Kerncijfers wijken en buurten 2004-2008
| Regio's | Perioden | Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens met kinderen (%) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Personen met laag inkomen (%) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Personen met hoog inkomen (%) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van huishoudens Huishouden met laag inkomen (%) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van huishoudens Huishouden met hoog inkomen (%) | Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van huishoudens Huishouden met lage koopkracht (%) | Bedrijven Bedrijfsvestigingen (excl. agrarisch) Bedrijfsvestigingen tot en met 2006 (code) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Metslawier | 2008 | 38 | ||||||
| Verspreide huizen Metslawier | 2008 | 20 | ||||||
| Ommeren met Den Eng | 2008 | 44 | ||||||
| Meteren | 2008 | 51 | ||||||
| Verspreide huizen Meteren | 2008 | 56 | ||||||
| Methen | 2008 | 38 | ||||||
| Schoorl met Bregtdorp | 2008 | 29 | ||||||
| Groet met Hargen | 2008 | 40 | ||||||
| Landmetersbuurt | 2008 | 35 | ||||||
| Verspr. huizen Eiland Tiengemeten (ged.) | 2008 | x | ||||||
| Verspr. huizen Eiland Tiengemeten (ged.) | 2008 | x | ||||||
| Gebied ten noorden metrobaan | 2008 | 39 | ||||||
| Duindigt met Groenendaal | 2008 | 36 | ||||||
| Rijksdorp met De Pan | 2008 | 32 | ||||||
| Straten met Moleneind | 2008 | 42 | ||||||
| Mettegeupel | 2008 | 66 | ||||||
| Hussenberg met Snijdersberg | 2008 | 33 | ||||||
| Wijk 02 Meterik | 2008 | |||||||
| Wijk 02 Meterik | 2008 | 55 | ||||||
| Meterik | 2008 | |||||||
| Meterik | 2008 | 53 | ||||||
| Verspreide huizen Meterik | 2008 | |||||||
| Verspreide huizen Meterik | 2008 | 58 | ||||||
| Dorpsstraat met zijstraten en Voorweg | 2008 | 36 | ||||||
| Nieuwemolen met Driehoek | 2008 | 45 | ||||||
| Kom Dodewaard met Hien | 2008 | 46 | ||||||
| Muntendam met Oude Verlaat | 2008 | 38 | ||||||
| Bron: CBS. | ||||||||
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft een overzicht van statistische gegevens op het niveau van gemeenten, wijken en buurten.
Gegevens beschikbaar vanaf: 2004
Eerdere jaren zijn te vinden in aparte StatLine tabellen. Zie voor de verwijzing naar deze tabellen paragraaf 3.
Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.
Wijzigingen per 3 mei 2013:
Deze tabel is afgesplitst van de tabel Kerncijfers Wijken en Buurten. Deze tabel bevatte zeer veel cijfers. Dat gaf soms problemen in het gebruik. Om de bruikbaarheid te verbeteren is deze tabel gesplitst in een tabel met cijfers over de jaren 2009-2012 en een tabel met cijfers over de jaren 2004-2008.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel is stopgezet.
Toelichting onderwerpen
- Bevolking
- Particuliere huishoudens
- Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.
- Huishoudens met kinderen
- Meerpersoonshuishoudens met kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen met kinderen en eenouderhuishoudens. Het aandeel huishoudens met kinderen is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het percentage is opgenomen indien er 10 of meer huishoudens in de buurt voorkomen.
- Inkomen
- Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen met een geheel jaar inkomen en het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens.
De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar. De cijfers gepubliceerd bij 2003 zijn afkomstig uit RIO2002 en hebben dus betrekking op het inkomen over 2002. Het RIO is een zeer grote steekproef van ca. 2 miljoen huishoudens, zodat bij uitkomsten over kleine gebieden een grote onnauwkeurigheid voor kan komen.
Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (GBA).
Het GBA is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Met ingang van het jaar 2008 (RIO2007) is het inkomensbegrip gewijzigd van besteedbaar inkomen van personen naar persoonlijk inkomen en het aantal variabelen is op huishoudensniveau uitgebreid. Dit heeft ertoe geleid dat inkomensgegevens gesplitst zijn naar de periode tot en met 2007 en vanaf 2008.- Inkomen jaren vanaf 2008
- Met ingang van het jaar 2008 (RIO2007) is het inkomensbegrip gewijzigd van besteedbaar inkomen van personen naar persoonlijk inkomen en het aantal variabelen is op huishoudensniveau uitgebreid. Dit heeft ertoe geleid dat inkomensgegevens gesplitst zijn naar de periode tot en met 2007 en vanaf 2008.
- Inkomen van personen
- De inkomensgegevens zijn vanaf 2008 gebaseerd op het persoonlijk inkomen.
Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.- Personen met laag inkomen
- Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent personen ingeteld met een persoonlijk inkomen tot maximaal 19 200 euro.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Personen met hoog inkomen
- Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen.
In de hoogste 20-procent-groep worden de personen ingeteld behorend totde twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen (hoger dan 41 300 euro).
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Inkomen van huishoudens
- Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
.
Van de bevolking in particuliere huishoudens is een aantal groepen niet naar hoogte van inkomen ingedeeld. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen.
De doelpopulatie bestaat dan ook uit (personen in) particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) 52 weken inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.- Huishouden met laag inkomen
- Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent huishoudens ingeteld met een besteedbaar inkomen tot maximaal 25 100 euro.
Het percentage is vermeld bij minimaal 70 particuiliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Huishouden met hoog inkomen
- Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. In de hoogste 20-procent-groep worden de huishoudens ingeteld behorend tot de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen (hoger dan 46 500 euro).
Het percentage is vermeld bij minimaal 70 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Huishouden met lage koopkracht
- Een inkomen dat, omgerekend naar een inkomen van een alleenstaande, een lagere koopkracht vertegenwoordigt dan een bedrag van 9 259 euro in prijzen van 2000. Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9 250 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was. Het percentage is vermeld bij minimaal 70 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.
- Bedrijven
- Bedrijfsvestigingen (excl. agrarisch)
- Bedrijfsvestigingen naar activiteit op 1 januari (SBI 1993).
Bedrijfsvestigingen in de landbouw en visserij zijn niet meegeteld. Met ingang van 1 januari 2007 zijn de bedrijfsvestigingen niet meer vermeld in grootteklassen, maar in absolute aantallen.
Bedrijven hebben één of meer lokale eenheden, zogenaamde vestigingen. De meeste bedrijven bestaan uit één vestiging, een klein deel van de bedrijven heeft meer dan één vestiging. Een vestiging is een afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor de uitoefening van activiteiten. Vestigingen worden ingedeeld naar de economische activiteit van het bedrijf waartoe zij behoren.
De toedeling van bedrijfsvestigingen aan gemeenten, wijken en buurten vindt plaats met behulp van de 6-cijferige postcode. Indien deze niet bekend is wordt toegedeeld met behulp van de 4-cijferige postcode. Omdat de grenzen van postcodegebieden soms niet overeenkomen met de grenzen van gemeenten, wijken en buurten kan het voorkomen dat bedrijfsvestigingen aan een naastliggende gemeente, wijk of buurt worden toegekend.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de tabel 'Bedrijven; vestigingen per regio naar economische activiteit, SBI'93'.
Daar vindt de toedeling plaats met behulp van de 4 cijferige postcode.
De gegevens zijn ontleend aan de statistiek Bedrijven in Nederland. Vanaf 1 juli 2006 is het Algemene bedrijfsregister van het CBS ingrijpend gewijzigd. Als gevolg daarvan zijn de gegevens over het aantal vestigingen en instellingen op 1 januari 2007 niet meer vergelijkbaar met de gegevens van voor deze peildatum.- Bedrijfsvestigingen tot en met 2006
- Het aantal bedrijfsvestigingen op 1 januari, ingedeeld in 9 grootteklassen.
Bedrijfsvestigingen in de landbouw, visserij en intramurale gezondheidszorg zijn niet meegeteld. De volgende klassenindeling is gehanteerd:
-------------------------------------------
Klasse Aantal bedrijfsvestigingen
-------------------------------------------
1 0 tot 10
2 10 tot 20
3 20 tot 50
4 50 tot 100
5 100 tot 200
6 200 tot 500
7 500 tot 1 000
8 1 000 tot 2 000
9 2 000 of meer
-------------------------------------------
Met ingang van 1 januari 2007 zijn de bedrijfsvestigingen niet langer vermeld in grootteklassen, maar in absolute aantallen.