Lopende transacties; sectoren, nr, 1995-2017
| Institutionele sectoren | Niet-geconsolideerd/geconsolideerd | Perioden | Middelen Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Belasting over toegevoegde waarde (btw) (mln euro) | Saldi Bbp/Bruto toegevoegde waarde (mln euro) | Saldi Nbp/Netto toegevoegde waarde (mln euro) |
|---|---|---|---|---|---|
| Totale binnenlandse sectoren | Niet-geconsolideerd | 2017* | 49.814 | 733.168 | 616.039 |
| Totale binnenlandse sectoren | Geconsolideerd | 2017* | 49.814 | 733.168 | 616.039 |
| Niet-financiële vennootschappen | Niet-geconsolideerd | 2017* | 436.556 | 372.253 | |
| Niet-financiële vennootschappen | Geconsolideerd | 2017* | 436.556 | 372.253 | |
| Financiële instellingen | Niet-geconsolideerd | 2017* | 42.369 | 38.057 | |
| Financiële instellingen | Geconsolideerd | 2017* | 42.369 | 38.057 | |
| Monetaire financiële instellingen | Niet-geconsolideerd | 2017* | 23.143 | 21.408 | |
| Monetaire financiële instellingen | Geconsolideerd | 2017* | 23.143 | 21.408 | |
| Centrale bank | Niet-geconsolideerd | 2017* | 199 | 153 | |
| Centrale bank | Geconsolideerd | 2017* | 199 | 153 | |
| Ov. deposito-instellingen en GMF's | Niet-geconsolideerd | 2017* | 22.944 | 21.255 | |
| Ov. deposito-instellingen en GMF's | Geconsolideerd | 2017* | 22.944 | 21.255 | |
| Overige financiële instellingen | Niet-geconsolideerd | 2017* | 11.879 | 10.814 | |
| Overige financiële instellingen | Geconsolideerd | 2017* | 11.879 | 10.814 | |
| Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen | Niet-geconsolideerd | 2017* | 628 | 303 | |
| Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen | Geconsolideerd | 2017* | 628 | 303 | |
| Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen | Niet-geconsolideerd | 2017* | 11.251 | 10.511 | |
| Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen | Geconsolideerd | 2017* | 11.251 | 10.511 | |
| Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven | Niet-geconsolideerd | 2017* | 10.244 | 9.504 | |
| Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven | Geconsolideerd | 2017* | 10.244 | 9.504 | |
| Fin. instellingen binnen concernverband | Niet-geconsolideerd | 2017* | 1.007 | 1.007 | |
| Fin. instellingen binnen concernverband | Geconsolideerd | 2017* | 1.007 | 1.007 | |
| Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen | Niet-geconsolideerd | 2017* | 7.347 | 5.835 | |
| Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen | Geconsolideerd | 2017* | 7.347 | 5.835 | |
| Verzekeringsinstellingen | Niet-geconsolideerd | 2017* | 7.172 | 5.947 | |
| Verzekeringsinstellingen | Geconsolideerd | 2017* | 7.172 | 5.947 | |
| Pensioenfondsen | Niet-geconsolideerd | 2017* | 175 | -112 | |
| Pensioenfondsen | Geconsolideerd | 2017* | 175 | -112 | |
| Overheid | Niet-geconsolideerd | 2017* | 49.814 | 85.663 | 62.946 |
| Overheid | Geconsolideerd | 2017* | 49.814 | 85.663 | 62.946 |
| Centrale overheid | Niet-geconsolideerd | 2017* | 49.814 | 33.973 | 23.106 |
| Centrale overheid | Geconsolideerd | 2017* | 49.814 | 33.973 | 23.106 |
| Lagere overheid | Niet-geconsolideerd | 2017* | 0 | 50.043 | 38.296 |
| Lagere overheid | Geconsolideerd | 2017* | 0 | 50.043 | 38.296 |
| Socialezekerheidsfondsen | Niet-geconsolideerd | 2017* | 0 | 1.647 | 1.544 |
| Socialezekerheidsfondsen | Geconsolideerd | 2017* | 0 | 1.647 | 1.544 |
| Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. | Niet-geconsolideerd | 2017* | 93.599 | 67.802 | |
| Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. | Geconsolideerd | 2017* | 93.599 | 67.802 | |
| Huishoudens | Niet-geconsolideerd | 2017* | 90.250 | 64.709 | |
| Huishoudens | Geconsolideerd | 2017* | 90.250 | 64.709 | |
| IZW's t.b.v. huishoudens | Niet-geconsolideerd | 2017* | 3.349 | 3.093 | |
| IZW's t.b.v. huishoudens | Geconsolideerd | 2017* | 3.349 | 3.093 | |
| Buitenland | Niet-geconsolideerd | 2017* | |||
| Buitenland | Geconsolideerd | 2017* | |||
| Bron: CBS. | |||||
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële (lopende) transacties per periode van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie weer. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden in deze tabel ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.
Gegevens beschikbaar vanaf: 1995 tot en met 2017
Status van de cijfers:
De gegevens in de periode 1995-2014 zijn definitief. Gegevens van 2015, 2016 en 2017 hebben de status voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.
Wijzigingen per 22 juni 2018
Geen, deze tabel is stopgezet.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onlangs een revisie uitgevoerd van de nationale rekeningen. Hierbij worden nieuwe statistische bronnen en ramingsmethoden gebruikt. Deze tabel met gegevens voor revisie is vervangen door tabel Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen. Voor aanvullende informatie zie paragraaf 3.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Toelichting onderwerpen
- Middelen
- Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
- Belastingen op productie en invoer
- Verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die door de overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd in verband met de productie of de invoer van goederen en diensten, het in dienst hebben van arbeidskrachten en de eigendom of het gebruik van grond, gebouwen of andere activa die in het productieproces worden aangewend. Dergelijke belastingen zijn verschuldigd ongeacht gemaakte winst. Zowel productgebonden als niet-productgebonden belastingen behoren hiertoe.
- Productgebonden belastingen
- Belastingen die moeten worden betaald per eenheid van een bepaald goed dat of bepaalde dienst die is geproduceerd of ingevoerd. De belasting kan een bepaald bedrag per kwantitatieve eenheid van een goed of een dienst zijn, of worden berekend als een bepaald percentage van de prijs per eenheid of van de waarde van de geproduceerde of verhandelde goederen en diensten.
- Belasting over toegevoegde waarde (btw)
- Een productgebonden belasting die op de verschillende momenten van levering door producenten wordt geïnd en uiteindelijk volledig ten laste komt van de eindgebruikers. Producenten dragen alleen het verschil af tussen de btw op hun verkopen en de btw op hun aankopen.
- Saldi
- Een saldo wordt verkregen door van de totale waarde van de posten aan de ene zijde van een rekening de totale waarde van de posten aan de andere zijde af te trekken.
- Bbp/Bruto toegevoegde waarde
- Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. Het kan op drie manieren worden gedefinieerd:
- vanuit het oogpunt van de productie: het bbp is de som van de bruto toegevoegde waarde van alle institutionele sectoren of bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies (die niet aan sectoren en bedrijfstakken worden toegerekend). Het is eveneens de sluitpost van de productierekening van de totale economie;
- vanuit het oogpunt van de bestedingen: het bbp is de som van de finale bestedingen aan goederen en diensten door ingezeten institutionele eenheden (consumptie en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten;
- vanuit het oogpunt van het inkomen: het bbp is de som van de bestedingen in de inkomensvormingsrekening van de totale economie (beloning van werknemers, belastingen op productie en invoer exclusief subsidies, bruto-exploitatieoverschot en gemengd inkomen van de totale economie).
- Nbp/Netto toegevoegde waarde
- Het netto binnenlands product (nbp) is het bruto binnenlands product (bbp) verminderd met het verbruik van vaste activa.
Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. Het kan op drie manieren worden gedefinieerd:
- vanuit het oogpunt van de productie: het bbp is de som van de bruto toegevoegde waarde van alle institutionele sectoren of bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies (die niet aan sectoren en bedrijfstakken worden toegerekend). Het is eveneens de sluitpost van de productierekening van de totale economie;
- vanuit het oogpunt van de bestedingen: het bbp is de som van de finale bestedingen aan goederen en diensten door ingezeten institutionele eenheden (consumptie en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten;
- vanuit het oogpunt van het inkomen: het bbp is de som van de bestedingen in de inkomensvormingsrekening van de totale economie (beloning van werknemers, belastingen op productie en invoer exclusief subsidies, bruto-exploitatieoverschot en gemengd inkomen van de totale economie).