Overheid; ontvangen belastingen 1995-2017

Overheid; ontvangen belastingen 1995-2017

Sectoren Perioden Belastingen: afzonderlijk Totaal belastingen (mln euro) Belastingen: afzonderlijk BTW (Belasting over toegevoegde waarde) (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Loon- en inkomstenbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Vennootschapsbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Accijnzen (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Verbruiksbel. op milieugrondslag (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Milieuheffingen (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Motorrijtuigenbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk BPM (Bel. personenauto's en motorrijw.) (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Overdrachtsbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Onroerendezaakbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Dividendbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Vermogensheffingen (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Assurantiebelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Kansspelbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Bankenbelasting (incl. resolutieheffing) (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Verhuurderheffing (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Loonkostenheffing (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Overige belastingen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Totaal belast. op productie en invoer (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Totaal productgebonden belastingen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen BTW (Belasting over toegevoegde waarde) (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Totaal accijnzen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Benzineaccijns (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Accijns op overige minerale oliën (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Tabakaccijns (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Alcoholaccijns (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Bieraccijns (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Wijnaccijns e.a. mousserende dranken (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Overige accijnzen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Verbruiksbel. op alcoholvrije dranken (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Belastingen op milieugrondslag (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen BPM (Bel.op personenauto's en motorrijw) (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Kansspelbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Overdrachtsbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Assurantiebelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Kapitaalbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Voorraadheffing aardolieprodukten (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Totaal niet-productgebonden belastingen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Onroerendezaakbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Motorrijtuigenbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Milieuheffingen Totaal milieuheffingen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Milieuheffingen Rioolrechten (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Milieuheffingen Heffingen op waterverontreiniging (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Milieuheffingen Omslagheffing waterschappen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Milieuheffingen Overige milieuheffingen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Bankenbelasting (incl. resolutieheffing) (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Verhuurderheffing (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Loonkostenheffing (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen PBO-heffingen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Inschrijfgelden Kamer van Koophandel (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Toeristenbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Niet-productgebonden - overig (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Totaal belast. op inkomen en vermogen (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Totaal belastingen op inkomen (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Vennootschapsbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Loonbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Inkomstenbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Dividendbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Kansspelbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Totaal belastingen op vermogen (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Onroerendezaakbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Vermogensbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Motorrijtuigenbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Milieuheffingen Totaal milieuheffingen (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Milieuheffingen Rioolrechten (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Milieuheffingen Heffingen op waterverontreiniging (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Milieuheffingen Omslagheffing waterschappen (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Overige belastingen inkomen en vermogen (mln euro) Vermogensheffingen (mln euro)
Overheid 2010 1e kwartaal 33.681 9.653 10.018 3.860 2.638 1.442 995 1.272 627 658 729 638 357 327 102 123 242 17.108 15.456 9.653 2.638 966 844 572 96 86 65 9 35 1.442 627 51 658 327 0 25 1.652 729 247 408 52 81 173 102 123 43 40 33 29 16.216 14.567 3.860 10.122 -104 638 51 1.649 7 1.025 587 277 203 107 30 357
Overheid 2010 2e kwartaal 37.493 10.628 13.595 3.196 2.899 910 986 1.266 546 693 746 995 397 186 110 142 198 17.657 15.987 10.628 2.899 1.055 936 644 77 108 72 7 45 910 546 55 693 186 0 25 1.670 746 246 397 51 80 174 92 142 42 39 32 26 19.439 17.841 3.196 12.988 607 995 55 1.598 7 1.020 589 279 202 108 -18 397
Overheid 2010 3e kwartaal 31.249 9.845 10.072 2.016 2.739 828 981 1.266 528 685 789 460 430 160 102 73 275 16.537 14.900 9.845 2.739 1.019 879 605 69 103 58 6 39 828 528 51 685 160 0 25 1.637 789 245 390 52 79 176 83 73 42 39 34 25 14.282 12.599 2.016 9.895 177 460 51 1.683 5 1.021 591 281 201 109 66 430
Overheid 2010 4e kwartaal 40.789 12.528 14.493 3.710 2.844 1.426 951 1.256 395 749 782 307 533 188 128 271 228 20.059 18.256 12.528 2.844 1.027 933 616 89 92 79 8 37 1.426 395 64 749 188 0 25 1.803 782 238 383 51 79 172 81 271 42 39 32 16 20.197 18.574 3.710 13.097 1.396 307 64 1.623 4 1.018 568 261 202 105 33 533
Overheid 2010 143.212 42.654 48.178 12.782 11.120 4.606 3.913 5.060 2.096 2.785 3.046 2.400 1.717 861 442 609 943 71.361 64.599 42.654 11.120 4.067 3.592 2.437 331 389 274 30 156 4.606 2.096 221 2.785 861 0 100 6.762 3.046 976 1.578 206 319 695 358 609 169 157 131 96 70.134 63.581 12.782 46.102 2.076 2.400 221 6.553 23 4.084 2.335 1.098 808 429 111 1.717
Centrale overheid 2010 1e kwartaal 31.606 9.653 10.018 3.860 2.638 1.442 104 916 627 658 638 357 327 102 123 143 15.928 15.456 9.653 2.638 966 844 572 96 86 65 9 35 1.442 627 51 658 327 0 25 472 177 104 6 98 123 43 25 15.321 14.567 3.860 10.122 -104 638 51 754 7 739 8 357
Centrale overheid 2010 2e kwartaal 35.405 10.628 13.595 3.196 2.899 910 93 910 546 693 995 398 186 110 142 104 16.463 15.987 10.628 2.899 1.055 936 644 77 108 72 7 45 910 546 55 693 186 0 25 476 176 93 5 88 142 42 23 18.544 17.841 3.196 12.988 607 995 55 703 7 734 -38 398
Centrale overheid 2010 3e kwartaal 29.107 9.845 10.072 2.016 2.739 828 84 909 528 685 460 432 160 102 73 174 15.291 14.900 9.845 2.739 1.019 879 605 69 103 58 6 39 828 528 51 685 160 0 25 391 175 84 5 79 73 42 17 13.384 12.599 2.016 9.895 177 460 51 785 5 734 46 432
Centrale overheid 2010 4e kwartaal 38.680 12.528 14.493 3.710 2.844 1.426 84 893 395 749 307 534 188 128 271 130 18.836 18.256 12.528 2.844 1.027 933 616 89 92 79 8 37 1.426 395 64 749 188 0 25 580 172 84 6 78 271 42 11 19.310 18.574 3.710 13.097 1.396 307 64 736 4 721 11 534
Centrale overheid 2010 134.798 42.654 48.178 12.782 11.120 4.606 365 3.628 2.096 2.785 2.400 1.721 861 442 609 551 66.518 64.599 42.654 11.120 4.067 3.592 2.437 331 389 274 30 156 4.606 2.096 221 2.785 861 0 100 1.919 700 365 22 343 609 169 76 66.559 63.581 12.782 46.102 2.076 2.400 221 2.978 23 2.928 27 1.721
Rijk 2010 1e kwartaal 31.538 9.653 10.018 3.860 2.638 1.442 104 916 627 658 638 357 327 102 123 75 15.860 15.456 9.653 2.638 966 844 572 96 86 65 9 35 1.442 627 51 658 327 0 25 404 177 104 6 98 123 0 15.321 14.567 3.860 10.122 -104 638 51 754 7 739 8 357
Rijk 2010 2e kwartaal 35.340 10.628 13.595 3.196 2.899 910 93 910 546 693 995 398 186 110 142 39 16.398 15.987 10.628 2.899 1.055 936 644 77 108 72 7 45 910 546 55 693 186 0 25 411 176 93 5 88 142 0 18.544 17.841 3.196 12.988 607 995 55 703 7 734 -38 398
Rijk 2010 3e kwartaal 29.048 9.845 10.072 2.016 2.739 828 84 909 528 685 460 432 160 102 73 115 15.232 14.900 9.845 2.739 1.019 879 605 69 103 58 6 39 828 528 51 685 160 0 25 332 175 84 5 79 73 0 13.384 12.599 2.016 9.895 177 460 51 785 5 734 46 432
Rijk 2010 4e kwartaal 38.627 12.528 14.493 3.710 2.844 1.426 84 893 395 749 307 534 188 128 271 77 18.783 18.256 12.528 2.844 1.027 933 616 89 92 79 8 37 1.426 395 64 749 188 0 25 527 172 84 6 78 271 0 19.310 18.574 3.710 13.097 1.396 307 64 736 4 721 11 534
Rijk 2010 134.553 42.654 48.178 12.782 11.120 4.606 365 3.628 2.096 2.785 2.400 1.721 861 442 609 306 66.273 64.599 42.654 11.120 4.067 3.592 2.437 331 389 274 30 156 4.606 2.096 221 2.785 861 0 100 1.674 700 365 22 343 609 0 66.559 63.581 12.782 46.102 2.076 2.400 221 2.978 23 2.928 27 1.721
Overige centrale overheid 2010 1e kwartaal 68 68 68 68 43 25
Overige centrale overheid 2010 2e kwartaal 65 65 65 65 42 23
Overige centrale overheid 2010 3e kwartaal 59 59 59 59 42 17
Overige centrale overheid 2010 4e kwartaal 53 53 53 53 42 11
Overige centrale overheid 2010 245 245 245 245 169 76
Lokale overheid 2010 1e kwartaal 2.075 891 356 729 0 99 1.180 1.180 729 70 304 52 75 173 4 40 33 4 895 895 286 587 277 203 107 22 0
Lokale overheid 2010 2e kwartaal 2.088 893 356 746 -1 94 1.194 1.194 746 70 304 51 75 174 4 39 32 3 895 895 286 589 279 202 108 20 -1
Lokale overheid 2010 3e kwartaal 2.142 897 357 789 -2 101 1.246 1.246 789 70 306 52 74 176 4 39 34 8 898 898 287 591 281 201 109 20 -2
Lokale overheid 2010 4e kwartaal 2.109 867 363 782 -1 98 1.223 1.223 782 66 299 51 73 172 3 39 32 5 887 887 297 568 261 202 105 22 -1
Lokale overheid 2010 8.414 3.548 1.432 3.046 -4 392 4.843 4.843 3.046 276 1.213 206 297 695 15 157 131 20 3.575 3.575 1.156 2.335 1.098 808 429 84 -4
Gemeenten 2010 1e kwartaal 1.117 329 729 0 59 818 818 729 52 52 33 4 299 299 277 277 22 0
Gemeenten 2010 2e kwartaal 1.130 330 746 -1 55 832 832 746 51 51 32 3 299 299 279 279 20 -1
Gemeenten 2010 3e kwartaal 1.182 333 789 -2 62 883 883 789 52 52 34 8 301 301 281 281 20 -2
Gemeenten 2010 4e kwartaal 1.152 312 782 -1 59 870 870 782 51 51 32 5 283 283 261 261 22 -1
Gemeenten 2010 4.581 1.304 3.046 -4 235 3.403 3.403 3.046 206 206 131 20 1.182 1.182 1.098 1.098 84 -4
Overige lokale overheid 2010 1e kwartaal 958 562 356 40 362 362 70 252 75 173 4 40 596 596 286 310 203 107
Overige lokale overheid 2010 2e kwartaal 958 563 356 39 362 362 70 253 75 174 4 39 596 596 286 310 202 108
Overige lokale overheid 2010 3e kwartaal 960 564 357 39 363 363 70 254 74 176 4 39 597 597 287 310 201 109
Overige lokale overheid 2010 4e kwartaal 957 555 363 39 353 353 66 248 73 172 3 39 604 604 297 307 202 105
Overige lokale overheid 2010 3.833 2.244 1.432 157 1.440 1.440 276 1.007 297 695 15 157 2.393 2.393 1.156 1.237 808 429
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de belastingopbrengsten van de overheid, per belasting. Onder overheid wordt hier verstaan de sector overheid volgens de definitie die in Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010) wordt gebruikt. De gepresenteerde gegevens sluiten aan bij de publicaties over de Nationale rekeningen. De gebruikte begrippen sluiten aan bij de Nationale rekeningen. De Nationale rekeningen zijn gebaseerd op de internationale definities van het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010).

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaarcijfers van 1995 tot en met 2017, kwartaalcijfers van 2008 tot en met 2017.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel hebben voor de periode 1995-2014 de status definitief. De kwartalen van 2015 hebben de status voorlopig. De jaarcijfers van 2015 hebben de status definitief. De cijfers van 2016 en 2017 hebben de status voorlopig.
Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 29 juni 2018:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door Overheid; ontvangen belastingen en sociale premies. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Belastingen: afzonderlijk
Verplichte betalingen, zonder dat hier een direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat, die door de nationale overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd.
De belastingen worden onderverdeeld in:
- belastingen op productie en invoer;
- belastingen op inkomen en vermogen;
- vermogensheffingen.
Totaal belastingen
Verplichte betalingen, zonder dat hier een direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat, die door de nationale overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd.
De belastingen worden onderverdeeld in:
- belastingen op productie en invoer;
- belastingen op inkomen en vermogen;
- vermogensheffingen.
BTW (Belasting over toegevoegde waarde)
Een productgebonden belasting, die op de verschillende momenten van levering door producenten wordt geïnd en uiteindelijk volledig ten laste komt van de eindgebruikers.

Producenten dragen alleen het verschil af tussen de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op hun verkopen en de btw op hun aankopen.
Loon- en inkomstenbelasting
Loonbelasting:
Belasting die door de werkgever wordt ingehouden op het loon van de werknemer, als onderdeel van de loonheffing. De werkgever draagt deze belasting vervolgens af aan de overheid en doet daarvoor maandelijks aangifte.
Inkomstenbelasting:
Een belasting op inkomen. Bij de bron ingehouden belastingen op inkomen, zoals loonbelastingen en regelmatige voorschotten op de inkomstenbelasting, kunnen worden geregistreerd in de periode waarin ze worden betaald, terwijl eindafrekeningen kunnen worden geregistreerd in de periode waarin de belastingverplichting is vastgesteld. Inkomstenbelasting is verschuldigd over het belastbaar inkomen uit werk en woning en uit sparen en beleggen.
Vennootschapsbelasting
Belasting die wordt geheven over de winst van ondernemingen. De vennootschapsbelasting wordt gerekend tot de belastingen op inkomen.
Accijnzen
Productgebonden belastingen op productie. Voorbeelden zijn accijnzen op benzine, tabak en alcohol. De accijnzen zijn verschuldigd over de uitslag (levering, verkoop) en de invoer van de betreffende producten.
Verbruiksbel. op milieugrondslag
Verbruiksbelasting op milieugrondslag.
Verzamelnaam voor de productgebonden belastingen: belastingen op grondwater, leidingwater, afvalstoffen, brandstoffen en de energie en de niet-productgebonden belasting verpakkingsbelasting. In 2008 en 2009 maakte de vliegbelasting deel uit van de verbruiksbelasting op milieugrondslag. In 2010 werd de vliegbelasting afgeschaft.
Vanaf 2013 is de heffing opslag duurzame energie (ODE) ingevoerd. De ODE wordt net als de energiebelasting op het verbruik van elektriciteit en aardgas geheven. Met de opbrengsten van de ODE wordt de productie van duurzame energie gestimuleerd.
Milieuheffingen
Heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd. Milieuheffingen is de verzamelnaam voor de volgende belastingen: rioolrechten, waterverontreinigingsheffing, omslagheffing waterschappen, geluidhinder grondwaterbelasting en heffing nazorg stortplaatsen. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de milieuheffingen door huishoudens betaald maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Motorrijtuigenbelasting
Belasting voor het bezit van een motorrijtuig. Motorrijtuigenbelasting wordt betaald voor een personenauto, bestelbus, motorrijwiel of vrachtauto. Als de motorrijtuigenbelasting door bedrijven (producenten) wordt betaald wordt ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen. Wordt de motorrijtuigenbelasting door huishoudens (consumenten) betaald maakt ze deel uit van de belastingen op vermogen.
BPM (Bel. personenauto's en motorrijw.)
Belastingen op personenauto's en motorrijwielen.
De belasting op personenauto's, bestelauto's en motorrijwielen (BPM) is verschuldigd als er een nieuw voertuig in Nederland wordt gekocht. De importeur van het voertuig zorgt voor de aangifte en de betaling van de BPM. De BPM wordt gerekend tot de productgebonden belastingen.
Overdrachtsbelasting
Belasting die geheven wordt bij de overdracht van bestaande onroerende zaken. Overdrachtsbelasting wordt gerekend tot de productgebonden belastingen.
Onroerendezaakbelasting
Belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken.

Het deel van de onroerendezaakbelasting op woningen dat is betaald door bewoners, wordt gerekend tot de belastingen op vermogen. Het deel dat is betaald door exploitanten van woningen, waartoe ook de eigen-huis eigenaren behoren, wordt beschouwd als niet-productgebonden belastingen. De onroerendezaakbelasting betaald door bewoners is per 1 januari 2006 afgeschaft.
Dividendbelasting
Belasting die wordt geheven over de opbrengst van aandelen en winstbewijzen. Een vennootschap die dividend uitkeert, is verplicht de dividendbelasting in te houden en te betalen aan de Belastingdienst. Samen met de vennootschapsbelasting vormt de dividendbelasting het grootste deel van de belasting op inkomen en vermogen van vennootschappen. Beide belastingen hebben de winst van vennootschappen als grondslag.
Vermogensheffingen
Verplichte, niet-periodieke betalingen aan de overheid, die gebaseerd zijn op het vermogen van de belastingplichtigen. In de praktijk gaat het hierbij bijna altijd om successierechten. De vermogensbelasting wordt niet tot de vermogensheffingen gerekend. Deze wordt namelijk periodiek geheven en wordt daarom gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen.
Assurantiebelasting
Belasting op verzekeringen waarvan het risico in Nederland ligt. De belastingplichtige voor de assurantiebelasting is de verstrekker van de verzekering. Assurantiebelasting is een productgebonden belasting.
Kansspelbelasting
De kansspelbelasting wordt betaald door casino's en de winnaars van prijzen in loterijen. De kansspelbelasting die door casino's wordt betaald wordt geboekt als een productgebonden belasting. De kansspelbelasting die door de winnaars van prijzen wordt betaald wordt geboekt als een belasting op inkomen.
Bankenbelasting (incl. resolutieheffing)
Bankenbelasting (inclusief resolutieheffing).

De bankenbelasting is een belasting op ongedekte schulden van de banken.
De resolutieheffing is een eenmalige heffing op de onder het Nederlandse depositogarantiestelsel gegarandeerde deposito's van banken.
De bankenbelasting en de resolutieheffing worden gerekend tot de niet-productgebonden belastingen.
De bankenbelasting wordt geheven vanaf 2012.
De resolutieheffing is een eenmalige heffing in 2014.
Verhuurderheffing
Belasting voor verhuurders over de waarde van de huurwoningen. Voorwaarde is dat voor deze huurwoningen huurtoeslag kan worden toegekend.

De Verhuurderheffing wordt gerekend tot de niet-productgebonden belastingen.
De Verhuurderheffing wordt geheven vanaf 2013.
Loonkostenheffing
De loonbelasting die door de werkgever wordt ingehouden op het loon van de werknemer wordt gerekend tot de belastingen op inkomen, vermogen, enz. Over bepaalde vormen van loon wordt de loonbelasting echter geheven in de vorm van een zogenaamde eindheffing (loonkostenheffing). De loonbelasting wordt in dit geval niet ingehouden op het loon van de werknemer maar komt voor rekening van de werkgever. Loon waarop de werkgever eindheffing toepast, hoort niet (meer) tot het loon van de werknemer en hoort dus ook niet tot zijn verzamelinkomen voor de inkomstenbelasting. De eindheffingen worden niet door werknemers betaald maar door werkgevers. Voorbeelden zijn de heffing op spaarloon (tot 2012) en heffingen op (kerst)geschenken. De tijdelijke cisisheffing op hoge lonen die werkgevers in 2013 en 2014 moeten betalen valt ook onder de loonkostenheffingen.
Overige belastingen
Hieronder zijn de volgende belastingen opgenomen: Verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken, kapitaalbelasting, voorraadheffing aardolieproducten, PBO-heffingen, Inschrijfgelden Kamers van Koophandel, Toeristenbelasting, Niet-productgebonden belastingen overig en de overige belastingen op inkomen en vermogen.
Belastingen op productie en invoer
Totaal belastingen op productie en invoer.
Verplichte betalingen aan de overheid en de Europese Unie (EU) die verband houden met productie en invoer en met het gebruik van productiefactoren. Deze belastingen worden onderscheiden in productgebonden belastingen en niet-productgebonden belastingen. Deze belastingen hebben betrekking op alle door producenten aan de overheid en de EU betaalde belastingen, met uitzondering van de belastingen over de winst. Zij worden geregistreerd volgens het bestemmingscriterium. Belastingen die door de centrale overheid worden geïnd ten behoeve van de lokale overheid of de EU worden dus niet geboekt bij de centrale overheid.
Totaal belast. op productie en invoer
Totaal belastingen op productie en invoer.
Verplichte betalingen aan de overheid en de Europese Unie (EU) die verband houden met productie en invoer en met het gebruik van productiefactoren. Deze belastingen worden onderscheiden in productgebonden belastingen en niet-productgebonden belastingen. Deze belastingen hebben betrekking op alle door producenten aan de overheid en de EU betaalde belastingen, met uitzondering van de belastingen over de winst. Zij worden geregistreerd volgens het bestemmingscriterium. Belastingen die door de centrale overheid worden geïnd ten behoeve van de lokale overheid of de EU worden dus niet geboekt bij de centrale overheid.
Productgebonden belastingen
Belastingen en subsidies waarbij het te betalen of te ontvangen bedrag afhankelijk is van de hoeveelheid goederen die werd geproduceerd of verhandeld.
Totaal productgebonden belastingen
Belastingen en subsidies waarbij het te betalen of te ontvangen bedrag afhankelijk is van de hoeveelheid goederen die werd geproduceerd of verhandeld.
BTW (Belasting over toegevoegde waarde)
Een productgebonden belasting, die op de verschillende momenten van levering door producenten wordt geïnd en uiteindelijk volledig ten laste komt van de eindgebruikers.

Producenten dragen alleen het verschil af tussen de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op hun verkopen en de btw op hun aankopen.
Accijnzen
Productgebonden belastingen op productie. Voorbeelden zijn accijnzen op benzine, tabak en alcohol. De accijnzen zijn verschuldigd over de uitslag (levering, verkoop) en de invoer van de betreffende producten.
Totaal accijnzen
Productgebonden belastingen op productie. Voorbeelden zijn accijnzen op benzine, tabak en alcohol. De accijnzen zijn verschuldigd over de uitslag (levering, verkoop) en de invoer van de betreffende producten.
Benzineaccijns
Accijns op benzine.

Benzine is een mengsel van koolwaterstoffen dat ontstaat bij de destillatie van ruwe aardolie. Het wordt vooral gebruikt als brandstof voor benzinemotoren en als oplos- en schoonmaakmiddel.
Accijns op overige minerale oliën
Accijns op petroleum (halfzware olie), diesel (gasolie), zware stookolie, LPG ( vloeibaar gemaakt petroleumgas) en methaan.
Tabakaccijns
Accijns op sigaren, sigaretten en dergelijke.
Alcoholaccijns
Accijns op alcohol.

Alcohol is een helder, kleurloos, brandbaar distillatieproduct, afgeleid van koolwaterstof.
Bieraccijns
Accijns op bier.
Wijnaccijns e.a. mousserende dranken
Accijns op wijn en andere mousserende dranken.
Overige accijnzen
Accijnzen op alcoholvrije dranken en suiker.
Verbruiksbel. op alcoholvrije dranken
Verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken.
Productgebonden belasting op frisdranken, vruchtensappen, mineraalwater en siropen en op pruim- en snuiftabak. Deze belasting is verschuldigd over de uitslag (levering, verkoop) en de invoer van deze producten.
Belastingen op milieugrondslag
Belastingen op milieugrondslag (inclusief opslag duurzame energie).
Verzamelnaam voor de productgebonden belastingen: belastingen op grondwater, leidingwater, afvalstoffen, brandstoffen en de energie en de niet-productgebonden belasting verpakkingsbelasting. In 2008 en 2009 maakte de vliegbelasting deel uit van de verbruiksbelasting op milieugrondslag. In 2010 werd de vliegbelasting afgeschaft. Vanaf 2013 is de heffing opslag duurzame energie (ODE) ingevoerd. De ODE wordt net als de energiebelasting op het verbruik van elektriciteit en aardgas geheven. Met de opbrengsten van de ODE wordt de productie van duurzame energie gestimuleerd.
BPM (Bel.op personenauto's en motorrijw)
Belastingen op personenauto's en motorrijwielen.
De belasting op personenauto's, bestelauto's en motorrijwielen (BPM) is verschuldigd als er een nieuw voertuig in Nederland wordt gekocht. De importeur van het voertuig zorgt voor de aangifte en de betaling van de BPM. De BPM wordt gerekend tot de productgebonden belastingen. Eenmalige belasting die wordt geheven van degene die een voertuig (personenauto, bestelauto, motorrijwiel) als eerste op zijn naam laat registreren bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer.
Kansspelbelasting
De kansspelbelasting wordt betaald door casino's en de winnaars van prijzen in loterijen. De kansspelbelasting die door casino's wordt betaald wordt geboekt als een productgebonden belasting. De kansspelbelasting die door de winnaars van prijzen wordt betaald wordt geboekt als een belasting op inkomen.
Overdrachtsbelasting
Belasting die geheven wordt bij de overdracht van bestaande onroerende zaken. Overdrachtsbelasting wordt gerekend tot de productgebonden belastingen.
Assurantiebelasting
Belasting op verzekeringen waarvan het risico in Nederland ligt. De belastingplichtige voor de assurantiebelasting is de verstrekker van de verzekering. Assurantiebelasting is een productgebonden belasting.
Kapitaalbelasting
De kapitaalbelasting is een belasting die wordt geheven bij de oprichting van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV). Ook als in een BV extra aandelen worden uitgegeven moet er kapitaalsbelasting worden betaald. De kapitaalbelasting wordt gerekend tot de productgebonden belastingen.
Voorraadheffing aardolieprodukten
De voorraadheffing aardolieolieproducten wordt geheven op alle minerale oliën, behalve zware stookolie.
Met deze heffing wordt aanleg en beheer van strategische aardolieproducten gefinancierd.
Niet-productgebonden belastingen
Een belasting is niet-productgebonden als de hoogte van de belasting los staat van de waarde of de hoeveelheid van de geproduceerde of verkochte goederen.
Totaal niet-productgebonden belastingen
Een belasting is niet-productgebonden als de hoogte van de belasting los staat van de waarde of de hoeveelheid van de geproduceerde of verkochte goederen.
Onroerendezaakbelasting
Belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Het deel van de onroerendezaakbelasting op woningen dat is betaald door exploitanten van woningen, waartoe ook de eigen-huis eigenaren behoren, wordt beschouwd als niet-productgebonden belastingen. Het deel dat is betaald door bewoners, wordt gerekend tot de belastingen op vermogen. De onroerendezaakbelasting betaald door bewoners is per 1 januari 2006 afgeschaft.
Motorrijtuigenbelasting
Motorrijtuigenbelasting wordt betaald voor het bezit van een motorrijtuig. Motorrijtuigenbelasting wordt betaald voor een personenauto, bestelbus, motorrijwiel of vrachtauto. Als de motorrijtuigenbelasting door bedrijven (producenten) wordt betaald wordt ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen. Wordt de motorrijtuigenbelasting door huishoudens (consumenten) betaald maakt ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Milieuheffingen
Heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd. Milieuheffingen is de verzamelnaam voor de volgende belastingen: rioolrechten, waterverontreinigingsheffing, omslagheffing waterschappen, geluidhinder grondwaterbelasting en heffing nazorg stortplaatsen. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de milieuheffingen door huishoudens betaald maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Totaal milieuheffingen
Heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd. Milieuheffingen is de verzamelnaam voor de volgende belastingen: rioolrechten, waterverontreinigingsheffing, omslagheffing waterschappen, geluidhinder grondwaterbelasting en heffing nazorg stortplaatsen. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de milieuheffingen door huishoudens betaald maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Rioolrechten
Belasting die wordt geheven om onderhoud en vernieuwing van het riool te kunnen bekostigen. Rioolrechten moeten worden betaald door gebruikers van een onroerend goed van waaruit afvalwater wordt afgevoerd via het rioolnetwerk. De rioolrechten worden tot de milieuheffingen gerekend. Als de rioolrechten worden betaald door bedrijven zijn ze onderdeel van de niet-productgebonden belastingen. Als de rioolrechten worden betaald door huishoudens maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Heffingen op waterverontreiniging
Deze heffing moet worden betaald voor het lozen van afvalwater op het riool. De heffing wordt gebruikt ter financiering van de kosten voor de zuivering van afvalwater door de waterschappen. De heffingen op waterverontreiniging worden tot de milieuheffingen gerekend. Als deze heffing wordt betaald door bedrijven is ze onderdeel van de niet-productgebonden belastingen. Als de heffing wordt betaald door huishoudens maakt ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Omslagheffing waterschappen
Belastingen die worden geïnd door de waterschappen. De waterschappen financieren hiermee uitgaven aan hun traditionele taken op het terrein van de waterkwantiteit, zoals waterbeheersing, waterkering en het beheer van vaarwegen.

Naast de omslagheffing innen de waterschappen heffingen op waterverontreiniging. Daarmee financieren zij de taken op het terrein van de waterkwaliteit. De heffingen op waterverontreiniging worden tot de milieuheffingen gerekend. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de omslag heffingen door huishoudens betaald (ingezetenenomslag) maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Overige milieuheffingen
De grondwaterheffing, geluidsheffing burgerluchtvaart en de emissierechten. Milieuheffingen worden gerekend tot de niet-productgebonden belastingen.
Bankenbelasting (incl. resolutieheffing)
Bankenbelasting (inclusief resolutieheffing).
De bankenbelasting is een belasting op ongedekte schulden van de banken.
De resolutieheffing is een eenmalige heffing op de onder het Nederlandse depositogarantiestelsel gegarandeerde deposito’s van banken. De bankenbelasting en de resolutieheffing worden gerekend tot de niet-productgebonden belastingen.
De bankenbelasting wordt geheven vanaf 2012.
De resolutieheffing is een eenmalige heffing in 2014.
Verhuurderheffing
Belasting voor verhuurders over de waarde van de huurwoningen. Voorwaarde is dat voor deze huurwoningen huurtoeslag kan worden toegekend.

De Verhuurderheffing wordt gerekend tot de niet-productgebonden belastingen.
De Verhuurderheffing wordt geheven vanaf 2013.
Loonkostenheffing
De loonbelasting die door de werkgever wordt ingehouden op het loon van de werknemer wordt gerekend tot de belastingen op inkomen, vermogen, enz. Over bepaalde vormen van loon wordt de loonbelasting echter geheven in de vorm van een zogenaamde eindheffing (loonkostenheffing). De loonbelasting wordt in dit geval niet ingehouden op het loon van de werknemer maar komt voor rekening van de werkgever. Loon waarop de werkgever eindheffing toepast, hoort niet (meer) tot het loon van de werknemer en hoort dus ook niet tot zijn verzamelinkomen voor de inkomstenbelasting. De eindheffingen worden niet door werknemers betaald maar door werkgevers. Voorbeelden zijn de heffing op spaarloon (tot 2012) en heffingen op (kerst)geschenken. De tijdelijke cisisheffing op hoge lonen die werkgevers in 2013 en 2014 moeten betalen valt ook onder de loonkostenheffingen.
PBO-heffingen
Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO) is de verzamelnaam voor de Product- en (hoofd)bedrijfschappen. Door middel van deze product- en bedrijfsschappen worden de belangen van de betreffende sector behartigen. Hiervoor leggen de schappen verplichte heffingen op aan de bedrijven in de desbetreffende sector.
Inschrijfgelden Kamer van Koophandel
Ondernemers zijn verplicht om zich in te laten schrijven bij de Kamers van Koophandel. Afhankelijk van de grootte en rechtsvorm betalen ondernemers voor deze inschrijving een wettelijk vastgestelde heffing.
Toeristenbelasting
De toeristenbelasting wordt door de gemeenten geheven. Belastingplichtigen zijn degenen(hoteleigenaren, appartementhouders) die gelegenheid tot verblijf bieden aan personen die niet in de gemeente ingeschreven staan.
Niet-productgebonden - overig
Hieronder vallen een aantal kleinere belastingen.
Belastingen op inkomen en vermogen
Totaal belastingen op inkomen en vermogen.
Belastingen op inkomen en vermogen zijn alle verplichte betalingen die regelmatig door de overheid over het inkomen en vermogen van bedrijven en huishoudens worden geheven. Bij vennootschappen is dit met name de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting. Deze belastingen hebben als grondslag de winst van vennootschappen. De belangrijkste belasting op inkomen betaald door huishoudens is de loon- en inkomstenbelasting. Alle belastingen die huishoudens afdragen in hun hoedanigheid van consument worden gerekend tot belastingen op inkomen en vermogen. Zo wordt het deel van de onroerendezaakbelasting op woningen dat is betaald door bewoners, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen. Het deel dat is betaald door exploitanten van woningen, waartoe ook de eigen-huis eigenaren behoren, wordt beschouwd als niet-productgebonden belastingen. Enkele belastingsoorten die bij producenten gerekend worden tot belastingen op productie en invoer worden bij huishoudens, in hun hoedanigheid van consument, beschouwd als belastingen op inkomen en vermogen. Zo is de motorrijtuigenbelasting op auto's die privé worden gebruikt, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen. Niet-periodieke heffingen, zoals de successierechten, zijn als vermogensheffingen (kapitaaloverdrachten) aangemerkt.
Totaal belast. op inkomen en vermogen
Totaal belastingen op inkomen en vermogen.
Belastingen op inkomen en vermogen zijn alle verplichte betalingen die regelmatig door de overheid over het inkomen en vermogen van bedrijven en huishoudens worden geheven. Bij vennootschappen is dit met name de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting. Deze belastingen hebben als grondslag de winst van vennootschappen. De belangrijkste belasting op inkomen betaald door huishoudens is de loon- en inkomstenbelasting. Alle belastingen die huishoudens afdragen in hun hoedanigheid van consument worden gerekend tot belastingen op inkomen en vermogen. Zo wordt het deel van de onroerendezaakbelasting op woningen dat is betaald door bewoners, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen. Het deel dat is betaald door exploitanten van woningen, waartoe ook de eigen-huis eigenaren behoren, wordt beschouwd als niet-productgebonden belastingen. Enkele belastingsoorten die bij producenten gerekend worden tot belastingen op productie en invoer worden bij huishoudens, in hun hoedanigheid van consument, beschouwd als belastingen op inkomen en vermogen. Zo is de motorrijtuigenbelasting op auto's die privé worden gebruikt, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen. Niet-periodieke heffingen, zoals de successierechten, zijn als vermogensheffingen (kapitaaloverdrachten) aangemerkt.
Belastingen op inkomen
Hieronder vallen: de vennootschapsbelasting, loonbelasting, inkomstenbelasting, dividendbelasting, kansspelbelasting en eenmalige ontvangsten in verband met de liquidatie van houdstermaatschappijen.
Totaal belastingen op inkomen
Hieronder vallen: de vennootschapsbelasting, loonbelasting, inkomstenbelasting, dividendbelasting, kansspelbelasting en eenmalige ontvangsten in verband met de liquidatie van houdstermaatschappijen.
Vennootschapsbelasting
Belasting die wordt geheven over de winst van ondernemingen. De vennootschapsbelasting wordt gerekend tot de belastingen op inkomen.
Loonbelasting
Belasting die door de werkgever wordt ingehouden op het loon van de werknemer, als onderdeel van de loonheffing. De werkgever draagt deze belasting vervolgens af aan de overheid en doet daarvoor maandelijks aangifte.
Inkomstenbelasting
Een belasting op inkomen. Bij de bron ingehouden belastingen op inkomen, zoals loonbelastingen en regelmatige voorschotten op de inkomstenbelasting, kunnen worden geregistreerd in de periode waarin ze worden betaald, terwijl eindafrekeningen kunnen worden geregistreerd in de periode waarin de belastingverplichting is vastgesteld. Inkomstenbelasting is verschuldigd over het belastbaar inkomen uit werk en woning en uit sparen en beleggen.
Dividendbelasting
Belasting die wordt geheven over de opbrengst van aandelen en winstbewijzen. Een vennootschap die dividend uitkeert, is verplicht de dividendbelasting in te houden en te betalen aan de Belastingdienst. Samen met de vennootschapsbelasting vormt de dividendbelasting het grootste deel van de belasting op inkomen en vermogen van vennootschappen. Beide belastingen hebben de winst van vennootschappen als grondslag. De behandeling van de dividendbelasting vloeit voort uit de brutoregistratie van dividend, dat wil zeggen inclusief dividendbelasting. Dit betekent dat de dividendbelasting geboekt dient te worden bij de sector die het dividend ontvangt. Dit heeft tot gevolg dat er ook dividendbelasting aan het buitenland wordt betaald en uit het buitenland wordt ontvangen.
Kansspelbelasting
Wordt betaald door casino's en de winnaars van prijzen in loterijen. De kansspelbelasting die door de winnaars van prijzen wordt betaald wordt geboekt als een belasting op inkomen. De kansspelbelasting die door casino's wordt betaald wordt geboekt als een productgebonden belasting
Belastingen op vermogen
Hieronder worden gerekend belastingen op kapitaal, bestaande uit periodieke belastingen op het eigendom of het gebruik van grond of onroerende goederen door de eigenaars ervan. Voorbeeld voor belastingen op vermogen zijn de motorrijtuigenbelastingen betaald door consumenten en de rioolrechten betaald door consumenten.
Totaal belastingen op vermogen
Hieronder worden gerekend belastingen op kapitaal, bestaande uit periodieke belastingen op het eigendom of het gebruik van grond of onroerende goederen door de eigenaars ervan. Voorbeeld voor belastingen op vermogen zijn de motorrijtuigenbelastingen betaald door consumenten en de rioolrechten betaald door consumenten.
Onroerendezaakbelasting
Belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Het deel van de onroerendezaakbelasting op woningen dat is betaald door bewoners, wordt gerekend tot de belastingen op vermogen. Het deel dat is betaald door exploitanten van woningen, waartoe ook de eigen-huis eigenaren behoren, wordt beschouwd als niet-productgebonden belastingen. De onroerendezaakbelasting betaald door bewoners is per 1 januari 2006 afgeschaft.
Vermogensbelasting
Deze belasting is per 1 januari 2001 opgegaan in de inkomstenbelasting. De vermogensbelasting wordt nu als vermogensrendementsheffing geheven via box 3 (inkomen uit sparen en beleggen) van de inkomstenbelasting.
Motorrijtuigenbelasting
Belasting voor het bezit van een motorrijtuig. Motorrijtuigenbelasting wordt betaald voor een personenauto, bestelbus, motorrijwiel of vrachtauto. Als de motorrijtuigenbelasting door bedrijven wordt betaald wordt ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen. Wordt de motorrijtuigenbelasting door huishoudens betaald maakt ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Milieuheffingen
Heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd. Milieuheffingen is de verzamelnaam voor de volgende belastingen: rioolrechten, waterverontreinigingsheffing, omslagheffing waterschappen, geluidhinder burgerluchtvaart, grondwaterbelasting en heffing nazorg stortplaatsen. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de milieuheffingen door huishoudens betaald maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Totaal milieuheffingen
Heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd. Milieuheffingen is de verzamelnaam voor de volgende belastingen: rioolrechten, waterverontreinigingsheffing, omslagheffing waterschappen, geluidhinder burgerluchtvaart, grondwaterbelasting en heffing nazorg stortplaatsen. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de milieuheffingen door huishoudens betaald maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Rioolrechten
Belasting die wordt geheven om onderhoud en vernieuwing van het riool te kunnen bekostigen. Rioolrechten moeten worden betaald door gebruikers van een onroerend goed van waaruit afvalwater wordt afgevoerd via het rioolnetwerk. De rioolrechten worden tot de milieuheffingen gerekend. Als de rioolrechten worden betaald door bedrijven zijn ze onderdeel van de niet-productgebonden belastingen. Als de rioolrechten worden betaald door huishoudens maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Heffingen op waterverontreiniging
De heffing moet worden betaald voor het lozen van afvalwater op het riool. Deze heffing wordt gebruikt ter financiering van de kosten voor de zuivering van afvalwater door de waterschappen. De heffingen op waterverontreiniging worden tot de milieuheffingen gerekend. Als deze heffing wordt betaald door bedrijven is ze onderdeel van de niet-productgebonden belastingen. Als de heffing wordt betaald door huishoudens maakt ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Omslagheffing waterschappen
Belastingen die worden geïnd door de waterschappen. De waterschappen financieren hiermee uitgaven aan hun traditionele taken op het terrein van de waterkwantiteit, zoals waterbeheersing, waterkering en het beheer van vaarwegen.

Naast de omslagheffing innen de waterschappen heffingen op waterverontreiniging. Daarmee financieren zij de taken op het terrein van de waterkwaliteit. De heffingen op waterverontreiniging worden tot de milieuheffingen gerekend. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de omslag heffingen door huishoudens betaald (ingezetenenomslag) maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Overige belastingen inkomen en vermogen
Hieronder vallen enkele kleine belastingen, waaronder de hondenbelasting.
Vermogensheffingen
Verplichte, niet-periodieke betalingen aan de overheid, die gebaseerd zijn op het vermogen van de belastingplichtigen. In de praktijk gaat het hierbij bijna altijd om successierechten. De vermogensbelasting wordt niet tot de vermogensheffingen gerekend. Deze wordt namelijk periodiek geheven en wordt daarom gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen.