Personen in institutionele huishoudens; geslacht en leeftijd, 1 januari

Personen in institutionele huishoudens; geslacht en leeftijd, 1 januari

Geslacht Leeftijd Perioden Personen: burgerlijke staat Totaal aantal personen in instellingen (aantal) Personen: burgerlijke staat Ongehuwd (aantal) Personen: burgerlijke staat Gehuwd (aantal) Personen: burgerlijke staat Verweduwd (aantal) Personen: burgerlijke staat Gescheiden (aantal) Personen: soort instelling Verzorgings- en verpleeghuis (aantal) Personen: soort instelling Overige zorginstelling (aantal) Personen: soort instelling Overig soort instelling (aantal)
Totaal mannen en vrouwen Totaal 2026 335.137 174.782 55.016 75.038 30.301 133.916 128.286 72.935
Totaal mannen en vrouwen 0 jaar 2026 1.065 1.065 28 377 660
Totaal mannen en vrouwen 1 jaar 2026 975 975 33 327 615
Totaal mannen en vrouwen 2 jaar 2026 915 915 24 321 570
Totaal mannen en vrouwen 3 jaar 2026 856 856 22 271 563
Totaal mannen en vrouwen 4 jaar 2026 969 969 24 255 690
Totaal mannen en vrouwen 5 jaar 2026 923 923 18 253 652
Totaal mannen en vrouwen 6 jaar 2026 985 985 9 233 743
Totaal mannen en vrouwen 7 jaar 2026 1.025 1.025 24 239 762
Totaal mannen en vrouwen 8 jaar 2026 1.070 1.070 19 239 812
Totaal mannen en vrouwen 9 jaar 2026 1.046 1.046 21 274 751
Totaal mannen en vrouwen 10 jaar 2026 1.144 1.144 14 308 822
Totaal mannen en vrouwen 11 jaar 2026 1.158 1.158 22 337 799
Totaal mannen en vrouwen 12 jaar 2026 1.086 1.086 11 323 752
Totaal mannen en vrouwen 13 jaar 2026 1.235 1.235 19 375 841
Totaal mannen en vrouwen 14 jaar 2026 1.303 1.303 23 421 859
Totaal mannen en vrouwen 15 jaar 2026 1.623 1.623 0 0 0 15 574 1.034
Totaal mannen en vrouwen 16 jaar 2026 2.219 2.219 0 0 0 16 716 1.487
Totaal mannen en vrouwen 17 jaar 2026 2.904 2.904 0 0 0 14 900 1.990
Totaal mannen en vrouwen 18 jaar 2026 3.906 3.903 3 0 0 25 1.173 2.708
Totaal mannen en vrouwen 19 jaar 2026 3.963 3.948 15 0 0 48 1.419 2.496
Totaal mannen en vrouwen 20 jaar 2026 3.818 3.766 51 1 0 39 1.772 2.007
Totaal mannen en vrouwen 21 jaar 2026 3.758 3.680 74 0 4 35 1.979 1.744
Totaal mannen en vrouwen 22 jaar 2026 4.092 3.914 167 0 11 49 2.172 1.871
Totaal mannen en vrouwen 23 jaar 2026 4.218 4.021 178 0 19 65 2.307 1.846
Totaal mannen en vrouwen 24 jaar 2026 4.375 4.115 238 1 21 41 2.453 1.881
Totaal mannen en vrouwen 25 jaar 2026 4.682 4.317 332 2 31 57 2.519 2.106
Totaal mannen en vrouwen 26 jaar 2026 4.664 4.229 403 3 29 50 2.533 2.081
Totaal mannen en vrouwen 27 jaar 2026 4.621 4.135 442 5 39 45 2.529 2.047
Totaal mannen en vrouwen 28 jaar 2026 4.595 4.029 513 2 51 56 2.558 1.981
Totaal mannen en vrouwen 29 jaar 2026 4.446 3.843 530 5 68 43 2.527 1.876
Totaal mannen en vrouwen 30 jaar 2026 4.423 3.777 567 4 75 55 2.565 1.803
Totaal mannen en vrouwen 31 jaar 2026 4.348 3.694 580 4 70 53 2.693 1.602
Totaal mannen en vrouwen 32 jaar 2026 4.276 3.530 620 7 119 52 2.633 1.591
Totaal mannen en vrouwen 33 jaar 2026 4.246 3.501 636 9 100 45 2.679 1.522
Totaal mannen en vrouwen 34 jaar 2026 4.039 3.257 622 12 148 31 2.578 1.430
Totaal mannen en vrouwen 35 jaar 2026 3.957 3.188 630 17 122 49 2.561 1.347
Totaal mannen en vrouwen 36 jaar 2026 3.839 2.987 697 4 151 42 2.460 1.337
Totaal mannen en vrouwen 37 jaar 2026 3.919 2.950 753 10 206 50 2.533 1.336
Totaal mannen en vrouwen 38 jaar 2026 3.705 2.786 749 10 160 38 2.386 1.281
Totaal mannen en vrouwen 39 jaar 2026 3.555 2.646 689 18 202 36 2.352 1.167
Totaal mannen en vrouwen 40 jaar 2026 3.562 2.606 724 15 217 44 2.339 1.179
Totaal mannen en vrouwen 41 jaar 2026 3.269 2.347 698 12 212 42 2.152 1.075
Totaal mannen en vrouwen 42 jaar 2026 3.252 2.276 727 15 234 50 2.150 1.052
Totaal mannen en vrouwen 43 jaar 2026 3.145 2.175 698 17 255 42 2.068 1.035
Totaal mannen en vrouwen 44 jaar 2026 2.963 2.060 638 13 252 52 1.991 920
Totaal mannen en vrouwen 45 jaar 2026 3.220 2.193 727 28 272 55 2.137 1.028
Totaal mannen en vrouwen 46 jaar 2026 2.978 2.005 703 13 257 63 2.022 893
Totaal mannen en vrouwen 47 jaar 2026 2.851 1.923 664 26 238 65 1.954 832
Totaal mannen en vrouwen 48 jaar 2026 2.776 1.807 693 19 257 70 1.876 830
Totaal mannen en vrouwen 49 jaar 2026 2.659 1.793 586 23 257 76 1.886 697
Totaal mannen en vrouwen 50 jaar 2026 2.623 1.708 612 25 278 89 1.836 698
Totaal mannen en vrouwen 51 jaar 2026 2.664 1.770 579 24 291 86 1.896 682
Totaal mannen en vrouwen 52 jaar 2026 2.718 1.810 547 29 332 100 1.985 633
Totaal mannen en vrouwen 53 jaar 2026 2.760 1.900 513 33 314 125 2.088 547
Totaal mannen en vrouwen 54 jaar 2026 2.849 1.903 502 40 404 149 2.181 519
Totaal mannen en vrouwen 55 jaar 2026 2.792 1.860 461 41 430 183 2.135 474
Totaal mannen en vrouwen 56 jaar 2026 2.737 1.914 438 30 355 222 2.124 391
Totaal mannen en vrouwen 57 jaar 2026 2.753 1.830 462 44 417 253 2.129 371
Totaal mannen en vrouwen 58 jaar 2026 2.613 1.727 413 60 413 283 1.991 339
Totaal mannen en vrouwen 59 jaar 2026 2.546 1.653 412 46 435 301 1.939 306
Totaal mannen en vrouwen 60 jaar 2026 2.728 1.833 408 56 431 345 2.099 284
Totaal mannen en vrouwen 61 jaar 2026 2.700 1.750 412 56 482 396 2.044 260
Totaal mannen en vrouwen 62 jaar 2026 2.667 1.706 396 74 491 448 2.000 219
Totaal mannen en vrouwen 63 jaar 2026 2.584 1.637 389 76 482 508 1.871 205
Totaal mannen en vrouwen 64 jaar 2026 2.597 1.561 383 94 559 527 1.887 183
Totaal mannen en vrouwen 65 jaar 2026 2.528 1.542 369 110 507 605 1.740 183
Totaal mannen en vrouwen 66 jaar 2026 2.526 1.459 373 151 543 748 1.620 158
Totaal mannen en vrouwen 67 jaar 2026 2.465 1.322 386 177 580 831 1.493 141
Totaal mannen en vrouwen 68 jaar 2026 2.502 1.298 430 187 587 938 1.420 144
Totaal mannen en vrouwen 69 jaar 2026 2.480 1.222 430 236 592 1.031 1.334 115
Totaal mannen en vrouwen 70 jaar 2026 2.506 1.189 461 287 569 1.164 1.241 101
Totaal mannen en vrouwen 71 jaar 2026 2.638 1.160 517 322 639 1.386 1.170 82
Totaal mannen en vrouwen 72 jaar 2026 2.861 1.139 629 420 673 1.601 1.153 107
Totaal mannen en vrouwen 73 jaar 2026 2.957 1.079 672 547 659 1.824 1.028 105
Totaal mannen en vrouwen 74 jaar 2026 2.946 965 745 587 649 1.957 908 81
Totaal mannen en vrouwen 75 jaar 2026 3.332 942 903 753 734 2.428 834 70
Totaal mannen en vrouwen 76 jaar 2026 3.749 972 1.063 935 779 2.853 829 67
Totaal mannen en vrouwen 77 jaar 2026 4.132 850 1.213 1.195 874 3.389 669 74
Totaal mannen en vrouwen 78 jaar 2026 4.892 882 1.406 1.592 1.012 4.177 648 67
Totaal mannen en vrouwen 79 jaar 2026 5.570 852 1.685 2.072 961 4.860 623 87
Totaal mannen en vrouwen 80 jaar 2026 4.696 589 1.405 1.917 785 4.265 376 55
Totaal mannen en vrouwen 81 jaar 2026 5.225 553 1.544 2.291 837 4.809 345 71
Totaal mannen en vrouwen 82 jaar 2026 5.624 565 1.694 2.558 807 5.251 298 75
Totaal mannen en vrouwen 83 jaar 2026 6.005 515 1.704 3.011 775 5.684 248 73
Totaal mannen en vrouwen 84 jaar 2026 6.155 474 1.668 3.191 822 5.848 231 76
Totaal mannen en vrouwen 85 jaar 2026 7.082 539 1.792 3.883 868 6.765 210 107
Totaal mannen en vrouwen 86 jaar 2026 7.234 549 1.766 4.187 732 6.930 204 100
Totaal mannen en vrouwen 87 jaar 2026 7.405 484 1.635 4.522 764 7.147 159 99
Totaal mannen en vrouwen 88 jaar 2026 7.170 467 1.542 4.566 595 6.938 146 86
Totaal mannen en vrouwen 89 jaar 2026 7.045 405 1.362 4.725 553 6.867 97 81
Totaal mannen en vrouwen 90 jaar 2026 6.627 375 1.133 4.652 467 6.483 71 73
Totaal mannen en vrouwen 91 jaar 2026 6.308 355 994 4.576 383 6.165 73 70
Totaal mannen en vrouwen 92 jaar 2026 5.360 302 662 4.057 339 5.252 58 50
Totaal mannen en vrouwen 93 jaar 2026 4.922 276 541 3.828 277 4.836 34 52
Totaal mannen en vrouwen 94 jaar 2026 4.074 238 379 3.243 214 3.993 36 45
Totaal mannen en vrouwen 95 jaar of ouder 2026 11.169 759 639 9.237 534 10.957 86 126
Mannen Totaal 2026 172.590 112.007 31.584 15.017 13.982 43.455 79.190 49.945
Mannen 0 jaar 2026 563 563 17 200 346
Mannen 1 jaar 2026 492 492 17 167 308
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat informatie over het aantal personen in institutionele huishoudens in Nederland op 1 januari naar geslacht, leeftijd, burgerlijke staat en soort instelling.

Gegevens beschikbaar vanaf 1995.

Status van de cijfers:
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn definitief.

Met de beschikbare informatie is voor de verslagjaren 1995, 1996 en 1997 niet eenvoudig een eenduidige toedeling van personen in institutionele huishoudens te maken naar de drie onderscheiden categorieën instellingen. Om die reden zijn de aantallen op onbekend gezet.

Wijzigingen per 1 september 2026:
De cijfers per 1 januari 2026 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het derde kwartaal van 2027 worden de definitieve cijfers per 1 januari 2027 toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Personen: burgerlijke staat
Personen in institutionele huishoudens naar burgerlijke staat.

Trendbreuk burgerlijke staat:
Vanaf 2010 is een kleine verschuiving tussen de verschillende burgerlijke staten opgetreden (minder ongehuwd en meer gescheiden en verweduwd). Dit komt omdat in de periode 1998 tot 2010 niet alle burgerlijke staten beschikbaar zijn in de bronbestanden die het CBS gebruikt. De burgerlijke staten 'verweduwd na partnerschap' en 'gescheiden na partnerschap' worden daardoor binnen deze statistiek binnen deze periode genegeerd. Voor deze statistiek betekent dit dat de burgerlijke staat van vóór het partnerschap is gebruikt wat in de meeste gevallen ongehuwd was. Vanaf 2010 zijn alle burgerlijke staten beschikbaar.

Burgerlijke staat:
Formele positie van een persoon waarbij wordt verwezen naar het huwelijk en het geregistreerd partnerschap.
Doorgaans worden het geregistreerd partnerschap en het huwelijk op dezelfde wijze behandeld.

Huwelijk:
Wettelijke verbintenis tot het samenleven van twee personen.
Sinds april 2001 staat het huwelijk ook open voor personen van hetzelfde geslacht.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Vanaf 2014 worden de personen in institutionele huishoudens in drie categorieën gepresenteerd, te weten:
Verzorgings- en verpleeghuis, overige zorginstelling en overig soort instelling.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Totaal aantal personen in instellingen
Totaal aantal personen in institutionele huishoudens.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Vanaf 2014 worden de personen in institutionele huishoudens in drie categorieën gepresenteerd, te weten:
Verzorgings- en verpleeghuis, overige zorginstelling en overig soort instelling.
Ongehuwd
Vanaf 2010: burgerlijke staat die aangeeft dat een persoon nog nooit een huwelijk heeft gesloten of een geregistreerd partnerschap is aangegaan.
1998 tot 2010: burgerlijke staat die aangeeft dat een persoon nog nooit een huwelijk heeft gesloten of een geregistreerd partnerschap heeft.
Omdat in de periode 1998 tot 2010 niet alle burgerlijke staten beschikbaar zijn in de bronbestanden die het CBS gebruikt, zijn de burgerlijke staten 'verweduwd na partnerschap' en 'gescheiden na partnerschap' in deze statistiek binnen deze periode genegeerd. Voor deze statistiek betekent dit dat de burgerlijke staat van vóór het partnerschap is gebruikt. Dat was meestal ongehuwd.
Tot 1998: burgerlijke staat die aangeeft dat een persoon nog nooit een huwelijk heeft gesloten.
Gehuwd
Vanaf 1998: wettig gehuwd plus partnerschap.
Tot 1998: wettig gehuwd.

Wettig gehuwd:
Burgerlijke staat die ontstaat na sluiting van een huwelijk.
Inclusief personen die zijn gescheiden van tafel en bed, want zij blijven formeel gehuwd.

Partnerschap:
Burgerlijke staat die ontstaat na het aangaan van een geregistreerd partnerschap.
Verweduwd
Vanaf 2010: verweduwd na wettig huwelijk plus verweduwd na partnerschap.
Tot 2010: verweduwd na wettig huwelijk.
Omdat in de periode 1998 tot 2010 niet alle burgerlijke staten beschikbaar zijn in de bronbestanden die het CBS gebruikt, is 'verweduwd na partnerschap' in deze statistiek binnen deze periode niet meegeteld.

Verweduwd na wettig huwelijk:
Burgerlijke staat die ontstaat na ontbinding van een wettig huwelijk door overlijden van de partner.

Verweduwd na partnerschap:
Burgerlijke staat die ontstaat na ontbinding van een geregistreerd partnerschap door overlijden van de partner.

Gescheiden
Vanaf 2010: gescheiden na wettig huwelijk plus gescheiden na partnerschap.
Tot 2010: gescheiden na wettig huwelijk.
Omdat in de periode 1998 tot 2010 niet alle burgerlijke staten beschikbaar zijn in de bronbestanden die het CBS gebruikt, is 'gescheiden na partnerschap' in deze statistiek binnen deze periode niet meegeteld.

Gescheiden na wettig huwelijk:
Burgerlijke staat die ontstaat na ontbinding van een wettig huwelijk door echtscheiding.
Exclusief personen die zijn gescheiden van tafel en bed, want zij blijven formeel gehuwd.

Gescheiden na partnerschap:
Burgerlijke staat die ontstaat na ontbinding van een geregistreerd partnerschap anders dan door het overlijden van de partner.

Personen: soort instelling
Personen in institutionele huishoudens naar soort instelling.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Vanaf 2014 worden de personen in institutionele huishoudens in drie categorieën gepresenteerd, te weten:
Verzorgings- en verpleeghuis, overige zorginstelling en overig soort instelling.

Trendbreuk (personen in) institutionele huishoudens
Tot en met 2012 zijn de gegevens over institutionele huishoudens gebaseerd op door gemeenten verstrekte adresinformatie. Het jaar 2013 is een tussenjaar. Startpunt was daar de adresinformatie over 2012 aangevuld met secundaire bronnen, waarbij aangetekend dient te worden dat de cijfers over 2013 mogelijk van wat mindere kwaliteit zijn. Vanaf 2014 is de waarneming van institutionele huishoudens volledig gebaseerd op secundaire waarneming: gegevens over zorggebruik waarvan de kosten voor rekening komen van de Wlz (Wet langdurige zorg, voorheen AWBZ), afkomstig van het CAK, in combinatie met institutionele adressen van de website zorgkaartnederland.nl en adressenlijsten voor de overige typen instellingen zoals bijvoorbeeld asielzoekerscentra en gevangenissen. Zie verder de korte onderzoekbeschrijving. De institutionele huishoudens worden met de nieuwe methodiek die vanaf 2014 is toegepast beter waargenomen. Tevens zijn vanaf 2014 asielzoekers die woonachtig zijn in asielzoekerscentra en als ingezetenen ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP) bij de institutionele huishoudens ingedeeld. Als gevolg van deze wijzigingen worden in 2014 249 duizend personen in institutionele huishoudens geteld, naar schatting circa 35 duizend meer dan met de oude methode geteld zouden worden.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. Het aantal personen in institutionele huishoudens ligt op 1 januari 2011 bijna 11 duizend hoger dan op 1 januari 2010. Ongeveer de helft van deze stijging is veroorzaakt door verbeteringen in de methode van waarneming.


Verzorgings- en verpleeghuis
Met de beschikbare informatie is voor de verslag jaren 1995, 1996 en 1997 niet eenvoudig een eenduidige toedeling van personen in institutionele huishoudens te maken naar de 3 onderscheidende categorieën instellingen. Om die reden zijn de aantallen op onbekend gezet.

Verzorgingshuis:
Permanente wooneenheden ter beschikking gesteld aan bejaarden waarbij naast het verstrekken van maaltijden, het verrichten van schoonmaakdiensten en het eventueel beheren van een alarmsysteem, de persoonlijke begeleiding van de bewoners een wezenlijk onderdeel van de zorg vormt.

Verpleeghuis:
Instelling voor langdurige verpleging.
Overige zorginstelling
Met de beschikbare informatie is voor de verslag jaren 1995, 1996 en 1997 niet eenvoudig een eenduidige toedeling van personen in institutionele huishoudens te maken naar de 3 onderscheidende categorieën instellingen. Om die reden zijn de aantallen op onbekend gezet.

Overige zorginstelling:
- instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, waaronder psychiatrische (afdelingen van) ziekenhuizen, instellingen voor kinder- en jeugdpsychiatrie, klinische verslavingszorg, forensische psychiatrie (Tbs-klinieken);
- instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten;
- opvangcentra voor volwassenen, waaronder daklozen.
Overig soort instelling
Met de beschikbare informatie is voor de verslag jaren 1995, 1996 en 1997 niet eenvoudig een eenduidige toedeling van personen in institutionele huishoudens te maken naar de 3 onderscheidende categorieën instellingen. Om die reden zijn de aantallen op onbekend gezet.

Overig soort instelling:
- gevangenissen en justitiële jeugdinrichtingen;
- opleidingsinternaten en opleidingsscholen voor politie en krijgsmacht;
- kazernes;
- kloosters;
- vanaf 1 januari 2014: asielzoekerscentra (enkel de bewoners die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister).