Maatstaven Financiële - verhoudingswet (Fvw), regio, 1997 - 2006

Maatstaven Financiële - verhoudingswet (Fvw), regio, 1997 - 2006

Status cijfer Alle regio's Perioden Inwoners stedelijk en landelijk gebied Inwoners stedelijk gebied Zeer sterk stedelijk (aantal) Inwoners stedelijk en landelijk gebied Inwoners stedelijk gebied Sterk stedelijk (aantal) Bebouwing, land en water Water Binnenwater(Gf-Fvw): totaal (ha) Bebouwing, land en water Water Buitenwater(Gf-Fvw): totaal (ha) Huishoudens Totaal aantal huishoudens met inkomen (x 1 000) Huishoudens Lage inkomens 2e, 3e en 4e deciel (x 1 000) Vastgoed Waarde woningen (mln euro) Vastgoed Waarde niet-woningen (mln euro)
Voorlopig Achterhoek (CR) 2006 2.220 37.230 1.493 - 34.299 7.558
Voorlopig Groot-Amsterdam (CR) 2006 680.710 287.970 7.387 10.642 126.422 43.879
Voorlopig Amsterdam (SG) 2006 709.300 424.730 9.472 21.838 144.551 47.427
Voorlopig Rotterdam (SG) 2006 595.580 341.440 12.271 8.860 85.832 33.373
Voorlopig Amsterdam (GA) 2006 681.250 213.530 5.749 2.414 105.616 34.784
Voorlopig Rotterdam (GA) 2006 593.950 283.260 8.144 4.844 69.631 30.487
Voorlopig Ter Aar 2006 - - 234 - 838 152
Voorlopig Albrandswaard 2006 - 150 162 - 2.040 444
Voorlopig Amsterdam 2006 624.270 102.870 3.023 2.304 79.247 28.570
Voorlopig Beemster 2006 - 310 154 - 890 175
Voorlopig Boarnsterhim 2006 - - 1.690 - 1.442 320
Voorlopig Deventer 2006 20.470 29.820 309 - 7.371 1.927
Voorlopig Dodewaard 2006
Voorlopig Drechterland 2006 - - 47 2.109 1.654 210
Voorlopig Echt-Susteren 2006 - - 147 - 2.585 523
Voorlopig Gaasterlân-Sleat 2006 - - 1.258 10.141 872 146
Voorlopig Heerewaarden 2006
Voorlopig Heerhugowaard 2006 - 24.950 81 - 3.669 776
Voorlopig Heteren 2006
Voorlopig Kesteren 2006
Voorlopig Lemsterland 2006 - - 1.831 2.980 1.055 247
Voorlopig Lingewaard 2006 - - 672 - 3.934 462
Voorlopig Menterwolde 2006 - - 127 - 762 209
Voorlopig Molenwaard 2006
Voorlopig Monster 2006
Voorlopig Naarden 2006 - 2.920 1.184 5 2.591 400
Voorlopig Oisterwijk 2006 - 800 120 - 3.075 543
Voorlopig Oosterhesselen 2006
Voorlopig Oosterhout 2006 - 23.940 157 - 4.657 1.469
Voorlopig Opsterland 2006 - - 297 - 2.065 440
Voorlopig Oudewater 2006 - - 83 - 1.030 215
Voorlopig Rijnwaarden 2006 - - 799 - 841 146
Voorlopig Rotterdam 2006 437.950 113.770 6.510 4.844 39.770 24.235
Voorlopig Skarsterlân 2006 - - 3.098 - 2.114 565
Voorlopig Slochteren 2006 - - 737 - 976 357
Voorlopig Susteren 2006
Voorlopig Terneuzen 2006 - 7.380 1.166 5.487 3.280 1.816
Voorlopig Terschelling 2006 - - 157 58.599 645 176
Voorlopig Twenterand 2006 - - 185 - 2.293 441
Voorlopig Tytsjerksteradiel 2006 - - 1.183 - 2.192 389
Voorlopig Wateringen 2006
Voorlopig Waterland 2006 - - 398 5.954 1.783 203
Voorlopig Westerbork 2006
Voorlopig Wester-Koggenland 2006 - - 206 80 1.213 251
Voorlopig Westerveld 2006 - - 386 - 1.985 371
Voorlopig Westervoort 2006 - - 75 - 1.170 90
Voorlopig Winterswijk 2006 - 8.420 64 - 2.358 719
Voorlopig Zoetermeer 2006 55.480 42.230 250 - 9.536 2.280
Voorlopig Zoeterwoude 2006 - - 70 - 844 380
Voorlopig Zwartewaterland 2006 - - 512 - 1.462 491
Definitief Achterhoek (CR) 2006 2.120 33.530 1.502 - 165,2 49,0 34.315 7.458
Definitief Groot-Amsterdam (CR) 2006 657.670 303.540 7.510 10.643 594,6 190,3 126.101 44.947
Definitief Amsterdam (SG) 2006 683.450 441.850 9.675 21.837 700,4 220,4 143.926 48.483
Definitief Rotterdam (SG) 2006 573.980 344.710 12.455 8.860 543,5 186,1 86.103 33.577
Definitief Amsterdam (GA) 2006 655.290 227.730 5.828 2.415 519,5 175,5 105.307 35.825
Definitief Rotterdam (GA) 2006 572.650 287.650 8.294 4.844 466,1 166,7 69.832 30.698
Definitief Ter Aar 2006 - - 234 - 3,3 0,8 837 157
Definitief Albrandswaard 2006 - 140 194 - 8,6 1,7 2.064 443
Definitief Amsterdam 2006 604.420 117.570 3.056 2.305 394,9 140,9 79.182 29.704
Definitief Beemster 2006 - 320 150 - 3,5 0,9 894 167
Definitief Boarnsterhim 2006 - - 1.690 - 8,1 2,4 1.437 308
Definitief Deventer 2006 18.050 29.300 307 - 42,7 13,5 7.339 1.907
Definitief Dodewaard 2006
Definitief Drechterland 2006 - - 53 2.109 7,2 1,8 1.655 214
Definitief Echt-Susteren 2006 - - 147 - 14,0 4,3 2.601 521
Definitief Gaasterlân-Sleat 2006 - - 1.261 10.141 4,2 1,3 868 146
Definitief Heerewaarden 2006
Definitief Heerhugowaard 2006 - 28.290 161 - 20,1 5,2 3.809 805
Definitief Heteren 2006
Definitief Kesteren 2006
Definitief Lemsterland 2006 - - 1.833 2.979 5,5 1,7 1.054 247
Definitief Lingewaard 2006 - - 695 - 17,4 4,4 3.937 458
Definitief Menterwolde 2006 - - 127 - 5,2 1,7 773 208
Definitief Molenwaard 2006
Definitief Monster 2006
Definitief Naarden 2006 - 3.060 1.145 5 7,3 1,7 2.615 400
Definitief Oisterwijk 2006 - 840 120 - 10,6 2,8 3.063 536
Definitief Oosterhesselen 2006
Definitief Oosterhout 2006 - 22.130 157 - 22,5 6,2 4.700 1.444
Definitief Opsterland 2006 - - 297 - 12,1 3,7 2.084 430
Definitief Oudewater 2006 - - 83 - 4,0 1,0 1.021 210
Definitief Rijnwaarden 2006 - - 825 - 4,5 1,4 829 142
Definitief Rotterdam 2006 424.830 113.410 6.594 4.844 289,6 113,1 39.983 24.376
Definitief Skarsterlân 2006 - - 3.156 - 11,0 3,2 2.126 576
Definitief Slochteren 2006 - - 737 - 6,0 1,7 972 359
Definitief Susteren 2006
Definitief Terneuzen 2006 - 6.850 1.166 5.487 24,6 8,2 3.281 1.843
Definitief Terschelling 2006 - - 157 58.599 2,3 0,6 655 166
Definitief Twenterand 2006 - - 185 - 12,2 3,5 2.296 448
Definitief Tytsjerksteradiel 2006 - - 1.183 - 13,2 3,9 2.213 383
Definitief Wateringen 2006
Definitief Waterland 2006 - - 398 5.955 7,2 1,6 1.795 179
Definitief Westerbork 2006
Definitief Wester-Koggenland 2006 - - 233 80 5,5 1,4 1.210 250
Definitief Westerveld 2006 - - 398 - 8,2 2,3 1.984 354
Definitief Westervoort 2006 - - 75 - 6,2 1,6 1.170 88
Definitief Winterswijk 2006 - 7.530 64 - 12,1 4,1 2.334 699
Definitief Zoetermeer 2006 49.560 43.980 250 - 49,7 13,1 9.521 2.290
Definitief Zoeterwoude 2006 - - 70 - 3,5 0,9 835 380
Definitief Zwartewaterland 2006 - - 515 - 7,8 2,1 1.460 487
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Ten behoeve van de beheerders van het Gemeente- en Provinciefonds levert het CBS een groot aantal gegevens die als grondslag dienen bij het bepalen van de hoogte van uitkeringen aan de Nederlandse gemeenten en provincies.
In deze publicatie zijn deze CBS gegevens bij elkaar gebracht.
Gegevens voor het Gemeentefonds liggen ten grondslag aan de voorlopige en definitieve berekening van de maatstaven zoals vermeld in de "Toelichting op de berekeningen van de uitkeringen uit het gemeentefonds 1997 e.v. jaren", uitgave Ministerie van Financiën.
Het aantal inwoners in stedelijke en landelijke gebieden wordt berekend ten behoeve van het verdeelstelsel gehanteerd door Provinciefonds. Dit verdeelstelsel is op 1 januari 1998 in werking getreden (Staatsblad, 1997, 526).

Frequentie: eenmalig


Toelichting onderwerpen

Inwoners stedelijk en landelijk gebied
Het aantal inwoners wordt ingedeeld naar vijf stedelijkheidsklassen.
De indeling naar stedelijkheidsklasse wordt afgeleid van de Omgevingsadressendichtheid (OAD) die wordt weergegeven in adressen per km².
De volgende klassen worden onderscheiden:
- Zeer sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 2 500 of meer)
- Sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1 500 tot 2 500)
- Matig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1 000 tot 1 500)
- Weinig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 500 tot 1 000)
- Niet-stedelijk (omgevingsadressendichtheid van minder dan 500).

Inwoners stedelijk gebied is de som van het aantal inwoners in de klassen zeer sterk stedelijk en sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1 500 of meer).
Inwoners landelijk gebied is de som van het aantal inwoners in de klassen weinig stedelijk en niet stedelijk (omgevingsadressendichtheid van minder dan 1 000).
Inwoners in de klasse matig stedelijk worden niet tot landelijk of stedelijk gebied gerekend.

Definitieve cijfers
De OAD wordt berekend voor het Geografisch Basisregister (GBR) van januari van het peiljaar, waarbij aan alle adressen een vierkant is toegekend.
Inwoners per rastervierkant zijn afkomstig door alle personen van de Gemeentelijke Basis Administratie per 1 januari van het peiljaar aan vierkanten toe te delen.

Voorlopige cijfers
Berekening wordt uitgevoerd in november van het voorgaand jaar.
Bij de berekening van deze cijfers wordt gebruik gemaakt van gemeentelijke bevolkingsaantallen op 1 januari van het voorgaande jaar.
Deze aantallen worden toegedeeld aan als woonadressen te beschouwen adressen van het GBR van het voorgaande jaar, waarbij de gemeentelijke indeling is afgeleid van een herindeling van gemeenten van het voorgaande jaar. Grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Nog niet aan alle adressen in het GBR van het voorgaande jaar zijn op dat moment vierkanten toegekend.
Inwoners stedelijk gebied
Inwoners stedelijk gebied is de som van het aantal inwoners in de klassen zeer sterk stedelijk en sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1 500 of meer).

Per regio op 1 januari (afgerond op10-tallen).
Zeer sterk stedelijk
Aantal inwoners in zeer sterk stedelijk gebied (2 500 of meer adressen/km²).

Per regio op 1 januari (afgerond op10-tallen).
Sterk stedelijk
Aantal inwoners in sterk stedelijk gebied (1 500 tot 2 500 adressen/km²),

Per regio op 1 januari (afgerond op10-tallen).
Bebouwing, land en water
Cijfers over oppervlakten van bebouwing, land(Gf-Fvw), binnenwater(Gf-Fvw) en buitenwater(Gf-Fvw).

De toevoeging (Gf-Fvw) geeft aan dat deze definitie wordt gehanteerd in het kader van de Financiële verhoudingswet (Fvw) die de uitkeringen uit het Gemeentefonds (Gf) regelt.
Naast deze oppervlakten land(Gf-Fvw), binnen- en buitenwater(Gf-Fvw) publiceert het CBS ook oppervlakten land, binnen- en buitenwater volgens de methodiek van de statistiek van het Bodemgebruik. Berekende oppervlakten land en water verschillen tussen beide publicaties. Daar waar de berekening voor het Gemeentefonds uitgaat van de meest recent gepubliceerde TOP10NL kaarten is de statistiek van het Bodemgebruik een jaaropname, die integraal van Nederland eens in de drie jaar wordt uitgevoerd. Daarnaast wordt in de toepassing voor het Gemeentefonds delen van binnenwater tot buitenwater gerekend en andersom.

Definitieve cijfers
Berekening vindt plaats met definitieve gemeentegrenzen van het peiljaar en de meest recent gepubliceerde topografische kaarten.

Voorlopige cijfers
Berekening vindt plaats in november van het voorgaand jaar en zijn gebaseerd op definitieve gegevens van twee jaar voor het peiljaar.
De gemeentelijke cijfers van het peiljaar worden afgeleid van de verdeling van bebouwing over woonkernen en buitengebied volgens definitieve gegevens van twee jaar daarvoor, gecombineerd met gemeentegrenzen van het voorgaand jaar waarop een herindeling naar het peiljaar is toegepast.
Water
Oppervlakten binnenwater(Gf-Fvw) en buitenwater(Gf-Fvw).
Binnenwater(Gf-Fvw): totaal
Oppervlakte binnenwater(Gf-Fvw) per regio of gemeente volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.

Inlandig water in gebruik als vaarweg, recreatiewater, delfstofwinplaats, vloei en/of slibveld, of als spaarbekken, aangevuld met het IJsselmeer, gelegen tussen havenhoofden en strekdammen.
Verder is toegevoegd aan binnenwater die delen van de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de Noordzee, de Ooster- en Westerschelde gelegen tussen havenhoofden en strekdammen.
Buitenwater(Gf-Fvw): totaal
Oppervlakte buitenwater(Gf-Fvw) per regio of gemeente volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.

De oppervlakte water volgens de omschrijvingen van het buitenwater in de statistiek van het Bodemgebruik aangevuld met het IJsselmeer, met uitzondering van delen gelegen tussen havenhoofden en strekdammen.
Uitgezonderd van buitenwater zijn delen van de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de Noordzee, de Ooster- en Westerschelde gelegen tussen havenhoofden en strekdammen.
Huishoudens
Inkomensverdelingen [voorgaand jaar]
In de reguliere tabellen met de regionale inkomensverdeling worden de gegevens van een jaar gepresenteerd per ultimo van datzelfde jaar en naar de(boven) gemeentelijke indeling van het daarop volgende jaar.
Van dit onderdeel zijn alleen definitieve cijfers beschikbaar.
Totaal aantal huishoudens met inkomen
Totaal aantal huishoudens met inkomen.
Lage inkomens 2e, 3e en 4e deciel
Definitieve cijfers van de tabellen met de inkomensverdelingen is de inkomenseenheid huishoudens in tien inkomensklassen verdeeld.
De klassengrenzen van de verdeling zijn als volgt bepaald. De huishoudens van geheel Nederland worden gerangschikt naar hoogte van besteedbaar inkomen. Daarna worden de eenheden in tien, qua aantal gelijke groepen (decielgroepen) verdeeld en wordt het hoogste inkomen in elke groep bepaald.
Deze inkomens vormen de klassengrenzen (decielen). De huishoudens in het 2e, 3e en 4e deciel vormen in dit geval de groep "lage inkomens".
De landelijke inkomensgrenzen voor het 2e, 3e en 4e deciel zijn als volgt:
jaar ondergrens bovengrens
1997 8 500 euro 17 100 euro
1998 9 200 euro 17 900 euro
1999 9 300 euro 18 000 euro
2000 9 600 euro 18 900 euro
2001 11 400 euro 21 400 euro
2002 11 100 euro 20 200 euro
2003 11 400 euro 21 300 euro
2004 11 100 euro 20 900 euro
2005 11 000 euro 20 800 euro (RIO2004)
2006 11 200 euro 21 200 euro (RIO2005)
2007 11 700 euro 21 900 euro (RIO2006)
2008 12 500 euro 23 600 euro (RIO2007)
2009 12 600 euro 23 700 euro (RIO2008)

Vastgoed
De volgende cijfers zijn opgenomen;
- De belastingcapaciteit van WOZ-objecten woningen en niet-woningen
- De voorraadcijfers zijn uitgesplitst naar woningen, wooneenheden, recreatiewoningen en bijzondere woongebouwen.
Waarde woningen
De belastingcapaciteit van de eigenaren wordt bepaald aan de hand van de som van de in het kader van de wet Waarde Onroerende Zaken (WOZ) vastgestelde waarden van de objecten waarover door de gemeente OZB kan worden geheven.
Het betreft de onroerende zaken die tot woning dienen, bedoeld in artikel 220, onderdeel b, van de Gemeentewet.
In de belastingcapaciteit worden ook meegenomen de waarden van de objecten waarvan de gemeenten op vrijwillige basis vrijstelling van OZB verlenen.
Tot woningen volgens de WOZ behoren de volgende twee klassen:
1. Woning dienend tot hoofdverblijf (WOZ-objectcode 10)
2. Woning met praktijkruimte (WOZ-objectcode 11)
Waarde niet-woningen
De belastingcapaciteit van de eigenaren wordt bepaald aan de hand van de som van de in het kader van de wet WOZ vastgestelde waarden van de objecten waarover door de gemeente OZB kan worden geheven.
In de belastingcapaciteit worden ook meegenomen de waarden van de objecten waarvan de gemeenten op vrijwillige basis vrijstelling van OZB verlenen.

De WOZ-objecten niet-woningen zijn de overige onroerende goederen waarin in hoofdzaak bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd en worden onderscheiden in:
1. Boerderijen (WOZ-objectcode 20)
2. Niet-woningen deels in gebruik als woning (WOZ-objectcode 21)
3. Niet-woningen (WOZ-objectcode 30)
4. Terreinen (WOZ-objectcode 40)