Institutionele beleggers; beleggingen buitenland 1980-2017

Institutionele beleggers; beleggingen buitenland 1980-2017

Institutionele beleggers Perioden Belegging buitenland totaal (mld euro)
Totaal institutionele beleggers 2017* 1.435,7
Pensioenfondsen 2017* 580,9
Verzekeringsinstellingen 2017* 172,7
Beleggingsfondsen m.u.v.geldmarktfondsen 2017* 682,1
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel beschrijft de beleggingen van institutionele beleggers in het buitenland. Deze staan regelmatig in de belangstelling vanwege de relatie met de Nederlandse economie. Zo zijn er voorstellen gedaan om een groter deel van het pensioenvermogen in te zetten om de Nederlandse economie te ondersteunen, bijvoorbeeld door hypotheken over te nemen van banken of te investeren in infrastructuur.
De tabel beschrijft naast de omvang ook de samenstelling van de buitenlandse beleggingen vanaf 1980. Zo kan worden vastgesteld dat de toename in de buitenlandse beleggingen van institutionele beleggers vooral bestaat uit buitenlandse aandelen en langlopende schuldbewijzen.

Gegevens beschikbaar jaarcijfers van 1980 tot en met 2017, kwartaalcijfers van 2005 tot en met 2017.

Status van de cijfers
De cijfers tot en met 2015 zijn definitief, de cijfers vanaf 2016 zijn voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 7 september 2018:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
In het kader van de strategische samenwerking tussen het CBS en DNB is een nieuwe taakverdeling afgesproken. Institutionele beleggers vallen daarbij expliciet onder het werkgebied van DNB. De publicatie van tabellen door het CBS met betrekking tot institutionele beleggers wordt daarom stopgezet. DNB levert uitkomsten over institutionele beleggers op aan de OECD. Meer informatie is te vinden in paragraaf 3, inclusief links naar de uitkomsten zoals gepubliceerd door de OECD.

Toelichting onderwerpen

Belegging buitenland totaal
Voor direct vastgoed heeft het begrip buitenland betrekking op de plaats waar het onroerend goed gelegen is. Voor de overige beleggingen heeft het begrip buitenland betrekking op het niet ingezeten zijn van de geldnemer, dit op basis van artikel 1 van de Wet financiële betrekkingen buitenland (Staatsblad 1980, 321). De geldnemer betreft de buitenlandse tegenpartij waaraan leningen zijn verstrekt en waarbij deposito's zijn belegd. Voor beursgenoteerde aandelen en langlopende schuldbewijzen heeft de geldnemer betrekking op de buitenlandse emittent, dit is het bedrijf of instelling dat het aandeel of het langlopende schuldbewijs heeft geplaatst.