Kerncijfers wijken en buurten 2014

Kerncijfers wijken en buurten 2014

Wijken en buurten Regioaanduiding Gemeentenaam (naam) Regioaanduiding Soort regio (omschrijving) Regioaanduiding Codering (code) Bevolking Aantal inwoners (aantal) Energie Gemiddeld elektriciteitsverbruik Naar woningtype Vrijstaande woning (kWh) Energie Gemiddeld aardgasverbruik Naar woningtype Vrijstaande woning (m³) Energie Gemiddeld aardgasverbruik Percentage woningen met stadsverwarming (%) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Actieven 15-75 jaar (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met een laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%)
Wijk 00 Stad Delfzijl Wijk WK001000 17.415 3.700 1.950 0,0 13.300 25,4 20,3 46,0 14,2 49,7 47,8 11,9 13,2 10,8
Wijk 00 Binnenstad Groningen Wijk WK001400 18.695 3.600 2.800 . 16.000 19,0 17,9 66,8 10,0 36,4 81,1 5,2 24,4 18,8
Stadscentrum Groningen Buurt BU00140000 2.770 . . 0,0 2.300 17,1 16,2 71,1 8,6 31,0 82,9 4,0 22,9 18,0
Binnenstad-Zuid Groningen Buurt BU00140001 6.230 . . 0,0 5.300 19,1 18,1 67,3 10,0 35,4 82,4 5,0 25,8 20,3
Binnenstad-Oost Groningen Buurt BU00140002 2.885 . . 0,0 2.500 18,5 17,5 65,0 8,1 39,8 80,6 4,3 26,1 19,7
Binnenstad-West Groningen Buurt BU00140003 1.495 . . 0,0 1.300 18,9 18,1 69,2 9,5 36,5 80,8 5,5 23,5 18,2
Binnenstad-Noord Groningen Buurt BU00140004 5.310 2.300 2.600 . 4.500 20,2 18,8 64,2 11,9 38,3 78,9 6,4 22,7 17,3
Wijk 07 Stadsparkwijk Groningen Wijk WK001407 16.445 4.400 1.950 0,0 12.800 30,0 24,5 40,7 21,5 57,3 51,7 16,4 11,9 9,8
Stadspark Groningen Buurt BU00140704 1.755 4.500 1.550 0,0 1.100 41,0 26,8 25,0 41,6 71,6 14,2 50,9 7,4 6,0
Stadshart-Noord Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180107 385 3.900 2.450 0,0 300 22,0 19,1 48,8 5,0 53,9 72,4 1,6 24,0 18,8
Stadshart-Zuid Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180301 250 . . 0,0 200 21,6 21,2 53,1 4,5 14,3 59,6 0,6 6,8 8,0
Wijk 02 Almere-Stad Almere Wijk WK003402 108.405 4.900 0 99,4 79.100 30,1 22,5 36,4 22,1 61,0 34,7 22,5 11,5 9,0
Centrum Almere-Stad Almere Buurt BU00340201 4.110 . . 99,6 3.100 31,6 26,8 33,8 23,2 63,3 46,8 10,9 12,0 9,7
Randstad Almere Buurt BU00340271 10 . . 0,0 0 . . . . . . . . .
Verspreide huizen Almere-Stad Almere Buurt BU00340299 45 . 0 75,0 0 . . . . . . . . .
Stadskanaal Stadskanaal Gemeente GM0037 32.800 3.900 2.050 . 25.100 23,7 18,7 48,2 11,3 52,5 47,5 11,3 11,8 8,8
Wijk 01 Stadskanaal Stadskanaal Wijk WK003701 19.660 3.900 2.100 . 15.300 23,6 18,8 48,8 11,4 50,9 49,8 10,2 12,8 9,3
Stadskanaal Centrum Stadskanaal Buurt BU00370100 1.375 3.500 2.100 0,0 1.300 21,2 19,5 57,4 8,3 42,6 66,3 5,1 7,3 7,3
Franeker Binnenstad Franekeradeel Buurt BU00700000 1.215 2.750 1.950 0,0 1.100 23,6 20,8 48,6 11,3 52,2 63,5 7,2 17,3 13,3
Binnenstad Harlingen Buurt BU00720006 3.145 3.150 1.950 0,0 2.600 27,5 22,8 42,6 17,7 53,5 48,9 13,3 13,6 11,4
Wijk 10 Binnenstad Leeuwarden Wijk WK008010 4.920 2.950 1.750 0,0 4.200 20,8 19,5 60,7 10,1 41,4 77,0 5,4 29,3 20,7
Nieuwestad Leeuwarden Buurt BU00801002 260 . . 0,0 200 19,0 17,7 61,0 11,7 49,3 72,0 5,4 21,6 16,7
Sportpark Stadsbroek Assen Buurt BU01060509 0 . . 0,0 0 . . . . . . . . .
Verspreide huizen Nijstad Hoogeveen Buurt BU01186206 40 . . 0,0 0 . . . . . . . . .
Wijk 10 Binnenstad Almelo Wijk WK014110 5.120 3.500 1.850 0,0 4.400 24,6 21,5 46,3 11,9 50,7 58,7 7,4 14,8 12,3
Binnenstad-Noord Almelo Buurt BU01411000 2.110 3.100 1.850 0,0 1.800 25,0 22,3 45,0 12,6 52,7 58,1 7,9 12,6 10,9
Binnenstad-Zuid Almelo Buurt BU01411001 1.465 4.450 2.150 0,0 1.300 26,5 24,4 43,7 15,2 51,7 59,4 9,0 14,5 12,8
Wijk 1 Binnenstad Deventer Wijk WK015001 7.655 4.650 3.000 15,5 6.400 30,1 26,1 39,6 21,4 57,2 51,0 15,2 15,1 11,5
Wijk 4 Voorstad Deventer Wijk WK015004 10.580 3.200 1.850 0,0 7.800 24,3 18,7 45,3 13,2 53,8 53,9 10,5 19,9 13,9
Horstlanden-Stadsweide Enschede Buurt BU01530007 3.015 4.450 2.600 0,0 2.300 26,9 22,4 46,2 19,6 50,3 58,6 13,5 13,2 8,9
Wijk 02 Boswinkel - Stadsveld Enschede Wijk WK015302 23.245 4.550 1.250 6,9 17.800 23,0 18,1 50,0 10,9 51,0 56,2 9,3 18,1 13,7
Stadsveld-Zuid Enschede Buurt BU01530204 1.855 . . 0,0 1.500 21,2 17,6 51,2 7,3 47,9 62,2 4,7 15,5 12,5
Stadsveld-Noord-Bruggert Enschede Buurt BU01530206 1.810 4.800 1.550 0,0 1.400 21,9 17,2 52,9 8,9 45,5 55,1 10,9 22,0 16,3
Overig Stad Hardenberg Hardenberg Buurt BU01600001 1.960 3.850 2.150 0,0 1.500 23,1 19,7 50,4 9,7 49,5 52,5 10,5 9,5 7,7
Wijk 00 Binnenstad Hengelo Wijk WK016400 2.600 4.100 2.300 0,0 2.100 28,5 24,2 40,6 18,4 59,2 51,7 12,7 13,6 10,2
Binnenstad-Centrum Hengelo Buurt BU01640000 820 . . 0,0 700 24,8 22,8 47,3 12,4 58,6 64,4 7,0 20,7 15,7
Binnenstad-West Hengelo Buurt BU01640001 785 3.700 2.100 0,0 600 27,5 23,0 40,4 16,2 59,2 47,8 12,4 10,0 7,2
Binnenstad-Oost Hengelo Buurt BU01640002 995 4.450 2.550 0,0 800 33,0 26,4 34,2 26,1 59,8 39,9 19,8 9,0 6,6
Stadspark Weusthag-Noord Hengelo Buurt BU01640902 40 6.350 2.200 0,0 0 . . . . . . . . .
Stadspark Weusthag-Zuid Hengelo Buurt BU01640903 100 4.350 1.950 0,0 100 . 26,6 . . . . . . .
Binnenstad Kampen Kampen Buurt BU01660000 4.900 3.500 1.800 0,0 4.000 26,3 22,3 40,2 15,0 64,6 58,4 10,0 14,2 9,7
Wijk 01 Binnenstad Oldenzaal Oldenzaal Wijk WK017301 2.255 3.900 2.200 0,0 2.000 25,7 23,2 45,0 13,0 53,9 57,7 9,4 9,0 7,0
Binnenstad Oldenzaal Oldenzaal Buurt BU01730100 2.255 3.900 2.200 0,0 2.000 25,7 23,2 45,0 13,0 53,9 57,7 9,4 9,0 7,0
Wijk 10 Binnenstad Zwolle Wijk WK019310 3.330 4.100 2.400 0,0 3.000 31,7 29,0 39,3 21,3 61,5 58,0 13,7 13,9 8,9
Binnenstad-Zuid Zwolle Buurt BU01931000 1.995 4.100 2.400 0,0 1.800 32,0 29,2 40,4 21,1 62,3 59,2 13,7 15,5 9,9
Binnenstad-Noord Zwolle Buurt BU01931010 790 . . 0,0 700 28,8 27,1 38,8 18,2 60,7 60,8 10,0 13,6 9,0
Wijk 22 Stadshagen Zwolle Wijk WK019322 22.475 4.950 1.650 . 14.700 33,6 22,5 28,7 26,8 72,3 23,5 26,1 6,6 4,9
Stadsbroek Zwolle Buurt BU01932280 55 5.450 2.350 0,0 0 . . . . . . . . .
Binnenstad Apeldoorn Buurt BU02000101 4.655 3.950 2.100 5,2 4.200 28,0 25,2 37,4 15,9 59,2 58,8 8,9 13,0 9,8
Stadhoudersmolen Apeldoorn Buurt BU02000809 165 5.050 1.950 0,0 100 21,9 16,5 52,9 8,3 64,6 . . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar: over 2014.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 18 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Regioaanduiding
De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling.

Wijk:
Onderdeel van een gemeente waarin een bepaalde vorm van bodemgebruik of bebouwing overheerst. Bijvoorbeeld: industriegebied, woongebied met hoogbouw of laagbouw. Een wijk bestaat uit één of meerdere buurten.

Buurt:
Onderdeel van een gemeente, dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.
Gemeentenaam
De naam van de bestuurlijke gemeente. Deze naam volgt de officiële schrijfwijze.
Soort regio
De gekozen regioaanduiding betreft: Gemeente, Wijk of Buurt.
Codering
Gemeentecode heeft 4 posities, voorafgegaan door ‘GM’.
Wijkcode heeft 6 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2), voorafgegaan door ‘WK’.
Buurtcode heeft 8 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2) + buurtcode (2), voorafgegaan door ‘BU’.
Bevolking
Aantal inwoners
Het aantal inwoners op 1 januari. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). De standcijfers van het aantal inwoners kunt u niet gebruiken voor een correcte weergave van de ontwikkeling in de tijd. De grenzen of codes van wijken en buurten kunnen jaarlijks wijzigen waardoor adressen van een andere code worden voorzien.
De cijfers zijn afgerond op vijftallen.
Energie
Gemiddeld elektriciteitsverbruik
Het gemiddeld jaarverbruik voor elektriciteit op individuele aansluitingen van particuliere woningen, berekend uit gegevens van de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven. Collectieve verbruiken van bijvoorbeeld liftinstallaties of hal-/galerijverlichting zijn hierbij niet inbegrepen. Het verbruik is exclusief elektriciteit die eventueel in de particuliere woningen zelf wordt opgewekt bijvoorbeeld door zonnepanelen.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en worden vermeld bij 6 of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom (huur- of koopwoning).
Naar woningtype
De volgende typen worden onderscheiden: appartement, tussenwoning, hoekwoning, twee-onder-één-kap-woning en vrijstaande woning.
De typering wordt bepaald door het Kadaster.
Vrijstaande woning
Gemiddeld aardgasverbruik
Het gemiddeld jaarverbruik voor aardgas van particuliere woningen berekend uit gegevens van de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven.
De berekening is inclusief woningen die zijn aangesloten op stadsverwarming. Deze woningen hebben een zeer laag of zelfs nulverbuik voor aardgas. Hierdoor valt in gebieden waar stadsverwarming aanwezig is het gemiddeld aardgasverbruik van woningen lager uit dan in gebieden zonder stadsverwarming.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en worden vermeld bij 6 of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom (huur- of koopwoning).

Naar woningtype
De volgende typen worden onderscheiden: appartement, tussenwoning, hoekwoning, twee-onder-één-kap-woning en vrijstaande woning. De typering wordt bepaald door het Kadaster.
Vrijstaande woning
Percentage woningen met stadsverwarming
Het percentage woningen dat is aangesloten op warmtedistributie (stadsverwarming). Warmtedistributie is een verwarmingssysteem waarbij de woningen in een wijk worden verwarmd via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen. In veel gevallen maakt warmtedistributie gebruik van restwarmte van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales. Het aardgasverbruik van deze woningen is in veel gevallen zeer laag of zelfs nul. De hoeveelheid warmte die door aangesloten woningen in een jaar wordt afgenomen van de warmtedistributie is niet beschikbaar.
Het percentage wordt vermeld bij 10 of meer (bewoonde) woningen.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen bekend is en het inkomen van particuliere huishoudens met een bekend inkomen. De gegevens komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar.

Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De doelpopulatie bestaat uit personen in particuliere huishoudens.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen in particuliere huishoudens per regio.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% met laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% met hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Actieven 15-75 jaar
Het aandeel personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishuishoudens met als persoonlijke voornaamste inkomensbron inkomen uit arbeid of inkomen uit eigen onderneming, uitgedrukt in hele procenten van het totale aantal personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Inkomen van huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen bekend is.
40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
Huishoudens met een laag inkomen
Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.

Bij de bepaling van het sociaal minimum is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, is aan de hand van de regelgeving vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens, die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan valt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum. Daarom is niet 100%, maar 101% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.