Kerncijfers wijken en buurten 2013

Kerncijfers wijken en buurten 2013

Regio's Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Personen met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Personen met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Niet-actieven (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met lage koopkracht (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%)
Jipsingboermussel en Zandberg 300 24,1 17,3 42 9 . 51 8 . .
Obergum 1.200 26,8 19,4 42 14 18 40 11 . .
Boornbergum 1.100 28,8 19,7 43 16 18 33 19 . .
Vreebergen 100 53,9 44,9 28 47 . . . . .
Steenbergerweiden 800 28,9 22,6 40 18 19 30 17 . .
Fluitenberg kern 300 29,2 21,5 41 18 . 23 26 . .
Verspreide huizen Fluitenberg 100 . 25,5 . . . . . . .
Berggierslanden 1.800 39,7 23,4 23 36 9 10 38 . .
Bergkwartier 600 34,5 28,1 32 26 . 45 19 . .
Noordenbergkwartier 700 29,6 24,3 46 18 36 58 14 . .
Noordenbergsingel 300 40,8 31,0 31 31 . 39 28 . .
Wijk 06 Bergweide 1.800 29,4 23,0 45 18 28 43 19 13 14
Haaksbergen 18.000 28,1 21,1 43 16 18 35 22 7 7
Wijk 00 Haaksbergen (dorp) 13.000 28,1 21,1 43 16 19 35 19 6 6
Haaksbergen Kern-1 1.600 25,4 20,2 50 12 20 47 12 . .
Haaksbergen Kern-2 500 28,4 21,2 45 15 . 43 16 . .
Haaksbergen Kern-3 1.100 23,5 19,3 52 9 26 56 9 . .
Haaksbergen Kern-4 700 25,3 19,6 46 11 . 40 16 . .
Wijk 01 Haaksbergen (buitengebied) 1.800 31,4 22,4 42 22 16 27 37 . .
Wijk 09 Haaksbergen-kern 800 24,5 20,9 49 9 27 63 9 . .
Haaksbergen Kern-Centrum 800 24,5 20,9 49 9 27 63 9 . .
Hardenberg 41.800 26,7 19,1 44 14 18 36 17 7 7
Wijk 00 Hardenberg 13.300 27,5 19,9 43 15 19 38 16 7 6
Overig Stad Hardenberg 1.500 23,2 19,0 55 8 29 57 9 . .
Wijk 01 Buitengebied van Hardenberg West 500 27,3 19,9 44 13 . 26 29 . .
Wijk 02 Buitengebied Hardenberg Noord 900 25,8 18,7 46 12 20 38 26 . .
Wijk 03 Buitengebied van Hardenberg Oost 900 27,6 20,7 45 14 . 26 29 . .
Mariënberg Kern 500 25,1 16,5 45 10 . 32 15 . .
Verspreide huizen Mariënberg 100 24,9 17,2 48 16 . . . . .
Wijk 05 Bergentheim 3.100 25,0 17,3 45 11 17 32 19 . .
Bergentheim Kern 1.500 24,6 16,6 45 9 17 34 14 . .
Verspr.h. Bergentheimerveen en omgeving 300 26,3 18,1 42 13 . 28 25 . .
Verspr.h. Oud-Bergentheim en omgeving 400 25,0 18,4 49 14 . 27 31 . .
Wijk 08 Gramsbergen 2.600 27,0 19,8 43 15 17 34 21 . .
Gramsbergen Kern 1.000 24,3 18,9 49 11 20 49 16 . .
Gramsbergen uitbreidingsplan 1.200 28,3 20,3 38 17 16 23 22 . .
Konijnenberg 300 30,8 24,2 41 23 . 21 29 . .
Sonnenberg 100 . 21,7 . . . . . . .
Emmeloord-Espelervaart-Bergenbuurt 800 25,1 18,2 47 11 18 42 9 . .
Wijk 06 Zuid-Bergenhuizen 2.800 23,4 17,7 50 8 24 51 8 11 10
Zuid-Bergenhuizen 2.800 23,4 17,7 50 8 24 51 8 11 10
Wijk 03 Luttenberg 1.700 27,6 20,4 43 15 16 31 29 . .
Luttenberg-Kern 1.000 28,9 21,2 41 16 16 33 26 . .
Verspreide huizen Luttenberg I 500 26,5 19,4 44 14 . 27 35 . .
Verspreide huizen Luttenberg II 200 24,5 19,4 51 9 . . . . .
Verspr.h. Berger Achthoven en omgeving 100 . 13,6 . . . . . . .
Tubbergen 15.000 27,6 19,9 42 16 17 31 25 5 6
Wijk 00 Tubbergen 4.600 27,6 20,4 43 15 19 35 22 5 7
Tubbergen-Dorp 3.400 27,9 20,5 43 16 19 37 21 5 7
Verspreide huizen Tubbergen 700 28,6 20,8 41 16 17 28 27 . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar: over 2013.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 18 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen met een geheel jaar inkomen en het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens. De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar.

Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (GBA). Het GBA is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
Aantal inkomensontvangers  
Personen in particuliere huishoudens met een heel jaar inkomen, inclusief studenten.
Een persoon heeft inkomen, indien er sprake is van persoonlijk inkomen.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen en vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking. De waarde is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Personen met laag inkomen
Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent personen met een persoonlijk inkomen meegenomen.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Personen met hoog inkomen
Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen.
In de hoogste 20-procent-groep worden de personen behorend tot de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen meegenomen.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Niet-actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar. Personen met een werkloosheidsuitkering, arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep 'overige inkomensontvangers' worden tot de niet-actieven gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met 52 weken inkomen, jonger dan 65 jaar. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Inkomen van huishoudens
Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Van de bevolking in particuliere huishoudens is een aantal groepen niet naar hoogte van inkomen ingedeeld. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit (personen in) particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) 52 weken inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.
Huishoudens met laag inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent huishoudens met een besteedbaar inkomen meegenomen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishoudens met hoog inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. In de hoogste 20-procent-groep worden de huishoudens behorend tot de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen meegenomen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishoudens met lage koopkracht
Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9 250 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.