Overledenen naar medische beslissing rond levenseinde;leeftijd,doodsoorzaak

Overledenen naar medische beslissing rond levenseinde;leeftijd,doodsoorzaak

Leeftijd Doodsoorzaken Perioden Totaal overledenen (aantal) Zonder MBL-handelwijze Totaal zonder MBL-handelwijze (aantal) Zonder MBL-handelwijze Plotseling en onverwacht overleden (aantal) Zonder MBL-handelwijze Niet plotseling/onverwacht overleden (aantal) Met MBL-handelwijze Totaal met MBL-handelwijze (aantal) Met MBL-handelwijze NIS rekening houdend met overlijden (aantal) Met MBL-handelwijze PSB rekening houdend met overlijden (aantal) Met MBL-handelwijze PSB overlijden mede doel (aantal) Met MBL-handelwijze NIS overlijden uitdrukkelijk doel (aantal) Met MBL-handelwijze Toedienen middel overlijden uitdr. doel Totaal toedienen middel (aantal) Met MBL-handelwijze Toedienen middel overlijden uitdr. doel Euthanasie (aantal) Met MBL-handelwijze Toedienen middel overlijden uitdr. doel Hulp bij zelfdoding (aantal) Met MBL-handelwijze Toedienen middel overlijden uitdr. doel Levensbeëindigend hand. zonder verzoek (aantal)
Totaal Totaal doodsoorzaken 2010 136.058 57.331 27.234 30.096 78.727 10.713 47.957 1.606 14.092 4.360 3.859 192 310
Totaal Aangeboren aandoeningen (nuljarigen) 2010 202 82 40 42 121 30 49 0 37 5 0 0 5
Totaal Ov./onbekende doodsoorzaken (nuljarigen) 2010 493 177 99 78 315 59 57 3 191 5 0 0 5
Totaal Kwaadaardige nieuwvormingen (>0 jaar) 2010 42.346 13.414 1.923 11.491 28.931 2.229 19.346 861 3.174 3.321 3.119 100 102
Totaal Hart- en vaatziekten excl. CVA (>0 jaar) 2010 30.158 18.332 12.105 6.227 11.827 2.264 6.197 277 2.935 153 146 7 0
Totaal Ziekten ademhalingsorganen (>0 jaar) 2010 13.012 5.045 1.845 3.200 7.967 1.076 4.837 87 1.734 232 150 49 34
Totaal Ziekten zenuwstelsel incl.CVA (>0 jaar) 2010 13.504 4.600 2.048 2.552 8.904 1.871 4.924 79 1.791 239 214 25 0
Totaal Suïcide (>0 jaar) 2010 1.600 1.553 1.455 98 47 10 24 0 13 0 0 0 0
Totaal Ov./onbekende doodsoorzaken (>0 jaar) 2010 34.744 14.128 7.720 6.408 20.616 3.175 12.523 297 4.215 406 229 11 165
0 jaar Totaal doodsoorzaken 2010 695 259 139 120 436 89 106 3 228 9 0 0 9
0 jaar Aangeboren aandoeningen (nuljarigen) 2010 202 82 40 42 121 30 49 0 37 5 0 0 5
0 jaar Ov./onbekende doodsoorzaken (nuljarigen) 2010 493 177 99 78 315 59 57 3 191 5 0 0 5
0 jaar Kwaadaardige nieuwvormingen (>0 jaar) 2010
0 jaar Hart- en vaatziekten excl. CVA (>0 jaar) 2010
0 jaar Ziekten ademhalingsorganen (>0 jaar) 2010
0 jaar Ziekten zenuwstelsel incl.CVA (>0 jaar) 2010
0 jaar Suïcide (>0 jaar) 2010
0 jaar Ov./onbekende doodsoorzaken (>0 jaar) 2010
1 tot 17 jaar Totaal doodsoorzaken 2010 363 214 155 58 149 24 89 8 29 0 0 0 0
1 tot 17 jaar Aangeboren aandoeningen (nuljarigen) 2010
1 tot 17 jaar Ov./onbekende doodsoorzaken (nuljarigen) 2010
1 tot 17 jaar Kwaadaardige nieuwvormingen (>0 jaar) 2010 61 7 0 7 54 3 47 0 5 0 0 0 0
1 tot 17 jaar Hart- en vaatziekten excl. CVA (>0 jaar) 2010 11 11 11 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
1 tot 17 jaar Ziekten ademhalingsorganen (>0 jaar) 2010 17 12 4 8 4 0 4 0 0 0 0 0 0
1 tot 17 jaar Ziekten zenuwstelsel incl.CVA (>0 jaar) 2010 28 18 6 12 10 3 2 0 5 0 0 0 0
1 tot 17 jaar Suïcide (>0 jaar) 2010 12 12 12 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
1 tot 17 jaar Ov./onbekende doodsoorzaken (>0 jaar) 2010 233 152 122 31 81 18 35 8 20 0 0 0 0
17 tot 65 jaar Totaal doodsoorzaken 2010 24.066 12.046 7.472 4.573 12.020 1.000 7.061 399 2.092 1.468 1.324 91 52
17 tot 65 jaar Aangeboren aandoeningen (nuljarigen) 2010
17 tot 65 jaar Ov./onbekende doodsoorzaken (nuljarigen) 2010
17 tot 65 jaar Kwaadaardige nieuwvormingen (>0 jaar) 2010 12.102 3.485 564 2.921 8.616 606 5.568 360 826 1.257 1.183 61 12
17 tot 65 jaar Hart- en vaatziekten excl. CVA (>0 jaar) 2010 3.564 2.881 2.299 583 682 65 280 0 330 7 7 0 0
17 tot 65 jaar Ziekten ademhalingsorganen (>0 jaar) 2010 1.006 383 300 83 622 150 235 0 215 22 12 10 0
17 tot 65 jaar Ziekten zenuwstelsel incl.CVA (>0 jaar) 2010 1.774 747 441 305 1.027 64 386 39 423 115 95 20 0
17 tot 65 jaar Suïcide (>0 jaar) 2010 1.301 1.257 1.196 61 44 10 20 0 13 0 0 0 0
17 tot 65 jaar Ov./onbekende doodsoorzaken (>0 jaar) 2010 4.320 3.292 2.672 620 1.028 105 572 0 284 67 27 0 40
65 tot 80 jaar Totaal doodsoorzaken 2010 41.731 17.959 8.893 9.066 23.772 2.841 14.149 588 4.423 1.771 1.585 64 122
65 tot 80 jaar Aangeboren aandoeningen (nuljarigen) 2010
65 tot 80 jaar Ov./onbekende doodsoorzaken (nuljarigen) 2010
65 tot 80 jaar Kwaadaardige nieuwvormingen (>0 jaar) 2010 17.651 5.901 911 4.991 11.749 785 8.145 245 1.237 1.337 1.262 14 61
65 tot 80 jaar Hart- en vaatziekten excl. CVA (>0 jaar) 2010 8.825 6.040 4.425 1.615 2.785 573 1.004 85 1.018 105 105 0 0
65 tot 80 jaar Ziekten ademhalingsorganen (>0 jaar) 2010 4.094 1.503 630 872 2.591 177 1.725 87 491 110 71 39 0
65 tot 80 jaar Ziekten zenuwstelsel incl.CVA (>0 jaar) 2010 3.799 1.411 600 810 2.389 646 1.166 41 458 77 77 0 0
65 tot 80 jaar Suïcide (>0 jaar) 2010 206 206 181 25 0 0 0 0 0 0 0 0 0
65 tot 80 jaar Ov./onbekende doodsoorzaken (>0 jaar) 2010 7.157 2.899 2.146 753 4.258 660 2.108 130 1.219 141 69 11 61
80 jaar of ouder Totaal doodsoorzaken 2010 69.203 26.853 10.575 16.279 42.350 6.758 26.552 608 7.319 1.112 950 36 127
80 jaar of ouder Aangeboren aandoeningen (nuljarigen) 2010
80 jaar of ouder Ov./onbekende doodsoorzaken (nuljarigen) 2010
80 jaar of ouder Kwaadaardige nieuwvormingen (>0 jaar) 2010 12.532 4.020 448 3.572 8.512 835 5.587 255 1.107 728 674 24 30
80 jaar of ouder Hart- en vaatziekten excl. CVA (>0 jaar) 2010 17.759 9.400 5.370 4.030 8.359 1.626 4.914 192 1.587 41 34 7 0
80 jaar of ouder Ziekten ademhalingsorganen (>0 jaar) 2010 7.895 3.147 910 2.237 4.749 748 2.872 0 1.028 100 67 0 34
80 jaar of ouder Ziekten zenuwstelsel incl.CVA (>0 jaar) 2010 7.902 2.425 1.000 1.424 5.478 1.157 3.369 0 905 46 41 5 0
80 jaar of ouder Suïcide (>0 jaar) 2010 82 78 67 11 4 0 4 0 0 0 0 0 0
80 jaar of ouder Ov./onbekende doodsoorzaken (>0 jaar) 2010 23.033 7.785 2.780 5.005 15.249 2.392 9.807 160 2.692 197 134 0 63
Bron: CBS
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Het Sterfgevallenonderzoek geeft informatie over medische beslissingen die de behandelend arts rond het levenseinde heeft genomen. Voor het onderzoek is een steekproef getrokken uit de doodsoorzaakverklaringen van mensen die in de maanden augustus t/m november van het onderzoeksjaar zijn overleden en die op het moment van overlijden tot de bevolking van Nederland behoorden. De steekproefgegevens zijn omgerekend naar jaarcijfers.

Deze tabel betreft de overledenen naar medische beslissing rond het levenseinde per doodsoorzaak en leeftijd.

Gegevens beschikbaar: 2010, 2015 en 2021

Status van de cijfers
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 26 mei 2023:
- Cijfers over 2021 zijn toegevoegd.
- In 2021 zijn er 96 overledenen met onbekende 'medische beslissing levenseinde'. Deze zijn enkel opgenomen in het totaal. Hierdoor tellen de onderliggende cijfers niet exact op tot het totaal.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Het onderzoek vindt vijfjaarlijks plaats. In 2020 is het onderzoek met een jaar uitgesteld in verband met de hoge werkbelasting in de gezondheidszorg ten gevolge van covid-19. Er is daardoor eenmalig een interval van zes jaar tussen 2015 en 2021.

Toelichting onderwerpen

Totaal overledenen
In 2021 zijn er 96 overledenen met onbekende 'medische beslissing levenseinde'. Deze zijn niet opgenomen bij de onderliggende categorieën.
Zonder MBL-handelwijze
Overleden personen zonder MBL-handelwijze.
Medische beslissing rond het levenseinde (MBL-handelwijze): indien een
arts meerdere beslissingen heeft genomen, dan is het sterfgeval getypeerd aan de hand van de meest ingrijpende beslissing. Deze wordt aangeduid als de laatst genoemde medische beslissing rond het levenseinde ofwel MBL-handelwijze.
Totaal zonder MBL-handelwijze
Plotseling en onverwacht overleden
Plotseling en onverwacht overleden persoon
Persoon die plotseling en onverwacht is overleden en van wie wordt aangenomen dat er geen medische beslissingen rond het levenseinde zijn genomen.
Niet plotseling/onverwacht overleden
Met MBL-handelwijze
Overleden personen met MBL-handelwijze.
Medische beslissing rond het levenseinde (MBL-handelwijze): indien een
arts meerdere beslissingen heeft genomen, dan is het sterfgeval getypeerd aan de hand van de meest ingrijpende beslissing. Deze wordt aangeduid als de laatst genoemde medische beslissing rond het levenseinde, ofwel MBL-handelwijze.
De in de tabel gepresenteerde indeling is oplopend gegroepeerd naar meest ingrijpende handelwijze.
Totaal met MBL-handelwijze
NIS rekening houdend met overlijden
Medische beslissing rond het levenseinde waarbij de arts kiest voor het niet instellen of staken van een behandeling (NIS) rekening houdend met bespoediging van het levenseinde van de patiënt.
PSB rekening houdend met overlijden
Medische beslissing rond het levenseinde waarbij de arts intensivering van pijn- en/of symptoombestrijding (PSB) toepast d.m.v. één of meer medicamenten. Hierbij houdt de arts er rekening mee de dat het levenseinde van de patiënt wordt bespoedigd.
PSB overlijden mede doel
Medische beslissing rond het levenseinde waarbij de arts intensivering van pijn- en/of symptoombestrijding (PSB) toepast d.m.v. één of meer medicamenten. Hierbij heeft de arts mede het doel het levenseinde van de patiënt te bespoedigen.
NIS overlijden uitdrukkelijk doel
Medische beslissing rond het levenseinde waarbij de arts kiest voor het niet instellen of staken van een behandeling (NIS) met bespoediging van het levenseinde van de patiënt als uitdrukkelijk doel.
Toedienen middel overlijden uitdr. doel
Levensbeëindigend handelen door een arts door middel van het
voorschrijven, verstrekken of toedienen van een middel met het
uitdrukkelijke doel het levenseinde van de patiënt te bespoedigen.
Totaal toedienen middel
Euthanasie
Er is sprake van euthanasie indien de arts heeft aangegeven dat:
- het overlijden van de patiënt het gevolg is geweest van het gebruik van een middel dat door hem/haar of door een collega is voorgeschreven,
verstrekt of toegediend met het uitdrukkelijke doel het levenseinde te
bespoedigen én
- tegelijkertijd is aangegeven dat de patiënt het middel niet uitsluitend
zelf heeft toegediend of tot zich heeft genomen én
- dat deze beslissing is genomen op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt.
Hulp bij zelfdoding
Het opzettelijk verlenen van hulp bij levensbeëindigend handelen door de
betrokkene op diens verzoek. Van hulp bij zelfdoding is sprake indien door
de arts is aangegeven dat:
- het overlijden van de patiënt het gevolg is geweest van het gebruik van een middel dat door hem/haar of door een collega is voorgeschreven of verstrekt met het uitdrukkelijke doel het levenseinde te bespoedigen én
- tegelijkertijd is aangegeven dat de patiënt dit middel uitsluitend zelf
heeft toegediend of zelf tot zich heeft genomen én
- de beslissing over deze laatstgenoemde handelwijze is genomen op
uitdrukkelijk verzoek van de patiënt.
Levensbeëindigend hand. zonder verzoek
Er is sprake van levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek van de
patiënt indien de arts heeft aangegeven dat:
- het overlijden van de patiënt het gevolg is geweest van het gebruik van een middel dat door hem/haar of door een collega is voorgeschreven,
verstrekt of toegediend met uitdrukkelijk doel het levenseinde te
bespoedigen én
- tegelijkertijd is aangegeven dat deze beslissing niet is genomen op
uitdrukkelijk verzoek van de patiënt.