gelukkig?
Iedere vraag heeft de volgende 6 antwoordcategorieën: voortdurend-meestal-vaak-soms-zelden-nooit. Bij de positief geformuleerde vragen van de MHI vragenlijst (vraag 3 en 5) zijn voor de antwoordcategorieën in volgorde de waarden 5, 4, 3, 2, 1, en 0 toegekend. Bij de negatief geformuleerde vragen (vraag 1, 2 en 4) zijn precies de omgekeerde waarden toegekend. Vervolgens zijn per persoon de somscores berekend en zijn deze vermenigvuldigd met 4, zodat de minimale somscore van een persoon 0 (zeer ongezond)en de maximale score 100 (perfect gezond) kan bedragen. Bij een score van 60 of meer is een respondent gekwalificeerd als psychisch gezond en bij een score van minder dan 60 als psychisch ongezond.
Mondgezondheid (zeer) goed, 15 of ouder
Percentage personen van 15 jaar en ouder dat “goed” of “zeer goed” antwoordt op de vraag: Hoe zou u in het algemeen de gezondheid van uw tanden en tandvlees omschrijven?
1. Zeer goed
2. Goed
3. Gaat wel
4. Slecht ]
5. Zeer slecht

Langdurige aandoeningen
Aan alle respondenten wordt gevraagd: Heeft u / uw kind één of meer langdurige ziekten of aandoeningen? Langdurig is (naar verwachting) 6 maanden of langer. Vervolgens worden 23 aandoeningen en een restcategorie 'overige aandoeningen' voorgelegd en gevraagd of mensen deze aandoening in de afgelopen 12 maanden hebben gehad. Van drie van die aandoeningen wordt ook gevraagd of men die ooit heeft gehad. Daarnaast wordt (uitgebreider) gevraagd naar suikerziekte (diabetes). De meeste vragen naar specifieke langdurige aandoeningen worden aan personen van alle leeftijden gesteld. Aandoeningen die niet vaak voorkomen bij jongeren worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.
Aandoeningen afgelopen 12 maanden
Langdurige ziektes en aandoeningen in de afgelopen 12 maanden. Respondenten kunnen aangeven of ze de ziekte of aandoening hebben of afgelopen 12 maanden hebben gehad.
Aandoening van de nek of schouder
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft of had u / uw kind in de afgelopen 12 maanden een ernstige of hardnekkige aandoening van de nek of schouder?
Beperkingen
Beperkingen
Er worden 3 indicatoren voor lichamelijke beperkingen berekend:
a De OESO-indicator voor personen van 12 jaar of ouder en
b De ADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar en.
c de iADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar.
Daarnaast wordt een globale vraag over beperkingen gesteld (GALI-indicator).
Slaapproblemen, 12 jaar of ouder
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie ‘nogal’, ‘veel’ of ‘heel veel’ op de vraag ‘In welke mate heeft u in de afgelopen 2 weken last gehad van problemen met slapen? Denkt u hierbij aan moeite met in slaap vallen, moeite om door te slapen, of te vroeg wakker worden.
Belemmerd door pijn, 12 jaar of ouder
Percentage personen van 12 jaar of ouder die aangaven dat pijn hen de afgelopen 4 weken nogal, veel, of heel veel heeft belemmerd bij hun normale werkzaamheden, zowel werk buitenshuis als huishoudelijk werk.
Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder
De OESO-indicator (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is gebaseerd op de volgende 7 vragen over vaardigheden die mensen normaal kunnen doen, zo nodig met hulpmiddelen zoals een bril of hoorapparaat. Het gaat niet om tijdelijke problemen.
1. Een gesprek volgen in een groep van drie of meer personen (zo nodig met hoorapparaat)
2. Met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met hoorapparaat)
3. Kleine letters in de krant lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)
4. Op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen)
5. Een voorwerp van 5 kilo, bijv. een volle boodschappentas 10 meter dragen
6. Rechtop staand kunnen bukken en iets van de grond oppakken
7. 400 meter aan een stuk lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok)
Antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; kan niet. Deze vragen worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.
Personen met minstens 1 beperking
Percentage personen met minstens 1 OESO-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 7 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' antwoordt.
Beperkingen per persoon
Het gemiddeld aantal OESO-beperkingen per persoon in de bevolking van 12 jaar of ouder, gemeten met behulp van de OESO-indicator.
Personen met beperking in horen
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja, met grote moeite' of 'nee, dat kan ik niet' op minstens 1 van de 2 vragen naar beperkingen in horen (volgens de OESO indicator).
Personen met beperking in zien
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja, met grote moeite' of 'nee, dat kan ik niet' op minstens 1 van de 2 vragen naar beperkingen in zien (volgens de OESO indicator).
Personen met beperking in bewegen
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja, met grote moeite' of 'nee, dat kan ik niet' op minstens 1 van de 3 vragen naar beperkingen in bewegen (volgens de OESO indicator).
Hulpmiddelen
Aan alle personen van 4 jaar of ouder wordt gevraagd of zij een hoorapparaat of een speciaal apparaat voor geluidsversterking hebben, of zij een bril of contactlenzen dragen, en of zij een ander hulpmiddel voor zien of lezen hebben. Voor kinderen jonger dan 12 jaar worden deze vragen beantwoord door de ouder/verzorger.
Aan alle personen van 12 jaar of ouder wordt gevraagd of zij hulpmiddelen voor bewegen, anatomie, en/of incontinentie gebruiken.
Vanaf 2019 worden de vragen over hulpmiddel voor bewegen, hulpmiddel voor anatomie en hulpmiddel voor incontinentie niet meer gesteld aan respondenten in de gezondheidsenquête.
Hulpmiddel voor horen, 4 jaar of ouder
Het percentage personen van 4 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: 'heeft u / uw kind een hoorapparaat?' of 'ja' op de vraag: 'heeft u / uw kind een speciaal apparaat voor geluidsversterking, bijvoorbeeld voor telefoon of televisie?' Vanaf 2018 is de vraagstelling gewijzigd en is dit het percentage personen van 4 jaar of ouder met ‘ja’ op de vraag: ‘Gebruikt u /uw kind) wel eens een hoorapparaat?’ of ‘ja’ op de vraag: ‘Gebruikt u/ uw kind wel eens een speciaal apparaat voor geluidsversterking, bijvoorbeeld voor telefoon of televisie?’
Hulpmiddel voor zien, 4 jaar of ouder
Percentage personen van 4 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: 'draagt u / uw kind wel eens een bril' of 'ja' op de vraag: 'draagt u / uw kind wel eens contactlenzen?' of 'ja' op de vraag: 'heeft u / uw kind (nog) een ander hulpmiddel voor zien of lezen?'
Hulpmiddel voor bewegen, 12 jr of ouder
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: ‘Maakt u wel eens gebruik van een hulpmiddel om u voort te bewegen, zoals een stok, kruk, looprek, rollator, rolstoel of scoot(er)mobiel?’.
Hulpmiddel voor anatomie, 12 jr of ouder
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: ‘Maakt u wel eens gebruik van een anatomisch hulpmiddel, zoals orthopedisch schoeisel, een arm- of beenprothese, of een beugel of spalk? Een beugel voor het gebit wordt hier niet onder verstaan.’.
Hulpmiddel incontinentie, 12 jr of ouder
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: ‘Maakt u wel eens gebruik van incontinentiemateriaal, een blaaskatheter, stoma of stomamateriaal voor urine of ontlasting?’.
Medische contacten
Aan personen wordt gevraagd of zij contact hebben gehad met de huisarts, de specialist, de tandarts, de mondhygiënist, de orthodontist , de fysio- en oefentherapeut, de psycholoog, psychotherapeut of psychiater, en of zij behandeld zijn door een alternatief genezer. Ook wordt gevraagd naar ziekenhuisopnamen of dagopnamen, of mensen thuiszorg hebben ontvangen of dat ze zorg in het buitenland hebben gehad. De meeste vragen naar medische contacten worden aan personen van alle leeftijden gesteld. Contacten die niet vaak voorkomen bij kinderen worden gesteld vanaf een hogere leeftijd.
Contact met mondhygiënist, 12 of ouder
Percentage personen van 12 jaar of ouder in de bevolking dat minimaal 1 keer in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum contact heeft gehad met de mondhygiënist.
Contact met orthodontist, 8 of ouder
Percentage personen van 8 jaar of ouder in de bevolking dat minimaal 1 keer in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum contact heeft gehad met de orthodontist.
SF-12 gezondheidsmaat, 12 jaar of ouder
De 'Short Format 12' of afgekort de SF-12 vragenlijst is een selectie van 12 vragen uit de SF-36 (Ware et al., 1995*). De SF-12 is een veelgebruikte internationale standaard van een generieke gezondheidsmaat. De SF-12 meet acht gezondheidsaspecten, namelijk lichamelijk functioneren, rolbeperkingen door lichamelijke gezondheidsproblemen, lichamelijke pijn, algemene gezondheid, vitaliteit (energie / vermoeidheid), sociaal functioneren, rolbeperkingen door emotionele problemen en geestelijke gezondheid. Op basis van de 12 vragen kunnen twee deelschalen worden berekend; een samenvattende maat voor fysieke gezondheid (normscore fysiek) en een samenvattende maat voor psychische gezondheid (normscore psychisch).

Deze normscores worden berekend voor personen van 12 jaar of ouder.

*Ware J.E., Kosinski M., Keller S.D. SF-12: How to score the SF-12 Physical and Mental Health Summary Scales. Boston, MA: The Health Institute, New England Medical Center, Second Edition, 1995.
Normscore fysiek
Normscore fysiek wordt bepaald voor personen van 12 jaar of ouder. De normscore fysiek is een samenvattende fysieke gezondheidsmaat, die wordt berekend door middel van de antwoorden op de SF-12 vragenlijst. Bij de ontwikkeling van de normscores is de Amerikaanse bevolking als referentiegroep gebruikt. In 1995 bedroeg de score voor fysieke gezondheid van de Amerikaanse bevolking precies 50. Gemiddelde waarden onder de 50 wijzen op een minder goede fysieke gezondheid dan in die normpopulatie (Amerikaanse populatie 1995) en waarden boven de 50 op een betere gezondheid. Voor de Nederlandse bevolking geldt dat het gemiddelde van de fysieke normscore iets hoger ligt dan 50.

Normscore Psychisch
Normscore psychisch wordt bepaald voor personen van 12 jaar of ouder. De normscore psychisch is een samenvattende psychische gezondheidsmaat, die wordt berekend door middel van de antwoorden op de SF-12 vragenlijst. Bij de ontwikkeling van de normscores is de Amerikaanse bevolking als referentiegroep gebruikt. In 1995 bedroeg de score voor psychische gezondheid van de Amerikaanse bevolking precies 50. Gemiddelde waarden onder de 50 wijzen op een minder goede psychische gezondheid dan in die normpopulatie (Amerikaanse populatie 1995) en waarden boven de 50 op een betere gezondheid. Voor de Nederlandse bevolking geldt dat het gemiddelde van de psychische normscore iets hoger ligt dan 50.