Kerncijfers wijken en buurten 2013
| Regio's | Bevolking Personen met een migratieachtergrond Westers totaal (%) | Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens met kinderen (%) | Energie Gemiddeld aardgasverbruik Percentage woningen met stadsverwarming (%) | Inkomen Inkomen van personen Personen met laag inkomen (%) | Inkomen Inkomen van personen Personen met hoog inkomen (%) | Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met laag inkomen (%) | Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met hoog inkomen (%) | Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met lage koopkracht (%) | Sociale zekerheid Personen met een WWB-uitkering totaal (aantal) | Sociale zekerheid Personen met een AO-uitkering totaal (aantal) | Sociale zekerheid Personen met een WW-uitkering totaal (aantal) | Sociale zekerheid Personen met een AOW-uitkering totaal (aantal) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Metslawier | 3 | 35 | 0 | 49 | 11 | 42 | 12 | . | 20 | 40 | 20 | 250 |
| Verspreide huizen Metslawier | . | 45 | 0 | . | . | . | . | . | . | . | . | . |
| Ommeren met Den Eng | 7 | 38 | 0 | 41 | 24 | 34 | 31 | . | 0 | 20 | 10 | 80 |
| Meteren | 5 | 53 | 0 | 32 | 29 | 24 | 31 | . | 10 | 70 | 60 | 330 |
| Verspreide huizen Meteren | 3 | 55 | 0 | 41 | 23 | . | . | . | 0 | 0 | 0 | 30 |
| Methen | 12 | 37 | 0 | 37 | 20 | 38 | 20 | 8 | 80 | 190 | 100 | 410 |
| Schoorl met Bregtdorp | 9 | 27 | 0 | 39 | 23 | 34 | 26 | . | 20 | 150 | 40 | 1.020 |
| Groet met Hargen | 6 | 39 | 0 | 41 | 20 | 36 | 22 | . | 30 | 70 | 30 | 330 |
| Landmetersbuurt | 10 | 38 | 0 | 45 | 11 | 36 | 11 | . | 30 | 60 | 10 | 290 |
| Verspr.h. Eiland Tiengemeten (ged.) | . | . | 0 | . | . | . | . | . | . | . | . | . |
| Verspr.h. Eiland Tiengemeten (ged.) | . | . | 0 | . | . | . | . | . | . | . | . | . |
| Duindigt met Groenendaal | 24 | 39 | 0 | 38 | 37 | . | . | . | 0 | 10 | 0 | 30 |
| Rijksdorp met De Pan | 36 | 35 | 0 | 26 | 52 | 14 | 64 | . | 0 | 0 | 0 | 80 |
| Straten met Moleneind | 6 | 40 | 0 | 43 | 23 | . | . | . | 0 | 10 | 0 | 50 |
| Mettegeupel | 7 | 61 | 0 | 35 | 30 | 15 | 37 | . | 10 | 80 | 50 | 140 |
| Hussenberg met Snijdersberg | 9 | 35 | 0 | 40 | 21 | 33 | 24 | . | 10 | 50 | 30 | 290 |
| Wijk 02 Meterik | 4 | 51 | 0 | 44 | 18 | 22 | 34 | . | 10 | 40 | 40 | 190 |
| Meterik | 5 | 46 | 0 | 42 | 17 | 23 | 29 | . | 0 | 20 | 30 | 90 |
| Verspreide huizen Meterik | 4 | 56 | 0 | 47 | 19 | 21 | 40 | . | 0 | 20 | 20 | 100 |
| Dorpsstraat met zijstraten en Voorweg | 5 | 31 | 0 | 40 | 24 | 37 | 29 | . | 10 | 70 | 30 | 500 |
| Nieuwemolen met Driehoek | 5 | 42 | 0 | 42 | 20 | . | . | . | 0 | 10 | 0 | 30 |
| Kom Dodewaard met Hien | 5 | 43 | 0 | 42 | 17 | 35 | 19 | . | 40 | 110 | 70 | 520 |
| Muntendam met Oude Verlaat | 4 | 36 | 0 | 48 | 11 | 48 | 9 | 11 | 190 | 370 | 140 | 800 |
| Bron: CBS. | ||||||||||||
Tabeltoelichting
Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.
Gegevens beschikbaar: over 2013.
Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.
Wijzigingen per 18 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Toelichting onderwerpen
- Bevolking
- Personen met een migratieachtergrond
- Het aantal personen met een migratieachtergrond op 1 januari.
Persoon met een migratieachtergrond:
Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.
Persoon met een eerste generatie migratieachtergrond:
Persoon die in het buitenland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.
Persoon met een tweede generatie migratieachtergrond:
Persoon die in Nederland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.
Personen met een migratieachtergrond worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland. Tot de categorie 'niet-westers' behoren personen met een migratieachtergrond uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië en Japan. Op grond van hun sociaaleconomische en sociaal-culturele positie worden personen met een migratieachtergrond uit deze twee landen tot personen met een westerse migratieachtergrond gerekend. Het gaat vooral om mensen die in voormalig Nederlands Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.- Westers totaal
- Het aantal personen met een migratieachtergrond op 1 januari, uitgedrukt in hele procenten van het aantal inwoners. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Tot de categorie "Westers totaal" behoren personen met een migratieachtergrond uit Europa, Noord-Amerika, Oceanië, Indonesië en Japan.
Het percentage is vermeld bij 50 of meer inwoners per buurt.
- Particuliere huishoudens
- Betreft de huishoudens op 1 januari.
Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.- Huishoudens met kinderen
- Meerpersoonshuishoudens met kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen met kinderen en eenouderhuishoudens. Het aandeel huishoudens met kinderen is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het percentage is opgenomen indien er 10 of meer huishoudens in de buurt voorkomen.
- Energie
- Gemiddeld aardgasverbruik
- Het gemiddeld jaarverbruik voor aardgas van particuliere woningen berekend uit gegevens van de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven.
De berekening is inclusief woningen die zijn aangesloten op stadsverwarming. Deze woningen hebben een zeer laag of zelfs nulverbuik voor aardgas. Hierdoor valt in gebieden waar stadsverwarming aanwezig is het gemiddeld aardgasverbruik van woningen lager uit dan in gebieden zonder stadsverwarming.
De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en worden vermeld bij 6 of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom (huur- of koopwoning).- Percentage woningen met stadsverwarming
- Het percentage woningen dat is aangesloten op warmtedistributie (stadsverwarming). Warmtedistributie is een verwarmingssysteem waarbij de woningen in een wijk worden verwarmd via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen. In veel gevallen maakt warmtedistributie gebruik van restwarmte van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales. Het aardgasverbruik van deze woningen is in veel gevallen zeer laag of zelfs nul. De hoeveelheid warmte die door aangesloten woningen in een jaar wordt afgenomen van de warmtedistributie is niet beschikbaar.
Het percentage wordt vermeld bij 10 of meer (bewoonde) woningen.
- Inkomen
- Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen met een geheel jaar inkomen en het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens. De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar.
Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (GBA). Het GBA is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.- Inkomen van personen
- De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.- Personen met laag inkomen
- Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent personen met een persoonlijk inkomen meegenomen.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Personen met hoog inkomen
- Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen.
In de hoogste 20-procent-groep worden de personen behorend tot de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen meegenomen.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Inkomen van huishoudens
- Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
Van de bevolking in particuliere huishoudens is een aantal groepen niet naar hoogte van inkomen ingedeeld. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit (personen in) particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) 52 weken inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.- Huishoudens met laag inkomen
- Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent huishoudens met een besteedbaar inkomen meegenomen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Huishoudens met hoog inkomen
- Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. In de hoogste 20-procent-groep worden de huishoudens behorend tot de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen meegenomen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Huishoudens met lage koopkracht
- Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9 250 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.
- Sociale zekerheid
- Personen met een WWB-uitkering totaal
- Het aantal personen per 31 maart van het betreffende verslagjaar, met een algemene bijstandsuitkering krachtens de Algemene bijstandswet (ABW) en de Wet werk en bijstand (WWB) die in de betreffende maand geregistreerd zijn. Uitkeringen die met terugwerkende kracht na afloop van de betreffende maand worden vastgesteld, vallen hier niet onder (administratieve vertraging). Het betreft uitkeringen aan thuiswonenden, dus niet uitkeringen die worden toegekend aan mensen die in instellingen of inrichtingen verblijven.
Hoewel bij (echt)paren beide partners voor gelijke delen recht hebben op de uitkering, is er toch sprake van één uitkering. Bij de cijfers is er voor gekozen om bij het toedelen van uitkeringen aan (echt)paren consequent de persoonskenmerken (leeftijd en geslacht) over te nemen van de oudste persoon van het (echt)paar. Uitkomsten over het aantal bijstandsuitkeringen worden ontleend aan de administraties van de gemeenten.
Het gaat hierbij om personen met bijstandsuitkeringen binnen huishoudens waarvan het oudste lid van het bijstandshuishouden jonger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Bij 'Nederland totaal' zijn ook de personen met uitkeringen meegeteld waarvan de regio van de aanvrager onbekend is of waarbij de aanvrager woonachtig is in het buitenland. Bij gemeenten zijn ook de personen met uitkeringen meegeteld waarvan de wijk en/of buurt onbekend is.
Het aantal is vermeld bij 50 of meer totaal aantal huishoudens per buurt. De aantallen zijn afgerond op tientallen.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de regionale Kerncijfers Nederland (RKN). In de RKN hebben de bijstandsgegevens betrekking op 31 december van het desbetreffende jaar.
Het betreft voorlopige cijfers.
- Personen met een AO-uitkering totaal
- Het aantal personen per 31 maart van het betreffende verslagjaar, met een AO-uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet arbeidsongeschiktheids-verzekering zelfstandigen (WAZ) die aan het eind van de verslagperiode niet waren beëindigd, de zogeheten lopende uitkeringen.
Afhankelijk van de arbeidsmarktsituatie voor de intreding van de volledige of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid kan aanspraak bestaan op meer dan één uitkering. Er is dan sprake van samenloop van uitkeringen. Het gaat hierbij om zo'n tienduizend uitkeringen. Bij een dergelijke samenloop zijn van elke uitkering de gegevens opgenomen.
De gepubliceerde aantallen zijn inclusief nuluitkeringen. Nuluitkeringen zijn uitkeringen die niet tot uitbetaling komen door korting op de uitkering, sanctie of schorsing. De cijfers zijn exclusief de uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden in het buitenland. Bij ‘Nederland totaal’ zijn wel de uitkeringen waarvan de woongemeente van de aanvrager onbekend is meegeteld. Bij gemeenten zijn ook de personen met uitkeringen meegeteld waarvan de wijk en/of buurt onbekend is.
Uitkomsten over het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden ontleend aan de administraties van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).
Het aantal is vermeld bij 100 of meer totaal aantal inwoners per buurt. De aantallen zijn afgerond op tientallen.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de Regionale Kerncijfers Nederland (RKN). In deze laatste publicatie wordt het standcijfer genomen per 31 december van het desbetreffende jaar.
Het betreft voorlopige cijfers.
- Personen met een WW-uitkering totaal
- Het aantal personen per 31 maart van het betreffende verslagjaar, met een WW-uitkering krachtens de Werkloosheidswet (WW) die aan het eind van de verslagperiode niet waren beëindigd, de zogeheten lopende uitkeringen.
Afhankelijk van de arbeidsmarktsituatie voor de intreding van de werkloosheid kan aanspraak bestaan op meer dan één uitkering. Er is dan sprake van samenloop van uitkeringen. Bij een dergelijke samenloop zijn van elke uitkering de gegevens opgenomen.
De gepubliceerde aantallen zijn inclusief nuluitkeringen. Nuluitkeringen zijn uitkeringen die niet tot uitbetaling komen door korting op de uitkering, sanctie of schorsing.
De cijfers per gemeente, wijk of buurt zijn exclusief de uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden in het buitenland. Bij 'Nederland totaal' zijn wel de uitkeringen meegeteld waarbij de aanvrager woonachtig is in het buitenland en ook uitkeringen waarvan de woongemeente van de aanvrager onbekend is. Bij gemeenten zijn ook de personen met uitkeringen meegeteld waarvan de wijk en/of buurt onbekend is.
Uitkomsten over het aantal WW-uitkeringen worden ontleend aan de administraties van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).
Het aantal is vermeld bij 100 of meer totaal aantal inwoners per buurt. De aantallen zijn afgerond op tientallen.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de Regionale Kerncijfers Nederland (RKN). In deze laatste publicatie wordt het standcijfer genomen per 31 december van het betreffende jaar.
Het betreft voorlopige cijfers.
- Personen met een AOW-uitkering totaal
- Het aantal personen per 31 maart van het betreffende verslagjaar, met een AOW-uitkering krachtens de Algemene Ouderdomswet (AOW) die aan het eind van de verslagperiode niet waren beëindigd, de zogeheten lopende uitkeringen.
De cijfers per gemeente, wijk of buurt zijn exclusief de uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden in het buitenland. Bij 'Nederland totaal' zijn wel de uitkeringen meegeteld waarbij de aanvrager woonachtig is in het buitenland en ook uitkeringen waarvan de woongemeente van de aanvrager onbekend is. Bij gemeenten zijn ook de personen met uitkeringen meegeteld waarvan de wijk en/of buurt onbekend is.
Het aantal is vermeld bij 100 of meer totaal aantal inwoners per buurt. De aantallen zijn afgerond op tientallen.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de Regionale Kerncijfers Nederland (RKN). In deze laatste publicatie wordt het standcijfer genomen per 31 december van het betreffende jaar.
Het betreft voorlopige cijfers.