Kerncijfers wijken en buurten 2013

Kerncijfers wijken en buurten 2013

Regio's Regioaanduiding Gemeentenaam (naam) Regioaanduiding Soort regio (omschrijving) Regioaanduiding Codering (code) Bevolking Aantal inwoners (aantal) Wonen Woningen naar bewoning Percentage leegstaand (%) Energie Gemiddeld elektriciteitsverbruik Naar woningtype Vrijstaande woning (kWh) Energie Gemiddeld aardgasverbruik Naar woningtype Vrijstaande woning (m³) Energie Gemiddeld aardgasverbruik Percentage woningen met stadsverwarming (%) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Personen met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Personen met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Niet-actieven (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met lage koopkracht (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%)
Wijk 00 Stad Delfzijl Wijk WK001000 17.605 7 3.900 2.600 0 12.600 26,4 19,4 47 14 26 49 11 12 12
Wijk 00 Binnenstad Groningen Wijk WK001400 18.080 13 3.850 3.200 0 12.000 23,5 16,9 59 13 50 65 10 22 20
Stadscentrum Groningen Buurt BU00140000 2.710 17 . . 0 1.600 21,7 14,9 61 11 56 61 10 18 16
Binnenstad-Zuid Groningen Buurt BU00140001 5.995 13 . . 0 4.000 23,9 17,1 59 13 52 68 9 25 22
Binnenstad-Oost Groningen Buurt BU00140002 2.810 11 . . 0 2.000 22,4 16,6 60 9 49 69 8 24 23
Binnenstad-West Groningen Buurt BU00140003 1.475 15 . . 0 1.000 23,3 16,9 61 13 48 64 11 26 22
Binnenstad-Noord Groningen Buurt BU00140004 5.090 10 2.650 3.600 0 3.400 24,3 17,7 57 15 48 61 12 18 17
Wijk 07 Stadsparkwijk Groningen Wijk WK001407 16.050 6 4.700 2.600 0 11.600 31,7 23,6 39 22 26 49 18 11 11
Stadspark Groningen Buurt BU00140704 1.735 2 4.650 2.100 0 1.100 42,5 26,3 23 42 11 18 49 . .
Stadshart-Noord Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180107 375 8 3.800 3.750 0 300 21,9 18,4 54 5 . 78 5 . .
Stadshart-Zuid Hoogezand-Sappemeer Buurt BU00180301 250 4 . . 0 200 21,7 20,9 55 5 . 59 5 . .
Wijk 02 Almere-Stad Almere Wijk WK003402 108.625 3 5.100 0 100 72.400 32,1 21,8 35 22 22 36 22 11 10
Centrum Almere-Stad Almere Buurt BU00340201 4.130 8 . . 100 3.000 32,4 24,7 33 21 23 50 10 11 11
Randstad Almere Buurt BU00340271 5 . . . 0 . . . . . . . . . .
Verspreide huizen Almere-Stad Almere Buurt BU00340299 45 . . . 75 . . . . . . . . . .
Stadskanaal Stadskanaal Gemeente GM0037 32.885 5 4.050 2.800 0 23.600 24,7 18,2 49 11 25 50 11 11 11
Wijk 01 Stadskanaal Stadskanaal Wijk WK003701 19.770 5 4.100 2.850 0 14.400 24,7 18,4 50 11 26 51 10 12 12
Stadskanaal Centrum Stadskanaal Buurt BU00370100 1.365 11 3.700 2.850 0 1.200 21,9 19,5 61 9 26 66 6 . .
Franeker Binnenstad Franekeradeel Buurt BU00700000 1.165 16 2.950 2.550 0 1.000 25,0 21,0 50 12 26 64 9 . .
Binnenstad Harlingen Buurt BU00720006 3.140 10 3.350 2.600 0 2.400 28,6 22,2 42 18 20 49 15 11 12
Wijk 10 Binnenstad Leeuwarden Wijk WK008010 4.820 13 3.000 2.150 0 3.400 23,9 18,5 56 12 45 68 8 24 21
Nieuwestad Leeuwarden Buurt BU00801002 270 19 . . 0 200 22,1 16,8 55 12 . 65 9 . .
Sportpark Stadsbroek Assen Buurt BU01060509 0 . . . 0 . . . . . . . . . .
Verspreide huizen Nijstad Hoogeveen Buurt BU01180626 40 . . . 0 . . . . . . . . . .
Wijk 10 Binnenstad Almelo Wijk WK014110 5.130 12 3.850 3.050 0 4.200 25,4 21,2 48 12 29 60 7 14 15
Binnenstad-Noord Almelo Buurt BU01411000 2.120 13 3.450 2.950 0 1.800 25,9 21,9 47 13 27 59 8 12 13
Binnenstad-Zuid Almelo Buurt BU01411001 1.470 15 4.750 3.650 0 1.200 27,5 23,8 45 15 30 60 9 16 16
Wijk 00 Binnenstad Deventer Wijk WK015000 8.720 7 4.200 3.050 10 6.700 31,6 24,7 37 21 23 46 17 13 12
Wijk 02 Voorstad Deventer Wijk WK015002 10.450 2 3.200 2.500 0 7.200 25,5 18,2 47 13 30 53 10 17 17
Horstlanden-Stadsweide Enschede Buurt BU01530007 2.915 12 4.700 3.500 0 2.000 29,4 20,3 42 19 33 48 15 11 10
Wijk 02 Boswinkel - Stadsveld Enschede Wijk WK015302 23.365 3 4.800 1.750 7 16.500 24,2 17,5 51 11 32 55 10 16 16
Stadsveld-Zuid Enschede Buurt BU01530204 1.930 3 . . 0 1.400 22,4 17,0 52 7 34 62 5 15 14
Stadsveld-Noord-Bruggert Enschede Buurt BU01530206 1.805 2 5.000 2.150 0 1.300 23,3 16,7 53 9 36 53 10 19 19
Overig Stad Hardenberg Hardenberg Buurt BU01600001 1.970 10 4.000 3.100 0 1.500 23,2 19,0 55 8 29 57 9 . .
Wijk 00 Binnenstad Hengelo Wijk WK016400 2.575 11 4.200 3.100 0 1.900 30,7 24,1 38 19 24 51 14 13 11
Binnenstad-Centrum Hengelo Buurt BU01640000 800 16 . . 0 700 26,1 21,9 46 14 31 63 8 . .
Binnenstad-West Hengelo Buurt BU01640001 795 11 3.900 2.850 0 600 29,6 22,9 38 16 23 51 13 . .
Binnenstad-Oost Hengelo Buurt BU01640002 980 7 4.500 3.450 0 700 36,3 27,0 31 27 . 37 24 . .
Stadspark Weusthag-Noord Hengelo Buurt BU01640902 40 . 6.500 3.850 0 . . . . . . . . . .
Stadspark Weusthag-Zuid Hengelo Buurt BU01640903 100 5 4.600 2.700 0 100 . 22,7 . . . . . . .
Binnenstad Kampen Kampen Buurt BU01660000 4.830 13 2.900 2.400 0 3.700 27,9 22,2 40 15 21 57 10 13 10
Wijk 01 Binnenstad Oldenzaal Oldenzaal Wijk WK017301 2.200 5 4.150 3.800 0 1.900 26,0 22,7 47 13 27 59 10 8 11
Binnenstad Oldenzaal Oldenzaal Buurt BU01730100 2.200 5 4.150 3.800 0 1.900 26,0 22,7 47 13 27 59 10 8 11
Wijk 10 Binnenstad Zwolle Wijk WK019310 3.305 14 4.800 3.650 0 2.700 33,3 28,1 39 21 29 52 16 14 11
Binnenstad-Zuid Zwolle Buurt BU01931000 1.975 16 4.800 3.650 0 1.600 34,0 28,3 39 22 30 51 16 14 10
Binnenstad-Noord Zwolle Buurt BU01931010 800 12 . . 0 700 30,1 26,0 40 18 28 56 12 . .
Wijk 22 Stadshagen Zwolle Wijk WK019322 21.925 2 5.000 2.200 0 13.700 34,6 22,0 29 26 13 25 24 6 6
Stadsbroek Zwolle Buurt BU01932280 55 . 5.800 3.000 0 . . . . . . . . . .
Binnenstad Apeldoorn Buurt BU02000101 4.520 10 3.950 2.750 6 3.900 29,3 25,2 37 16 25 57 9 11 10
Stadhoudersmolen Apeldoorn Buurt BU02000809 165 43 4.450 2.550 0 100 28,4 19,3 46 15 . . . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar: over 2013.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 18 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Regioaanduiding
De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling.

Wijk:
Onderdeel van een gemeente waarin een bepaalde vorm van bodemgebruik of bebouwing overheerst. Bijvoorbeeld: industriegebied, woongebied met hoogbouw of laagbouw. Een wijk bestaat uit één of meerdere buurten.

Buurt:
Onderdeel van een gemeente, dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.
Gemeentenaam
De naam van de bestuurlijke gemeente. Deze naam volgt de officiële schrijfwijze.
Soort regio
De gekozen regioaanduiding betreft: Gemeente, Wijk of Buurt.
Codering
Gemeentecode heeft 4 posities, voorafgegaan door ‘GM’.
Wijkcode heeft 6 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2), voorafgegaan door ‘WK’.
Buurtcode heeft 8 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2) + buurtcode (2), voorafgegaan door ‘BU’.
Bevolking
Aantal inwoners
Het aantal inwoners op 1 januari. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). De standcijfers van het aantal inwoners kunt u niet gebruiken voor een correcte weergave van de ontwikkeling in de tijd. De grenzen of codes van wijken en buurten kunnen jaarlijks wijzigen waardoor adressen van een andere code worden voorzien.
De cijfers zijn afgerond op vijftallen.
Wonen
Woningen naar bewoning
Een woning is bewoond wanneer er volgens de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) personen staan ingeschreven op het bijbehorende adres. Alle overige woningen, die wel voor bewoning beschikbaar zijn, worden beschouwd als leegstaand.
Percentage leegstaand
Peildatum: 1 januari van het desbetreffende jaar.
Het aantal leegstaande woningen is vermeld als percentage van de totale woningvoorraad en wordt alleen vermeld bij minimaal 20 woningen.

Energie
Gemiddeld elektriciteitsverbruik
Het gemiddeld jaarverbruik voor elektriciteit op individuele aansluitingen van particuliere woningen, berekend uit gegevens van de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven. Collectieve verbruiken van bijvoorbeeld liftinstallaties of hal-/galerijverlichting zijn hierbij niet inbegrepen. Het verbruik is exclusief elektriciteit die eventueel in de particuliere woningen zelf wordt opgewekt bijvoorbeeld door zonnepanelen.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en worden vermeld bij 6 of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom (huur- of koopwoning).
Naar woningtype
De volgende typen worden onderscheiden: appartement, tussenwoning, hoekwoning, twee-onder-één-kap-woning en vrijstaande woning.
De typering wordt bepaald door het Kadaster.
Vrijstaande woning
Gemiddeld aardgasverbruik
Het gemiddeld jaarverbruik voor aardgas van particuliere woningen berekend uit gegevens van de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven.
De berekening is inclusief woningen die zijn aangesloten op stadsverwarming. Deze woningen hebben een zeer laag of zelfs nulverbuik voor aardgas. Hierdoor valt in gebieden waar stadsverwarming aanwezig is het gemiddeld aardgasverbruik van woningen lager uit dan in gebieden zonder stadsverwarming.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en worden vermeld bij 6 of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom (huur- of koopwoning).

Naar woningtype
De volgende typen worden onderscheiden: appartement, tussenwoning, hoekwoning, twee-onder-één-kap-woning en vrijstaande woning. De typering wordt bepaald door het Kadaster.
Vrijstaande woning
Percentage woningen met stadsverwarming
Het percentage woningen dat is aangesloten op warmtedistributie (stadsverwarming). Warmtedistributie is een verwarmingssysteem waarbij de woningen in een wijk worden verwarmd via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen. In veel gevallen maakt warmtedistributie gebruik van restwarmte van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales. Het aardgasverbruik van deze woningen is in veel gevallen zeer laag of zelfs nul. De hoeveelheid warmte die door aangesloten woningen in een jaar wordt afgenomen van de warmtedistributie is niet beschikbaar.
Het percentage wordt vermeld bij 10 of meer (bewoonde) woningen.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen met een geheel jaar inkomen en het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens. De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar.

Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (GBA). Het GBA is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
Aantal inkomensontvangers  
Personen in particuliere huishoudens met een heel jaar inkomen, inclusief studenten.
Een persoon heeft inkomen, indien er sprake is van persoonlijk inkomen.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen en vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking. De waarde is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Personen met laag inkomen
Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent personen met een persoonlijk inkomen meegenomen.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Personen met hoog inkomen
Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen.
In de hoogste 20-procent-groep worden de personen behorend tot de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen meegenomen.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Niet-actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar. Personen met een werkloosheidsuitkering, arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep 'overige inkomensontvangers' worden tot de niet-actieven gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met 52 weken inkomen, jonger dan 65 jaar. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Inkomen van huishoudens
Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Van de bevolking in particuliere huishoudens is een aantal groepen niet naar hoogte van inkomen ingedeeld. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit (personen in) particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) 52 weken inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.
Huishoudens met laag inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent huishoudens met een besteedbaar inkomen meegenomen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishoudens met hoog inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. In de hoogste 20-procent-groep worden de huishoudens behorend tot de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen meegenomen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishoudens met lage koopkracht
Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9 250 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.