Personen met een uitkering; soort uitkering, wijken en buurten 2015

Personen met een uitkering; soort uitkering, wijken en buurten 2015

Wijken en buurten Perioden Regioaanduiding Gemeentenaam (naam) Regioaanduiding Soort regio (omschrijving) Regioaanduiding Codering (code) Regioaanduiding Indelingswijziging wijken en buurten (code) Personen per soort uitkering Werkloosheidsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering Bijstandsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering Arbeidsongeschiktheidsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering AOW-uitkering (aantal) Personen per soort uitkering, relatief Werkloosheidsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief Bijstandsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief Arbeidsongeschiktheidsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief AOW-uitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Inwoners Inwoners vanaf 15 jaar (aantal) Inwoners Inwoners vanaf 15 jr tot AOW-leeftijd (aantal) Inwoners Inwoners vanaf de AOW-leeftijd (aantal)
Appingedam-Oost 2015 maart Appingedam Buurt BU00030002 1 180 320 370 1.370 4 6 8 27 5.020 3.650 1.370
Appingedam-Oost 2015 juni Appingedam Buurt BU00030002 1 190 330 370 1.370 4 7 7 27 5.010 3.640 1.380
Appingedam-Oost 2015 september Appingedam Buurt BU00030002 1 160 330 370 1.400 3 7 7 28 5.020 3.630 1.400
Appingedam-Oost 2015 december Appingedam Buurt BU00030002 1 170 340 370 1.420 3 7 7 28 5.030 3.600 1.430
Verspr.h. ten zuidoosten van Vriescheloo 2015 maart Bellingwedde Buurt BU00070008 1 10 0 10 20 7 1 14 17 90 70 20
Verspr.h. ten zuidoosten van Vriescheloo 2015 juni Bellingwedde Buurt BU00070008 1 10 0 10 20 6 1 14 17 90 70 20
Verspr.h. ten zuidoosten van Vriescheloo 2015 september Bellingwedde Buurt BU00070008 1 10 0 10 20 6 1 13 17 90 80 20
Verspr.h. ten zuidoosten van Vriescheloo 2015 december Bellingwedde Buurt BU00070008 1 10 0 10 20 7 2 11 17 90 70 20
Wijk 01 Oost 2015 maart Bellingwedde Wijk WK000701 1 20 20 90 230 2 2 10 27 850 620 230
Wijk 01 Oost 2015 juni Bellingwedde Wijk WK000701 1 20 20 90 230 2 2 10 28 850 610 230
Wijk 01 Oost 2015 september Bellingwedde Wijk WK000701 1 20 10 80 240 2 2 10 28 850 620 240
Wijk 01 Oost 2015 december Bellingwedde Wijk WK000701 1 30 20 80 230 3 2 10 27 850 620 230
Rhederbrug-Oost 2015 maart Bellingwedde Buurt BU00070101 1 0 0 20 40 3 1 14 33 120 80 40
Rhederbrug-Oost 2015 juni Bellingwedde Buurt BU00070101 1 0 0 20 40 0 0 16 33 120 80 40
Rhederbrug-Oost 2015 september Bellingwedde Buurt BU00070101 1 0 0 20 40 0 0 16 33 120 80 40
Rhederbrug-Oost 2015 december Bellingwedde Buurt BU00070101 1 0 0 20 40 2 0 16 34 120 80 40
Verspr.h. ten noordoosten van Rhederbrug 2015 maart Bellingwedde Buurt BU00070108 1 0 0 10 40 0 3 8 39 100 60 40
Verspr.h. ten noordoosten van Rhederbrug 2015 juni Bellingwedde Buurt BU00070108 1 0 0 10 40 0 2 8 41 100 60 40
Verspr.h. ten noordoosten van Rhederbrug 2015 september Bellingwedde Buurt BU00070108 1 0 0 10 40 0 2 8 41 100 60 40
Verspr.h. ten noordoosten van Rhederbrug 2015 december Bellingwedde Buurt BU00070108 1 0 0 10 40 2 2 8 39 100 60 40
Wijk 01 Oost 2015 maart Ten Boer Wijk WK000901 1 30 20 50 180 3 2 5 16 1.130 950 180
Wijk 01 Oost 2015 juni Ten Boer Wijk WK000901 1 30 20 50 180 3 2 5 16 1.130 950 180
Wijk 01 Oost 2015 september Ten Boer Wijk WK000901 1 30 20 50 180 3 2 5 16 1.120 940 180
Wijk 01 Oost 2015 december Ten Boer Wijk WK000901 1 40 20 50 180 3 2 4 17 1.110 930 180
Binnenstad-Oost 2015 maart Groningen (gemeente) Buurt BU00140002 3 60 210 150 250 2 6 4 7 3.740 3.500 250
Binnenstad-Oost 2015 juni Groningen (gemeente) Buurt BU00140002 3 70 190 140 250 2 5 4 7 3.710 3.460 250
Binnenstad-Oost 2015 september Groningen (gemeente) Buurt BU00140002 3 60 210 150 250 2 5 4 7 3.800 3.540 250
Binnenstad-Oost 2015 december Groningen (gemeente) Buurt BU00140002 3 70 200 140 250 2 5 4 7 3.770 3.520 250
Oosterpoort 2015 maart Groningen (gemeente) Buurt BU00140101 3 110 250 180 380 2 5 4 8 4.810 4.430 380
Oosterpoort 2015 juni Groningen (gemeente) Buurt BU00140101 3 110 250 180 390 2 5 4 8 4.790 4.400 390
Oosterpoort 2015 september Groningen (gemeente) Buurt BU00140101 3 100 250 180 400 2 5 4 8 4.850 4.450 400
Oosterpoort 2015 december Groningen (gemeente) Buurt BU00140101 3 110 250 180 390 2 5 4 8 4.810 4.420 390
Oosterparkwijk 2015 maart Groningen (gemeente) Wijk WK001404 3 280 1.140 690 1.000 3 11 7 10 10.470 9.470 1.000
Oosterparkwijk 2015 juni Groningen (gemeente) Wijk WK001404 3 260 1.140 690 990 2 11 7 10 10.430 9.430 1.000
Oosterparkwijk 2015 september Groningen (gemeente) Wijk WK001404 3 260 1.130 690 1.000 3 11 7 10 10.460 9.460 1.000
Oosterparkwijk 2015 december Groningen (gemeente) Wijk WK001404 3 270 1.110 690 990 3 11 7 10 10.400 9.400 1.000
Zuidoost 2015 maart Groningen (gemeente) Wijk WK001405 3 40 70 70 120 3 4 4 7 1.790 1.670 120
Zuidoost 2015 juni Groningen (gemeente) Wijk WK001405 3 50 70 70 130 3 4 4 7 1.810 1.680 130
Zuidoost 2015 september Groningen (gemeente) Wijk WK001405 3 50 70 70 130 3 4 4 7 1.830 1.700 130
Zuidoost 2015 december Groningen (gemeente) Wijk WK001405 3 60 80 70 130 3 4 4 7 1.840 1.710 130
Kop van Oost 2015 maart Groningen (gemeente) Buurt BU00140503 3 10 0 10 30 3 1 3 10 320 290 30
Kop van Oost 2015 juni Groningen (gemeente) Buurt BU00140503 3 10 0 10 30 2 1 3 10 330 300 30
Kop van Oost 2015 september Groningen (gemeente) Buurt BU00140503 3 10 0 10 30 3 1 3 10 330 300 30
Kop van Oost 2015 december Groningen (gemeente) Buurt BU00140503 3 10 0 10 30 3 1 3 9 340 310 30
Noordoost 2015 maart Groningen (gemeente) Wijk WK001411 3 520 1.140 980 1.150 4 9 7 9 13.430 12.270 1.150
Noordoost 2015 juni Groningen (gemeente) Wijk WK001411 3 520 1.140 970 1.170 4 9 7 9 13.410 12.240 1.180
Noordoost 2015 september Groningen (gemeente) Wijk WK001411 3 510 1.110 960 1.200 4 8 7 9 13.400 12.200 1.210
Noordoost 2015 december Groningen (gemeente) Wijk WK001411 3 540 1.090 940 1.230 4 8 7 9 13.460 12.220 1.240
Beijum-Oost 2015 maart Groningen (gemeente) Buurt BU00141101 3 220 750 490 390 4 14 9 8 5.210 4.810 390
Beijum-Oost 2015 juni Groningen (gemeente) Buurt BU00141101 3 220 760 480 400 4 15 9 8 5.220 4.810 400
Beijum-Oost 2015 september Groningen (gemeente) Buurt BU00141101 3 220 750 480 400 4 14 9 8 5.210 4.800 410
Beijum-Oost 2015 december Groningen (gemeente) Buurt BU00141101 3 230 740 470 410 4 14 9 8 5.220 4.810 410
Oosterhoogebrug 2015 maart Groningen (gemeente) Buurt BU00141203 3 50 80 90 440 3 4 5 23 1.970 1.520 440
Oosterhoogebrug 2015 juni Groningen (gemeente) Buurt BU00141203 3 50 80 90 450 2 4 5 23 1.950 1.500 450
Oosterhoogebrug 2015 september Groningen (gemeente) Buurt BU00141203 3 50 80 90 460 2 4 5 24 1.930 1.470 460
Oosterhoogebrug 2015 december Groningen (gemeente) Buurt BU00141203 3 50 80 90 470 3 4 5 24 1.940 1.470 470
Opende-Oost 2015 maart Grootegast Buurt BU00150201 1 10 0 10 50 4 2 7 21 210 170 50
Opende-Oost 2015 juni Grootegast Buurt BU00150201 1 0 0 10 50 1 1 6 22 210 160 50
Opende-Oost 2015 september Grootegast Buurt BU00150201 1 0 0 10 40 1 1 6 21 210 170 40
Opende-Oost 2015 december Grootegast Buurt BU00150201 1 10 0 10 40 3 0 6 21 210 170 40
Oosterhaar 2015 maart Haren Buurt BU00170001 1 120 100 220 820 3 3 5 20 4.090 3.270 820
Oosterhaar 2015 juni Haren Buurt BU00170001 1 100 100 210 830 3 2 5 20 4.080 3.250 830
Oosterhaar 2015 september Haren Buurt BU00170001 1 110 110 200 830 3 3 5 20 4.080 3.250 830
Oosterhaar 2015 december Haren Buurt BU00170001 1 100 100 210 840 3 2 5 20 4.110 3.270 840
Verspr.h. ten oosten van de Hondsrug 2015 maart Haren Buurt BU00170109 1 . . . . . . . . 20 10 10
Verspr.h. ten oosten van de Hondsrug 2015 juni Haren Buurt BU00170109 1 . . . . . . . . 20 10 10
Verspr.h. ten oosten van de Hondsrug 2015 september Haren Buurt BU00170109 1 . . . . . . . . 20 10 10
Verspr.h. ten oosten van de Hondsrug 2015 december Haren Buurt BU00170109 1 . . . . . . . . 20 10 10
Oosterpark 2015 maart Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180104 1 10 10 30 120 2 2 5 23 510 390 120
Oosterpark 2015 juni Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180104 1 20 10 20 120 3 2 5 24 510 390 120
Oosterpark 2015 september Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180104 1 20 10 30 120 3 3 5 24 510 390 120
Oosterpark 2015 december Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180104 1 20 10 20 120 3 3 5 24 510 390 120
Woldwijck-Oost 2015 maart Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180208 1 50 60 80 290 4 5 6 23 1.250 960 290
Woldwijck-Oost 2015 juni Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180208 1 40 60 80 290 3 5 6 23 1.250 960 290
Woldwijck-Oost 2015 september Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180208 1 30 60 80 290 3 5 6 23 1.250 960 290
Woldwijck-Oost 2015 december Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180208 1 30 60 80 280 2 5 7 23 1.240 950 280
Gorechtpark-Oost 2015 maart Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180210 1 10 0 10 190 2 0 3 55 340 150 190
Gorechtpark-Oost 2015 juni Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180210 1 10 0 10 180 2 0 3 54 330 150 180
Gorechtpark-Oost 2015 september Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180210 1 10 0 10 180 2 0 3 55 320 140 180
Gorechtpark-Oost 2015 december Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180210 1 10 0 10 180 2 0 3 56 320 140 180
Sappemeer-Oost 2015 maart Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00181102 1 20 10 50 120 3 2 8 19 630 520 120
Sappemeer-Oost 2015 juni Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00181102 1 20 10 50 120 3 2 8 19 630 510 120
Sappemeer-Oost 2015 september Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00181102 1 10 10 50 120 2 2 8 19 630 510 120
Sappemeer-Oost 2015 december Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00181102 1 20 10 50 120 3 2 8 20 630 510 120
Boswijck-Oost 2015 maart Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00181104 1 10 10 30 190 3 2 6 38 490 310 190
Boswijck-Oost 2015 juni Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00181104 1 10 10 30 190 2 2 5 38 500 310 190
Boswijck-Oost 2015 september Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00181104 1 10 10 30 190 1 1 5 39 500 310 190
Boswijck-Oost 2015 december Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00181104 1 10 10 30 190 1 1 5 39 490 300 190
De Vosholen-Oost 2015 maart Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00181106 1 10 0 20 40 3 1 4 12 370 330 40
De Vosholen-Oost 2015 juni Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00181106 1 10 0 10 50 3 1 4 12 370 330 50
De Vosholen-Oost 2015 september Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00181106 1 10 0 20 50 4 0 4 12 380 330 50
De Vosholen-Oost 2015 december Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00181106 1 10 0 20 50 4 0 4 12 380 330 50
Buitengebied ten oosten van Leek 2015 maart Leek Buurt BU00220008 1 . . . . . . . . 10 0 10
Buitengebied ten oosten van Leek 2015 juni Leek Buurt BU00220008 1 . . . . . . . . 10 0 10
Buitengebied ten oosten van Leek 2015 september Leek Buurt BU00220008 1 . . . . . . . . 10 0 10
Buitengebied ten oosten van Leek 2015 december Leek Buurt BU00220008 1 . . . . . . . . 10 0 10
Buitengebied ten oosten van Zevenhuizen 2015 maart Leek Buurt BU00220108 1 0 0 10 20 3 1 6 17 110 90 20
Buitengebied ten oosten van Zevenhuizen 2015 juni Leek Buurt BU00220108 1 0 0 10 20 2 1 6 19 110 90 20
Buitengebied ten oosten van Zevenhuizen 2015 september Leek Buurt BU00220108 1 0 0 10 20 2 2 6 18 110 90 20
Buitengebied ten oosten van Zevenhuizen 2015 december Leek Buurt BU00220108 1 0 0 10 20 3 2 6 18 110 90 20
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft per gemeente, wijk en buurt (indeling 2015), inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom en bijstand.
Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)) of twee uitkeringen van verschillende soort (zoals een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld, in het eerste geval slechts één keer (bij de WAO).
Bij de categorie personen met een uitkering (totaal) wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.

De cijfers over aantallen personen met een uitkering per buurt, wijk of gemeente kunnen in geringe mate afwijken van elders op StatLine gepubliceerde cijfers, doordat gebruik wordt gemaakt van de meest recente gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Omdat verschillende StatLine-tabellen op verschillende momenten geactualiseerd worden, kan het voorkomen dat voor de ene tabel een andere versie van de BRP wordt gebruikt dan voor een andere tabel. De laatst gepubliceerde cijfers zijn in dat geval het meest accuraat.

Gegevens beschikbaar vanaf: maart 2015.

Status van de cijfers:
De cijfers van 2015 zijn definitief.

Wijzigingen per: 20 maart 2025:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Regioaanduiding
De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling.

Wijk:
Onderdeel van een gemeente waarin een bepaalde vorm van bodemgebruik of bebouwing overheerst. Bijvoorbeeld: industriegebied, woongebied met hoogbouw of laagbouw. Een wijk bestaat uit één of meerdere buurten.

Buurt:
Onderdeel van een gemeente, dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.
Gemeentenaam
De naam van de bestuurlijke gemeente. Deze naam volgt de officiële schrijfwijze.
Soort regio
De gekozen regioaanduiding betreft: Gemeente, Wijk of Buurt.
Codering
Gemeentecode heeft 4 posities, voorafgegaan door ‘GM’.
Wijkcode heeft 6 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2), voorafgegaan door ‘WK’.
Buurtcode heeft 8 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2) + buurtcode (2), voorafgegaan door ‘BU’.
Indelingswijziging wijken en buurten
Deze indicator geeft per wijk en buurt aan of de cijfers uit deze tabel zonder problemen kunnen worden gekoppeld aan en vergeleken met de cijfers van een jaar eerder, of dat er wijzigingen in de Wijk- en Buurtindeling zijn waardoor dit niet kan. Detailinformatie over wijzigingen in de Wijk- en Buurtindeling kan worden verkregen door de wijk- en buurtkaart van twee opeenvolgende jaren met elkaar te vergelijken.

De indicator kent drie mogelijke waarden:
1: De codering en afbakening van deze wijk/buurt is ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. Het is wel mogelijk dat een naamswijziging heeft plaatsgevonden. De cijfers kunnen worden gekoppeld en vergeleken met die van het voorgaande jaar.
2: De codering van de wijk/buurt is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. De afbakening is ongewijzigd. Om te kunnen koppelen met cijfers van het voorgaande jaar zal eerst moeten worden achterhaald wat de codering van het voorgaande jaar was. Is de koppeling eenmaal geslaagd dan kunnen de cijfers alsnog met elkaar worden vergeleken.
3: De afbakening van de wijk/buurt is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit kan gepaard zijn gegaan met een gewijzigde codering. De cijfers kunnen niet zonder meer worden vergeleken met die van het voorgaande jaar. Verschillen kunnen immers samenhangen met de verandering in de afbakening van de wijk of buurt.

Voor een wijk of buurt wordt alleen een wijziging in de afbakening geconstateerd wanneer een grens circa 5 meter of meer is verlegd. Kleinere grenswijzigingen worden niet als significant beschouwd.
Personen per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en ouderdomsuitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheidsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW).
Bijstandsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW).

Participatiewet
De Participatiewet vervangt sinds 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).
Arbeidsongeschiktheidsuitkering
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
AOW-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.


Personen per soort uitkering, relatief
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet, Bijstandswet, Arbeidsongeschiktheidswet en de Algemene Ouderdomswet in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder per regio.
Werkloosheidsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW) in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.
Bijstandsuitkering
Het aantal personen dat een bijstandsuitkering in het kader van de Participatiewet (PW) ontvangt in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.

Participatiewet
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wet Wajong.
De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de Wsw.
Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.
Arbeidsongeschiktheidsuitkering
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong) in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
AOW-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.


Inwoners
Het aantal inwoners van een gemeente, wijk en buurt.
Inwoners vanaf 15 jaar
Het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.
Inwoners vanaf 15 jr tot AOW-leeftijd
Het aantal inwoners vanaf 15 jaar tot de AOW-leeftijd.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.
Inwoners vanaf de AOW-leeftijd
Het aantal inwoners vanaf de AOW-leeftijd.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.