Arbeidsdeelname; kerncijfers, 2003-2022

Arbeidsdeelname; kerncijfers, 2003-2022

Geslacht Leeftijd Hoogst behaald onderwijsniveau Perioden Beroeps- en niet-beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking Beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Werknemer Werknemer (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Werknemer Werknemer met vaste arbeidsrelatie (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Werknemer Werknemer met flexibele arbeidsrelatie (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Zelfstandige Zelfstandige (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Zelfstandige Zelfstandige zonder personeel (zzp) (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Zelfstandige Zelfstandige met personeel (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Zelfstandige Meewerkend gezinslid (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Positie in de werkkring Positie in de werkkring onbekend (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd Deeltijd (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd Minder dan 20 uur per week Minder dan 20 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd Minder dan 20 uur per week Minder dan 12 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd Minder dan 20 uur per week 12 tot 20 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd 20 tot 35 uur per week 20 tot 35 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd 20 tot 35 uur per week 20 tot 28 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Deeltijd 20 tot 35 uur per week 28 tot 35 uur per week (x 1 000) Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Arbeidsduur Voltijd (x 1 000) Beroepsbevolking Werkloze beroepsbevolking (x 1 000) Beroepsbevolking Werkloosheidspercentage (%) Niet-beroepsbevolking (x 1 000) Bruto arbeidsparticipatie (%) Netto arbeidsparticipatie (%)
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 3.394 1.934 1.819 1.583 848 734 236 167 59 10 0 1.079 616 401 215 462 229 233 741 115 5,9 1.460 57,0 53,6
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 25 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 900 668 604 587 80 507 17 13 1 3 0 525 436 328 107 89 47 42 79 65 9,7 232 74,2 67,0
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 2.599 1.845 1.737 1.528 812 716 209 147 54 8 0 1.022 582 379 203 440 215 225 715 108 5,8 754 71,0 66,8
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 508 373 352 301 204 97 52 39 12 1 0 135 44 15 29 91 38 53 218 21 5,6 135 73,5 69,4
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 35 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 206 152 142 125 77 48 17 14 2 0 0 55 18 7 12 37 17 20 86 10 6,8 53 74,0 69,0
Totaal mannen en vrouwen 35 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 302 221 211 175 126 49 35 24 10 1 0 79 26 8 18 54 20 33 131 10 4,7 81 73,1 69,7
Totaal mannen en vrouwen 45 tot 55 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 473 346 339 273 215 58 67 40 23 3 0 139 40 14 26 99 46 53 201 7 2,0 126 73,3 71,8
Totaal mannen en vrouwen 45 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 1.191 803 781 641 529 112 140 95 41 4 0 362 103 36 66 260 130 130 419 22 2,8 388 67,4 65,6
Totaal mannen en vrouwen 45 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 1.986 893 863 695 565 130 168 115 46 7 0 419 137 58 79 282 144 138 444 30 3,3 1.094 44,9 43,5
Totaal mannen en vrouwen 55 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 719 457 442 368 314 53 74 55 17 2 0 223 63 23 40 161 84 77 218 15 3,4 262 63,6 61,5
Totaal mannen en vrouwen 65 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 795 89 82 55 36 19 27 20 5 3 0 57 34 21 13 23 15 8 25 7 8,2 706 11,2 10,3
Totaal mannen en vrouwen 15 tot 20 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 753 553 495 484 48 436 11 9 0 3 0 461 404 312 92 57 33 24 34 58 10,4 200 73,4 65,7
Totaal mannen en vrouwen 20 tot 25 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 147 115 108 103 32 71 6 4 1 0 0 64 32 16 15 32 14 18 45 7 6,1 32 78,5 73,8
Totaal mannen en vrouwen 25 tot 30 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 89 65 60 52 32 21 8 7 1 0 0 24 7 2 4 17 7 10 36 5 8,3 24 73,0 66,9
Totaal mannen en vrouwen 30 tot 35 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 116 87 82 73 46 27 9 7 1 0 0 32 12 4 7 20 10 10 50 5 5,7 29 74,8 70,6
Totaal mannen en vrouwen 35 tot 40 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 137 99 92 77 56 22 15 9 5 0 0 29 9 2 7 20 9 11 63 6 6,3 38 72,1 67,5
Totaal mannen en vrouwen 40 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 165 122 118 98 71 27 20 15 5 1 0 50 17 6 11 33 11 22 68 4 3,4 43 74,0 71,5
Totaal mannen en vrouwen 45 tot 50 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 194 139 137 108 84 24 29 18 10 1 0 51 13 4 9 38 17 21 86 2 1,4 55 71,7 70,7
Totaal mannen en vrouwen 50 tot 55 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 279 207 202 165 131 34 37 22 13 2 0 87 26 9 17 61 29 32 115 5 2,4 71 74,4 72,6
Totaal mannen en vrouwen 55 tot 60 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 336 237 229 193 165 29 36 28 8 0 0 107 26 9 18 80 42 38 123 8 3,3 99 70,5 68,2
Totaal mannen en vrouwen 60 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 382 220 212 175 150 25 38 27 9 1 0 116 36 14 23 80 42 38 96 8 3,5 162 57,5 55,5
Totaal mannen en vrouwen 65 tot 70 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 370 66 60 46 34 12 14 11 3 0 0 39 20 11 9 18 11 8 21 6 8,7 305 17,7 16,2
Totaal mannen en vrouwen 70 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 425 24 22 9 2 7 13 9 2 2 0 18 14 10 4 4 4 0 4 2 . 401 5,6 5,2
Mannen 15 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 1.703 1.113 1.052 875 485 390 177 127 47 4 0 430 263 186 77 167 57 109 622 61 5,5 590 65,3 61,7
Mannen 15 tot 25 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 484 363 329 316 48 268 13 10 1 2 0 267 217 162 55 50 25 25 63 34 9,4 120 75,1 68,1
Mannen 15 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 1.368 1.058 1.001 845 469 376 156 110 44 2 0 400 245 174 71 155 50 105 602 57 5,3 310 77,3 73,2
Mannen 25 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 292 239 227 185 131 55 42 30 12 0 0 41 9 4 5 32 6 26 186 11 4,8 54 81,6 77,7
Mannen 25 tot 35 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 123 99 93 79 50 29 14 11 2 0 0 19 5 1 3 15 4 11 74 6 6,3 23 80,9 75,8
Mannen 35 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 170 139 134 106 80 26 28 19 10 0 0 22 4 2 2 17 2 15 113 5 3,7 30 82,2 79,1
Mannen 45 tot 55 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 246 200 196 148 120 29 48 29 18 0 0 30 8 2 6 22 7 16 166 4 2,0 46 81,4 79,8
Mannen 45 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 592 456 445 344 290 54 101 70 31 0 0 92 19 8 11 74 19 55 353 11 2,4 136 77,0 75,1
Mannen 45 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 927 511 495 374 307 67 122 86 34 1 0 123 37 20 17 86 27 59 373 15 3,0 417 55,1 53,4
Mannen 55 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 347 256 249 195 170 25 54 41 12 0 0 62 11 6 5 52 13 39 187 7 2,7 91 73,9 71,9
Mannen 65 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 335 55 50 30 17 13 20 16 3 1 0 30 18 13 6 12 7 4 20 5 8,3 280 16,4 15,0
Mannen 15 tot 20 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 392 290 259 251 27 224 8 6 0 2 0 233 201 155 46 32 18 15 26 30 10,4 102 73,9 66,2
Mannen 20 tot 25 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 92 74 70 64 21 44 5 4 1 0 0 33 16 7 9 17 7 10 36 4 5,3 18 80,3 76,0
Mannen 25 tot 30 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 57 48 44 37 24 13 7 6 1 0 0 13 3 1 2 10 3 7 31 4 7,9 9 84,1 77,5
Mannen 30 tot 35 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 66 52 49 42 26 16 7 5 1 0 0 6 2 0 2 4 1 3 43 2 4,8 14 78,2 74,4
Mannen 35 tot 40 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 76 65 62 49 39 11 13 8 5 0 0 9 2 1 1 8 1 6 53 3 4,5 12 84,8 80,9
Mannen 40 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 93 75 72 57 42 15 16 11 4 0 0 12 3 1 1 10 1 9 60 2 3,1 19 80,0 77,6
Mannen 45 tot 50 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 108 88 87 64 52 12 23 14 9 0 0 15 3 1 2 12 3 9 72 1 1,1 20 81,5 80,7
Mannen 50 tot 55 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 138 112 109 84 68 16 25 15 10 0 0 15 5 1 4 10 3 7 94 3 2,8 26 81,3 79,1
Mannen 55 tot 60 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 170 133 130 104 89 15 26 20 6 0 0 24 4 2 2 20 4 16 106 3 2,4 37 78,2 76,3
Mannen 60 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 176 123 119 92 81 10 27 21 6 0 0 38 7 4 3 31 8 23 81 4 3,0 53 69,7 67,6
Mannen 65 tot 70 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 159 37 33 22 15 7 10 9 1 0 0 16 8 5 3 8 4 4 17 4 11,0 123 22,9 20,4
Mannen 70 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 176 18 18 8 1 7 10 7 2 1 0 14 11 8 3 4 4 0 3 1 . 157 10,4 10,1
Vrouwen 15 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 1.691 821 767 708 363 344 60 40 13 7 0 648 353 215 138 296 172 124 119 54 6,6 870 48,6 45,4
Vrouwen 15 tot 25 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 417 305 274 271 32 239 4 3 0 0 0 258 219 166 52 40 23 17 16 31 10,0 112 73,2 65,9
Vrouwen 15 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 1.231 787 736 683 344 339 53 37 11 5 0 622 337 206 132 285 165 120 114 51 6,5 444 63,9 59,8
Vrouwen 25 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 215 135 125 115 73 42 10 8 1 1 0 94 35 11 24 59 32 27 32 9 6,9 81 62,4 58,1
Vrouwen 25 tot 35 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 83 53 49 46 27 19 3 3 0 0 0 36 13 5 8 23 13 9 13 4 7,8 30 63,9 58,9
Vrouwen 35 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 132 82 76 69 46 23 7 6 1 1 0 58 21 6 16 36 18 18 19 5 6,3 51 61,5 57,6
Vrouwen 45 tot 55 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 227 146 143 125 95 30 19 11 5 3 0 109 32 12 20 77 39 38 35 3 1,9 81 64,5 63,2
Vrouwen 45 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 599 347 336 297 239 58 39 25 10 4 0 270 84 28 56 186 110 76 66 11 3,2 252 58,0 56,1
Vrouwen 45 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 1.059 382 368 322 258 63 46 29 12 6 0 296 100 37 62 197 118 79 71 14 3,7 677 36,1 34,7
Vrouwen 55 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 372 201 193 172 144 28 20 14 5 2 0 161 52 17 35 109 71 38 31 8 4,2 171 54,1 51,8
Vrouwen 65 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 460 35 32 25 19 5 7 4 2 1 0 26 16 9 7 11 7 4 5 3 8,2 426 7,5 6,9
Vrouwen 15 tot 20 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 362 264 236 233 21 212 3 3 0 0 0 228 203 157 46 25 16 9 8 28 10,5 98 72,8 65,2
Vrouwen 20 tot 25 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 55 41 38 38 11 27 0 0 0 0 0 30 15 9 6 15 7 8 8 3 7,4 13 75,6 70,0
Vrouwen 25 tot 30 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 33 18 16 15 7 8 1 1 0 0 0 11 4 1 3 7 4 3 5 2 . 15 53,9 48,8
Vrouwen 30 tot 35 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 50 35 33 31 20 11 2 2 0 0 0 25 9 4 5 16 9 6 8 2 6,9 15 70,5 65,6
Vrouwen 35 tot 40 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 60 34 30 28 17 11 2 2 0 0 0 20 8 1 6 13 8 5 10 3 9,8 27 55,9 50,4
Vrouwen 40 tot 45 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 72 48 46 41 29 13 4 4 0 1 0 38 14 4 9 24 11 13 8 2 3,8 24 66,2 63,7
Vrouwen 45 tot 50 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 86 51 50 44 32 12 6 4 1 1 0 36 10 3 7 26 14 13 13 1 1,9 35 59,2 58,1
Vrouwen 50 tot 55 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 141 95 94 81 63 18 13 7 4 2 0 72 21 8 13 51 26 25 21 2 1,9 46 67,6 66,4
Vrouwen 55 tot 60 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 166 104 100 89 76 14 10 8 2 0 0 83 23 7 16 60 38 23 17 5 4,4 62 62,7 59,9
Vrouwen 60 tot 65 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 206 97 93 83 68 14 10 6 3 1 0 78 29 10 20 49 34 15 15 4 4,0 109 47,1 45,2
Vrouwen 65 tot 70 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 211 29 27 23 19 5 4 2 1 0 0 23 13 7 6 10 7 3 5 2 . 182 13,8 13,0
Vrouwen 70 tot 75 jaar 1 Laag onderwijsniveau 2022 1e kwartaal 249 5 4 1 1 1 3 1 1 1 0 4 3 2 1 0 0 0 1 1 . 244 2,2 1,7
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat kwartaal- en jaarcijfers over de arbeidsdeelname in Nederland. De bevolking van 15 tot 75 jaar (exclusief de institutionele bevolking) wordt ingedeeld in de werkzame, werkloze en de niet-beroepsbevolking. De werkzame beroepsbevolking wordt verder ingedeeld op basis van de positie in de werkkring en de gemiddelde arbeidsduur. Voor de verschillende indelingen is een uitsplitsing naar geslacht, leeftijd en onderwijsniveau beschikbaar.

Vanwege wijzigingen in het onderzoeksdesign en de vragenlijst van de EBB is er in het eerste kwartaal van 2022 een revisie van de cijfers voor verslagjaar 2021 doorgevoerd.
De cijfers vanaf 2021 zijn niet zonder meer vergelijkbaar met de cijfers tot en met 2020.

Gegevens beschikbaar van 2003 tot en met 2022.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 17 augustus 2022:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing. Deze tabel wordt opgevolgd door de tabel Arbeidsdeelname; kerncijfers. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Beroeps- en niet-beroepsbevolking
Personen die tot de werkzame, de werkloze of de niet-beroepsbevolking behoren.  

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Beroepsbevolking
Personen:
- die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of
- die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking).

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Beroepsbevolking
Personen:
- die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of
- die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking).

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Werkzame beroepsbevolking
Personen die betaald werk hebben.

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Werkzame beroepsbevolking
Personen die betaald werk hebben.

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Positie in de werkkring
Indeling van de werkzame beroepsbevolking naar:
Werknemer
- met een vaste arbeidsrelatie
- met een flexibele arbeidsrelatie
Zelfstandige
- zonder personeel
- met personeel
- meewerkend gezinslid

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer
Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer
Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer met vaste arbeidsrelatie
Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd én een vast aantal uren per week.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Werknemer met flexibele arbeidsrelatie
Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd óf een flexibel aantal uren per week. Tot de werknemers met een flexibele arbeidsrelatie behoren: - Werknemer tijdelijk, uitzicht op vast - Werknemer tijdelijk >=1 jaar - Werknemer tijdelijk <1 jaar - Oproep/-invalkracht - Uitzendkracht - Werknemer flex, contract onbekend.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandige
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht
- in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer),
- als directeur-grootaandeelhouder (dga),
- in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid (meewerkend gezinslid), of
- als overige zelfstandige.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandige
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht
- in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer),
- als directeur-grootaandeelhouder (dga),
- in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid (meewerkend gezinslid), of
- als overige zelfstandige.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandige zonder personeel (zzp)
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer) of als directeur-grootaandeelhouder (dga) en die geen personeel in dienst heeft. Overige zelfstandigen worden ook tot de zelfstandigen zonder personeel gerekend.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Zelfstandige met personeel
Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer) of als directeur-grootaandeelhouder (dga) en die personeel in dienst heeft.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Meewerkend gezinslid
Een persoon die zonder schriftelijke  overeenkomst arbeid verricht in het bedrijf of de praktijk van een gezinslid.

Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.
Positie in de werkkring onbekend
Arbeidsduur
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Deeltijd
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is minder dan 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Deeltijd
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is minder dan 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Minder dan 20 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is minder dan 20 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Minder dan 20 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is minder dan 20 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Minder dan 12 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is minder dan 12 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
12 tot 20 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 12 tot 20 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
20 tot 35 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 20 tot 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
20 tot 35 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 20 tot 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
20 tot 28 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 20 tot 28 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
28 tot 35 uur per week
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 28 tot 35 uur.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Voltijd
Het aantal uren dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt, is 35 uur of meer.

In de gemiddelde arbeidsduur worden overuren en onbetaalde uren niet meegerekend.
Werkloze beroepsbevolking
Personen zonder betaald werk, die recent naar werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn.

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Werkloosheidspercentage
De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking.

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Niet-beroepsbevolking
Personen zonder betaald werk die niet recent naar werk hebben gezocht of daarvoor niet direct beschikbaar zijn.

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Bruto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).
  
Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Netto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).

Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.