Energieverbruik particuliere woningen; woningtype, wijken en buurten, 2014

Energieverbruik particuliere woningen; woningtype, wijken en buurten, 2014

Woningkenmerken Wijken en buurten Gemiddeld aardgasverbruik (m3) Gemiddeld elektriciteitsverbruik (kWh) Stadsverwarming (%)
Totaal woningen Wijke 52 Fluitenberg 1.850 4.050
Totaal woningen Fluitenberg kern 1.800 4.000
Totaal woningen Verspreide huizen Fluitenberg 2.150 4.600
Appartement Wijke 52 Fluitenberg . .
Appartement Fluitenberg kern . .
Appartement Verspreide huizen Fluitenberg . .
Tussenwoning Wijke 52 Fluitenberg 1.200 3.300
Tussenwoning Fluitenberg kern 1.200 3.300
Tussenwoning Verspreide huizen Fluitenberg . .
Hoekwoning Wijke 52 Fluitenberg 1.250 2.950
Hoekwoning Fluitenberg kern 1.250 2.950
Hoekwoning Verspreide huizen Fluitenberg . .
2-onder-1-kapwoning Wijke 52 Fluitenberg 1.650 3.850
2-onder-1-kapwoning Fluitenberg kern 1.650 3.800
2-onder-1-kapwoning Verspreide huizen Fluitenberg . .
Vrijstaande woning Wijke 52 Fluitenberg 2.050 4.350
Vrijstaande woning Fluitenberg kern 2.000 4.300
Vrijstaande woning Verspreide huizen Fluitenberg 2.150 4.550
Eigen woning Wijke 52 Fluitenberg 1.950 4.250
Eigen woning Fluitenberg kern 1.900 4.150
Eigen woning Verspreide huizen Fluitenberg 2.200 4.800
Huurwoning Wijke 52 Fluitenberg 1.450 3.250
Huurwoning Fluitenberg kern 1.450 3.300
Huurwoning Verspreide huizen Fluitenberg . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft regionale gegevens over het gemiddelde energieverbruik per woning (aardgas en elektriciteit) van particuliere woningen onderverdeeld naar verschillende woningtypen en type eigendom voor alle wijken en buurten in Nederland en voor totaal Nederland. Daarnaast is alleen voor totaal woningen het percentage stadsverwarming opgenomen, omdat dit relevant is voor de interpretatie van de hoogte van het gemiddeld aardgasverbruik.

Gegevens beschikbaar: over 2014.

Status van de cijfers:
Definitief.

Wijzigingen per 18 februari 2019:
De onderliggende coderingen van de in deze tabel gebruikte classificaties zijn aangepast. Deze sluiten nu aan bij de door het CBS vastgelegde standaardcoderingen.
De structuur en de gegevens van de tabel zijn niet aangepast.

Wijzigingen per 17 januari 2019:
Definitieve cijfers zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Gemiddeld aardgasverbruik
Het gemiddeld jaarverbruik voor aardgas van particuliere woningen, zoals berekend uit de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven.
Bij de berekening van het gemiddeld aardgasverbruik zijn woningen met een zeer laag of zelfs nulverbruik meegeteld indien er sprake is van stadsverwarming. Hierdoor valt in gebieden waar stadsverwarming aanwezig is het gemiddeld aardgasverbruik van woningen laag uit.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en vermeld bij zes of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom.
Gemiddeld elektriciteitsverbruik
Het gemiddeld jaarverbruik voor elektriciteit op individuele aansluitingen van particuliere woningen, zoals berekend vanuit de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven. De eigen opwekking van elektriciteit, bijvoorbeeld met zonnepanelen, is niet bekend en dus ook niet inbegrepen in het gemiddelde jaarverbruik. Ook collectieve verbruiken van bijvoorbeeld liftinstallaties of hal-/galerijverlichting zijn niet meegeteld bij de berekening.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en vermeld bij zes of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom.
Stadsverwarming
Het percentage woningen dat is aangesloten op stadsverwarming.

Stadsverwarming is een verwarmingssysteem waarbij de woningen in een wijk worden verwarmd via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen. In veel gevallen maakt stadsverwarming gebruik van restwarmte van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales. Het aardgasverbruik van deze woningen is in veel gevallen zeer laag of zelfs nul. De hoeveelheid warmte die door aangesloten woningen in een jaar wordt afgenomen van de stadsverwarming is niet beschikbaar. Het percentage is vermeld bij tien of meer (bewoonde) woningen. Voor de gemeentes is een percentage van minder dan vijf of groter dan 95 afgerond op vijftallen.