Institutionele beleggers; balans 1998-2016
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
Deze tabel bevat de balansgegevens van de institutionele beleggers. Het maakt analyses mogelijk over de verschuivingen binnen de balans van institutionele beleggers. Dat kan niet alleen voor het totaal van institutionele beleggers, maar ook voor de drie groepen: pensioenfondsen, verzekeringsinstellingen en beleggingsfondsen m.u.v. geldmarktfondsen.
Gegevens beschikbaar jaarcijfers van 1998 tot en met 2016.
Status van de cijfers:
De uitkomsten tot en met 2015 zijn definitief, de uitkomsten vanaf 2016 zijn voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.
Wijzigingen per 7 september 2018:
Geen, deze tabel is stopgezet.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
In het kader van de strategische samenwerking tussen het CBS en DNB is een nieuwe taakverdeling afgesproken. Institutionele beleggers vallen daarbij expliciet onder het werkgebied van DNB. De publicatie van tabellen door het CBS met betrekking tot institutionele beleggers wordt daarom stopgezet. DNB levert uitkomsten over institutionele beleggers op aan de OECD. Meer informatie is te vinden in paragraaf 3, inclusief links naar de uitkomsten zoals gepubliceerd door de OECD.
Toelichting onderwerpen
- Activa
- Kortlopende schuldbewijzen
- Kortlopende schuldbewijzen omvatten alle schuldbewijzen met een looptijd tot maximaal een jaar. Voorbeelden van kortlopende schuldbewijzen zijn schatkistpapier (dutch treasury certificates), door financiële instellingen in omloop gebrachte schuldbewijzen (spaarbrieven, spaarbewijzen aan toonder, certificates of deposit), en door lagere overheid en bedrijven in omloop gebrachte schuldbewijzen (commercial paper).
- Kortlopende schuldbewijzen fin. inst.
- Kortlopende schuldbewijzen financiële instellingen.
- Overige fin. interm. en fin. hulpb.
- Overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven.
De overige financiële intermediairs (m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen) bestaan uit financiële instellingen met als hoofdfunctie financiële intermediatie door het aangaan van verplichtingen, andere dan in chartaal geld, deposito's, aandelen in beleggingsfondsen of in verband met verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen, bij institutionele eenheden.
Financiële hulpbedrijven bestaan uit financiële instellingen die zich vooral bezighouden met activiteiten die nauw verband houden met financiële intermediatie, maar zelf geen financiële intermediairs zijn.
Voorbeelden van financiële hulpbedrijven zijn:
- financiële hulpbedrijven voor het bankwezen zoals de Amsterdamse Effectenbeurs (Euronext), de optiebeurs, creditcard organisaties en bedrijven op het gebied van krediet- en hypotheekbemiddeling.
- financiële hulpbedrijven voor het verzekeringswezen zoals assurantietussenpersonen, waarborgfondsen, pensioenadviesbureaus en verzekeringsbeurzen.
- Langlopende schuldbewijzen
- Langlopende schuldbewijzen omvatten alle schuldbewijzen met in het algemeen een langere looptijd dan een jaar. Hieronder vallen obligaties, floating rate notes (obligaties met een variabele rente), pandbrievenen converteerbare obligaties, zolang deze niet in aandelen zijn omgezet.
- Langl. schuldbewijzen fin. instellingen
- Langlopende schuldbewijzen financiële instellingen.
- Overige fin. interm. en fin. hulpb.
- Overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven.
De overige financiële intermediairs (m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen) bestaan uit financiële instellingen met als hoofdfunctie financiële intermediatie door het aangaan van verplichtingen, andere dan in chartaal geld, deposito's, aandelen in beleggingsfondsen of in verband met verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen, bij institutionele eenheden.
Financiële hulpbedrijven bestaan uit financiële instellingen die zich vooral bezighouden met activiteiten die nauw verband houden met financiële intermediatie, maar zelf geen financiële intermediairs zijn.
Voorbeelden van financiële hulpbedrijven zijn:
- financiële hulpbedrijven voor het bankwezen zoals de Amsterdamse Effectenbeurs (Euronext), de optiebeurs, creditcard organisaties en bedrijven op het gebied van krediet- en hypotheekbemiddeling.
- financiële hulpbedrijven voor het verzekeringswezen zoals assurantietussenpersonen, waarborgfondsen, pensioenadviesbureaus en verzekeringsbeurzen.
- Kortlopende leningen
- Kortlopende leningen omvatten alle kredieten die niet het karakter dragen van deposito's en waarvan de vooraf bepaalde contractuele looptijd doorgaans korter is dan een jaar. Hieronder vallen onder meer kortlopende leningen bij financiële instellingen, rekening-courant verhoudingen (uitgezonderd giraal geld), kortlopend consumptief krediet, wissels en promessen.
- Kortlopende leningen financiële inst.
- Kortlopende leningen financiële instellingen.
- Overige fin. interm. en fin. hulpb.
- Overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven.
De overige financiële intermediairs (m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen) bestaan uit financiële instellingen met als hoofdfunctie financiële intermediatie door het aangaan van verplichtingen, andere dan in chartaal geld, deposito's, aandelen in beleggingsfondsen of in verband met verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen, bij institutionele eenheden.
Financiële hulpbedrijven bestaan uit financiële instellingen die zich vooral bezighouden met activiteiten die nauw verband houden met financiële intermediatie, maar zelf geen financiële intermediairs zijn.
Voorbeelden van financiële hulpbedrijven zijn:
- financiële hulpbedrijven voor het bankwezen zoals de Amsterdamse Effectenbeurs (Euronext), de optiebeurs, creditcard organisaties en bedrijven op het gebied van krediet- en hypotheekbemiddeling.
- financiële hulpbedrijven voor het verzekeringswezen zoals assurantietussenpersonen, waarborgfondsen, pensioenadviesbureaus en verzekeringsbeurzen.
- Kortlopende leningen overig binnenland
- Huishoudens en IZW t.b.v. huishoudens
- Huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens.
Tot de sector huishoudens behoren alle natuurlijke personen die langer dan een jaar in Nederland verblijven, ongeacht hun nationaliteit. Omgekeerd worden Nederlanders die langer dan een jaar in het buitenland verblijven niet tot de Nederlandse huishoudens gerekend.
Huishoudens omvatten niet alleen op zichzelf of in gezinsverband wonende personen, maar ook personen in verpleeginrichtingen, bejaardentehuizen, gevangenissen en internaten.
Indien de tot de huishoudens gerekende personen een eigen bedrijf hebben, wordt dit bedrijf ook tot de huishoudens gerekend. Dit is het geval bij de zelfstandigen (eenmanszaken). Grote, zelfstandig opererende ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid (quasi-vennootschappen) behoren echter tot de (niet-financiële of financiële) vennootschappen.
Tot de sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZW huishoudens) behoren stichtingen en verenigingen waarvan de middelen voor het merendeel afkomstig zijn uit vrijwillige bijdragen van huishoudens en uit inkomen uit vermogen. Voorbeelden zijn religieuze instellingen, liefdadigheidsinstellingen, politieke partijen, vakbonden en verenigingen op het gebied van cultuur, sport en recreatie.
- Langlopende leningen
- Leningen met een oorspronkelijke looptijd van 1 jaar of meer. Tot en met 2008 voor revisie zijn de langlopende leningen exclusief de hypotheken.
- Langlopende leningen financiële instell.
- Leningen lange termijn financiële instellingen.
- Overige fin. interm. en fin. hulpb.
- Overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven.
De overige financiële intermediairs (m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen) bestaan uit financiële instellingen met als hoofdfunctie financiële intermediatie door het aangaan van verplichtingen, andere dan in chartaal geld, deposito's, aandelen in beleggingsfondsen of in verband met verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen, bij institutionele eenheden.
Financiële hulpbedrijven bestaan uit financiële instellingen die zich vooral bezighouden met activiteiten die nauw verband houden met financiële intermediatie, maar zelf geen financiële intermediairs zijn.
Voorbeelden van financiële hulpbedrijven zijn:
- financiële hulpbedrijven voor het bankwezen zoals de Amsterdamse Effectenbeurs (Euronext), de optiebeurs, creditcard organisaties en bedrijven op het gebied van krediet- en hypotheekbemiddeling.
- financiële hulpbedrijven voor het verzekeringswezen zoals assurantietussenpersonen, waarborgfondsen, pensioenadviesbureaus en verzekeringsbeurzen.
- Langlopende leningen overig binnenland
- Huishoudens en IZW t.b.v. huishoudens
- Huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens.
Tot de sector huishoudens behoren alle natuurlijke personen die langer dan een jaar in Nederland verblijven, ongeacht hun nationaliteit. Omgekeerd worden Nederlanders die langer dan een jaar in het buitenland verblijven niet tot de Nederlandse huishoudens gerekend.
Huishoudens omvatten niet alleen op zichzelf of in gezinsverband wonende personen, maar ook personen in verpleeginrichtingen, bejaardentehuizen, gevangenissen en internaten.
Indien de tot de huishoudens gerekende personen een eigen bedrijf hebben, wordt dit bedrijf ook tot de huishoudens gerekend. Dit is het geval bij de zelfstandigen (eenmanszaken). Grote, zelfstandig opererende ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid (quasi-vennootschappen) behoren echter tot de (niet-financiële of financiële) vennootschappen.
Tot de sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZW huishoudens) behoren stichtingen en verenigingen waarvan de middelen voor het merendeel afkomstig zijn uit vrijwillige bijdragen van huishoudens en uit inkomen uit vermogen. Voorbeelden zijn religieuze instellingen, liefdadigheidsinstellingen, politieke partijen, vakbonden en verenigingen op het gebied van cultuur, sport en recreatie.
- Beursgenoteerde aandelen
- Beursgenoteerde aandelen zijn aandelenbewijzen die aan een beurs genoteerd zijn. Deze beurs kan zowel een erkende aandelenbeurs als enige andere vorm van secundaire markt zijn. Dat beurskoersen voor beursgenoteerde aandelen bestaan, betekent dat de actuele marktprijzen gewoonlijk onmiddellijk beschikbaar zijn.
- Beursgenoteerde aandelen fin. inst.
- Beursgenoteerde aandelen financiële instellingen.
- Overige fin. interm. en fin. hulpb.
- Overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven.
De overige financiële intermediairs (m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen) bestaan uit financiële instellingen met als hoofdfunctie financiële intermediatie door het aangaan van verplichtingen, andere dan in chartaal geld, deposito's, aandelen in beleggingsfondsen of in verband met verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen, bij institutionele eenheden.
Financiële hulpbedrijven bestaan uit financiële instellingen die zich vooral bezighouden met activiteiten die nauw verband houden met financiële intermediatie, maar zelf geen financiële intermediairs zijn.
Voorbeelden van financiële hulpbedrijven zijn:
- financiële hulpbedrijven voor het bankwezen zoals de Amsterdamse Effectenbeurs (Euronext), de optiebeurs, creditcard organisaties en bedrijven op het gebied van krediet- en hypotheekbemiddeling.
- financiële hulpbedrijven voor het verzekeringswezen zoals assurantietussenpersonen, waarborgfondsen, pensioenadviesbureaus en verzekeringsbeurzen.
- Niet-beursgenoteerde aandelen
- Niet-beursgenoteerde aandelen zijn aandelenbewijzen die niet aan een beurs genoteerd zijn.
- Niet-beursgenoteerde aandelen fin. inst.
- Niet-beursgenoteerde aandelen financiële instellingen.
- Overige fin. interm. en fin. hulpb.
- Overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven.
De overige financiële intermediairs (m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen) bestaan uit financiële instellingen met als hoofdfunctie financiële intermediatie door het aangaan van verplichtingen, andere dan in chartaal geld, deposito's, aandelen in beleggingsfondsen of in verband met verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen, bij institutionele eenheden.
Financiële hulpbedrijven bestaan uit financiële instellingen die zich vooral bezighouden met activiteiten die nauw verband houden met financiële intermediatie, maar zelf geen financiële intermediairs zijn.
Voorbeelden van financiële hulpbedrijven zijn:
- financiële hulpbedrijven voor het bankwezen zoals de Amsterdamse Effectenbeurs (Euronext), de optiebeurs, creditcard organisaties en bedrijven op het gebied van krediet- en hypotheekbemiddeling.
- financiële hulpbedrijven voor het verzekeringswezen zoals assurantietussenpersonen, waarborgfondsen, pensioenadviesbureaus en verzekeringsbeurzen.
- Passiva
- Langlopende schuldbewijzen
- Langlopende schuldbewijzen omvatten alle schuldbewijzen met in het algemeen een langere looptijd dan een jaar. Hieronder vallen obligaties, floating rate notes (obligaties met een variabele rente), pandbrievenen converteerbare obligaties, zolang deze niet in aandelen zijn omgezet.
- Langlopende schuldbewijzen fin. inst.
- Langlopende schuldbewijzen financiële instellingen.
- Overige fin. interm. en fin. hulpb.
- Overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven.
De overige financiële intermediairs (m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen) bestaan uit financiële instellingen met als hoofdfunctie financiële intermediatie door het aangaan van verplichtingen, andere dan in chartaal geld, deposito's, aandelen in beleggingsfondsen of in verband met verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen, bij institutionele eenheden.
Financiële hulpbedrijven bestaan uit financiële instellingen die zich vooral bezighouden met activiteiten die nauw verband houden met financiële intermediatie, maar zelf geen financiële intermediairs zijn.
Voorbeelden van financiële hulpbedrijven zijn:
- financiële hulpbedrijven voor het bankwezen zoals de Amsterdamse Effectenbeurs (Euronext), de optiebeurs, creditcard organisaties en bedrijven op het gebied van krediet- en hypotheekbemiddeling.
- financiële hulpbedrijven voor het verzekeringswezen zoals assurantietussenpersonen, waarborgfondsen, pensioenadviesbureaus en verzekeringsbeurzen.
- Langl. schuldbewijzen overig binnenland
- Langlopende schuldbewijzen overig binnenland.
- Huishoudens en IZW t.b.v. huishoudens
- Huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens.
Tot de sector huishoudens behoren alle natuurlijke personen die langer dan een jaar in Nederland verblijven, ongeacht hun nationaliteit. Omgekeerd worden Nederlanders die langer dan een jaar in het buitenland verblijven niet tot de Nederlandse huishoudens gerekend.
Huishoudens omvatten niet alleen op zichzelf of in gezinsverband wonende personen, maar ook personen in verpleeginrichtingen, bejaardentehuizen, gevangenissen en internaten.
Indien de tot de huishoudens gerekende personen een eigen bedrijf hebben, wordt dit bedrijf ook tot de huishoudens gerekend. Dit is het geval bij de zelfstandigen (eenmanszaken). Grote, zelfstandig opererende ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid (quasi-vennootschappen) behoren echter tot de (niet-financiële of financiële) vennootschappen.
Tot de sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZW huishoudens) behoren stichtingen en verenigingen waarvan de middelen voor het merendeel afkomstig zijn uit vrijwillige bijdragen van huishoudens en uit inkomen uit vermogen. Voorbeelden zijn religieuze instellingen, liefdadigheidsinstellingen, politieke partijen, vakbonden en verenigingen op het gebied van cultuur, sport en recreatie.
- Kortlopende leningen
- Kortlopende leningen omvatten alle kredieten die niet het karakter dragen van deposito's en waarvan de vooraf bepaalde contractuele looptijd doorgaans korter is dan een jaar. Hieronder vallen onder meer kortlopende leningen bij financiële instellingen, rekening-courant verhoudingen (uitgezonderd giraal geld), kortlopend consumptief krediet, wissels en promessen.
- Kortlopende leningen financiële inst.
- Kortlopende leningen financiële instellingen.
- Overige fin. interm. en fin. hulpb.
- Overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven.
De overige financiële intermediairs (m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen) bestaan uit financiële instellingen met als hoofdfunctie financiële intermediatie door het aangaan van verplichtingen, andere dan in chartaal geld, deposito's, aandelen in beleggingsfondsen of in verband met verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen, bij institutionele eenheden.
Financiële hulpbedrijven bestaan uit financiële instellingen die zich vooral bezighouden met activiteiten die nauw verband houden met financiële intermediatie, maar zelf geen financiële intermediairs zijn.
Voorbeelden van financiële hulpbedrijven zijn:
- financiële hulpbedrijven voor het bankwezen zoals de Amsterdamse Effectenbeurs (Euronext), de optiebeurs, creditcard organisaties en bedrijven op het gebied van krediet- en hypotheekbemiddeling.
- financiële hulpbedrijven voor het verzekeringswezen zoals assurantietussenpersonen, waarborgfondsen, pensioenadviesbureaus en verzekeringsbeurzen.
- Kortlopende leningen overig binnenland
- Huishoudens en IZW t.b.v. huishoudens
- Huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens.
Tot de sector huishoudens behoren alle natuurlijke personen die langer dan een jaar in Nederland verblijven, ongeacht hun nationaliteit. Omgekeerd worden Nederlanders die langer dan een jaar in het buitenland verblijven niet tot de Nederlandse huishoudens gerekend.
Huishoudens omvatten niet alleen op zichzelf of in gezinsverband wonende personen, maar ook personen in verpleeginrichtingen, bejaardentehuizen, gevangenissen en internaten.
Indien de tot de huishoudens gerekende personen een eigen bedrijf hebben, wordt dit bedrijf ook tot de huishoudens gerekend. Dit is het geval bij de zelfstandigen (eenmanszaken). Grote, zelfstandig opererende ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid (quasi-vennootschappen) behoren echter tot de (niet-financiële of financiële) vennootschappen.
Tot de sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZW huishoudens) behoren stichtingen en verenigingen waarvan de middelen voor het merendeel afkomstig zijn uit vrijwillige bijdragen van huishoudens en uit inkomen uit vermogen. Voorbeelden zijn religieuze instellingen, liefdadigheidsinstellingen, politieke partijen, vakbonden en verenigingen op het gebied van cultuur, sport en recreatie.
- Langlopende leningen
- Leningen met een oorspronkelijke looptijd van 1 jaar of meer. Tot en met 2008 voor revisie zijn de langlopende leningen exclusief de hypotheken.
- Langlopende leningen financiële instell.
- Langlopende leningen financiële instellingen.
- Overige fin. interm. en fin. hulpb.
- Overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven.
De overige financiële intermediairs (m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen) bestaan uit financiële instellingen met als hoofdfunctie financiële intermediatie door het aangaan van verplichtingen, andere dan in chartaal geld, deposito's, aandelen in beleggingsfondsen of in verband met verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen, bij institutionele eenheden.
Financiële hulpbedrijven bestaan uit financiële instellingen die zich vooral bezighouden met activiteiten die nauw verband houden met financiële intermediatie, maar zelf geen financiële intermediairs zijn.
Voorbeelden van financiële hulpbedrijven zijn:
- financiële hulpbedrijven voor het bankwezen zoals de Amsterdamse Effectenbeurs (Euronext), de optiebeurs, creditcard organisaties en bedrijven op het gebied van krediet- en hypotheekbemiddeling.
- financiële hulpbedrijven voor het verzekeringswezen zoals assurantietussenpersonen, waarborgfondsen, pensioenadviesbureaus en verzekeringsbeurzen.
- Langlopende leningen overig binnenland
- Huishoudens en IZW t.b.v. huishoudens
- Huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens.
Tot de sector huishoudens behoren alle natuurlijke personen die langer dan een jaar in Nederland verblijven, ongeacht hun nationaliteit. Omgekeerd worden Nederlanders die langer dan een jaar in het buitenland verblijven niet tot de Nederlandse huishoudens gerekend.
Huishoudens omvatten niet alleen op zichzelf of in gezinsverband wonende personen, maar ook personen in verpleeginrichtingen, bejaardentehuizen, gevangenissen en internaten.
Indien de tot de huishoudens gerekende personen een eigen bedrijf hebben, wordt dit bedrijf ook tot de huishoudens gerekend. Dit is het geval bij de zelfstandigen (eenmanszaken). Grote, zelfstandig opererende ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid (quasi-vennootschappen) behoren echter tot de (niet-financiële of financiële) vennootschappen.
Tot de sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZW huishoudens) behoren stichtingen en verenigingen waarvan de middelen voor het merendeel afkomstig zijn uit vrijwillige bijdragen van huishoudens en uit inkomen uit vermogen. Voorbeelden zijn religieuze instellingen, liefdadigheidsinstellingen, politieke partijen, vakbonden en verenigingen op het gebied van cultuur, sport en recreatie.
- Aandelen en deelnemingen
- Aandelen en overige deelnemingen omvatten alle vorderingen die een gehele of gedeeltelijke aanspraak verlenen op de eventuele winst en het eventuele netto vermogen bij liquidatie. Hiertoe wordt eveneens gerekend de waarde van de investeringen door de overheid in de overheidsbedrijven.
- Aandelen en deelnemingen financiële inst
- Aandelen en deelnemingen financiële instellingen.
- Overige fin. interm. en fin. hulpb.
- Overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven.
De overige financiële intermediairs (m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen) bestaan uit financiële instellingen met als hoofdfunctie financiële intermediatie door het aangaan van verplichtingen, andere dan in chartaal geld, deposito's, aandelen in beleggingsfondsen of in verband met verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen, bij institutionele eenheden.
Financiële hulpbedrijven bestaan uit financiële instellingen die zich vooral bezighouden met activiteiten die nauw verband houden met financiële intermediatie, maar zelf geen financiële intermediairs zijn.
Voorbeelden van financiële hulpbedrijven zijn:
- financiële hulpbedrijven voor het bankwezen zoals de Amsterdamse Effectenbeurs (Euronext), de optiebeurs, creditcard organisaties en bedrijven op het gebied van krediet- en hypotheekbemiddeling.
- financiële hulpbedrijven voor het verzekeringswezen zoals assurantietussenpersonen, waarborgfondsen, pensioenadviesbureaus en verzekeringsbeurzen.
- Aand. en deelnemingen overig binnenland
- Aandelen en deelnemingen overig binnenland.
- Huishoudens en IZW t.b.v. huishoudens
- Huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens.
Tot de sector huishoudens behoren alle natuurlijke personen die langer dan een jaar in Nederland verblijven, ongeacht hun nationaliteit. Omgekeerd worden Nederlanders die langer dan een jaar in het buitenland verblijven niet tot de Nederlandse huishoudens gerekend.
Huishoudens omvatten niet alleen op zichzelf of in gezinsverband wonende personen, maar ook personen in verpleeginrichtingen, bejaardentehuizen, gevangenissen en internaten.
Indien de tot de huishoudens gerekende personen een eigen bedrijf hebben, wordt dit bedrijf ook tot de huishoudens gerekend. Dit is het geval bij de zelfstandigen (eenmanszaken). Grote, zelfstandig opererende ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid (quasi-vennootschappen) behoren echter tot de (niet-financiële of financiële) vennootschappen.
Tot de sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZW huishoudens) behoren stichtingen en verenigingen waarvan de middelen voor het merendeel afkomstig zijn uit vrijwillige bijdragen van huishoudens en uit inkomen uit vermogen. Voorbeelden zijn religieuze instellingen, liefdadigheidsinstellingen, politieke partijen, vakbonden en verenigingen op het gebied van cultuur, sport en recreatie.
- Levensverzekerings- en lijfrenterechten
- Financiële aanspraken van polishouders en begunstigden van een lijfrente op levensverzekeraars.