Kerncijfers wijken en buurten 2004-2008
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft een overzicht van statistische gegevens op het niveau van gemeenten, wijken en buurten.
Gegevens beschikbaar vanaf: 2004
Eerdere jaren zijn te vinden in aparte StatLine tabellen. Zie voor de verwijzing naar deze tabellen paragraaf 3.
Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.
Wijzigingen per 3 mei 2013:
Deze tabel is afgesplitst van de tabel Kerncijfers Wijken en Buurten. Deze tabel bevatte zeer veel cijfers. Dat gaf soms problemen in het gebruik. Om de bruikbaarheid te verbeteren is deze tabel gesplitst in een tabel met cijfers over de jaren 2009-2012 en een tabel met cijfers over de jaren 2004-2008.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel is stopgezet.
Toelichting onderwerpen
- Arbeid
- Werkzame personen
- Personen van 15 tot 65 jaar met inkomsten uit arbeid als werknemer en/of zelfstandige.
De cijfers zijn ontleend aan het Sociaal Statisch Bestand (SSB) en betreffen voorlopige cijfers.- Werkzame personen naar sector
- Het aandeel werkzame personen op de laatste vrijdag van september naar hoofdgroep van de Standaarbedrijfs Indeling (SBI), uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
- Commerciële dienstverlening
- Commerciële dienstverlening totaal
- Het aandeel werkzame personen in de commerciële dienstverlening op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Handel
- Het aandeel werkzame personen in de handel op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Overige commerciële dienstverlening
- Het aandeel werkzame personen in de overige commerciële dienstverlening op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Niet commerciële dienstverlening
- Niet-commerciële dienstverlening totaal
- Het aandeel werkzame personen in de niet-commerciële dienstverlening op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Onderwijs
- Het aandeel werkzame personen in het onderwijs op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Gezondheids- en welzijnszorg
- Het aandeel werkzame personen in de gezondheids- en welzijnszorg op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Overige niet-commerciële dienstverlening
- Het aandeel werkzame personen in de overige niet-commerciële dienstverlening op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Inkomen
- Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen met een geheel jaar inkomen en het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens.
De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar. De cijfers gepubliceerd bij 2003 zijn afkomstig uit RIO2002 en hebben dus betrekking op het inkomen over 2002. Het RIO is een zeer grote steekproef van ca. 2 miljoen huishoudens, zodat bij uitkomsten over kleine gebieden een grote onnauwkeurigheid voor kan komen.
Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (GBA).
Het GBA is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Met ingang van het jaar 2008 (RIO2007) is het inkomensbegrip gewijzigd van besteedbaar inkomen van personen naar persoonlijk inkomen en het aantal variabelen is op huishoudensniveau uitgebreid. Dit heeft ertoe geleid dat inkomensgegevens gesplitst zijn naar de periode tot en met 2007 en vanaf 2008.- Pensioenontvangers
- Het aandeel pensioenontvangers van 55 jaar en ouder op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inwoners.
Bij pensioenen gaat het hier om inkomsten op grond van de algemene ouderdomswet, vervroegde uittreding, flexibel pensioen en uittreden,
algemene weduwen en wezenwet, algemene nabestaandenwet, oorlogs- en verzetspensioenen, lijfrente-uitkeringen ontvangen van levensverzekeringmaatschappijen en dergelijke en aanvullend pensioen bestaande uit uitkeringen van pensioenfondsen.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB)..
Het percentage is vermeld bij meer dan 5 pensioenontvangers op de laatste vrijdag van september en meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
- Inkomen jaren t/m 2007
- De inkomensgegevens zijn tot en met 2007 (RIO2006) gebaseerd op het besteedbaar inkomen. Dat is het totaal aan inkomsten van een individu,verminderd met betaalde premies en belastingen.
- Aantal inkomensontvangers
- Het aantal personen met 52 weken inkomen in het voorgaande jaar. De categorie zelfstandigen behoort tot de groep personen met 52 weken inkomen, evenals de bevolking in instellingen, inrichtingen en tehuizen.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden niet meegerekend. Ook personen die uitsluitend kinderbijslag of individuele huursubsidie ontvangen worden bij de categorie personen met 52 weken inkomen buiten beschouwing gelaten. Studenten, dat wil zeggen personen met een studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden ook niet tot deze groep gerekend, zelfs al hebben zij het hele jaar een baan.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De cijfers zijn tot 2004 afgerond op tientallen, vanaf 2005 op honderdtallen. Ze zijn vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
- Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger
- Het gemiddeld besteedbaar inkomen per individu met 52 weken inkomen in het voorgaande jaar. Het besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een individu, verminderd met betaalde premies en belastingen. Individuen met 52 weken inkomen hebben het gehele voorgaande jaar inkomsten genoten, al dan niet in deeltijd. Groepen inkomensontvangers die buiten deze definitie vallen zijn bijvoorbeeld seizoenswerkers en oproepkrachten.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
- Gemiddeld inkomen per inwoner
- Het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner in het voorgaande jaar. Het besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een individu, verminderd met betaalde premies en belastingen. Voor de berekening van dit veld zijn de besteedbare inkomens van alle individuen binnen een gebied opgeteld. Het resulterende bedrag is vervolgens gedeeld door het aantal inwoners van het gebied.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 10,2 lezen als 10,2 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
- Lage inkomens
- Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een besteedbaar inkomen had dat lager was dan of gelijk was aan het 40-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling.
.
Het grensbedrag van het 40-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling was in:
2002: 14,2 duizend euro;
2003: 13,8 duizend euro;
2004: 13,9 duizend euro;
2005: 13,9 duizend euro;
2006: 14,2 duizend euro;
.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Hoge inkomens
- Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een besteedbaar inkomen had dat hoger was dan of gelijk was aan het 80-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling.
.
Het grensbedrag van het 80-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling was in:
2002: 25,2 duizend euro;
2003: 24,2 duizend euro;
2004: 24,3 duizend euro;
2005: 24,6 duizend euro;
2006: 25,2 duizend euro.
.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Niet actieven
- Het aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar. Personen met een werkloosheidsuitkering,
arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep 'overige inkomensontvangers' worden tot de niet-actieven gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.