Personen met een uitkering; soort uitkering, wijken en buurten 2015

Personen met een uitkering; soort uitkering, wijken en buurten 2015

Wijken en buurten Perioden Regioaanduiding Gemeentenaam (naam) Regioaanduiding Soort regio (omschrijving) Regioaanduiding Codering (code) Regioaanduiding Indelingswijziging wijken en buurten (code) Personen per soort uitkering Werkloosheidsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering Bijstandsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering Arbeidsongeschiktheidsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering AOW-uitkering (aantal) Personen per soort uitkering, relatief Werkloosheidsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief Bijstandsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief Arbeidsongeschiktheidsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief AOW-uitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Inwoners Inwoners vanaf 15 jaar (aantal) Inwoners Inwoners vanaf 15 jr tot AOW-leeftijd (aantal) Inwoners Inwoners vanaf de AOW-leeftijd (aantal)
Groesbeek 2015 maart Groesbeek Gemeente GM0241 . 860 710 1.730 7.650 3 2 6 26 29.260 21.600 7.660
Groesbeek 2015 juni Groesbeek Gemeente GM0241 . 810 740 1.730 7.680 3 3 6 26 29.310 21.610 7.700
Groesbeek 2015 september Groesbeek Gemeente GM0241 . 830 760 1.720 7.760 3 3 6 26 29.460 21.680 7.780
Groesbeek 2015 december Groesbeek Gemeente GM0241 . 920 780 1.700 7.830 3 3 6 26 29.660 21.810 7.850
Wijk 00 Groesbeek 2015 maart Groesbeek Wijk WK024100 1 390 320 980 3.540 3 2 7 27 13.120 9.580 3.550
Wijk 00 Groesbeek 2015 juni Groesbeek Wijk WK024100 1 370 330 980 3.550 3 3 7 27 13.130 9.580 3.550
Wijk 00 Groesbeek 2015 september Groesbeek Wijk WK024100 1 380 340 970 3.580 3 3 7 27 13.230 9.640 3.590
Wijk 00 Groesbeek 2015 december Groesbeek Wijk WK024100 1 420 370 980 3.630 3 3 7 27 13.440 9.800 3.640
Groesbeek Centrum-Zuid 2015 maart Groesbeek Buurt BU02410000 1 30 30 100 410 2 3 9 36 1.140 730 410
Groesbeek Centrum-Zuid 2015 juni Groesbeek Buurt BU02410000 1 30 30 100 410 2 3 9 36 1.130 720 410
Groesbeek Centrum-Zuid 2015 september Groesbeek Buurt BU02410000 1 30 30 100 410 2 3 9 36 1.120 710 410
Groesbeek Centrum-Zuid 2015 december Groesbeek Buurt BU02410000 1 30 30 90 400 3 3 8 36 1.110 710 400
Groesbeek-Noord 2015 maart Groesbeek Buurt BU02410001 1 80 70 190 490 4 3 9 24 2.050 1.560 490
Groesbeek-Noord 2015 juni Groesbeek Buurt BU02410001 1 70 70 180 490 3 4 9 24 2.040 1.540 490
Groesbeek-Noord 2015 september Groesbeek Buurt BU02410001 1 80 80 180 500 4 4 9 25 2.050 1.550 500
Groesbeek-Noord 2015 december Groesbeek Buurt BU02410001 1 80 100 190 510 4 5 9 24 2.130 1.630 510
Groesbeek-Centrum-Noord 2015 maart Groesbeek Buurt BU02410002 1 50 60 210 700 2 3 11 36 1.960 1.260 700
Groesbeek-Centrum-Noord 2015 juni Groesbeek Buurt BU02410002 1 40 70 210 710 2 3 11 36 1.950 1.240 710
Groesbeek-Centrum-Noord 2015 september Groesbeek Buurt BU02410002 1 60 60 200 730 3 3 10 37 1.980 1.250 730
Groesbeek-Centrum-Noord 2015 december Groesbeek Buurt BU02410002 1 70 70 210 790 3 3 10 38 2.100 1.310 790
Groesbeek De Drul 2015 maart Groesbeek Buurt BU02410003 1 90 60 150 730 3 2 5 27 2.730 1.990 740
Groesbeek De Drul 2015 juni Groesbeek Buurt BU02410003 1 90 70 150 730 3 3 5 27 2.720 1.990 740
Groesbeek De Drul 2015 september Groesbeek Buurt BU02410003 1 80 70 150 740 3 3 6 27 2.720 1.970 750
Groesbeek De Drul 2015 december Groesbeek Buurt BU02410003 1 100 80 150 740 4 3 6 27 2.710 1.960 750
Groesbeek Nijerf 2015 maart Groesbeek Buurt BU02410004 1 70 40 130 170 4 3 7 10 1.760 1.590 170
Groesbeek Nijerf 2015 juni Groesbeek Buurt BU02410004 1 70 40 130 170 4 3 7 10 1.770 1.600 170
Groesbeek Nijerf 2015 september Groesbeek Buurt BU02410004 1 70 50 130 170 4 3 7 10 1.780 1.610 170
Groesbeek Nijerf 2015 december Groesbeek Buurt BU02410004 1 70 40 130 170 4 2 7 10 1.780 1.610 170
Verspreide huizen Groesbeek-Zuid 2015 maart Groesbeek Buurt BU02410007 1 . . . . . . . . 40 30 10
Verspreide huizen Groesbeek-Zuid 2015 juni Groesbeek Buurt BU02410007 1 . . . . . . . . 40 30 10
Verspreide huizen Groesbeek-Zuid 2015 september Groesbeek Buurt BU02410007 1 . . . . . . . . 40 30 10
Verspreide huizen Groesbeek-Zuid 2015 december Groesbeek Buurt BU02410007 1 . . . . . . . . 40 30 10
Verspreide huizen Groesbeek-Noord 2015 maart Groesbeek Buurt BU02410008 1 20 10 40 120 3 2 6 17 700 590 120
Verspreide huizen Groesbeek-Noord 2015 juni Groesbeek Buurt BU02410008 1 20 10 50 120 2 2 6 17 720 600 120
Verspreide huizen Groesbeek-Noord 2015 september Groesbeek Buurt BU02410008 1 20 10 40 120 2 2 6 16 760 640 120
Verspreide huizen Groesbeek-Noord 2015 december Groesbeek Buurt BU02410008 1 20 10 40 110 3 2 6 15 760 650 110
Wijk 03 Giesbeek 2015 maart Zevenaar Wijk WK029903 1 110 40 140 720 4 1 5 23 3.060 2.350 720
Wijk 03 Giesbeek 2015 juni Zevenaar Wijk WK029903 1 110 40 140 720 3 1 4 23 3.090 2.370 720
Wijk 03 Giesbeek 2015 september Zevenaar Wijk WK029903 1 100 40 140 720 3 1 4 24 3.070 2.350 730
Wijk 03 Giesbeek 2015 december Zevenaar Wijk WK029903 1 120 40 140 720 4 1 4 23 3.090 2.370 730
Giesbeek 2015 maart Zevenaar Buurt BU02990300 1 80 30 100 550 3 1 4 23 2.350 1.800 550
Giesbeek 2015 juni Zevenaar Buurt BU02990300 1 80 30 90 550 3 1 4 23 2.360 1.820 550
Giesbeek 2015 september Zevenaar Buurt BU02990300 1 70 30 90 550 3 1 4 23 2.360 1.810 550
Giesbeek 2015 december Zevenaar Buurt BU02990300 1 90 30 90 550 4 1 4 23 2.360 1.800 550
Wijk 01 Esbeek 2015 maart Hilvarenbeek Wijk WK079801 1 20 10 30 190 2 1 3 19 1.000 800 190
Wijk 01 Esbeek 2015 juni Hilvarenbeek Wijk WK079801 1 20 10 30 200 2 1 3 20 1.000 800 200
Wijk 01 Esbeek 2015 september Hilvarenbeek Wijk WK079801 1 10 10 30 200 1 1 3 20 1.010 800 200
Wijk 01 Esbeek 2015 december Hilvarenbeek Wijk WK079801 1 20 10 30 210 2 1 3 20 1.020 810 210
Esbeek 2015 maart Hilvarenbeek Buurt BU07980100 1 10 10 20 140 2 1 3 21 660 520 140
Esbeek 2015 juni Hilvarenbeek Buurt BU07980100 1 10 10 20 140 2 1 3 21 660 520 140
Esbeek 2015 september Hilvarenbeek Buurt BU07980100 1 10 10 20 140 2 1 3 21 670 530 140
Esbeek 2015 december Hilvarenbeek Buurt BU07980100 1 10 10 20 140 2 1 3 21 680 530 140
Verspreide huizen Esbeek 2015 maart Hilvarenbeek Buurt BU07980109 1 0 0 20 60 1 0 4 17 340 280 60
Verspreide huizen Esbeek 2015 juni Hilvarenbeek Buurt BU07980109 1 0 0 10 60 1 0 4 17 340 280 60
Verspreide huizen Esbeek 2015 september Hilvarenbeek Buurt BU07980109 1 0 0 10 60 1 0 4 19 340 280 60
Verspreide huizen Esbeek 2015 december Hilvarenbeek Buurt BU07980109 1 0 0 10 60 1 0 4 18 340 280 60
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft per gemeente, wijk en buurt (indeling 2015), inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom en bijstand.
Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)) of twee uitkeringen van verschillende soort (zoals een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld, in het eerste geval slechts één keer (bij de WAO).
Bij de categorie personen met een uitkering (totaal) wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.

De cijfers over aantallen personen met een uitkering per buurt, wijk of gemeente kunnen in geringe mate afwijken van elders op StatLine gepubliceerde cijfers, doordat gebruik wordt gemaakt van de meest recente gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Omdat verschillende StatLine-tabellen op verschillende momenten geactualiseerd worden, kan het voorkomen dat voor de ene tabel een andere versie van de BRP wordt gebruikt dan voor een andere tabel. De laatst gepubliceerde cijfers zijn in dat geval het meest accuraat.

Gegevens beschikbaar vanaf: maart 2015.

Status van de cijfers:
De cijfers van 2015 zijn definitief.

Wijzigingen per: 20 maart 2025:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Regioaanduiding
De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling.

Wijk:
Onderdeel van een gemeente waarin een bepaalde vorm van bodemgebruik of bebouwing overheerst. Bijvoorbeeld: industriegebied, woongebied met hoogbouw of laagbouw. Een wijk bestaat uit één of meerdere buurten.

Buurt:
Onderdeel van een gemeente, dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.
Gemeentenaam
De naam van de bestuurlijke gemeente. Deze naam volgt de officiële schrijfwijze.
Soort regio
De gekozen regioaanduiding betreft: Gemeente, Wijk of Buurt.
Codering
Gemeentecode heeft 4 posities, voorafgegaan door ‘GM’.
Wijkcode heeft 6 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2), voorafgegaan door ‘WK’.
Buurtcode heeft 8 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2) + buurtcode (2), voorafgegaan door ‘BU’.
Indelingswijziging wijken en buurten
Deze indicator geeft per wijk en buurt aan of de cijfers uit deze tabel zonder problemen kunnen worden gekoppeld aan en vergeleken met de cijfers van een jaar eerder, of dat er wijzigingen in de Wijk- en Buurtindeling zijn waardoor dit niet kan. Detailinformatie over wijzigingen in de Wijk- en Buurtindeling kan worden verkregen door de wijk- en buurtkaart van twee opeenvolgende jaren met elkaar te vergelijken.

De indicator kent drie mogelijke waarden:
1: De codering en afbakening van deze wijk/buurt is ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. Het is wel mogelijk dat een naamswijziging heeft plaatsgevonden. De cijfers kunnen worden gekoppeld en vergeleken met die van het voorgaande jaar.
2: De codering van de wijk/buurt is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. De afbakening is ongewijzigd. Om te kunnen koppelen met cijfers van het voorgaande jaar zal eerst moeten worden achterhaald wat de codering van het voorgaande jaar was. Is de koppeling eenmaal geslaagd dan kunnen de cijfers alsnog met elkaar worden vergeleken.
3: De afbakening van de wijk/buurt is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit kan gepaard zijn gegaan met een gewijzigde codering. De cijfers kunnen niet zonder meer worden vergeleken met die van het voorgaande jaar. Verschillen kunnen immers samenhangen met de verandering in de afbakening van de wijk of buurt.

Voor een wijk of buurt wordt alleen een wijziging in de afbakening geconstateerd wanneer een grens circa 5 meter of meer is verlegd. Kleinere grenswijzigingen worden niet als significant beschouwd.
Personen per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en ouderdomsuitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheidsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW).
Bijstandsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW).

Participatiewet
De Participatiewet vervangt sinds 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).
Arbeidsongeschiktheidsuitkering
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
AOW-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.


Personen per soort uitkering, relatief
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet, Bijstandswet, Arbeidsongeschiktheidswet en de Algemene Ouderdomswet in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder per regio.
Werkloosheidsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW) in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.
Bijstandsuitkering
Het aantal personen dat een bijstandsuitkering in het kader van de Participatiewet (PW) ontvangt in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.

Participatiewet
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wet Wajong.
De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de Wsw.
Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.
Arbeidsongeschiktheidsuitkering
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong) in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
AOW-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.


Inwoners
Het aantal inwoners van een gemeente, wijk en buurt.
Inwoners vanaf 15 jaar
Het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.
Inwoners vanaf 15 jr tot AOW-leeftijd
Het aantal inwoners vanaf 15 jaar tot de AOW-leeftijd.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.
Inwoners vanaf de AOW-leeftijd
Het aantal inwoners vanaf de AOW-leeftijd.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.