Maatstaven Financiële - verhoudingswet (Fvw), regio, 1997 - 2006

Maatstaven Financiële - verhoudingswet (Fvw), regio, 1997 - 2006

Status cijfer Alle regio's Perioden Bodemgesteldheid en oeverlengte Oppervlakte slechte grond Klei/kleiveen/veen: totaal (ha) Bodemgesteldheid en oeverlengte Oppervlakte slechte grond Klei/kleiveen/veen: woonkernen(Gf-Fvw) (ha) Bodemgesteldheid en oeverlengte Oppervlakte slechte grond Klei/kleiveen/veen: buitengebied(Gf-Fvw) (ha) Huishoudens Totaal aantal huishoudens met inkomen (x 1 000) Huishoudens Lage inkomens 2e, 3e en 4e deciel (x 1 000)
Voorlopig Amstelveen 2006 3.802 1.775 2.027
Voorlopig Diepenveen 2006
Voorlopig Heerenveen 2006 0 0 0
Voorlopig Hoogeveen 2006 0 0 0
Voorlopig Nijeveen 2006
Voorlopig Veendam 2006 0 0 0
Voorlopig Veenendaal 2006 0 0 0
Voorlopig Vriezenveen 2006
Voorlopig Waddinxveen 2006 2.578 854 1.724
Definitief Amstelveen 2006 3.796 1.840 1.955 38,1 9,9
Definitief Diepenveen 2006
Definitief Heerenveen 2006 0 0 0 19,0 6,2
Definitief Hoogeveen 2006 0 0 0 22,8 7,7
Definitief Nijeveen 2006
Definitief Veendam 2006 0 0 0 12,3 4,4
Definitief Veenendaal 2006 0 0 0 24,5 7,4
Definitief Vriezenveen 2006
Definitief Waddinxveen 2006 2.578 854 1.724 10,5 2,6
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Ten behoeve van de beheerders van het Gemeente- en Provinciefonds levert het CBS een groot aantal gegevens die als grondslag dienen bij het bepalen van de hoogte van uitkeringen aan de Nederlandse gemeenten en provincies.
In deze publicatie zijn deze CBS gegevens bij elkaar gebracht.
Gegevens voor het Gemeentefonds liggen ten grondslag aan de voorlopige en definitieve berekening van de maatstaven zoals vermeld in de "Toelichting op de berekeningen van de uitkeringen uit het gemeentefonds 1997 e.v. jaren", uitgave Ministerie van Financiën.
Het aantal inwoners in stedelijke en landelijke gebieden wordt berekend ten behoeve van het verdeelstelsel gehanteerd door Provinciefonds. Dit verdeelstelsel is op 1 januari 1998 in werking getreden (Staatsblad, 1997, 526).

Frequentie: eenmalig


Toelichting onderwerpen

Bodemgesteldheid en oeverlengte
Bodemgesteldheid en oeverlengte bevat:
- De oppervlakten klei/kleiveen en veengrond (slechte grond)
- Het percentage slechte grond.
- De bodemfactoren
- De totale oeverlengte
- De oeverlengte op kleiveen- en veengronden
Oppervlakte slechte grond
De oppervlakte 'slechte grond' is de oppervlakte in hectare van een minimaal vijf meter dik aaneengesloten pakket holocene klei- en/of veenlagen dat zich binnen acht meter onder het maaiveld bevindt, voor zover de betrokken lagen zijn gelegen onder land(Gf-Fvw).
Er is sprake van een aaneengesloten pakket:
- Klei, wanneer de cumulatieve veendikte binnen de bovenste vijf meter slechte grond maximaal 50 cm bedraagt;
- Kleiveen, wanneer de cumulatieve veendikte binnen de bovenste vijf meter slechte grond tussen de 50 cm en de 400 cm bedraagt;
- Veen, wanneer de cumulatieve veendikte binnen de bovenste vijf meter slechte grond minimaal 400 cm bedraagt. De contouren van de 'slechte gronden' zijn in 1997 door NITG-TNO vastgesteld.
Klei/kleiveen/veen: totaal
Oppervlakte slechte grond per gemeente of regio volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
Klei/kleiveen/veen: woonkernen(Gf-Fvw)
Oppervlakte slechte grond in woonkernen(Gf-Fvw) per gemeente of regio volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
Klei/kleiveen/veen: buitengebied(Gf-Fvw)
Oppervlakte slechte grond in het buitengebied(Gf-Fvw) (buiten woonkernen(Gf-Fvw)) per gemeente of regio volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
Huishoudens
Inkomensverdelingen [voorgaand jaar]
In de reguliere tabellen met de regionale inkomensverdeling worden de gegevens van een jaar gepresenteerd per ultimo van datzelfde jaar en naar de(boven) gemeentelijke indeling van het daarop volgende jaar.
Van dit onderdeel zijn alleen definitieve cijfers beschikbaar.
Totaal aantal huishoudens met inkomen
Totaal aantal huishoudens met inkomen.
Lage inkomens 2e, 3e en 4e deciel
Definitieve cijfers van de tabellen met de inkomensverdelingen is de inkomenseenheid huishoudens in tien inkomensklassen verdeeld.
De klassengrenzen van de verdeling zijn als volgt bepaald. De huishoudens van geheel Nederland worden gerangschikt naar hoogte van besteedbaar inkomen. Daarna worden de eenheden in tien, qua aantal gelijke groepen (decielgroepen) verdeeld en wordt het hoogste inkomen in elke groep bepaald.
Deze inkomens vormen de klassengrenzen (decielen). De huishoudens in het 2e, 3e en 4e deciel vormen in dit geval de groep "lage inkomens".
De landelijke inkomensgrenzen voor het 2e, 3e en 4e deciel zijn als volgt:
jaar ondergrens bovengrens
1997 8 500 euro 17 100 euro
1998 9 200 euro 17 900 euro
1999 9 300 euro 18 000 euro
2000 9 600 euro 18 900 euro
2001 11 400 euro 21 400 euro
2002 11 100 euro 20 200 euro
2003 11 400 euro 21 300 euro
2004 11 100 euro 20 900 euro
2005 11 000 euro 20 800 euro (RIO2004)
2006 11 200 euro 21 200 euro (RIO2005)
2007 11 700 euro 21 900 euro (RIO2006)
2008 12 500 euro 23 600 euro (RIO2007)
2009 12 600 euro 23 700 euro (RIO2008)