Bevolkingskernen 2011; steden en dorpen in Nederland

Bevolkingskernen 2011; steden en dorpen in Nederland

Bevolkingskernen Wonen Woningvoorraad Eigendom Percentage eigen woningen (%) Wonen Woningvoorraad Eigendom Percentage huurwoningen (%) Wonen Woningvoorraad Gemiddelde WOZ-waarde WOZ-waarde van eigenwoningen (euro) Wonen Woningvoorraad Gemiddelde WOZ-waarde WOZ-waarde van huurwoningen (euro) Wonen Overige woongebouwen Recreatiewoningen (aantal) Nabijheid voorzieningen Afstand tot oprit hoofdverkeersweg (km)
Beuningen (Gld.) 63 36 293.000 195.000 - 2,1
Beuningen (O.) 81 9 291.000 186.000 - 0,9
Deurningen 67 30 297.000 206.000 - 0,3
Everdingen 74 26 277.000 199.000 - 2,5
Fleringen 82 18 298.000 220.000 - 0,3
Groot - Groningen 41 57 231.000 146.000 - 1,0
Harlingen (Harns) 53 43 209.000 128.000 - 1,1
Hekelingen 62 38 301.000 159.000 - 4,3
Herkingen 48 51 251.000 171.000 160 6,4
Heijningen 54 46 233.000 151.000 - 4,1
Ingen 55 43 318.000 205.000 - 0,9
Klein Groningen 93 7 x x - 0,1
Kruiningen 58 41 215.000 142.000 - 0,5
Millingen aan de Rijn 60 38 236.000 159.000 - 1,6
Noord Deurningen 83 17 274.000 228.000 - 0,3
Panningen 60 37 268.000 171.000 - 1,2
Sellingen 67 32 214.000 123.000 - 0,3
Teteringen 72 28 348.000 228.000 - 3,1
Ulft/Gendringen 59 41 249.000 166.000 - 0,9
Veeningen 69 31 230.000 162.000 - 3,3
Vlissingen/Oost-Souburg 53 44 208.000 135.000 - 1,2
Wageningen 48 49 292.000 179.000 - 1,2
Groningen (PV) 51 47 207.000 133.000 155 1,2
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over aantallen inwoners, huishoudens en woningen, nabijheid van voorzieningen, oppervlakten en dichtheden voor bevolkingskernen (steden en dorpen) in Nederland. Een bevolkingskern bestaat uit aaneengesloten bebouwd gebied met woongebied als kern. Voormalige bevolkingskernen kunnen door de groei van het bebouwd gebied aan een andere kern vastgroeien. Zo maken bebouwde gebieden van onder andere Rijswijk (ZH), Voorburg, Loosduinen en Delft onderdeel uit van de kern Groot – ’s Gravenhage. Een bevolkingskern kan zich over meerdere gemeenten uitstrekken.

Gepresenteerde cijfers betreft de inwoners en woningen die aanwezig zijn binnen deze kernen. Er worden geen gegevens over het gebied buiten de kernen gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar over verslagjaar 2011.

Status van de cijfers
Deze tabel bevat definitieve cijfers met uitzondering van gegevens over de gemiddelde WOZ-waarde, deze zijn voorlopig.

Toelichting onderwerpen

Wonen
De geregistreerde woongebouwen van Nederland op 1 januari 2011.

Het betreft hier gegevens over de woningvoorraad, de wooneenhedenvoorraad en de recreatiewoningvoorraad.

De cijfers zijn gebaseerd op de administratieve woningtelling met peildatum 1 januari 1992 en de daarna door de gemeenten aan het CBS gemelde mutaties.
Woningvoorraad
Het totaal aantal aanwezige woningen, zowel bewoond als onbewoond.

Een woning is een tot bewoning bestemd gebouw dat, vanuit bouwtechnisch oogpunt gezien, blijvend is bestemd voor permanente bewoning door één particulier huishouden. Om als woning te worden geclassificeerd moet een gebouw voldoen aan vier criteria:

1. Het dient zodanig te zijn gebouwd of verbouwd dat het geschikt is voor particuliere bewoning.

2. Het dient een eigen toegangsdeur te hebben, die direct vanaf de openbare weg of via een gemeenschappelijke ruimte als een portiek, galerij, trappenhuis of corridor toegang biedt tot de woonruimte.

3. Het dient ten minste 14 vierkante meter aan verblijfsruimte te bevatten.
De verblijfsruimte wordt tussen de muren gemeten en is de in de woning gelegen ruimte, bestemd voor het verblijven van mensen. Hieronder vallen onder meer de keuken, woonkamer(s), slaapkamer(s) en werk- en hobbykamer(s). Niet tot de verblijfsruimte behoren de verkeersruimte, toiletruimte, badruimte, bergruimte en technische ruimte.

4. Het dient te beschikken over een toilet en over een keukeninrichting die is bestemd voor bereiding van complete maaltijden.

De zogenoemde bedrijfswoningen vormen een specifieke groep. Deze zijn volgens de bouw bestemd voor zowel bewoning door een particulier huishouden als voor de uitoefening van een bepaald beroep of bedrijf.
Er zijn twee soorten bedrijfswoningen: boerderijen of tuinderswoningen en woningen met winkel en/of werkplaats. Het tweede en het vierde criterium voor woningen zijn aangepast aan enkele specifieke eigenschappen van bedrijfswoningen. Naast de bouwtechnische criteria kan er ook sprake zijn van een juridisch criterium.
Eigendom
Indeling naar eigen woningen, huurwoningen en woningen waarvan de eigendomsaanduiding niet kan worden vastgesteld.

De aanduiding van eigendom is de indicatie of de eigenaar/gebruiker of een gebruiker staat ingeschreven op het adres van het woongebouw uit de woningvoorraad.
Een eigen woning is een woning waarvan de bewoner ook de eigenaar is.

Een huurwoning is een woning waarvan de bewoner niet de eigenaar is.
Huurwoningen kunnen verhuurd worden door zowel een vereniging als door een particuliere eigenaar.

Van een aantal woningen kan de eigendomsaanduiding niet worden vastgesteld.
De mogelijke oorzaken zijn: a) een tweede woning of b) leegstaan of c) bewoond worden door personen die niet ingeschreven staan bij de GBA zoals personen met een verblijfsduur van korter dan 4 maanden, NAVO-militairen, diplomaten en asielzoekers (art. 54 en 55 Besluit GBA) of dat de woningen niet aan de WOZ-registratie kan worden gekoppeld.
Percentage eigen woningen
Het percentage van de totale woningvoorraad, dat bewoond wordt door de eigenaar.

Het percentage wordt weergegeven bij minimaal 20 woningen.
Percentage huurwoningen
Het percentage van de totale woningvoorraad, dat bewoond wordt door een gebruiker anders dan de eigenaar.

Het percentage wordt weergegeven bij minimaal 20 woningen.
Gemiddelde WOZ-waarde
De gemiddelde waarde onroerende zaken (WOZ-waarde) van woningen uit de woningvoorraad met een bekende WOZ-waarde.

De WOZ-waarde heeft de waardepeildatum 1 januari 2010.
WOZ-waarde van eigenwoningen
De gemiddelde WOZ-waarde van de woningvoorraad, in gebruik wordt door de eigenaar, met een bekende WOZ-waarde.

De gemiddelde waarde is gegeven wanneer van zowel minimaal 5 huurwoningen als van minimaal 5 eigenwoningen de WOZ-waarde bekend is.
WOZ-waarde van huurwoningen
De gemiddelde WOZ-waarde van de woningvoorraad, in gebruik door een gebruiker anders dan de eigenaar, met een bekende WOZ-waarde.

De gemiddelde waarde is gegeven wanneer van zowel minimaal 5 huurwoningen als van minimaal 5 eigenwoningen de WOZ-waarde bekend is.
Overige woongebouwen
Wooneenheden en recreatiewoningen.
Recreatiewoningen
Totaal aantal recreatiewoningen.

Een recreatiewoning is een tot bewoning bestemd gebouw dat gelegen is op een officieel voor recreatie aangewezen terrein en/of bestemd is voor bewoning gedurende de vakantie.


Nabijheid voorzieningen
De gemiddelde afstand voor alle inwoners naar een voor hen dichtstbijzijnde voorziening, berekend over de weg.

Als afstand geldt de afstand tot de dichtstbijzijnde voorziening, tenzij anders aangegeven.

De afstand is berekend over verharde, voor auto's te gebruiken wegen. Hierbij wordt rekening gehouden met ongelijkvloerse kruisingen, veerponten en eenrichtingsverkeer op Rijks- en Provinciewegen.
Verbindingen via het buitenland worden niet meegenomen.

De gemiddeld kortste afstand is opgenomen wanneer van minimaal 90 procent van de inwoners van een kern de exacte ligging (x-, y-coördinaat) van het adres kon worden vastgesteld.
Afstand tot oprit hoofdverkeersweg
De gemiddelde afstand van alle inwoners tot de dichtstbijzijnde oprit van een rijksweg of provinciale weg, berekend over de weg.

Toegang tot een rijks- of provinciale weg.
Als bron voor het vaststellen van opritten is het Nationale Wegenbestand (Ministerie van Infrastructuur en Milieu) gebruikt.