Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken, 2014-2021

Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken, 2014-2021

Persoonskenmerken Marges Perioden Psychisch ongezond, 12 jaar of ouder (%) Mondgezondheid Mondgezondheid (zeer) goed, 15 of ouder (%) Mondgezondheid Kunstgebit, 18 jaar of ouder (%) Mondgezondheid Echte tanden en kiezen, 18 jaar of oud (aantal) Pijn, 12 jaar of ouder Pijn (%) Pijn, 12 jaar of ouder Pijn: (heel) veel (%) Pijn, 12 jaar of ouder Belemmerd door pijn (%) Angst, 12 jaar of ouder Angstige periode, ooit (%) Angst, 12 jaar of ouder Angstige periode, afgelopen 12 maanden (%) Langdurige aandoeningen Aandoeningen afgelopen 12 maanden Aandoening van de nek of schouder (%) Acute ziekten Verkoudheid (%) Beperkingen Slaapproblemen, 12 jaar of ouder (%) Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Personen met minstens 1 beperking (%) Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Beperkingen per persoon (aantal) Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Beperkingen per persoon met beperking (aantal) Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Personen met beperking in horen (%) Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Personen met beperking in zien (%) Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Personen met beperking in bewegen (%) Beperkingen Beperkingen ADL, 55 jaar of ouder Personen met minstens 1 beperking (%) Beperkingen Beperkingen ADL, 55 jaar of ouder Beperkingen per persoon (aantal)
Leeftijd: 75 jaar of ouder Waarde 2021 13,1 67,7 69,8 13,3 31,7 15,4 21,6 19,9 9,2 14,6 10,3 23,7 33,4 0,7 2,1 8,8 7,8 28,5 19,0 0,4
Leeftijd: 75 jaar of ouder Ondergrens 95%-interval 2021 10,6 63,9 66,2 12,3 28,1 12,7 18,5 16,9 7,2 11,9 8,2 20,5 29,7 0,6 1,9 6,8 5,9 25,0 16,0 0,3
Leeftijd: 75 jaar of ouder Bovengrens 95%-interval 2021 16,1 71,3 73,2 14,2 35,5 18,6 25,1 23,3 11,7 17,6 13,0 27,3 37,3 0,8 2,3 11,4 10,2 32,3 22,5 0,5
Leeftijd: 18 jaar of ouder Waarde 2021 15,3 70,9 22,4 25,0 23,2 9,7 12,4 29,5 16,7 9,8 26,1 22,3 11,5 0,2 1,9 3,0 3,6 7,8 . .
Leeftijd: 18 jaar of ouder Ondergrens 95%-interval 2021 14,4 69,7 21,4 24,8 22,2 8,9 11,5 28,4 15,8 9,0 24,9 21,3 10,7 0,2 1,8 2,6 3,1 7,1 . .
Leeftijd: 18 jaar of ouder Bovengrens 95%-interval 2021 16,3 72,0 23,5 25,2 24,3 10,5 13,3 30,7 17,7 10,6 27,2 23,4 12,4 0,2 2,0 3,5 4,1 8,5 . .
Positie: kind <18 jaar, eenoudergezin Waarde 2021 . . . . . . . . . 0,9 45,5 . . . . . . . . .
Positie: kind <18 jaar, eenoudergezin Ondergrens 95%-interval 2021 . . . . . . . . . 0,2 38,1 . . . . . . . . .
Positie: kind <18 jaar, eenoudergezin Bovengrens 95%-interval 2021 . . . . . . . . . 3,4 53,1 . . . . . . . . .
Positie: kind >= 18 jaar eenoudergezin Waarde 2021 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Positie: kind >= 18 jaar eenoudergezin Ondergrens 95%-interval 2021 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Positie: kind >= 18 jaar eenoudergezin Bovengrens 95%-interval 2021 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Positie: ouder in eenoudergezin Waarde 2021 17,7 62,4 18,2 26,1 35,8 15,8 18,8 42,8 29,6 14,0 26,2 32,8 12,6 0,2 . 3,4 3,8 8,5 . .
Positie: ouder in eenoudergezin Ondergrens 95%-interval 2021 12,4 54,5 13,2 24,8 28,6 10,8 13,2 35,3 22,8 9,3 19,9 25,9 8,2 0,1 . 1,4 1,7 4,9 . .
Positie: ouder in eenoudergezin Bovengrens 95%-interval 2021 24,7 69,6 24,7 27,3 43,6 22,5 25,9 50,7 37,3 20,4 33,8 40,5 19,0 0,3 . 8,1 8,4 14,3 . .
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2021 26,0 63,5 30,8 23,2 31,7 15,4 20,1 36,6 24,8 12,3 31,3 30,8 19,6 0,4 2,1 4,1 6,1 15,3 22,6 0,5
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2021 23,0 59,9 27,5 22,4 28,4 13,0 17,4 33,3 21,8 10,3 28,3 27,6 17,0 0,3 1,9 2,9 4,6 12,9 18,3 0,4
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2021 29,3 66,9 34,3 24,0 35,1 18,2 23,2 40,2 28,1 14,7 34,4 34,2 22,6 0,5 2,3 5,7 8,2 18,0 27,7 0,7
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2021 17,6 69,1 36,6 21,7 29,5 12,1 16,4 28,6 17,7 9,8 28,9 24,8 19,4 0,4 1,9 5,3 6,0 13,4 16,8 0,4
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2021 15,3 66,1 33,7 21,0 26,8 10,3 14,3 25,9 15,5 8,3 26,3 22,3 17,2 0,3 1,7 4,1 4,7 11,5 13,9 0,3
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2021 20,1 71,9 39,6 22,4 32,3 14,3 18,8 31,5 20,2 11,6 31,7 27,6 21,9 0,4 2,1 6,8 7,6 15,6 20,1 0,5
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2021 13,5 71,0 22,9 24,7 21,5 8,9 10,0 26,7 14,2 7,8 29,9 19,5 9,2 0,2 1,7 2,9 3,0 5,6 5,7 0,1
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2021 11,7 68,5 20,7 24,2 19,4 7,4 8,5 24,4 12,4 6,6 27,7 17,5 7,8 0,1 1,5 2,1 2,2 4,5 4,1 0,1
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2021 15,5 73,5 25,3 25,2 23,8 10,5 11,8 29,2 16,3 9,2 32,3 21,8 10,9 0,2 1,9 3,9 4,1 6,9 7,9 0,2
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2021 13,1 73,2 16,7 26,3 19,4 7,3 9,1 25,9 15,3 6,4 31,0 19,6 6,4 0,1 1,7 1,6 2,1 3,9 5,9 0,1
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2021 11,5 71,0 14,9 25,9 17,6 6,2 7,8 23,8 13,5 5,4 28,9 17,8 5,3 0,1 1,5 1,1 1,5 3,1 4,3 0,1
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2021 14,9 75,4 18,6 26,7 21,4 8,7 10,7 28,1 17,1 7,6 33,1 21,6 7,6 0,1 1,9 2,4 3,0 5,0 8,1 0,1
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2021 9,0 77,3 12,1 27,4 15,2 5,0 6,5 25,8 11,5 5,7 29,7 17,8 4,3 0,1 . 1,1 1,2 2,4 2,9 0,0
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2021 7,8 75,3 10,7 27,1 13,6 4,1 5,5 23,8 10,2 4,8 27,8 16,1 3,4 0,0 . 0,7 0,8 1,8 1,8 0,0
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2021 10,4 79,2 13,7 27,7 16,9 6,1 7,7 27,8 13,1 6,7 31,8 19,6 5,2 0,1 . 1,8 1,8 3,2 4,4 0,1
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de ervaren gezondheid en medische contacten van de Nederlandse bevolking vanaf 0 jaar in particuliere huishoudens. De cijfers kunnen worden uitgesplitst naar diverse persoonskenmerken.
Voor enkele onderwerpen geldt een afwijkende leeftijdsafbakening. Deze leeftijden worden bij de betreffende onderwerpen vermeld.

Gegevens beschikbaar van 2014 tot en met 2021

Status van de cijfers: definitief

Wijzigingen per 6 januari 2023:
Geen. Deze tabel wordt stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel is opgevolgd door de tabel Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Psychisch ongezond, 12 jaar of ouder
Percentage personen van 12 jaar of ouder dat minder dan 60 scoort op de Mental Health Inventory (MHI) voor adolescenten vanaf 12 jaar en volwassenen. De cijfers hebben betrekking op de 'Mental Health Inventory 5' ofwel 'MHI-5'. Dit is een internationale standaard voor een specifieke meting van de psychische gezondheid, bestaande uit 5 vragen. De MHI-5 is feitelijk een deelschaal van de Short Format 36 ofwel SF-36, een uitvoerige internationale standaard voor de meting van gezondheid. De MHI-5 betreft vragen die steeds betrekking hebben op hoe men zich in de afgelopen 4 weken voelde. Gevraagd is:
1. Voelde u zich erg zenuwachtig?
2. Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?
3. Voelde u zich kalm en rustig?
4. Voelde u zich neerslachtig en somber?
5. Voelde u zich gelukkig?
Iedere vraag heeft de volgende 6 antwoordcategorieën: voortdurend-meestal-vaak-soms-zelden-nooit. Bij de positief geformuleerde vragen van de MHI vragenlijst (vraag 3 en 5) zijn voor de antwoordcategorieën in volgorde de waarden 5, 4, 3, 2, 1, en 0 toegekend. Bij de negatief geformuleerde vragen (vraag 1, 2 en 4) zijn precies de omgekeerde waarden toegekend. Vervolgens zijn per persoon de somscores berekend en zijn deze vermenigvuldigd met 4, zodat de minimale somscore van een persoon 0 (zeer ongezond)en de maximale score 100 (perfect gezond) kan bedragen. Bij een score van 60 of meer is een respondent gekwalificeerd als psychisch gezond en bij een score van minder dan 60 als psychisch ongezond.
Mondgezondheid
Mondgezondheid (zeer) goed, 15 of ouder
Percentage personen van 15 jaar en ouder dat “goed” of “zeer goed” antwoordt op de vraag: Hoe zou u in het algemeen de gezondheid van uw tanden en tandvlees omschrijven?
1. Zeer goed
2. Goed
3. Gaat wel
4. Slecht ]
5. Zeer slecht

Kunstgebit, 18 jaar of ouder
Percentage mensen van 18 jaar of ouder met een geheel of gedeeltelijk kunstgebit in boven- en/of onderkaak.
Echte tanden en kiezen, 18 jaar of oud
Gemiddeld aantal echte tanden en kiezen in boven- en onderkaak van mensen van 18 jaar of ouder.
Pijn, 12 jaar of ouder
Pijn
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie ‘niet veel maar ook niet weinig’, ‘veel’ of ‘heel veel’ op de vraag ‘Hoeveel pijn heeft u de afgelopen 4 weken gehad? Is dat ‘geen’, ‘heel weinig’, ‘weinig’, ‘niet veel maar ook niet weinig’, ‘veel’, ‘heel veel’.
Pijn: (heel) veel
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie ‘veel’ of ‘heel veel’ op de vraag ‘Hoeveel pijn heeft u de afgelopen 4 weken gehad? Is dat ‘geen’, ‘heel weinig’, ‘weinig’, ‘niet veel maar ook niet weinig’, ‘veel’, ‘heel veel’.
Belemmerd door pijn
Percentage personen van 12 jaar of ouder die aangaven dat pijn hen de afgelopen 4 weken nogal, veel, of heel veel heeft belemmerd bij hun normale werkzaamheden, zowel werk buitenshuis als huishoudelijk werk.
Angst, 12 jaar of ouder
Angstige periode, ooit
Het percentage mensen van 12 jaar of ouder dat met ‘ja’ antwoordt op de vraag ‘Heeft u ooit een periode gehad waarin u erg angstig of bezorgd was, minstens 2 weken achter elkaar?’
Angstige periode, afgelopen 12 maanden
Het percentage mensen van 12 jaar of ouder dat met ‘ja’ antwoordt op de vraag ‘Heeft u ooit een periode gehad waarin u erg angstig of bezorgd was, minstens 2 weken achter elkaar?’ en met ‘ja’ antwoordt op de vervolgvraag ‘Heeft u dit in de afgelopen 12 maanden gehad?’.
Langdurige aandoeningen
Aan alle respondenten wordt gevraagd: Heeft u / uw kind één of meer langdurige ziekten of aandoeningen? Langdurig is (naar verwachting) 6 maanden of langer. Vervolgens worden 23 aandoeningen en een restcategorie 'overige aandoeningen' voorgelegd en gevraagd of mensen deze aandoening in de afgelopen 12 maanden hebben gehad. Van drie van die aandoeningen wordt ook gevraagd of men die ooit heeft gehad. Daarnaast wordt (uitgebreider) gevraagd naar suikerziekte (diabetes). De meeste vragen naar specifieke langdurige aandoeningen worden aan personen van alle leeftijden gesteld. Aandoeningen die niet vaak voorkomen bij jongeren worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.
Aandoeningen afgelopen 12 maanden
Langdurige ziektes en aandoeningen in de afgelopen 12 maanden. Respondenten kunnen aangeven of ze de ziekte of aandoening hebben of afgelopen 12 maanden hebben gehad.
Aandoening van de nek of schouder
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft of had u / uw kind in de afgelopen 12 maanden een ernstige of hardnekkige aandoening van de nek of schouder?
Acute ziekten
Er wordt gevraagd naar 6 acute ziekten of klachten. De respondent kan met 'ja' of 'nee' aangeven of hij die klachten heeft of in de afgelopen 2 maanden heeft gehad. De vragen worden aan respondenten van alle leeftijden gesteld.
In 2019 en 2020 waren de vragen over acute ziekten of klachten niet opgenomen in het onderzoek.
Verkoudheid
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden een verkoudheid, griep, keelontsteking of voorhoofdsholteontsteking gehad?'
Beperkingen
Beperkingen
Er worden 3 indicatoren voor lichamelijke beperkingen berekend:
a De OESO-indicator voor personen van 12 jaar of ouder en
b De ADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar en.
c de iADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar.
Daarnaast wordt een globale vraag over beperkingen gesteld (GALI-indicator).
Slaapproblemen, 12 jaar of ouder
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie ‘nogal’, ‘veel’ of ‘heel veel’ op de vraag ‘In welke mate heeft u in de afgelopen 2 weken last gehad van problemen met slapen? Denkt u hierbij aan moeite met in slaap vallen, moeite om door te slapen, of te vroeg wakker worden.
Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder
De OESO-indicator (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is gebaseerd op de volgende 7 vragen over vaardigheden die mensen normaal kunnen doen, zo nodig met hulpmiddelen zoals een bril of hoorapparaat. Het gaat niet om tijdelijke problemen.
1. Een gesprek volgen in een groep van drie of meer personen (zo nodig met hoorapparaat)
2. Met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met hoorapparaat)
3. Kleine letters in de krant lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)
4. Op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen)
5. Een voorwerp van 5 kilo, bijv. een volle boodschappentas 10 meter dragen
6. Rechtop staand kunnen bukken en iets van de grond oppakken
7. 400 meter aan een stuk lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok)
Antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; kan niet. Deze vragen worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.
Personen met minstens 1 beperking
Percentage personen met minstens 1 OESO-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 7 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' antwoordt.
Beperkingen per persoon
Het gemiddeld aantal OESO-beperkingen per persoon in de bevolking van 12 jaar of ouder, gemeten met behulp van de OESO-indicator.
Beperkingen per persoon met beperking
Het gemiddeld aantal OESO- beperkingen per persoon met minstens 1 beperking, gemeten met behulp van de OESO-indicator.
Personen met beperking in horen
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja, met grote moeite' of 'nee, dat kan ik niet' op minstens 1 van de 2 vragen naar beperkingen in horen (volgens de OESO indicator).
Personen met beperking in zien
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja, met grote moeite' of 'nee, dat kan ik niet' op minstens 1 van de 2 vragen naar beperkingen in zien (volgens de OESO indicator).
Personen met beperking in bewegen
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja, met grote moeite' of 'nee, dat kan ik niet' op minstens 1 van de 3 vragen naar beperkingen in bewegen (volgens de OESO indicator).
Beperkingen ADL, 55 jaar of ouder
De ADL-indicator (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) is gebaseerd op vragen over de volgende 11 verrichtingen:
1. Gaan zitten en opstaan uit een stoel
2. In- en uit bed stappen
3. De trap op- en aflopen
4. Eten en drinken
5. Aan- en uitkleden
6. Het gezicht en de handen wassen
7. In bad gaan of douchen
8. Van het toilet gebruik maken
9. Zich verplaatsen naar een andere kamer op dezelfde verdieping
10. De woning verlaten en binnengaan
11. Zich verplaatsen buitenshuis
De 4 antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; alleen met hulp van anderen. De eerste drie vragen kennen een 5e antwoordcategorie: zelfs niet met hulp van anderen. Deze vragen worden gesteld aan personen van 55 jaar of ouder.
Personen met minstens 1 beperking
Percentage personen van 55 jaar of ouder met minstens 1 ADL-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 11 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' of ‘zelfs niet met hulp van anderen’ antwoordt.
Beperkingen per persoon
Het gemiddeld aantal ADL-beperkingen per persoon in de bevolking van 55 jaar of ouder, gemeten met behulp van de ADL-indicator.