Groeirekeningen; nationale rekeningen 1995-2016

Groeirekeningen; nationale rekeningen 1995-2016

Model Bedrijfstakken SBI 2008 Perioden Geconsolideerde productie Geconsolideerde productie (2010=100) (volume-indexcijfers 2010=100) Intermediair verbruik Geconsolideerd (2010=100) Totaal (volume-indexcijfers 2010=100) Intermediair verbruik Geconsolideerd (2010=100) Verbruik energie (volume-indexcijfers 2010=100) Intermediair verbruik Geconsolideerd (2010=100) Verbruik materialen (volume-indexcijfers 2010=100) Intermediair verbruik Geconsolideerd (2010=100) Verbruik diensten (volume-indexcijfers 2010=100) Toegevoegde waarde Toegevoegde waarde (2010=100) (volume-indexcijfers 2010=100) Arbeid Beloning van arbeid (2010=100) (volume-indexcijfers 2010=100) Kapitaaldiensten Kapitaaldiensten (2010=100) (volume-indexcijfers 2010=100) Kapitaaldiensten Kapitaaldiensten gewerkt uur (2010=100) (volume-indexcijfers 2010=100) Productiefactoren Totaal productiefactoren (2010=100) Totale input KLEMS (volume-indexcijfers 2010=100) Productiefactoren Totaal productiefactoren (2010=100) Totale input kapitaal en arbeid (volume-indexcijfers 2010=100) Arbeidsproductiviteit Op basis van geconsolideerde productie Arbeidsproductiviteit (2010=100) (indexcijfers 2010=100) Arbeidsproductiviteit Op basis van toegevoegde waarde Arbeidsproductiviteit (2010=100) (indexcijfers 2010=100)
Officiële CBS berekeningen A-U Commerciële sector.(excl L,O,P,T) 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen A Landbouw, bosbouw en visserij 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen B-E Nijverheid (geen bouw) en energie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen B Delfstoffenwinning 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen C Industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 10-12 Voedings-, genotmiddelenindustrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 13-15 Textiel-, kleding-, lederindustrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 16-18 Hout-, papier-, grafische industr. 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 19 Aardolie-industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 20 Chemische industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 21 Farmaceutische industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 22-23 Kunststof- en bouwmateriaalindustr 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 24-25 Basismetaal, metaalprod.-industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 26 Elektrotechnische industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 27 Elektrische apparatenindustrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 28 Machine-industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 29-30 Transportmiddelenindustrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 31-33 Overige industrie en reparatie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen D Energievoorziening 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen E Waterbedrijven en afvalbeheer 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen F Bouwnijverheid 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen G-I Handel, vervoer en horeca 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen G Handel 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen H Vervoer en opslag 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen I Horeca 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen J Informatie en communicatie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 58-60 Uitgeverijen, film,radio en t.v. 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 61 Telecommunicatie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 62-63 IT- en informatiedienstverlening 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen K Financiële dienstverlening 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen L Verhuur en handel van onroerend goed 2010 . . . . . . . . . . . . .
Officiële CBS berekeningen M-N Zakelijke dienstverlening 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 69-71 Management- en technisch advies 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 72 Research 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 73-75 Reclame, design, overige diensten 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 78-82 Overige zakelijke dienstverlening 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen O-Q Overheid en zorg 2010 . . . . . . . . . . . . .
Officiële CBS berekeningen O Openbaar bestuur en overheidsdiensten 2010 . . . . . . . . . . . . .
Officiële CBS berekeningen P Onderwijs 2010 . . . . . . . . . . . . .
Officiële CBS berekeningen 86 Gezondheidszorg 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen 87-88 Verzorging en welzijn 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen R-U Cultuur, recreatie, overige diensten 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen R Cultuur, sport en recreatie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen S Overige dienstverlening 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Officiële CBS berekeningen T Huishoudens 2010 . . . . . . . . . . . . .
Officiële CBS berekeningen U Extraterritoriale organisaties 2010 . . . . . . . . . . . . .
Neoklassiek model A-U Commerciële sector.(excl L,O,P,T) 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model A Landbouw, bosbouw en visserij 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model B-E Nijverheid (geen bouw) en energie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model B Delfstoffenwinning 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model C Industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 10-12 Voedings-, genotmiddelenindustrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 13-15 Textiel-, kleding-, lederindustrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 16-18 Hout-, papier-, grafische industr. 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 19 Aardolie-industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 20 Chemische industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 21 Farmaceutische industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 22-23 Kunststof- en bouwmateriaalindustr 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 24-25 Basismetaal, metaalprod.-industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 26 Elektrotechnische industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 27 Elektrische apparatenindustrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 28 Machine-industrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 29-30 Transportmiddelenindustrie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 31-33 Overige industrie en reparatie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model D Energievoorziening 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model E Waterbedrijven en afvalbeheer 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model F Bouwnijverheid 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model G-I Handel, vervoer en horeca 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model G Handel 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model H Vervoer en opslag 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model I Horeca 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model J Informatie en communicatie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 58-60 Uitgeverijen, film,radio en t.v. 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 61 Telecommunicatie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 62-63 IT- en informatiedienstverlening 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model K Financiële dienstverlening 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model L Verhuur en handel van onroerend goed 2010 . . . . . . . . . . . . .
Neoklassiek model M-N Zakelijke dienstverlening 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 69-71 Management- en technisch advies 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 72 Research 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 73-75 Reclame, design, overige diensten 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 78-82 Overige zakelijke dienstverlening 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model O-Q Overheid en zorg 2010 . . . . . . . . . . . . .
Neoklassiek model O Openbaar bestuur en overheidsdiensten 2010 . . . . . . . . . . . . .
Neoklassiek model P Onderwijs 2010 . . . . . . . . . . . . .
Neoklassiek model 86 Gezondheidszorg 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model 87-88 Verzorging en welzijn 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model R-U Cultuur, recreatie, overige diensten 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model R Cultuur, sport en recreatie 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model S Overige dienstverlening 2010 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Neoklassiek model T Huishoudens 2010 . . . . . . . . . . . . .
Neoklassiek model U Extraterritoriale organisaties 2010 . . . . . . . . . . . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat de (vooralsnog experimentele) uitkomsten van de Nederlandse groeirekeningen. De groeirekeningen laten zien welke bijdragen de verschillende productiemiddelen hebben geleverd aan de economische groei. Zo kan worden bepaald welk deel van de productiegroei wordt verklaard door een verandering in de inzet van kapitaal (K), arbeid (L), energie (E), materialen (M) of diensten (S).

Uit de uitkomsten van de groeirekeningen kan ook de ontwikkeling van de multifactorproductiviteit worden afgeleid. Dit is het deel van de groei (van de productie of toegevoegde waarde) dat niet kan worden toegerekend aan één van de verschillende productiemiddelen. Multifactorproductiviteit is daarmee een belangrijke maatstaf voor de productiviteit van de Nederlandse economie. Doordat met alle bekende inputs van het productieproces rekening wordt gehouden, levert de multifactorproductiviteit een breder beeld van de productiviteit dan de van oudsher gehanteerde arbeidsproductiviteit. In deze tabel worden ook de onderliggende data en de arbeidsproductiviteit gepubliceerd.

Deze tabel is gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). Het referentiejaar voor de volume- en prijsindexcijfers tijdreeksen is 2010. De waarden in deze tabel zijn gebaseerd op de Nationale Rekeningen die conform het Europees Systeem van Rekeningen 2010 (ESR 2010) zijn samengesteld.

Gegevens beschikbaar van 1995 tot en met 2016.

Status van de cijfers:
De gegevens van 1995 tot en met 2014 zijn definitief. De gegevens over 2015 en 2016 zijn voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 15 juni 2018:
De gegevens van de jaren 1995-2000 en 2016 zijn toegevoegd. De gegevens van de jaren 2014-2015 zijn herzien. Door de toevoeging van het verslagjaar 2000 aan de reeks konden de jaar-op-jaarontwikkelingen voor 2001 berekend worden. Deze bevatten voorheen een punt (.), maar zijn nu vervangen door de procentuele verandering.

Wijzigingen per 24 juli 2018:
Voor het verslagjaar 2016 zijn de indices met basisjaar 2010 verkeerd berekend. Zij sloten daarom niet aan bij de jaar-op-jaar procentuele ontwikkelingen. Dat is nu gecorrigeerd. De correctie bedraagt tussen de +2,5 punt en -3,2 punt.

Wijzigigen per 24 mei 2019:
Geen, deze tabel is stopgezet.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onlangs een revisie uitgevoerd van de nationale rekeningen. Hierbij worden nieuwe statistische bronnen en ramingsmethoden gebruikt. Deze tabel met gegevens voor revisie is vervangen door tabel Groeirekeningen; nationale rekeningen. Voor aanvullende informatie zie paragraaf 3.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Geconsolideerde productie
De productie verminderd met de interne leveringen.

De geconsolideerde productie is de productie die overblijft als de eenheid (bedrijfsklasse, bedrijfstak of de commerciële sector) wordt beschreven als één enkel bedrijf.
Geconsolideerde productie (2010=100)
Intermediair verbruik
De waarde van alle producten die in de verslagperiode zijn verbruikt in het productieproces. Dit kunnen al of niet in de verslagperiode aangekochte grondstoffen, halffabricaten en brandstoffen zijn maar ook diensten zoals communicatiediensten, schoonmaakdiensten en diensten van externe accountants.

Niet tot het intermediair verbruik maar tot de afschrijvingen behoort het verbruik van vaste activa (bedrijfsgebouwen, machines, eigen vervoermiddelen e.d.). Ook aangekochte goederen door de handel die, zonder enige bewerking te ondergaan, weer zijn doorverkocht worden niet tot het intermediair verbruik gerekend.
Geconsolideerd (2010=100)
Geconsolideerd intermediair verbruik 2010=100
Totaal
Het intermediair verbruik verminderd met de interne leveringen.

Het intermediair verbruik kan worden opgesplitst in energie, materialen en diensten. Het geconsolideerde intermediair verbruik is het intermediair verbruik dat overblijft als de eenheid (bedrijfsklasse, bedrijfstak of de commerciële sector) wordt beschreven als één enkel bedrijf.
Verbruik energie
Het verbruik van energie verminderd met de interne leveringen van energieproducten.

De energieproducten omvatten naast de producten geproduceerd door de energie- en waterleidingbedrijven ook energiedragers als steenkool en (ruwe en verwerkte) olie en gas. Het geconsolideerde verbruik van energie is het verbruik van energie dat overblijft als de eenheid (bedrijfsklasse, bedrijfstak of de commerciële sector) wordt beschreven als één enkel bedrijf.
Verbruik materialen
Het verbruik van materialen verminderd met de interne leveringen van materialen.

Het geconsolideerde verbruik van materialen is het verbruik van materialen dat overblijft als de eenheid (bedrijfsklasse, bedrijfstak of de commerciële sector) wordt beschreven als één enkel bedrijf.
Verbruik diensten
Het verbruik van diensten verminderd met de interne leveringen van diensten.

Het geconsolideerde verbruik van diensten is het verbruik van diensten dat overblijft als de eenheid (bedrijfsklasse, bedrijfstak of de commerciële sector) wordt beschreven als één enkel bedrijf.
Toegevoegde waarde
Gewaardeerd tegen basisprijzen per bedrijfsklasse is de toegevoegde waarde gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen).
Toegevoegde waarde (2010=100)
Arbeid
De beloning van werknemers en toegerekende arbeidsbeloning van zelfstandigen als waardecomponent en de uren en het compositie-effect als volumecomponent. Het compositie-effect wordt alleen getoond in de selectie groeirekeningen op basis van productie en op basis van toegevoegde waarde.
Beloning van arbeid (2010=100)
Lonen van werknemers plus de sociale premies ten laste van werkgevers en een toegerekende arbeidsbeloning voor zelfstandigen, verminderd met de loonsubsidies die door de overheid zijn verstrekt.
Kapitaaldiensten
De belangrijkste typen van kapitaal zijn opgenomen in de groeirekeningen. De kapitaalgoederenvoorraad wordt meegenomen, net als de Nederlandse aardolie- en aardgasreserve. Verder zijn voorraden, landbouwgrond en grond onder bebouwing opgenomen. De waarde van de kapitaaldiensten wordt gelijk gesteld aan de kosten van de kapitaaldiensten. Deze kosten worden de gebruikskosten van kapitaal genoemd. Deze gebruikskosten zijn conceptueel het beste te vergelijken met de huurprijs van de betreffende kapitaalgoederen. Doorgaans bestaan de gebruikskosten van kapitaal uit vier onderdelen,
namelijk de afschrijvingen, de (toegerekende) rentekosten, het saldo van belastingen en subsidies op het gebruik van kapitaal en de waarderingswinsten of -verliezen. Wanneer de prijzen van de kapitaalgoederen stijgen, ontstaan er waarderingswinsten die in mindering moeten worden gebracht op de gebruikskosten van kapitaalgoederen. Bij prijsdalingen nemen de gebruikskosten juist toe.
Kapitaaldiensten (2010=100)
Diensten die door kapitaalgoederen worden geleverd in het productieproces.
Kapitaaldiensten gewerkt uur (2010=100)
Diensten per gewerkt uur die door kapitaalgoederen worden geleverd in het productieproces.
Productiefactoren
Totaal van de waarde van arbeid, kapitaal en intermediair verbruik als gekeken wordt naar de productie als output.Totaal van de waarde van arbeid en kapitaal als gekeken wordt naar de toegevoegde waarde als output.
Totaal productiefactoren (2010=100)
Totale input KLEMS
De totale inzet van de productiemiddelen kapitaal, arbeid, energie, materialen en diensten in het productieproces (KLEMS staat voor capital, labour, materials, energy en services).
Totale input kapitaal en arbeid
De totale inzet van de productiemiddelen kapitaal en arbeid in het productieproces.
Arbeidsproductiviteit
De volumeontwikkeling van de geconsolideerde productie of toegevoegde per eenheid van arbeidsvolume. Het arbeidsvolume is hier de gewerkte uren.
Op basis van geconsolideerde productie
Arbeidsproductiviteit op basis van geconsolideerde productie

De volumeontwikkeling van de geconsolideerde productie per eenheid van arbeidsvolume. Arbeidsproductiviteit wordt hier berekend als de geconsolideerde productie per gewerkt uur.
Arbeidsproductiviteit (2010=100)
Op basis van toegevoegde waarde
Arbeidsproductiviteit op basis van toegevoegde waarde

De volumeontwikkeling van de toegevoegde waarde per eenheid van arbeidsvolume. De arbeidsproductiviteit wordt hier berekend als de toegevoegde waarde per gewerkt uur.
Arbeidsproductiviteit (2010=100)