Lopende transacties; sectoren, nr, 1995-2017

Lopende transacties; sectoren, nr, 1995-2017

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd/geconsolideerd Perioden Middelen Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Totaal (mln euro) Middelen Output Totaal (mln euro) Middelen Output Marktoutput Totaal (mln euro) Middelen Output Output voor eigen finaal gebruik Totaal (mln euro) Middelen Beloning van werknemers Totaal (mln euro) Middelen Belastingen op productie en invoer Totaal (mln euro) Middelen Verschil toegerekende en afgedragen btw (mln euro) Middelen Subsidies (-) Totaal (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Totaal (mln euro) Middelen Belastingen op inkomen en vermogen Totaal (mln euro) Middelen Sociale premies en uitkeringen Totaal (mln euro) Middelen Overige inkomensoverdrachten Totaal (mln euro) Middelen Correctie mutaties in pensioenrechten (mln euro) Middelen Kapitaaloverdrachten Totaal (mln euro) Bestedingen Totaal (mln euro) Bestedingen Uitvoer van goederen en diensten Totaal (mln euro) Bestedingen Intermediair verbruik (mln euro) Bestedingen Beloning van werknemers Totaal (mln euro) Bestedingen Belastingen op productie en invoer Totaal (mln euro) Bestedingen Subsidies (-) Totaal (mln euro) Bestedingen Inkomen uit vermogen Totaal (mln euro) Bestedingen Belastingen op inkomen en vermogen Totaal (mln euro) Bestedingen Sociale premies en uitkeringen Totaal (mln euro) Bestedingen Overige inkomensoverdrachten Totaal (mln euro) Bestedingen Correctie mutaties in pensioenrechten (mln euro) Bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal (mln euro) Bestedingen Kapitaaloverdrachten Totaal (mln euro) Bestedingen Investeringen Totaal (mln euro) Bestedingen Saldo aan- en verkopen van niet-geprod.. (mln euro) Saldi Bbp/Bruto toegevoegde waarde (mln euro) Saldi Nbp/Netto toegevoegde waarde (mln euro) Saldi Bruto exploitatieoverschot (mln euro) Saldi Netto exploitatieoverschot (mln euro) Saldi Saldo primaire inkomens (bruto) (mln euro) Saldi Saldo primaire inkomens (netto) (mln euro) Saldi Bruto beschikbaar inkomen (mln euro) Saldi Netto beschikbaar inkomen (mln euro) Saldi Bruto besparingen (mln euro) Saldi Netto besparingen (mln euro) Saldi Saldo goederen- en dienstentransacties (mln euro) Saldi Saldo lopende transacties buitenland (mln euro) Saldi Saldo netto besp. en kapitaaloverdr. (mln euro) Saldi Vorderingensaldo (mln euro) Saldi Totaal fin. transacties vorderingen (mln euro) Saldi Totaal fin. transacties schulden (mln euro) Saldi Saldo van financiële transacties (mln euro) Saldi Statistisch verschil (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 587.735 286.633 247.546 11.538 71.240 17.108 996 2.514 87.161 16.216 63.414 38.336 3.944 5.201 592.950 148.438 72.229 17.565 2.713 87.393 15.530 63.578 41.752 4.016 109.099 5.592 31.012 -541 154.188 127.536 67.107 40.455 152.709 126.057 149.815 123.163 40.644 13.992 13.601 9.782 97.497 86.191 11.306 1.524
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 635.262 296.891 254.370 11.409 86.041 17.657 381 2.535 98.617 19.439 67.396 39.678 5.679 6.018 638.365 153.931 87.247 18.134 2.728 93.071 18.813 67.526 41.825 5.785 113.834 6.403 34.598 -74 158.901 132.158 56.248 29.505 162.957 136.214 161.306 134.563 47.366 20.623 20.238 12.457 142.739 133.296 9.443 -3.014
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 584.677 288.761 249.615 11.418 70.307 16.537 684 2.523 88.554 14.282 62.415 37.074 4.590 3.996 587.299 149.793 71.386 17.035 2.769 85.643 13.873 62.563 39.471 4.678 111.127 4.360 30.294 -155 154.199 127.421 68.547 41.769 155.779 129.001 153.643 126.865 42.428 15.650 15.286 11.925 34.181 20.940 13.241 1.316
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 635.078 306.639 263.171 11.661 78.450 20.059 -1.322 2.826 97.669 20.197 64.142 37.050 4.049 10.971 640.011 159.005 79.609 20.595 3.083 95.274 20.015 64.303 39.646 4.124 115.682 11.721 33.053 67 164.224 137.415 67.103 40.294 165.181 138.372 162.606 135.797 46.849 20.040 19.290 12.979 6.672 -3.452 10.124 -2.855
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 2.442.752 1.178.924 1.014.702 46.026 306.038 71.361 739 10.398 372.001 70.134 257.367 152.138 18.262 26.186 2.458.625 611.167 310.471 73.329 11.293 361.381 68.231 257.970 162.694 18.603 449.742 28.076 128.957 -703 631.512 524.530 259.005 152.023 636.626 529.644 627.370 520.388 177.287 70.305 68.415 47.143 281.089 236.975 44.114 -3.029
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 427.999 286.633 247.546 11.538 71.240 17.108 996 2.514 51.794 963 523 1.044 0 212 433.214 148.438 72.229 17.565 2.713 52.026 277 687 4.460 72 109.099 603 31.012 -541 154.188 127.536 67.107 40.455 152.709 126.057 149.815 123.163 40.644 13.992 13.601 9.782 97.497 86.191 11.306 1.524
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 460.221 296.891 254.370 11.409 86.041 17.657 381 2.535 58.817 1.238 560 943 0 228 463.324 153.931 87.247 18.134 2.728 53.271 612 690 3.090 106 113.834 613 34.598 -74 158.901 132.158 56.248 29.505 162.957 136.214 161.306 134.563 47.366 20.623 20.238 12.457 142.739 133.296 9.443 -3.014
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 431.393 288.761 249.615 11.418 70.307 16.537 684 2.523 55.023 751 532 1.126 0 195 434.015 149.793 71.386 17.035 2.769 52.112 342 680 3.523 88 111.127 559 30.294 -155 154.199 127.421 68.547 41.769 155.779 129.001 153.643 126.865 42.428 15.650 15.286 11.925 34.181 20.940 13.241 1.316
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 460.736 306.639 263.171 11.661 78.450 20.059 -1.322 2.826 57.092 676 537 1.170 0 261 465.669 159.005 79.609 20.595 3.083 54.697 494 698 3.766 75 115.682 1.011 33.053 67 164.224 137.415 67.103 40.294 165.181 138.372 162.606 135.797 46.849 20.040 19.290 12.979 6.672 -3.452 10.124 -2.855
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 1.780.349 1.178.924 1.014.702 46.026 306.038 71.361 739 10.398 222.726 3.628 2.152 4.283 0 896 1.796.222 611.167 310.471 73.329 11.293 212.106 1.725 2.755 14.839 341 449.742 2.786 128.957 -703 631.512 524.530 259.005 152.023 636.626 529.644 627.370 520.388 177.287 70.305 68.415 47.143 281.089 236.975 44.114 -3.029
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 215.526 201.915 199.505 2.410 601 9.919 1.655 1.274 162 202.253 111.222 50.598 1.045 1.394 18.955 3.094 1.655 1.652 11 15.242 173 90.693 76.802 41.045 27.154 32.009 18.118 28.537 14.646 28.537 14.646 14.797 13.273 22.365 10.408 11.957 -1.316
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 226.897 207.762 205.373 2.389 229 16.134 1.437 1.148 187 221.030 115.947 60.606 1.054 1.390 21.142 2.729 1.437 1.564 14 17.846 81 91.815 77.826 31.774 17.785 26.766 12.777 23.621 9.632 23.621 9.632 9.805 5.867 35.564 27.425 8.139 2.272
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 220.423 203.234 200.996 2.238 412 13.261 2.051 1.319 146 199.890 112.426 50.068 972 1.469 17.609 1.334 2.051 1.600 11 15.373 -85 90.808 76.965 41.649 27.806 37.301 23.458 35.686 21.843 35.686 21.843 21.978 20.533 19.033 -2.269 21.302 769
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 232.531 214.568 212.164 2.404 -799 15.047 1.556 1.327 832 217.805 119.149 54.597 1.140 1.757 21.971 3.247 1.556 1.598 9 16.358 -63 95.419 81.508 40.640 26.729 33.716 19.805 30.198 16.287 30.198 16.287 17.110 14.726 28.135 17.240 10.895 -3.831
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 895.377 827.479 818.038 9.441 443 54.361 6.699 5.068 1.327 840.978 458.744 215.869 4.211 6.010 79.677 10.404 6.699 6.414 45 64.819 106 368.735 313.101 155.108 99.474 129.792 74.158 118.042 62.408 118.042 62.408 63.690 54.399 105.097 52.804 52.293 -2.106
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 214.179 201.915 199.505 2.410 601 8.572 1.655 1.274 162 200.906 111.222 50.598 1.045 1.394 17.608 3.094 1.655 1.652 11 15.242 173 90.693 76.802 41.045 27.154 32.009 18.118 28.537 14.646 28.537 14.646 14.797 13.273 22.365 10.408 11.957 -1.316
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 224.635 207.762 205.373 2.389 229 13.872 1.437 1.148 187 218.768 115.947 60.606 1.054 1.390 18.880 2.729 1.437 1.564 14 17.846 81 91.815 77.826 31.774 17.785 26.766 12.777 23.621 9.632 23.621 9.632 9.805 5.867 35.564 27.425 8.139 2.272
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 218.640 203.234 200.996 2.238 412 11.478 2.051 1.319 146 198.107 112.426 50.068 972 1.469 15.826 1.334 2.051 1.600 11 15.373 -85 90.808 76.965 41.649 27.806 37.301 23.458 35.686 21.843 35.686 21.843 21.978 20.533 19.033 -2.269 21.302 769
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 230.071 214.568 212.164 2.404 -799 12.587 1.556 1.327 832 215.345 119.149 54.597 1.140 1.757 19.511 3.247 1.556 1.598 9 16.358 -63 95.419 81.508 40.640 26.729 33.716 19.805 30.198 16.287 30.198 16.287 17.110 14.726 28.135 17.240 10.895 -3.831
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 887.525 827.479 818.038 9.441 443 46.509 6.699 5.068 1.327 833.126 458.744 215.869 4.211 6.010 71.825 10.404 6.699 6.414 45 64.819 106 368.735 313.101 155.108 99.474 129.792 74.158 118.042 62.408 118.042 62.408 63.690 54.399 105.097 52.804 52.293 -2.106
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 97.563 18.873 18.709 164 61.190 12.765 4.254 481 91.993 7.006 4.561 91 19 61.999 875 8.749 4.401 4.016 8 852 -546 11.867 10.790 7.234 6.157 6.425 5.348 9.419 8.342 5.403 4.326 4.799 5.570 61.313 55.743 5.570 0
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 103.171 19.200 19.028 172 64.818 14.713 3.906 534 98.720 7.348 5.578 70 12 65.529 759 8.928 4.047 5.785 8 686 -6 11.852 10.782 6.216 5.146 5.505 4.435 10.390 9.320 4.605 3.535 4.061 4.451 85.146 80.695 4.451 0
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 97.502 18.960 18.810 150 61.116 13.241 4.140 45 92.589 7.076 4.126 87 14 62.282 835 8.563 4.290 4.678 8 766 -108 11.884 10.796 7.685 6.597 6.519 5.431 10.212 9.124 5.534 4.446 4.483 4.913 35.413 30.500 4.913 0
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 102.783 19.474 19.313 161 65.369 13.387 4.508 45 100.584 7.363 4.665 93 23 67.194 771 9.263 4.659 4.124 9 1.632 834 12.111 11.011 7.376 6.276 5.551 4.451 8.753 7.653 4.629 3.529 3.565 2.199 -26.164 -28.363 2.199 0
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 401.019 76.507 75.860 647 252.493 54.106 16.808 1.105 383.886 28.793 18.930 341 68 257.004 3.240 35.503 17.397 18.603 33 3.936 174 47.714 43.379 28.511 24.176 24.000 19.665 38.774 34.439 20.171 15.836 16.908 17.133 155.708 138.575 17.133 0
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 87.741 18.873 18.709 164 52.034 12.765 3.588 481 82.171 7.006 4.561 91 19 52.843 875 8.749 3.735 4.016 8 852 -546 11.867 10.790 7.234 6.157 6.425 5.348 9.419 8.342 5.403 4.326 4.799 5.570 61.313 55.743 5.570 0
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 91.752 19.200 19.028 172 54.073 14.713 3.232 534 87.301 7.348 5.578 70 12 54.784 759 8.928 3.373 5.785 8 686 -6 11.852 10.782 6.216 5.146 5.505 4.435 10.390 9.320 4.605 3.535 4.061 4.451 85.146 80.695 4.451 0
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 87.101 18.960 18.810 150 51.447 13.241 3.408 45 82.188 7.076 4.126 87 14 52.613 835 8.563 3.558 4.678 8 766 -108 11.884 10.796 7.685 6.597 6.519 5.431 10.212 9.124 5.534 4.446 4.483 4.913 35.413 30.500 4.913 0
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 89.876 19.474 19.313 161 53.592 13.387 3.378 45 87.677 7.363 4.665 93 23 55.417 771 9.263 3.529 4.124 9 1.632 834 12.111 11.011 7.376 6.276 5.551 4.451 8.753 7.653 4.629 3.529 3.565 2.199 -26.164 -28.363 2.199 0
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 356.470 76.507 75.860 647 211.146 54.106 13.606 1.105 339.337 28.793 18.930 341 68 215.657 3.240 35.503 14.195 18.603 33 3.936 174 47.714 43.379 28.511 24.176 24.000 19.665 38.774 34.439 20.171 15.836 16.908 17.133 155.708 138.575 17.133 0
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 16.801 6.989 6.928 61 9.143 112 93 464 14.963 1.722 2.178 8 12 9.869 377 112 242 0 430 37 5.267 4.903 3.093 2.729 2.367 2.003 1.841 1.477 1.841 1.477 1.941 1.838 35.282 33.444 1.838 0
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 18.128 7.147 7.087 60 10.262 112 92 515 16.020 1.794 2.634 6 6 10.456 291 112 243 0 418 72 5.353 4.994 2.719 2.360 2.525 2.166 2.083 1.724 2.083 1.724 2.239 2.108 23.866 21.758 2.108 0
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 16.747 7.201 7.146 55 9.327 108 85 26 14.316 1.632 1.887 9 9 9.675 355 108 234 0 390 35 5.569 5.196 3.682 3.309 3.334 2.961 2.830 2.457 2.830 2.457 2.483 2.431 -14.090 -16.521 2.431 0
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 17.361 7.166 7.113 53 9.967 106 96 26 16.344 1.700 2.127 4 13 11.445 317 106 246 0 361 51 5.466 5.063 3.348 2.945 1.870 1.467 1.403 1.000 1.403 1.000 1.026 1.017 6.626 5.609 1.017 0
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 69.037 28.503 28.274 229 38.699 438 366 1.031 61.643 6.848 8.826 27 40 41.445 1.340 438 965 0 1.599 195 21.655 20.156 12.842 11.343 10.096 8.597 8.157 6.658 8.157 6.658 7.689 7.394 51.684 44.290 7.394 0
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 15.196 6.989 6.928 61 7.605 112 26 464 13.358 1.722 2.178 8 12 8.331 377 112 175 0 430 37 5.267 4.903 3.093 2.729 2.367 2.003 1.841 1.477 1.841 1.477 1.941 1.838 35.282 33.444 1.838 0
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 16.187 7.147 7.087 60 8.391 112 22 515 14.079 1.794 2.634 6 6 8.585 291 112 173 0 418 72 5.353 4.994 2.719 2.360 2.525 2.166 2.083 1.724 2.083 1.724 2.239 2.108 23.866 21.758 2.108 0
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 15.057 7.201 7.146 55 7.698 108 24 26 12.626 1.632 1.887 9 9 8.046 355 108 173 0 390 35 5.569 5.196 3.682 3.309 3.334 2.961 2.830 2.457 2.830 2.457 2.483 2.431 -14.090 -16.521 2.431 0
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 15.484 7.166 7.113 53 8.163 106 23 26 14.467 1.700 2.127 4 13 9.641 317 106 173 0 361 51 5.466 5.063 3.348 2.945 1.870 1.467 1.403 1.000 1.403 1.000 1.026 1.017 6.626 5.609 1.017 0
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 61.924 28.503 28.274 229 31.857 438 95 1.031 54.530 6.848 8.826 27 40 34.603 1.340 438 694 0 1.599 195 21.655 20.156 12.842 11.343 10.096 8.597 8.157 6.658 8.157 6.658 7.689 7.394 51.684 44.290 7.394 0
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 564 69 69 0 490 5 0 0 630 27 41 0 0 475 0 5 67 0 15 0 42 33 1 -8 16 7 -51 -60 -51 -60 -60 -66 2.343 2.409 -66 0
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 557 70 70 0 482 5 0 0 257 28 41 0 0 102 0 5 70 0 11 0 42 33 1 -8 381 372 311 302 311 302 302 300 24.430 24.130 300 0
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 463 67 67 0 390 6 0 0 243 28 40 0 0 97 0 6 61 0 11 0 39 29 -1 -11 292 282 231 221 231 221 221 220 -28.791 -29.011 220 0
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 474 70 70 0 399 5 0 0 1.248 30 41 0 0 1.089 0 5 73 0 10 0 40 29 -1 -12 -691 -702 -764 -775 -764 -775 -775 -774 -2.244 -1.470 -774 0
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 2.058 276 276 0 1.761 21 0 0 2.378 113 163 0 0 1.763 0 21 271 0 47 0 163 124 0 -39 -2 -41 -273 -312 -273 -312 -312 -320 -4.262 -3.942 -320 0
Centrale bank Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 564 69 69 0 490 5 0 0 630 27 41 0 0 475 0 5 67 0 15 0 42 33 1 -8 16 7 -51 -60 -51 -60 -60 -66 2.343 2.409 -66 0
Centrale bank Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 557 70 70 0 482 5 0 0 257 28 41 0 0 102 0 5 70 0 11 0 42 33 1 -8 381 372 311 302 311 302 302 300 24.430 24.130 300 0
Centrale bank Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 463 67 67 0 390 6 0 0 243 28 40 0 0 97 0 6 61 0 11 0 39 29 -1 -11 292 282 231 221 231 221 221 220 -28.791 -29.011 220 0
Centrale bank Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 474 70 70 0 399 5 0 0 1.248 30 41 0 0 1.089 0 5 73 0 10 0 40 29 -1 -12 -691 -702 -764 -775 -764 -775 -775 -774 -2.244 -1.470 -774 0
Centrale bank Geconsolideerd 2010 2.058 276 276 0 1.761 21 0 0 2.378 113 163 0 0 1.763 0 21 271 0 47 0 163 124 0 -39 -2 -41 -273 -312 -273 -312 -312 -320 -4.262 -3.942 -320 0
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 16.237 6.920 6.859 61 8.653 107 93 464 14.333 1.695 2.137 8 12 9.394 377 107 175 0 415 37 5.225 4.870 3.092 2.737 2.351 1.996 1.892 1.537 1.892 1.537 2.001 1.904 32.939 31.035 1.904 0
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 17.571 7.077 7.017 60 9.780 107 92 515 15.763 1.766 2.593 6 6 10.354 291 107 173 0 407 72 5.311 4.961 2.718 2.368 2.144 1.794 1.772 1.422 1.772 1.422 1.937 1.808 -564 -2.372 1.808 0
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 16.284 7.134 7.079 55 8.937 102 85 26 14.073 1.604 1.847 9 9 9.578 355 102 173 0 379 35 5.530 5.167 3.683 3.320 3.042 2.679 2.599 2.236 2.599 2.236 2.262 2.211 14.701 12.490 2.211 0
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 16.887 7.096 7.043 53 9.568 101 96 26 15.096 1.670 2.086 4 13 10.356 317 101 173 0 351 51 5.426 5.034 3.349 2.957 2.561 2.169 2.167 1.775 2.167 1.775 1.801 1.791 8.870 7.079 1.791 0
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 66.979 28.227 27.998 229 36.938 417 366 1.031 59.265 6.735 8.663 27 40 39.682 1.340 417 694 0 1.552 195 21.492 20.032 12.842 11.382 10.098 8.638 8.430 6.970 8.430 6.970 8.001 7.714 55.946 48.232 7.714 0
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 14.877 6.920 6.859 61 7.293 107 93 464 12.973 1.695 2.137 8 12 8.034 377 107 175 0 415 37 5.225 4.870 3.092 2.737 2.351 1.996 1.892 1.537 1.892 1.537 2.001 1.904 32.939 31.035 1.904 0
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 15.937 7.077 7.017 60 8.146 107 92 515 14.129 1.766 2.593 6 6 8.720 291 107 173 0 407 72 5.311 4.961 2.718 2.368 2.144 1.794 1.772 1.422 1.772 1.422 1.937 1.808 -564 -2.372 1.808 0
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 14.798 7.134 7.079 55 7.451 102 85 26 12.587 1.604 1.847 9 9 8.092 355 102 173 0 379 35 5.530 5.167 3.683 3.320 3.042 2.679 2.599 2.236 2.599 2.236 2.262 2.211 14.701 12.490 2.211 0
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 15.250 7.096 7.043 53 7.931 101 96 26 13.459 1.670 2.086 4 13 8.719 317 101 173 0 351 51 5.426 5.034 3.349 2.957 2.561 2.169 2.167 1.775 2.167 1.775 1.801 1.791 8.870 7.079 1.791 0
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 60.862 28.227 27.998 229 30.821 417 366 1.031 53.148 6.735 8.663 27 40 33.565 1.340 417 694 0 1.552 195 21.492 20.032 12.842 11.382 10.098 8.638 8.430 6.970 8.430 6.970 8.001 7.714 55.946 48.232 7.714 0
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 51.814 6.561 6.544 17 45.184 40 19 10 54.476 2.581 1.253 43 5 45.916 374 40 19 0 2.833 1.422 3.980 3.718 2.689 2.427 1.957 1.695 1.583 1.321 1.583 1.321 1.331 -2.662 12.028 14.690 -2.662 0
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 52.728 6.973 6.956 17 45.690 38 16 11 51.765 2.749 1.411 35 4 47.025 299 38 16 0 232 -36 4.224 3.962 2.782 2.520 1.447 1.185 1.148 886 1.148 886 897 963 57.666 56.703 963 0
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 51.244 6.882 6.866 16 44.296 38 18 10 50.138 2.734 1.115 40 4 45.543 359 38 19 0 312 -18 4.148 3.885 2.997 2.734 1.750 1.487 1.390 1.127 1.390 1.127 1.137 1.106 34.160 33.054 1.106 0
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 55.028 7.288 7.271 17 47.674 41 15 10 54.076 3.014 1.231 39 6 47.047 336 41 14 0 1.367 993 4.274 4.010 3.010 2.746 3.637 3.373 3.302 3.038 3.302 3.038 3.048 952 -13.111 -14.063 952 0
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 210.814 27.704 27.637 67 182.844 157 68 41 210.455 11.078 5.010 157 19 185.531 1.368 157 68 0 4.744 2.361 16.626 15.575 11.478 10.427 8.791 7.740 7.423 6.372 7.423 6.372 6.413 359 90.743 90.384 359 0
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 51.479 6.561 6.544 17 44.849 40 19 10 54.141 2.581 1.253 43 5 45.581 374 40 19 0 2.833 1.422 3.980 3.718 2.689 2.427 1.957 1.695 1.583 1.321 1.583 1.321 1.331 -2.662 12.028 14.690 -2.662 0
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 52.307 6.973 6.956 17 45.269 38 16 11 51.344 2.749 1.411 35 4 46.604 299 38 16 0 232 -36 4.224 3.962 2.782 2.520 1.447 1.185 1.148 886 1.148 886 897 963 57.666 56.703 963 0
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 50.901 6.882 6.866 16 43.953 38 18 10 49.795 2.734 1.115 40 4 45.200 359 38 19 0 312 -18 4.148 3.885 2.997 2.734 1.750 1.487 1.390 1.127 1.390 1.127 1.137 1.106 34.160 33.054 1.106 0
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 54.644 7.288 7.271 17 47.290 41 15 10 53.692 3.014 1.231 39 6 46.663 336 41 14 0 1.367 993 4.274 4.010 3.010 2.746 3.637 3.373 3.302 3.038 3.302 3.038 3.048 952 -13.111 -14.063 952 0
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 209.331 27.704 27.637 67 181.361 157 68 41 208.972 11.078 5.010 157 19 184.048 1.368 157 68 0 4.744 2.361 16.626 15.575 11.478 10.427 8.791 7.740 7.423 6.372 7.423 6.372 6.413 359 90.743 90.384 359 0
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 3.231 698 697 1 2.532 0 1 0 7.718 573 12 14 0 2.561 2 0 1 0 2.608 1.947 125 57 99 31 70 2 68 0 68 0 0 -4.487 18.110 22.597 -4.487 0
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 4.433 736 735 1 3.696 0 1 0 4.399 594 12 15 0 3.741 1 0 1 0 8 27 142 73 115 46 70 1 69 0 69 0 0 34 -17.710 -17.744 34 0
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 3.576 792 791 1 2.783 0 1 0 3.723 647 13 16 0 2.827 2 0 1 0 87 130 145 75 116 46 72 2 70 0 70 0 0 -147 -678 -531 -147 0
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 3.601 880 879 1 2.720 1 0 0 5.609 694 19 19 0 2.796 1 1 0 0 1.142 937 186 115 148 77 72 1 71 0 71 0 0 -2.008 -15.669 -13.661 -2.008 0
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 14.841 3.106 3.102 4 11.731 1 3 0 21.449 2.508 56 64 0 11.925 6 1 3 0 3.845 3.041 598 320 478 200 284 6 278 0 278 0 0 -6.608 -15.947 -9.339 -6.608 0
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 3.216 698 697 1 2.517 0 1 0 7.703 573 12 14 0 2.546 2 0 1 0 2.608 1.947 125 57 99 31 70 2 68 0 68 0 0 -4.487 18.110 22.597 -4.487 0
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 4.342 736 735 1 3.605 0 1 0 4.308 594 12 15 0 3.650 1 0 1 0 8 27 142 73 115 46 70 1 69 0 69 0 0 34 -17.710 -17.744 34 0
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 3.551 792 791 1 2.758 0 1 0 3.698 647 13 16 0 2.802 2 0 1 0 87 130 145 75 116 46 72 2 70 0 70 0 0 -147 -678 -531 -147 0
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 3.559 880 879 1 2.678 1 0 0 5.567 694 19 19 0 2.754 1 1 0 0 1.142 937 186 115 148 77 72 1 71 0 71 0 0 -2.008 -15.669 -13.661 -2.008 0
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 14.668 3.106 3.102 4 11.558 1 3 0 21.276 2.508 56 64 0 11.752 6 1 3 0 3.845 3.041 598 320 478 200 284 6 278 0 278 0 0 -6.608 -15.947 -9.339 -6.608 0
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 48.583 5.863 5.847 16 42.652 40 18 10 46.758 2.008 1.241 29 5 43.355 372 40 18 0 225 -525 3.855 3.661 2.590 2.396 1.887 1.693 1.515 1.321 1.515 1.321 1.331 1.825 -6.082 -7.907 1.825 0
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 48.295 6.237 6.221 16 41.994 38 15 11 47.366 2.155 1.399 20 4 43.284 298 38 15 0 224 -63 4.082 3.889 2.667 2.474 1.377 1.184 1.079 886 1.079 886 897 929 75.376 74.447 929 0
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 47.668 6.090 6.075 15 41.513 38 17 10 46.415 2.087 1.102 24 4 42.716 357 38 18 0 225 -148 4.003 3.810 2.881 2.688 1.678 1.485 1.320 1.127 1.320 1.127 1.137 1.253 34.838 33.585 1.253 0
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 51.427 6.408 6.392 16 44.954 40 15 10 48.467 2.320 1.212 20 6 44.251 335 40 14 0 225 56 4.088 3.895 2.862 2.669 3.565 3.372 3.231 3.038 3.231 3.038 3.048 2.960 2.558 -402 2.960 0
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 195.973 24.598 24.535 63 171.113 156 65 41 189.006 8.570 4.954 93 19 173.606 1.362 156 65 0 899 -680 16.028 15.255 11.000 10.227 8.507 7.734 7.145 6.372 7.145 6.372 6.413 6.967 106.690 99.723 6.967 0
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 48.359 5.863 5.847 16 42.428 40 18 10 46.534 2.008 1.241 29 5 43.131 372 40 18 0 225 -525 3.855 3.661 2.590 2.396 1.887 1.693 1.515 1.321 1.515 1.321 1.331 1.825 -6.082 -7.907 1.825 0
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 48.067 6.237 6.221 16 41.766 38 15 11 47.138 2.155 1.399 20 4 43.056 298 38 15 0 224 -63 4.082 3.889 2.667 2.474 1.377 1.184 1.079 886 1.079 886 897 929 75.376 74.447 929 0
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 47.454 6.090 6.075 15 41.299 38 17 10 46.201 2.087 1.102 24 4 42.502 357 38 18 0 225 -148 4.003 3.810 2.881 2.688 1.678 1.485 1.320 1.127 1.320 1.127 1.137 1.253 34.838 33.585 1.253 0
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 51.202 6.408 6.392 16 44.729 40 15 10 48.242 2.320 1.212 20 6 44.026 335 40 14 0 225 56 4.088 3.895 2.862 2.669 3.565 3.372 3.231 3.038 3.231 3.038 3.048 2.960 2.558 -402 2.960 0
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 195.082 24.598 24.535 63 170.222 156 65 41 188.115 8.570 4.954 93 19 172.715 1.362 156 65 0 899 -680 16.028 15.255 11.000 10.227 8.507 7.734 7.145 6.372 7.145 6.372 6.413 6.967 106.690 99.723 6.967 0
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 8.958 4.547 4.531 16 4.355 37 9 10 8.271 853 1.083 26 5 5.974 68 37 9 0 225 1 3.694 3.500 2.590 2.396 971 777 903 709 903 709 719 687 -11.102 -11.789 687 0
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 9.071 4.709 4.693 16 4.309 35 7 11 8.843 804 1.225 17 4 6.467 68 35 7 0 224 0 3.905 3.712 2.667 2.474 509 316 441 248 441 248 259 228 7.818 7.590 228 0
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 8.891 4.677 4.662 15 4.161 35 8 10 8.421 828 953 19 4 6.287 69 35 9 0 225 0 3.849 3.656 2.881 2.688 755 562 685 492 685 492 502 470 -25.810 -26.280 470 0
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 11.502 4.769 4.753 16 6.678 37 8 10 9.125 838 1.059 16 6 6.867 82 37 7 0 225 0 3.931 3.738 2.862 2.669 2.673 2.480 2.592 2.399 2.592 2.399 2.409 2.377 15.264 12.887 2.377 0
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 38.422 18.702 18.639 63 19.503 144 32 41 34.660 3.323 4.320 78 19 25.595 287 144 32 0 899 1 15.379 14.606 11.000 10.227 4.908 4.135 4.621 3.848 4.621 3.848 3.889 3.762 -13.830 -17.592 3.762 0
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 8.778 4.547 4.531 16 4.175 37 9 10 8.091 853 1.083 26 5 5.794 68 37 9 0 225 1 3.694 3.500 2.590 2.396 971 777 903 709 903 709 719 687 -11.102 -11.789 687 0
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 8.888 4.709 4.693 16 4.126 35 7 11 8.660 804 1.225 17 4 6.284 68 35 7 0 224 0 3.905 3.712 2.667 2.474 509 316 441 248 441 248 259 228 7.818 7.590 228 0
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 8.721 4.677 4.662 15 3.991 35 8 10 8.251 828 953 19 4 6.117 69 35 9 0 225 0 3.849 3.656 2.881 2.688 755 562 685 492 685 492 502 470 -25.810 -26.280 470 0
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 11.323 4.769 4.753 16 6.499 37 8 10 8.946 838 1.059 16 6 6.688 82 37 7 0 225 0 3.931 3.738 2.862 2.669 2.673 2.480 2.592 2.399 2.592 2.399 2.409 2.377 15.264 12.887 2.377 0
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 37.710 18.702 18.639 63 18.791 144 32 41 33.948 3.323 4.320 78 19 24.883 287 144 32 0 899 1 15.379 14.606 11.000 10.227 4.908 4.135 4.621 3.848 4.621 3.848 3.889 3.762 -13.830 -17.592 3.762 0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële (lopende) transacties per periode van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie weer. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden in deze tabel ook de saldi van de sectoren weergegeven.

Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995 tot en met 2017

Status van de cijfers:
De gegevens in de periode 1995-2014 zijn definitief. Gegevens van 2015, 2016 en 2017 hebben de status voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 22 juni 2018
Geen, deze tabel is stopgezet.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onlangs een revisie uitgevoerd van de nationale rekeningen. Hierbij worden nieuwe statistische bronnen en ramingsmethoden gebruikt. Deze tabel met gegevens voor revisie is vervangen door tabel Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen. Voor aanvullende informatie zie paragraaf 3.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Totaal
Invoer van goederen en diensten
De goederen- en dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). Invoer van goederen vindt plaats wanneer de economische eigendom van goederen door een niet-ingezetene wordt overgedragen aan een ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake.
Totaal
Invoer van diensten
De dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). De invoer van diensten heeft onder meer betrekking op de uitgaven van ingezeten bedrijven in het buitenland, zoals vervoersdiensten, bankdiensten en zakelijke diensten. Bij de overheid gaat het onder meer om uitgaven van Nederlandse ambassades en consulaten in het buitenland. De invoer door huishoudens bestaat uit uitgaven van ingezetenen in het buitenland.
Totaal
Output
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd. Ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is.
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde institutionele eenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd.
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er namelijk vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de productie van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Totaal
Marktoutput
Marktoutput bestaat uit de output die op de markt wordt afgezet of waarvoor dit de bedoeling is. De marktoutput omvat:
- producten die tegen een economisch significante prijs worden verkocht;
- producten die worden geruild;
- producten die worden gebruikt voor betalingen in natura (inclusief beloning van werknemers in natura en gemengd inkomen in natura);
- producten die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers.
Totaal
Output voor eigen finaal gebruik
Output voor eigen finaal gebruik bestaat uit de productie van goederen en diensten voor eigen consumptie of voor productie van investeringen in vaste activa door dezelfde institutionele eenheid.
Totaal
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Totaal
Belastingen op productie en invoer
Verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die door de overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd in verband met de productie of de invoer van goederen en diensten, het in dienst hebben van arbeidskrachten en de eigendom of het gebruik van grond, gebouwen of andere activa die in het productieproces worden aangewend. Dergelijke belastingen zijn verschuldigd ongeacht gemaakte winst. Zowel productgebonden als niet-productgebonden belastingen behoren hiertoe.
Totaal
Verschil toegerekende en afgedragen btw
Het verschil tussen de toegerekende en de afgedragen btw ontstaat onder meer door kwijtscheldingen, oninbaar geleden bedragen, boetes, de Regeling kleine ondernemers en door ontwijking van de afdracht van btw. Het verschil tussen toegerekende en afgedragen btw wordt niet verdeeld over de bedrijfsklassen, maar op het niveau van de totale economie geteld bij som van de toegevoegde waarde in basisprijzen en de productgebonden belastingen en subsidies om uit te komen op het bbp tegen marktprijzen.
Subsidies (-)
Subsidies zijn betalingen om niet die door de Nederlandse overheid of de instellingen van de Europese Unie worden gedaan aan ingezeten producenten. Zowel productgebonden als niet-productgebonden subsidies behoren hiertoe.
Totaal
Inkomen uit vermogen
Inkomen uit vermogen ontstaat wanneer de eigenaren van financiële activa of van natuurlijke hulpbronnen deze ter beschikking stellen aan andere institutionele eenheden. Het inkomen dat voor het gebruik van financiële activa verschuldigd is, wordt inkomen uit beleggingen genoemd, terwijl het inkomen dat voor het gebruik van natuurlijke hulpbronnen verschuldigd is, inkomen uit natuurlijke hulpbronnen wordt genoemd. Inkomen uit vermogen is de som van inkomen uit beleggingen en inkomen uit natuurlijke hulpbronnen.
Totaal
Belastingen op inkomen en vermogen
Alle verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die regelmatig door de overheid en door het buitenland over het inkomen en het vermogen van institutionele eenheden worden geheven.

Bij vennootschappen omvatten de belastingen op inkomen en vermogen met name de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting. Deze belastingen hebben als grondslag de winst van vennootschappen.
Bij huishoudens worden als belastingen op inkomen en vermogen alle belastingen beschouwd, die periodiek worden geheven op het inkomen of het vermogen, zoals inkomstenbelasting, loonbelasting en vermogensbelasting. Niet-periodieke heffingen, zoals de successierechten, zijn als kapitaaloverdrachten aangemerkt.
Enkele belastingsoorten die bij producenten gerekend worden tot belastingen op productie en invoer worden bij huishoudens, in hun hoedanigheid van consument, beschouwd als belastingen op inkomen en vermogen. Zo is de motorrijtuigenbelasting op auto's die privé worden gebruikt, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen.
De behandeling van de dividendbelasting vloeit voort uit de bruto registratie van dividend, dat wil zeggen inclusief dividendbelasting. Dit betekent dat de dividendbelasting geboekt dient te worden bij de sector die het dividend ontvangt. Dit heeft tot gevolg dat er ook dividendbelasting aan het buitenland wordt betaald en uit het buitenland wordt ontvangen.


Totaal
Sociale premies en uitkeringen
Sociale premies en sociale uitkeringen zijn inkomensoverdrachten in geld of in natura, die via collectieve regelingen of, buiten dergelijke regelingen om, door overheidseenheden en izw's t.b.v. huishoudens aan huishoudens worden verstrekt, teneinde de financiële lasten te verlichten die voor die huishoudens voortvloeien uit een aantal risico's en behoeften. Zij omvatten ook betalingen van de overheid aan producenten voor goederen en diensten die in het kader van sociale risico's en behoeften individueel aan huishoudens ten goede komen.
De sociale uitkeringen worden aan huishoudens toegekend om financiële zekerheid te bieden tegen een aantal risico's (zoals ziekte, invaliditeit, arbeidsongeschiktheid, ouderdom, het overlijden van naasten en werkloosheid) of om in bepaalde behoeftes te voorzien (zoals huisvesting en onderwijs).
Totaal
Overige inkomensoverdrachten
Hieronder vallen inkomensoverdrachten die niet in de andere categorieën zijn ingedeeld.
Totaal
Correctie mutaties in pensioenrechten
Deze correctie is bedoeld om de verandering in de pensioenrechten en collectieve levensverzekeringsrechten, in de besparingen van de huishoudens tot uitdrukking te kunnen brengen. Deze rechten worden in de financiële rekeningen en de balansen beschouwd als vorderingen van huishoudens op pensioenfondsen en levensverzekeraars.
De correctie is gelijk aan het verschil tussen netto pensioenpremies (incl. toegerekende premies) en de pensioenuitkeringen. Zo blijven de besparingen van huishoudens op hetzelfde niveau als wanneer de pensioenpremies en uitkeringen niet als inkomenstransacties zouden zijn opgenomen.
Kapitaaloverdrachten
Kapitaaloverdrachten zijn betalingen waarvoor geen tegenprestatie verwacht wordt en die drukken op het vermogen van de betaler of dienen om investeringen in vaste activa of andere lange termijn uitgaven van de ontvanger te financieren.
Er zijn vier deeltransacties onderscheiden: investeringsbijdragen, vermogensheffingen, overige kapitaaloverdrachten en de toegerekende kapitaaloverdrachten.
Totaal
Bestedingen
Bestedingen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verminderen (oftewel de uitgaven door sectoren).
Totaal
Uitvoer van goederen en diensten
De goederen- en dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van ingezetenen (in Nederland) naar niet-ingezetenen. Uitvoer van goederen vindt plaats wanneer het economisch eigendom van goederen door een ingezetene wordt overgedragen aan een niet-ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake.
Totaal
Intermediair verbruik
Goederen en diensten die als input in een productieproces worden gebruikt, met uitzondering van de vaste activa (investeringsgoederen). Het gaat hierbij om goederen die tijdens het productieproces worden verwerkt in andere producten of volledig worden verbruikt (dit gebeurt per definitie met de ingehuurde diensten). Volgens internationale afspraken wordt een aangeschaft goed of een ingehuurde dienst niet als intermediair verbruik maar als vast activum (investering) gezien wanneer het meer dan één jaar ingezet kan worden in een productieproces. De intermediair verbruikte goederen en diensten worden gewaardeerd tegen de aankoopprijzen die op het moment van gebruik voor soortgelijke goederen of diensten gelden.
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Totaal
De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer.
Belastingen op productie en invoer
Verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die door de overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd in verband met de productie of de invoer van goederen en diensten, het in dienst hebben van arbeidskrachten en de eigendom of het gebruik van grond, gebouwen of andere activa die in het productieproces worden aangewend. Dergelijke belastingen zijn verschuldigd ongeacht gemaakte winst. Zowel productgebonden als niet-productgebonden belastingen behoren hiertoe.
Totaal
Subsidies (-)
Subsidies zijn betalingen om niet die door de Nederlandse overheid of de instellingen van de Europese Unie worden gedaan aan ingezeten producenten. Zowel productgebonden als niet-productgebonden subsidies behoren hiertoe.
Totaal
Betalingen van de overheid en de Europese Unie (EU) aan producenten met het doel de prijzen van producten te verlagen, de werkgelegenheid in stand te houden of de productiefactoren redelijk te belonen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om subsidies voor het openbaar vervoer, de huurprijsverlagende subsidies aan exploitanten van woningen, de EU-subsidies op voedingsmiddelen en de bijdragen van de overheid in verliezen van overheidsbedrijven.
De subsidies op voedingsmiddelen die door de EU (via de overheid) worden betaald aan niet-ingezetenen, worden niet geregistreerd. Subsidies worden onderscheiden in productgebonden subsidies en niet-productgebonden subsidies.
Inkomen uit vermogen
Inkomen uit vermogen ontstaat wanneer de eigenaren van financiële activa of van natuurlijke hulpbronnen deze ter beschikking stellen aan andere institutionele eenheden. Het inkomen dat voor het gebruik van financiële activa verschuldigd is, wordt inkomen uit beleggingen genoemd, terwijl het inkomen dat voor het gebruik van natuurlijke hulpbronnen verschuldigd is, inkomen uit natuurlijke hulpbronnen wordt genoemd. Inkomen uit vermogen is de som van inkomen uit beleggingen en inkomen uit natuurlijke hulpbronnen.
Totaal
Belastingen op inkomen en vermogen
Alle verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die regelmatig door de overheid en door het buitenland over het inkomen en het vermogen van institutionele eenheden worden geheven.

Bij vennootschappen omvatten de belastingen op inkomen en vermogen met name de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting. Deze belastingen hebben als grondslag de winst van vennootschappen.
Bij huishoudens worden als belastingen op inkomen en vermogen alle belastingen beschouwd, die periodiek worden geheven op het inkomen of het vermogen, zoals inkomstenbelasting, loonbelasting en vermogensbelasting. Niet-periodieke heffingen, zoals de successierechten, zijn als kapitaaloverdrachten aangemerkt.
Enkele belastingsoorten die bij producenten gerekend worden tot belastingen op productie en invoer worden bij huishoudens, in hun hoedanigheid van consument, beschouwd als belastingen op inkomen en vermogen. Zo is de motorrijtuigenbelasting op auto's die privé worden gebruikt, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen.
De behandeling van de dividendbelasting vloeit voort uit de bruto registratie van dividend, dat wil zeggen inclusief dividendbelasting. Dit betekent dat de dividendbelasting geboekt dient te worden bij de sector die het dividend ontvangt. Dit heeft tot gevolg dat er ook dividendbelasting aan het buitenland wordt betaald en uit het buitenland wordt ontvangen.


Totaal
Sociale premies en uitkeringen
Sociale premies en sociale uitkeringen zijn inkomensoverdrachten in geld of in natura, die via collectieve regelingen of, buiten dergelijke regelingen om, door overheidseenheden en izw's t.b.v. huishoudens aan huishoudens worden verstrekt, teneinde de financiële lasten te verlichten die voor die huishoudens voortvloeien uit een aantal risico's en behoeften. Zij omvatten ook betalingen van de overheid aan producenten voor goederen en diensten die in het kader van sociale risico's en behoeften individueel aan huishoudens ten goede komen.
De sociale uitkeringen worden aan huishoudens toegekend om financiële zekerheid te bieden tegen een aantal risico's (zoals ziekte, invaliditeit, arbeidsongeschiktheid, ouderdom, het overlijden van naasten en werkloosheid) of om in bepaalde behoeftes te voorzien (zoals huisvesting en onderwijs).
Totaal
Overige inkomensoverdrachten
Hieronder vallen inkomensoverdrachten die niet in de andere categorieën zijn ingedeeld.
Totaal
Correctie mutaties in pensioenrechten
Deze correctie is bedoeld om de verandering in de pensioenrechten en collectieve levensverzekeringsrechten, in de besparingen van de huishoudens tot uitdrukking te kunnen brengen. Deze rechten worden in de financiële rekeningen en de balansen beschouwd als vorderingen van huishoudens op pensioenfondsen en levensverzekeraars.
De correctie is gelijk aan het verschil tussen netto pensioenpremies (incl. toegerekende premies) en de pensioenuitkeringen. Zo blijven de besparingen van huishoudens op hetzelfde niveau als wanneer de pensioenpremies en uitkeringen niet als inkomenstransacties zouden zijn opgenomen.
Consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de (overheids-)consumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheids-productie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Totaal
Kapitaaloverdrachten
Kapitaaloverdrachten zijn betalingen waarvoor geen tegenprestatie verwacht wordt en die drukken op het vermogen van de betaler of dienen om investeringen in vaste activa of andere lange termijn uitgaven van de ontvanger te financieren.
Er zijn vier deeltransacties onderscheiden: investeringsbijdragen, vermogensheffingen, overige kapitaaloverdrachten en de toegerekende kapitaaloverdrachten.
Totaal
Investeringen
Uitgaven aan productiemiddelen die langer dan één jaar worden ingezet tijdens een productieproces. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een gebouw, woning, vervoermiddel of een machine. Dit in tegenstelling tot goederen of diensten die tijdens het productieproces worden opgebruikt, zoals ijzererts, het intermediair verbruik. Vaste activa kunnen in de loop der jaren in waarde verminderen door slijtage of omdat bijvoorbeeld de techniek veroudert (economische veroudering). Dit wordt verbruik van vaste activa genoemd (ook wel afschrijvingen genoemd). Bij bruto-investeringen zijn deze niet afgehaald van de waarde van de investeringen, bij netto-investeringen is dit wel het geval.

De volgende investeringsgoederen worden onderscheiden: bouwwerken, vervoermiddelen, machines en installaties, telecommunicatieapparatuur , wapensystemen (inbegrepen bij machines), computers, software, onderzoek en ontwikkeling, in cultuur gebrachte activa (bv. vee en bomen), exploratie en evaluatie van minerale reserves, kosten van eigendomsoverdracht voor niet-geproduceerde activa en intellectuele-eigendommen.
Totaal
De investeringen in vaste activa plus de veranderingen in voorraden inclusief het saldo van aan- en verkopen van kostbaarheden.
Saldo aan- en verkopen van niet-geprod..
Het saldo aan -en verkopen van niet-geproduceerde niet-financiële activa bestaat voornamelijk uit transacties in grond. Het belangrijkste deel wordt gevormd door de verkopen van bouwrijp gemaakte grond door gemeentelijke grondbedrijven aan investeerders in gebouwen en woningen.
De waardering van de aan- en verkopen van grond is exclusief btw en overdrachtskosten; deze vormen een onderdeel van de investeringen in vaste activa.
Voor de sector overheid worden de immateriële activa meegerekend, zoals de verkoop van UMTS-frequenties.
Saldi
Een saldo wordt verkregen door van de totale waarde van de posten aan de ene zijde van een rekening de totale waarde van de posten aan de andere zijde af te trekken.
Bbp/Bruto toegevoegde waarde
Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. Het kan op drie manieren worden gedefinieerd:
- vanuit het oogpunt van de productie: het bbp is de som van de bruto toegevoegde waarde van alle institutionele sectoren of bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies (die niet aan sectoren en bedrijfstakken worden toegerekend). Het is eveneens de sluitpost van de productierekening van de totale economie;
- vanuit het oogpunt van de bestedingen: het bbp is de som van de finale bestedingen aan goederen en diensten door ingezeten institutionele eenheden (consumptie en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten;
- vanuit het oogpunt van het inkomen: het bbp is de som van de bestedingen in de inkomensvormingsrekening van de totale economie (beloning van werknemers, belastingen op productie en invoer exclusief subsidies, bruto-exploitatieoverschot en gemengd inkomen van de totale economie).
Nbp/Netto toegevoegde waarde
Het netto binnenlands product (nbp) is het bruto binnenlands product (bbp) verminderd met het verbruik van vaste activa.

Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. Het kan op drie manieren worden gedefinieerd:
- vanuit het oogpunt van de productie: het bbp is de som van de bruto toegevoegde waarde van alle institutionele sectoren of bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies (die niet aan sectoren en bedrijfstakken worden toegerekend). Het is eveneens de sluitpost van de productierekening van de totale economie;
- vanuit het oogpunt van de bestedingen: het bbp is de som van de finale bestedingen aan goederen en diensten door ingezeten institutionele eenheden (consumptie en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten;
- vanuit het oogpunt van het inkomen: het bbp is de som van de bestedingen in de inkomensvormingsrekening van de totale economie (beloning van werknemers, belastingen op productie en invoer exclusief subsidies, bruto-exploitatieoverschot en gemengd inkomen van de totale economie).
Bruto exploitatieoverschot
Het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen. Uit het bruto-exploitatieoverschot moeten het verbruik van vaste activa worden bekostigd.
Netto exploitatieoverschot
Het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers, het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer en verminderd met het verbruik van vaste activa. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.
Saldo primaire inkomens (bruto)
Het totaal van de door ingezeten institutionele eenheden ontvangen primaire inkomens: beloning van werknemers, netto-exploitatieoverschot / netto gemengd inkomen, het saldo van ontvangen en betaald inkomen uit vermogen en de belastingen op productie en invoer minus subsidies. Inkomens uit vermogen die van de ene binnenlandse sector naar de andere gaan, vallen in dit inkomensbegrip tegen elkaar weg. Het bruto nationaal inkomen (tegen marktprijzen) is gelijk aan het bbp minus het primaire inkomen dat ingezeten eenheden aan niet-ingezeten eenheden betalen plus het primaire inkomen dat ingezeten eenheden uit het buitenland ontvangen. De afdrachten van lidstaten aan de Europese Unie is voor een groot deel gebaseerd op het bruto nationaal inkomen.

Het begrip nationaal inkomen is geen productie-, maar een inkomensbegrip; het is daarom relevanter indien het netto wordt uitgedrukt, dat wil zeggen na aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa).

Het primaire inkomen (nationaal inkomen) is het inkomen dat de sectoren ontvangen voor hun directe deelname aan het productieproces en het inkomen dat zij ontvangen in ruil voor het beschikbaar stellen van financiële middelen, grond e.d. Het nationaal inkomen is gelijk aan het bruto binnenlands product (bbp) plus het per saldo uit het buitenland ontvangen (primaire) inkomen. Het kan ook berekend worden als de som van de primaire inkomens van alle sectoren samen (totale economie). Bruto is inclusief verbruik van vaste activa.
Saldo primaire inkomens (netto)
Het totaal van de door ingezeten institutionele eenheden ontvangen primaire inkomens: beloning van werknemers, netto-exploitatieoverschot / netto gemengd inkomen, het saldo van ontvangen en betaald inkomen uit vermogen en de belastingen op productie en invoer minus subsidies. Inkomens uit vermogen die van de ene binnenlandse sector naar de andere gaan, vallen in dit inkomensbegrip tegen elkaar weg. Het bruto nationaal inkomen (tegen marktprijzen) is gelijk aan het bbp minus het primaire inkomen dat ingezeten eenheden aan niet-ingezeten eenheden betalen plus het primaire inkomen dat ingezeten eenheden uit het buitenland ontvangen. De afdrachten van lidstaten aan de Europese Unie is voor een groot deel gebaseerd op het bruto nationaal inkomen.

Het begrip nationaal inkomen is geen productie-, maar een inkomensbegrip; het is daarom relevanter indien het netto wordt uitgedrukt, dat wil zeggen na aftrek van het verbruik van vaste activa.
Bruto beschikbaar inkomen
De som van de bruto beschikbare inkomens van de institutionele sectoren. Het bruto nationaal beschikbaar inkomen is gelijk aan het bruto nationaal inkomen (tegen marktprijzen) minus de inkomensoverdrachten (belastingen op inkomen, vermogen enz., sociale premies, sociale uitkeringen en overige inkomensoverdrachten) die aan niet-ingezeten eenheden worden betaald, plus de inkomensoverdrachten die ingezeten eenheden uit het buitenland ontvangen.
Netto beschikbaar inkomen
De som van de bruto beschikbare inkomens van de institutionele sectoren. Het bruto nationaal beschikbaar inkomen is gelijk aan het bruto nationaal inkomen (tegen marktprijzen) minus de inkomensoverdrachten (belastingen op inkomen, vermogen enz., sociale premies, sociale uitkeringen en overige inkomensoverdrachten) die aan niet-ingezeten eenheden worden betaald, plus de inkomensoverdrachten die ingezeten eenheden uit het buitenland ontvangen. Doorgaans wordt het netto-begrip gebruikt, dat wil zeggen: na aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa).
Bruto besparingen
Het gedeelte van het nationaal beschikbaar inkomen dat niet voor consumptieve bestedingen is gebruikt. De nationale besparingen zijn de som van de besparingen van alle institutionele sectoren.
Netto besparingen
Het gedeelte van het nationaal beschikbaar inkomen dat niet voor consumptieve bestedingen is gebruikt. De nationale besparingen zijn de som van de besparingen van alle institutionele sectoren. Doorgaans wordt voor de nationale besparingen het netto-begrip gebruikt, dat wil zeggen: na aftrek van het verbruik van vaste activa.
Saldo goederen- en dienstentransacties
Saldo goederen- en dienstentransacties met het buitenland.
Saldo lopende transacties buitenland
Het overschot (indien negatief) of het tekort (indien positief) van de totale economie op zijn lopende transacties (handel in goederen en diensten, primair inkomen, inkomensoverdrachten) met het buitenland. Het saldo van de lopende transacties met het buitenland vormt de sluitpost van de rekening voor inkomenstransacties met het buitenland en is opgebouwd uit drie onderdelen:
-  het uitvoeroverschot, dat is het bedrag waarmee de uitvoer de invoer overtreft
-  het saldo uit het buitenland ontvangen primaire inkomens. De primaire inkomens omvatten belastingen op productie en invoer, subsidies, beloning van werknemers en inkomen uit vermogen, zoals rente en dividend
-  het saldo uit het buitenland ontvangen inkomensoverdrachten. De inkomensoverdrachten omvatten de dividendbelasting, de uitkeringen sociale verzekering en de overige inkomensoverdrachten.

Het saldo van de lopende transacties met het buitenland is tevens gelijk aan de netto nationale besparingen minus de netto investeringen in vaste activa (inclusief de veranderingen in voorraden).
Saldo netto besp. en kapitaaloverdr.
Saldo van netto besparingen en kapitaaloverdrachten.
Dit geeft het vermogenssaldo van de sector op basis van de netto besparingen en het saldo van de kapitaaloverdrachten (kapitaalrekening).
Vorderingensaldo
Het vorderingensaldo is het saldo van middelen en bestedingen op de lopende rekening en de kapitaalrekening in de betreffende periode. Dit is gelijk aan het saldo van de transacties op de financiële rekening; een tekort op de lopende rekening en kapitaal-rekening wordt gefinancierd met het aangaan van nieuwe schulden en/of door de verkoop van financiële activa terwijl bij een overschot schulden worden afgelost en/of financiële activa worden gekocht.

Het nationaal vorderingensaldo is het saldo van middelen en bestedingen op de lopende rekening en de kapitaalrekening van de gezamenlijke binnenlandse sectoren. In de financiële rekening van Nederland geeft het saldo aan voor welk bedrag nieuwe leningen zijn aangegaan met het buitenland en/of financiële activa zijn verkocht (bij een tekort) of voor welk bedrag schulden zijn afgelost aan het buitenland en/of financiële activa zijn gekocht (bij een overschot). Het vorderingensaldo is dan ook in theorie gelijk aan de mutatie van de saldo van vorderingen en schulden ten opzichte van het buitenland. In praktijk bestaat er echter een statistisch verschil tussen die twee.
Totaal fin. transacties vorderingen
Totaal financiële transacties van vorderingen.
Totaal fin. transacties schulden
Totaal financiële transacties van vorderingen.
Saldo van financiële transacties
Het verschil tussen vorderingen en schulden bij de financiële transacties.
Statistisch verschil
Het vorderingensaldo is in principe gelijk aan et verschil tussen vorderingen en schulden bij de financiële transacties. Doordat er verschillende bronnen worden gebruikt voor het bepalen van de lopende transacties en kapitaaltransacties enerzijds en de financiële transacties anderzijds, ontstaan er echter statistische verschillen. Het is met het beschikbare statistische materiaal nog niet mogelijk om deze verschillen weg te werken.