Kerncijfers wijken en buurten 2004-2008
| Regio's | Perioden | Wonen Gemiddelde woningwaarde (1 000 euro) | Inkomen Pensioenontvangers (%) | Inkomen Inkomen jaren t/m 2007 Aantal inkomensontvangers (aantal) | Inkomen Inkomen jaren t/m 2007 Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger (1 000 euro) | Inkomen Inkomen jaren t/m 2007 Gemiddeld inkomen per inwoner (1 000 euro) | Inkomen Inkomen jaren t/m 2007 Lage inkomens (%) | Inkomen Inkomen jaren t/m 2007 Hoge inkomens (%) | Inkomen Inkomen jaren t/m 2007 Niet actieven (%) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers (aantal) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger (1 000 euro) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner (1 000 euro) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Personen met laag inkomen (%) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Personen met hoog inkomen (%) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Niet actieven (%) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van huishoudens Huishouden met laag inkomen (%) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van huishoudens Huishouden met hoog inkomen (%) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van huishoudens Huishouden met lage koopkracht (%) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Mandjeswaard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| De Waard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Rijnwaarden | 2008 | 220 | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Gelderse Waard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Geitenwaard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Reimerswaard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Ossenwaard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Pannerdense Waard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Lobberdense Waard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Vaalwaard | 2008 | ||||||||||||||||||
| Verspreide huizen Fraterswaard-Noordoost | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Loowaard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen De Jezuïetenwaard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Hanzewaard | 2008 | 220 | . | . | |||||||||||||||
| Scheepswaard | 2008 | 197 | . | . | |||||||||||||||
| Stedenwaard | 2008 | 244 | . | . | |||||||||||||||
| Vogelwaard | 2008 | 243 | . | . | |||||||||||||||
| Weidewaard | 2008 | 213 | . | . | |||||||||||||||
| Stromenwaard | 2008 | 168 | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Hoenwaard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspr. huizen Overasseltse Uiterwaarden | 2008 | 476 | . | . | |||||||||||||||
| Verspr. h. Nederasseltse Uiterwaarden | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspr. huizen Maasdijk en Uiterwaarden | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Wijk 03 Heerewaarden | 2008 | 271 | . | . | |||||||||||||||
| Heerewaarden | 2008 | 250 | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Heerewaarden | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen in Millingerwaard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Doorwerthse waarden | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspr. h. Fraterwaard en Beimerwaard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspr. h. Havikerwaard en Middachten | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Bakerwaard | 2008 | ||||||||||||||||||
| Verspreide huizen Uiterwaarden | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Zaltbommel Spellewaard | 2008 | 246 | . | . | |||||||||||||||
| Uiterwaarden | 2008 | ||||||||||||||||||
| Verspreide huizen Vaalwaard | 2008 | ||||||||||||||||||
| Waarden en weerdslag | 2008 | 214 | . | . | |||||||||||||||
| Wijk 01 Waardenburg en Opijnen | 2008 | 300 | . | . | |||||||||||||||
| Waardenburg | 2008 | 251 | . | . | |||||||||||||||
| Waardenburg-West | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Verspreide huizen Waardenburg | 2008 | 368 | . | . | |||||||||||||||
| Langs de Lekdijk Lopikerwaard | 2008 | 256 | . | . | |||||||||||||||
| Wijk 08 Uiterwaarden Rhenen | 2008 | 487 | . | . | |||||||||||||||
| Uiterwaarden Rhenen | 2008 | 487 | . | . | |||||||||||||||
| Wijk 12 Uiterwaarden Elst | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Uiterwaarden Elst | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Galgenwaard en Kromhoutkazerne | 2008 | 223 | . | . | |||||||||||||||
| Hazenveld en Overwaard | 2008 | 263 | . | . | |||||||||||||||
| Rijpickerwaard | 2008 | x | . | . | |||||||||||||||
| Eiterse Waard | 2008 | 422 | . | . | |||||||||||||||
| Wijk 05 Huiswaard-Zuid | 2008 | 202 | . | . | |||||||||||||||
| Bron: CBS. | |||||||||||||||||||
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft een overzicht van statistische gegevens op het niveau van gemeenten, wijken en buurten.
Gegevens beschikbaar vanaf: 2004
Eerdere jaren zijn te vinden in aparte StatLine tabellen. Zie voor de verwijzing naar deze tabellen paragraaf 3.
Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.
Wijzigingen per 3 mei 2013:
Deze tabel is afgesplitst van de tabel Kerncijfers Wijken en Buurten. Deze tabel bevatte zeer veel cijfers. Dat gaf soms problemen in het gebruik. Om de bruikbaarheid te verbeteren is deze tabel gesplitst in een tabel met cijfers over de jaren 2009-2012 en een tabel met cijfers over de jaren 2004-2008.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel is stopgezet.
Toelichting onderwerpen
- Wonen
- Gemiddelde woningwaarde
- De gemiddelde waarde onroerende zaken van woonobjecten gebaseerd op de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ-waarde).
Voor de bepaling van de gemiddelde woningwaarde wordt alleen gebruik gemaakt van die WOZ-objecten omschreven als woningen dienend tot hoofdverblijf (WOZ-objectcode 10) en woningen met praktijkruimte (WOZ-objectcode 11) met een waarde groter dan nul euro.
De gegevens zijn ontleend aan de Statistiek Waardering Onroerende Zaken. Het zijn voor alle jaren voorlopige cijfers. Het aantal objecten met een vastgestelde WOZ-waarde kan per jaar sterk verschillen bij de voorlopige cijfers.
De gemiddelde woningwaarde van 2006 van de wijken en buurten in de gemeenten Alphen-Chaam, Appingedam, Baarn, Berkel en Rodenrijs, Delfzijl, Deventer, Eijsden, 's-Gravenhage, Loppersum en Utrechtse Heuvelrug, is gebaseerd op de gegevens van 2005.
De (voorlopig) gemiddelde woningwaarde wordt bepaald met verschillende waardepeildata:
- 2008: waardepeildatum 1 januari 2007;
- 2007: waardepeildatum 1 januari 2005;
- 2005 en 2006: waardepeildatum 1 januari 2003;
- 2004: waardepeildatum 1 januari 1999.
.
Wanneer de woningvoorraad kleiner is dan 5 woningen of het aantal WOZ-objecten kleiner is dan 5 wordt er geen WOZ-waarde opgenomen.
Vanaf 2005 geldt de beveiligingsprocedure ook als er minder dan 50 WOZ-objecten aanwezig zijn.
- Inkomen
- Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen met een geheel jaar inkomen en het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens.
De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar. De cijfers gepubliceerd bij 2003 zijn afkomstig uit RIO2002 en hebben dus betrekking op het inkomen over 2002. Het RIO is een zeer grote steekproef van ca. 2 miljoen huishoudens, zodat bij uitkomsten over kleine gebieden een grote onnauwkeurigheid voor kan komen.
Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (GBA).
Het GBA is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Met ingang van het jaar 2008 (RIO2007) is het inkomensbegrip gewijzigd van besteedbaar inkomen van personen naar persoonlijk inkomen en het aantal variabelen is op huishoudensniveau uitgebreid. Dit heeft ertoe geleid dat inkomensgegevens gesplitst zijn naar de periode tot en met 2007 en vanaf 2008.- Pensioenontvangers
- Het aandeel pensioenontvangers van 55 jaar en ouder op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inwoners.
Bij pensioenen gaat het hier om inkomsten op grond van de algemene ouderdomswet, vervroegde uittreding, flexibel pensioen en uittreden,
algemene weduwen en wezenwet, algemene nabestaandenwet, oorlogs- en verzetspensioenen, lijfrente-uitkeringen ontvangen van levensverzekeringmaatschappijen en dergelijke en aanvullend pensioen bestaande uit uitkeringen van pensioenfondsen.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB)..
Het percentage is vermeld bij meer dan 5 pensioenontvangers op de laatste vrijdag van september en meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
- Inkomen jaren t/m 2007
- De inkomensgegevens zijn tot en met 2007 (RIO2006) gebaseerd op het besteedbaar inkomen. Dat is het totaal aan inkomsten van een individu,verminderd met betaalde premies en belastingen.
- Aantal inkomensontvangers
- Het aantal personen met 52 weken inkomen in het voorgaande jaar. De categorie zelfstandigen behoort tot de groep personen met 52 weken inkomen, evenals de bevolking in instellingen, inrichtingen en tehuizen.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden niet meegerekend. Ook personen die uitsluitend kinderbijslag of individuele huursubsidie ontvangen worden bij de categorie personen met 52 weken inkomen buiten beschouwing gelaten. Studenten, dat wil zeggen personen met een studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden ook niet tot deze groep gerekend, zelfs al hebben zij het hele jaar een baan.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De cijfers zijn tot 2004 afgerond op tientallen, vanaf 2005 op honderdtallen. Ze zijn vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
- Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger
- Het gemiddeld besteedbaar inkomen per individu met 52 weken inkomen in het voorgaande jaar. Het besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een individu, verminderd met betaalde premies en belastingen. Individuen met 52 weken inkomen hebben het gehele voorgaande jaar inkomsten genoten, al dan niet in deeltijd. Groepen inkomensontvangers die buiten deze definitie vallen zijn bijvoorbeeld seizoenswerkers en oproepkrachten.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
- Gemiddeld inkomen per inwoner
- Het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner in het voorgaande jaar. Het besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een individu, verminderd met betaalde premies en belastingen. Voor de berekening van dit veld zijn de besteedbare inkomens van alle individuen binnen een gebied opgeteld. Het resulterende bedrag is vervolgens gedeeld door het aantal inwoners van het gebied.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 10,2 lezen als 10,2 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
- Lage inkomens
- Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een besteedbaar inkomen had dat lager was dan of gelijk was aan het 40-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling.
.
Het grensbedrag van het 40-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling was in:
2002: 14,2 duizend euro;
2003: 13,8 duizend euro;
2004: 13,9 duizend euro;
2005: 13,9 duizend euro;
2006: 14,2 duizend euro;
.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Hoge inkomens
- Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een besteedbaar inkomen had dat hoger was dan of gelijk was aan het 80-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling.
.
Het grensbedrag van het 80-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling was in:
2002: 25,2 duizend euro;
2003: 24,2 duizend euro;
2004: 24,3 duizend euro;
2005: 24,6 duizend euro;
2006: 25,2 duizend euro.
.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Niet actieven
- Het aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar. Personen met een werkloosheidsuitkering,
arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep 'overige inkomensontvangers' worden tot de niet-actieven gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Inkomen jaren vanaf 2008
- Met ingang van het jaar 2008 (RIO2007) is het inkomensbegrip gewijzigd van besteedbaar inkomen van personen naar persoonlijk inkomen en het aantal variabelen is op huishoudensniveau uitgebreid. Dit heeft ertoe geleid dat inkomensgegevens gesplitst zijn naar de periode tot en met 2007 en vanaf 2008.
- Inkomen van personen
- De inkomensgegevens zijn vanaf 2008 gebaseerd op het persoonlijk inkomen.
Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.- Aantal inkomensontvangers
- Personen in particuliere huishoudens met een heel jaar inkomen, inclusief studenten. Een persoon heeft inkomen, indien er sprake is van persoonlijk inkomen.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen en vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
- Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger
- Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
- Gemiddeld inkomen per inwoner
- Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking. De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
- Personen met laag inkomen
- Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent personen ingeteld met een persoonlijk inkomen tot maximaal 19 200 euro.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Personen met hoog inkomen
- Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen.
In de hoogste 20-procent-groep worden de personen ingeteld behorend totde twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen (hoger dan 41 300 euro).
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Niet actieven
- Het aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar. Personen met een werkloosheidsuitkering,
arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep 'overige inkomensontvangers' worden tot de niet-actieven gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
- Inkomen van huishoudens
- Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
.
Van de bevolking in particuliere huishoudens is een aantal groepen niet naar hoogte van inkomen ingedeeld. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen.
De doelpopulatie bestaat dan ook uit (personen in) particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) 52 weken inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.- Huishouden met laag inkomen
- Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent huishoudens ingeteld met een besteedbaar inkomen tot maximaal 25 100 euro.
Het percentage is vermeld bij minimaal 70 particuiliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Huishouden met hoog inkomen
- Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. In de hoogste 20-procent-groep worden de huishoudens ingeteld behorend tot de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen (hoger dan 46 500 euro).
Het percentage is vermeld bij minimaal 70 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Huishouden met lage koopkracht
- Een inkomen dat, omgerekend naar een inkomen van een alleenstaande, een lagere koopkracht vertegenwoordigt dan een bedrag van 9 259 euro in prijzen van 2000. Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9 250 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was. Het percentage is vermeld bij minimaal 70 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.
- Huish. onder of rond sociaal minimum
- Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.
Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 70 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.