Zorg; uitgaven en financiering; 1972-2020

Zorg; uitgaven en financiering; 1972-2020

Perioden Financieringsbronnen Overige financieringsbronnen (mln euro)
2020* 17.094
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over uitgaven aan zorg en over de financiering daarvan vanaf 1972. De uitgaven zijn in werkelijke prijzen en in prijzen van 2010.

In 1998 is CBS overgegaan van de beschrijving van Kosten en financiering van de publiek gefinancierde gezondheidszorg op een beschrijving van het héle terrein van zorg, gefinancierd door alle mogelijke bronnen. In deze tabel zijn de cijfers die het hele terrein van zorg, inclusief welzijn, bestrijken teruggelegd tot 1972.

Omdat de cijfers vóór 1999 anders zijn geraamd dan ná 1997, is het jaar 1998 twee keer opgenomen: een keer met de nieuw geraamde cijfers op basis van de oude statistiek, en een keer met de cijfers volgens de nieuwe opzet.

Gegevens beschikbaar van 1972 tot en met 2020

Status van de cijfers:
De cijfers over 2020 zijn voorlopig; de cijfers over 2018 en 2019 zijn nader voorlopig; de overige cijfers zijn definitief. Aangezien de tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 7 juli 2022:
Deze tabel is stopgezet en is opgevolgd door de nieuwe tabel 'Zorg; uitgaven en financiering vanaf 1972' (zie paragraaf 3).

Wijzigingen per 26 november 2021:
De cijfers over 2020 zijn toegevoegd, de cijfers over 2017-2019 zijn bijgesteld.
Door gebruik van een verbeterde rekenmethode en nieuwe bronnen zijn de cijfers over 'Zorguitgaven in prijzen van 2010' en 'Uitgaven aan zorg, hoeveelheidsindex' over 1998 tot en met 2012 bijgesteld en over 2013 tot en met 2019 toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Financieringsbronnen
Bronnen waaruit de uitgaven aan zorg worden betaald.
Overige financieringsbronnen
Omvat:
particuliere zorgverzekering (vanaf 2006 is dat de aanvullende verzekering);
eigen betalingen, vanaf 1998 inclusief de uitgaven gefinancierd door het eigen risico en eigen bijdragen in de verplichte verzekeringen en in de WMO;
betalingen door bedrijven, instellingen en het buitenland.