Energieverbruik particuliere woningen; woningtype, wijken en buurten, 2014

Energieverbruik particuliere woningen; woningtype, wijken en buurten, 2014

Woningkenmerken Wijken en buurten Gemiddeld aardgasverbruik (m3) Gemiddeld elektriciteitsverbruik (kWh) Stadsverwarming (%)
Totaal woningen Wijk 05 Oost-Souburg 1.100 2.700
Totaal woningen Kern-Oost-Souburg 1.050 2.400
Totaal woningen Landelijk gebied Oost-Souburg . 5.150
Appartement Wijk 05 Oost-Souburg 750 1.700
Appartement Kern-Oost-Souburg 650 1.550
Appartement Landelijk gebied Oost-Souburg . .
Tussenwoning Wijk 05 Oost-Souburg 1.100 2.850
Tussenwoning Kern-Oost-Souburg 1.000 2.400
Tussenwoning Landelijk gebied Oost-Souburg . 5.350
Hoekwoning Wijk 05 Oost-Souburg 1.250 2.800
Hoekwoning Kern-Oost-Souburg 1.100 2.500
Hoekwoning Landelijk gebied Oost-Souburg . 5.400
2-onder-1-kapwoning Wijk 05 Oost-Souburg 1.350 2.900
2-onder-1-kapwoning Kern-Oost-Souburg 1.350 2.800
2-onder-1-kapwoning Landelijk gebied Oost-Souburg . .
Vrijstaande woning Wijk 05 Oost-Souburg 1.700 3.400
Vrijstaande woning Kern-Oost-Souburg 1.800 3.450
Vrijstaande woning Landelijk gebied Oost-Souburg 1.950 4.250
Eigen woning Wijk 05 Oost-Souburg 1.200 3.000
Eigen woning Kern-Oost-Souburg 1.200 2.800
Eigen woning Landelijk gebied Oost-Souburg . 5.150
Huurwoning Wijk 05 Oost-Souburg 1.000 2.250
Huurwoning Kern-Oost-Souburg 900 1.900
Huurwoning Landelijk gebied Oost-Souburg . 5.200
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft regionale gegevens over het gemiddelde energieverbruik per woning (aardgas en elektriciteit) van particuliere woningen onderverdeeld naar verschillende woningtypen en type eigendom voor alle wijken en buurten in Nederland en voor totaal Nederland. Daarnaast is alleen voor totaal woningen het percentage stadsverwarming opgenomen, omdat dit relevant is voor de interpretatie van de hoogte van het gemiddeld aardgasverbruik.

Gegevens beschikbaar: over 2014.

Status van de cijfers:
Definitief.

Wijzigingen per 18 februari 2019:
De onderliggende coderingen van de in deze tabel gebruikte classificaties zijn aangepast. Deze sluiten nu aan bij de door het CBS vastgelegde standaardcoderingen.
De structuur en de gegevens van de tabel zijn niet aangepast.

Wijzigingen per 17 januari 2019:
Definitieve cijfers zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Gemiddeld aardgasverbruik
Het gemiddeld jaarverbruik voor aardgas van particuliere woningen, zoals berekend uit de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven.
Bij de berekening van het gemiddeld aardgasverbruik zijn woningen met een zeer laag of zelfs nulverbruik meegeteld indien er sprake is van stadsverwarming. Hierdoor valt in gebieden waar stadsverwarming aanwezig is het gemiddeld aardgasverbruik van woningen laag uit.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en vermeld bij zes of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom.
Gemiddeld elektriciteitsverbruik
Het gemiddeld jaarverbruik voor elektriciteit op individuele aansluitingen van particuliere woningen, zoals berekend vanuit de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven. De eigen opwekking van elektriciteit, bijvoorbeeld met zonnepanelen, is niet bekend en dus ook niet inbegrepen in het gemiddelde jaarverbruik. Ook collectieve verbruiken van bijvoorbeeld liftinstallaties of hal-/galerijverlichting zijn niet meegeteld bij de berekening.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en vermeld bij zes of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom.
Stadsverwarming
Het percentage woningen dat is aangesloten op stadsverwarming.

Stadsverwarming is een verwarmingssysteem waarbij de woningen in een wijk worden verwarmd via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen. In veel gevallen maakt stadsverwarming gebruik van restwarmte van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales. Het aardgasverbruik van deze woningen is in veel gevallen zeer laag of zelfs nul. De hoeveelheid warmte die door aangesloten woningen in een jaar wordt afgenomen van de stadsverwarming is niet beschikbaar. Het percentage is vermeld bij tien of meer (bewoonde) woningen. Voor de gemeentes is een percentage van minder dan vijf of groter dan 95 afgerond op vijftallen.