Maatstaven Financiële - verhoudingswet (Fvw), regio, 1997 - 2006

Maatstaven Financiële - verhoudingswet (Fvw), regio, 1997 - 2006

Status cijfer Alle regio's Perioden Vastgoed Waarde woningen (mln euro) Vastgoed Waarde niet-woningen (mln euro)
Voorlopig Heerewaarden 2006
Voorlopig Rijnwaarden 2006 841 146
Definitief Heerewaarden 2006
Definitief Rijnwaarden 2006 829 142
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Ten behoeve van de beheerders van het Gemeente- en Provinciefonds levert het CBS een groot aantal gegevens die als grondslag dienen bij het bepalen van de hoogte van uitkeringen aan de Nederlandse gemeenten en provincies.
In deze publicatie zijn deze CBS gegevens bij elkaar gebracht.
Gegevens voor het Gemeentefonds liggen ten grondslag aan de voorlopige en definitieve berekening van de maatstaven zoals vermeld in de "Toelichting op de berekeningen van de uitkeringen uit het gemeentefonds 1997 e.v. jaren", uitgave Ministerie van Financiën.
Het aantal inwoners in stedelijke en landelijke gebieden wordt berekend ten behoeve van het verdeelstelsel gehanteerd door Provinciefonds. Dit verdeelstelsel is op 1 januari 1998 in werking getreden (Staatsblad, 1997, 526).

Frequentie: eenmalig


Toelichting onderwerpen

Vastgoed
De volgende cijfers zijn opgenomen;
- De belastingcapaciteit van WOZ-objecten woningen en niet-woningen
- De voorraadcijfers zijn uitgesplitst naar woningen, wooneenheden, recreatiewoningen en bijzondere woongebouwen.
Waarde woningen
De belastingcapaciteit van de eigenaren wordt bepaald aan de hand van de som van de in het kader van de wet Waarde Onroerende Zaken (WOZ) vastgestelde waarden van de objecten waarover door de gemeente OZB kan worden geheven.
Het betreft de onroerende zaken die tot woning dienen, bedoeld in artikel 220, onderdeel b, van de Gemeentewet.
In de belastingcapaciteit worden ook meegenomen de waarden van de objecten waarvan de gemeenten op vrijwillige basis vrijstelling van OZB verlenen.
Tot woningen volgens de WOZ behoren de volgende twee klassen:
1. Woning dienend tot hoofdverblijf (WOZ-objectcode 10)
2. Woning met praktijkruimte (WOZ-objectcode 11)
Waarde niet-woningen
De belastingcapaciteit van de eigenaren wordt bepaald aan de hand van de som van de in het kader van de wet WOZ vastgestelde waarden van de objecten waarover door de gemeente OZB kan worden geheven.
In de belastingcapaciteit worden ook meegenomen de waarden van de objecten waarvan de gemeenten op vrijwillige basis vrijstelling van OZB verlenen.

De WOZ-objecten niet-woningen zijn de overige onroerende goederen waarin in hoofdzaak bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd en worden onderscheiden in:
1. Boerderijen (WOZ-objectcode 20)
2. Niet-woningen deels in gebruik als woning (WOZ-objectcode 21)
3. Niet-woningen (WOZ-objectcode 30)
4. Terreinen (WOZ-objectcode 40)