Leefstijl, preventief) gezondheidsonderzoek; persoonskenmerken, 2014-2021

Leefstijl, preventief) gezondheidsonderzoek; persoonskenmerken, 2014-2021

Persoonskenmerken Marges Perioden Lengte en gewicht Onder- en overgewicht, 4 jaar of ouder Mate van overgewicht Matig overgewicht (%) Lengte en gewicht Onder- en overgewicht, 4 jaar of ouder Mate van overgewicht Ernstig overgewicht (%) Seksuele gezondheid, 16 jaar of ouder Risico ongeplande zwangerschap, 16-49 jr (%) Voeding, 4 jaar of ouder Consumptie van fruit 7 Dagen per week voldoende fruit (%) Voeding, 4 jaar of ouder Consumptie van fruit Minimaal 5 dagen p.w. voldoende fruit (%) Voeding, 4 jaar of ouder Consumptie van groente 7 Dagen per week voldoende groente (%) Voeding, 4 jaar of ouder Consumptie van groente Minimaal 5 dagen p.w. voldoende groente (%) Voeding, 4 jaar of ouder Consumptie van vis Minimaal 1 dag per week (%) Voeding, 4 jaar of ouder Consumptie van vis Min. 2 dagen p.w., waarvan 1 x vette vis (%) (Preventief) gezondheidsonderzoek Cervix uitstrijkje, vrouwen vanaf 16 jr In de afgelopen 5 jaar (%) (Preventief) gezondheidsonderzoek Cervix uitstrijkje, vrouwen vanaf 16 jr Langer dan 5 jaar geleden (%) (Preventief) gezondheidsonderzoek Cervix uitstrijkje, vrouwen vanaf 16 jr Nooit (%) (Preventief) gezondheidsonderzoek Cervix uitstrijkje, vrouwen vanaf 16 jr Weet niet (%)
Migratieachtergrond: Nederland Waarde 2021 32,4 11,7 6,0 27,4 38,5 20,0 43,5 54,6 14,6 . . . .
Migratieachtergrond: Nederland Ondergrens 95%-interval 2021 31,2 10,9 4,7 26,3 37,3 19,0 42,2 53,3 13,7 . . . .
Migratieachtergrond: Nederland Bovengrens 95%-interval 2021 33,6 12,6 7,5 28,5 39,8 21,1 44,8 55,9 15,5 . . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de leefstijl en (preventief) gezondheidsonderzoek van de Nederlandse bevolking in particuliere huishoudens. De cijfers kunnen worden uitgesplitst naar diverse persoonskenmerken.

Gegevens beschikbaar van 2014 tot en met 2021

Status van de cijfers: definitief

Wijzigingen per 6 januari 2023
Geen. Deze tabel wordt stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel is de opvolger van Leefstijl, persoonskenmerken. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Lengte en gewicht
De vragen over lengte en lichaamsgewicht worden aan alle personen gesteld. Er wordt gevraagd naar de lengte in cm zonder schoenen en naar het lichaamsgewicht in kg zonder kleren. Bij zwangere vrouwen wordt gevraagd naar het lichaamsgewicht voorafgaand aan de zwangerschap.

Onder- en overgewicht, 4 jaar of ouder
De maat voor onder- of overgewicht is de Body Mass Index (BMI). De BMI is het quotiënt van het lichaamsgewicht in kilogrammen en het kwadraat van de lengte in meters [kg/m2]. Voor volwassenen van 20 jaar of ouder zijn de criteria:
1. Ondergewicht: BMI < 18,5
2. Normaal gewicht: BMI >= 18,5 en < 25,0
3. Overgewicht: BMI >= 25,0
a. Matig overgewicht: BMI >= 25,0 en < 30,0
b. Ernstig overgewicht: BMI >= 30,0
Voor personen jonger dan 20 jaar gelden andere grenswaarden. Deze waarden hangen af van de leeftijd en het geslacht. In de tabellen zijn niet betrokken de respondenten met onbekende lengte en /of gewicht en de respondenten met een onwaarschijnlijk gewicht in relatie tot de opgegeven lengte. In dit laatste geval betreft het personen 20 jaar of ouder met een BMI van kleiner dan 14 of groter dan 50 en personen jonger dan 20 jaar met een BMI van kleiner dan 10 of groter dan 50. Vanaf 2018 wordt er geen bovengrens meer gehanteerd, de ondergrens voor de BMI verandert niet.
Mate van overgewicht
Matig overgewicht
Percentage personen met een BMI vanaf 25,0 kg/m2 tot 30,0 kg/m2.
Voor personen jonger dan 18 jaar gelden andere grenswaarden. Deze waarden corresponderen met de BMI-waarden van 25,0 kg/m2 en 30,0 kg/m2 voor volwassenen.
Ernstig overgewicht
Percentage personen met een BMI van 30,0 kg/m2 en hoger.
Voor personen jonger dan 18 jaar gelden andere grenswaarden. Deze waarden corresponderen met een BMI-waarde van 30,0 kg/m2 voor volwassenen.
Seksuele gezondheid, 16 jaar of ouder
De vragen over seksuele gezondheid worden aan personen van 16 jaar of ouder gesteld.
Risico ongeplande zwangerschap, 16-49 jr
Percentage vrouwen van 16 tot en met 49 jaar dat risico loopt op een ongeplande zwangerschap. Risico op een ongeplande zwangerschap wordt gelopen als een vrouw seks heeft zonder dat zij of haar partner voorbehoedsmiddelen gebruikt, zij niet al zwanger is of dat probeert te worden, zij of haar partner niet onvruchtbaar is en zij of haar partner niet gesteriliseerd is.
Het percentage vrouwen dat risico loopt op een ongeplande zwangerschap is voor de jaren vanaf 2014 tot en met 2016 te hoog. De cijfers voor verslagjaren 2017 en 2018 zijn om die reden niet gepubliceerd. De cijfers vanaf 2019 zijn niet vergelijkbaar met de cijfers van voorgaande jaren.
Voeding, 4 jaar of ouder
De vragen over voeding worden gesteld aan alle personen van 4 jaar of ouder en gaan over de consumptie van fruit, groente en vis.
Consumptie van fruit
Personen wordt gevraagd naar de consumptie van fruit in een normale week in de afgelopen maanden.
7 Dagen per week voldoende fruit
Percentage personen dat elke dag minimaal 2 stuks fruit eet (vanaf 9 jaar) of anderhalf stuk fruit (kinderen t/m 8 jaar). Eén stuk fruit komt overeen met 100 gram. Deze aanbevolen hoeveelheid is afkomstig uit de Richtlijnen Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad.
Minimaal 5 dagen p.w. voldoende fruit
Percentage personen dat minstens 5 dagen per week minimaal 2 stuks fruit per dag eet (vanaf 9 jaar) of anderhalf stuk fruit (kinderen t/m 8 jaar). Eén stuk fruit komt overeen met 100 gram.
Consumptie van groente
Personen wordt gevraagd naar de consumptie van groente in een normale week in de afgelopen maanden.
7 Dagen per week voldoende groente
Percentage personen dat elke dag minimaal 5 opscheplepels groente eet (vanaf 14 jaar). Voor kinderen vanaf 4 t/m 8 jaar geldt dat zij dagelijks minimaal 2 opscheplepels groente eten. Voor jongeren vanaf 9 t/m 13 jaar geldt dat zij dagelijks minimaal 3 opscheplepels groente eten. Eén opscheplepel groente komt overeen met 50 gram. Deze aantallen opscheplepels komen overeen met de aanbevolen hoeveelheid groente per dag uit de Richtlijnen Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad (november 2015).
De cijfers over 2014 en 2015 gaan uit van de Richtlijnen Voedselkeuze uit 2011. De aanbevolen hoeveelheid volgens die richtlijn was voor personen vanaf 14 jaar anders dan de aanbevolen hoeveelheid volgens de Richtlijnen Schijf van Vijf: namelijk dagelijks minimaal 4 opscheplepels voor personen van 14 t/m 70 jaar en minimaal 3 opscheplepels voor personen vanaf 71 jaar. Door deze verandering in de richtlijnen zijn de cijfers over de groenteconsumptie voor personen vanaf 14 jaar over de jaren vanaf 2016 niet te vergelijken met die van 2014 en 2015.
Minimaal 5 dagen p.w. voldoende groente
Percentage personen dat minstens 5 dagen per week minimaal 5 opscheplepels groente per dag eet (vanaf 14 jaar). Voor kinderen vanaf 4 t/m 8 jaar geldt dat zij minstens 5 dagen per week minimaal 2 opscheplepels groente per dag eten. Voor jongeren vanaf 9 t/m 13 jaar geldt dat zij minstens 5 dagen per week minimaal 3 opscheplepels groente per dag eten. Eén opscheplepel groente komt overeen met 50 gram. Deze aantallen opscheplepels komen overeen met de aanbevolen hoeveelheid groente per dag uit de Richtlijnen Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad (november 2015).
De cijfers over 2014 en 2015 gaan uit van de Richtlijnen Voedselkeuze uit 2011. De aanbevolen hoeveelheid volgens die richtlijn was voor personen vanaf 14 jaar anders dan de aanbevolen hoeveelheid volgens de Richtlijnen Schijf van Vijf: namelijk minimaal 4 opscheplepels voor personen van 14 t/m 70 jaar en minimaal 3 opscheplepels voor personen vanaf 71 jaar. Door deze verandering in de richtlijnen zijn de cijfers over de groenteconsumptie voor personen vanaf 14 jaar over de jaren vanaf 2016 niet te vergelijken met die van 2014 en 2015.
Consumptie van vis
Personen wordt gevraagd naar de consumptie van vis in een normale week in de afgelopen maanden.
Minimaal 1 dag per week
Percentage personen dat minimaal 1 dag per week vis eet. Deze aanbeveling is afkomstig uit de Richtlijnen Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad.
Min. 2 dagen p.w., waarvan 1 x vette vis
Percentage personen dat minimaal 2 dagen per week vis eet, waarvan minstens 1 dag vette vis, zoals zalm, haring en makreel.
(Preventief) gezondheidsonderzoek
Onderzoek dat iemand in verband met zijn of haar gezondheid (preventief) kan laten uitvoeren.
Cervix uitstrijkje, vrouwen vanaf 16 jr
Een uitstrijkje van de baarmoederhals wordt gemaakt om te controleren of er veranderingen zijn opgetreden in het slijmvlies die op een (voorstadium van) baarmoederhalskanker kunnen duiden. Aan vrouwen van 16 jaar of ouder is gevraagd: Wanneer heeft u voor het laatst een uitstrijkje laten maken?
  In de afgelopen 5 jaar
  Langer dan 5 jaar geleden
  Nooit
  Weet niet
In 2017 was de antwoordoptie weet niet in de periode januari tot september niet zichtbaar voor de respondenten die de vragenlijst via de computer invulden. Hierdoor is het percentage mensen dat weet niet invulden laag in 2017. In september 2017 werd dit hersteld. Vanaf 2020 wordt deze vraag niet meer gesteld in de gezondheidsenquête.

In de afgelopen 5 jaar
Langer dan 5 jaar geleden
Nooit
Weet niet