Sectorrekeningen; lopende transacties naar sectoren 1969 - kw4 2013

Sectorrekeningen; lopende transacties naar sectoren 1969 - kw4 2013

Sectoren Perioden Middelen Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Totaal (mln euro) Middelen Productie Totaal (mln euro) Middelen Beloning van werknemers Totaal (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Totaal (mln euro) Bestedingen Totaal (mln euro) Bestedingen Beloning van werknemers Totaal (mln euro) Bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal (mln euro) Saldi Bbp/Bruto toegevoegde waarde (mln euro) Saldi Bruto exploitatieoverschot (mln euro) Saldi Saldo primaire inkomens (bruto) (mln euro) Saldi Bruto beschikbaar inkomen (mln euro) Saldi Bruto besparingen (mln euro)
Totale economie 2010 1e kwartaal 558.674 - 276.646 68.371 75.195 570.497 69.289 105.506 143.076 58.438 138.389 135.404 29.933
Totale economie 2010 2e kwartaal 598.541 - 284.127 85.970 84.749 606.593 87.161 110.302 148.093 45.380 149.100 146.811 36.535
Totale economie 2010 3e kwartaal 549.439 - 277.194 66.658 76.866 558.526 67.706 107.000 141.678 59.415 138.831 137.097 30.144
Totale economie 2010 4e kwartaal 608.176 - 299.270 75.159 85.169 615.577 76.335 112.361 153.942 59.611 151.467 149.605 37.290
Totale economie 2010 2.314.830 - 1.137.237 296.158 321.979 2.351.193 300.491 435.169 586.789 222.844 577.787 568.917 133.902
Niet-financiële vennootschappen 2010 1e kwartaal 203.950 - 191.880 - 9.234 191.646 46.946 - 81.194 34.667 26.806 23.178 23.178
Niet-financiële vennootschappen 2010 2e kwartaal 211.194 - 194.194 - 14.292 208.496 58.819 - 81.394 22.851 19.124 16.502 16.502
Niet-financiële vennootschappen 2010 3e kwartaal 205.690 - 191.111 - 12.065 186.609 45.563 - 79.459 34.329 31.556 29.643 29.643
Niet-financiële vennootschappen 2010 4e kwartaal 222.363 - 206.627 - 13.606 209.138 50.473 - 85.845 34.547 28.026 25.023 25.023
Niet-financiële vennootschappen 2010 843.197 - 783.812 - 49.197 795.889 201.801 - 327.892 126.394 105.512 94.346 94.346
Financiële instellingen 2010 1e kwartaal 84.898 - 20.029 - 52.154 82.262 4.213 - 10.266 5.984 4.082 8.031 3.500
Financiële instellingen 2010 2e kwartaal 87.770 - 19.905 - 55.089 84.554 4.980 - 10.427 5.400 3.856 6.452 3.001
Financiële instellingen 2010 3e kwartaal 84.910 - 20.303 - 52.627 83.034 4.034 - 10.770 6.683 2.724 5.633 2.309
Financiële instellingen 2010 4e kwartaal 88.982 - 20.268 - 56.202 88.331 4.290 - 10.790 6.440 3.793 6.166 2.609
Financiële instellingen 2010 346.560 - 80.505 - 216.072 338.181 17.517 - 42.253 24.507 14.455 26.282 11.419
Monetaire financiële instellingen 2010 1e kwartaal 18.104 - 8.159 - 9.369 16.246 1.985 - 5.126 3.111 1.976 1.791 1.791
Monetaire financiële instellingen 2010 2e kwartaal 19.338 - 8.260 - 10.443 17.241 2.357 - 5.208 2.835 2.180 1.989 1.989
Monetaire financiële instellingen 2010 3e kwartaal 17.803 - 8.325 - 9.338 15.794 1.887 - 5.477 3.564 2.371 2.298 2.298
Monetaire financiële instellingen 2010 4e kwartaal 19.329 - 8.428 - 10.753 17.920 2.032 - 5.400 3.341 1.763 1.654 1.654
Monetaire financiële instellingen 2010 74.574 - 33.172 - 39.903 67.201 8.261 - 21.211 12.851 8.290 7.732 7.732
Overige financiële instellingen 2010 1e kwartaal 45.078 - 7.070 - 37.982 50.818 1.292 - 2.784 1.482 529 237 237
Overige financiële instellingen 2010 2e kwartaal 45.580 - 7.085 - 38.472 45.196 1.341 - 3.109 1.758 747 228 228
Overige financiële instellingen 2010 3e kwartaal 45.173 - 7.422 - 37.730 46.471 1.287 - 3.301 2.010 -815 -1.137 -1.137
Overige financiële instellingen 2010 4e kwartaal 46.781 - 7.156 - 39.603 47.524 1.257 - 3.124 1.862 2.225 1.301 1.301
Overige financiële instellingen 2010 182.612 - 28.733 - 153.787 190.009 5.177 - 12.318 7.112 2.686 629 629
Verzekeringsinst. en pensioenfondsen 2010 1e kwartaal 21.716 - 4.800 - 4.803 15.198 936 - 2.356 1.391 1.577 6.003 1.472
Verzekeringsinst. en pensioenfondsen 2010 2e kwartaal 22.852 - 4.560 - 6.174 22.117 1.282 - 2.110 807 929 4.235 784
Verzekeringsinst. en pensioenfondsen 2010 3e kwartaal 21.934 - 4.556 - 5.559 20.769 860 - 1.992 1.109 1.168 4.472 1.148
Verzekeringsinst. en pensioenfondsen 2010 4e kwartaal 22.872 - 4.684 - 5.846 22.887 1.001 - 2.266 1.237 -195 3.211 -346
Verzekeringsinst. en pensioenfondsen 2010 89.374 - 18.600 - 22.382 80.971 4.079 - 8.724 4.544 3.479 17.921 3.058
Overheid (geconsolideerd) 2010 1e kwartaal 88.752 - 28.174 - 4.764 93.703 13.065 39.196 17.044 3.989 20.759 41.356 2.160
Overheid (geconsolideerd) 2010 2e kwartaal 92.591 - 32.795 - 3.439 104.139 16.976 43.783 21.026 4.084 19.677 38.746 -5.037
Overheid (geconsolideerd) 2010 3e kwartaal 80.781 - 28.280 - 2.245 91.975 13.100 39.740 17.082 4.048 17.710 34.352 -5.388
Overheid (geconsolideerd) 2010 4e kwartaal 100.177 - 32.906 - 5.775 102.019 16.088 44.251 20.134 4.148 24.889 49.252 5.001
Overheid (geconsolideerd) 2010 362.301 - 122.155 - 16.223 391.836 59.229 166.970 75.286 16.269 83.035 163.706 -3.264
Centrale overheid (geconsolideerd) 2010 1e kwartaal 45.334 - 9.090 - 4.259 51.657 4.010 8.811 5.266 1.305 17.918 6.622 -2.189
Centrale overheid (geconsolideerd) 2010 2e kwartaal 48.565 - 10.526 - 2.475 54.230 5.191 10.306 6.438 1.327 16.466 7.703 -2.603
Centrale overheid (geconsolideerd) 2010 3e kwartaal 39.856 - 9.061 - 1.657 48.132 4.012 8.741 5.250 1.323 14.533 2.945 -5.796
Centrale overheid (geconsolideerd) 2010 4e kwartaal 54.581 - 10.566 - 5.198 57.431 4.965 10.114 6.180 1.345 21.572 16.703 6.589
Centrale overheid (geconsolideerd) 2010 188.336 - 39.243 - 13.589 211.450 18.178 37.972 23.134 5.300 70.489 33.973 -3.999
Lokale overheid (geconsolideerd) 2010 1e kwartaal 37.851 - 18.018 - 536 37.261 8.673 15.623 11.376 2.665 3.403 19.184 3.561
Lokale overheid (geconsolideerd) 2010 2e kwartaal 43.027 - 21.062 - 998 43.911 11.289 18.370 14.072 2.738 3.744 20.928 2.558
Lokale overheid (geconsolideerd) 2010 3e kwartaal 37.131 - 18.157 - 629 38.061 8.705 16.116 11.429 2.706 3.585 18.506 2.390
Lokale overheid (geconsolideerd) 2010 4e kwartaal 39.763 - 21.059 - 591 43.352 10.645 18.408 13.455 2.784 3.666 17.991 -417
Lokale overheid (geconsolideerd) 2010 157.772 - 78.296 - 2.754 162.585 39.312 68.517 50.332 10.893 14.398 76.609 8.092
Wett. soc. verzek.inst. (geconsolideerd) 2010 1e kwartaal 27.689 - 1.066 - 33 26.907 382 14.762 402 19 -562 15.550 788
Wett. soc. verzek.inst. (geconsolideerd) 2010 2e kwartaal 24.938 - 1.207 - 41 29.937 496 15.107 516 19 -533 10.115 -4.992
Wett. soc. verzek.inst. (geconsolideerd) 2010 3e kwartaal 25.049 - 1.062 - 51 27.037 383 14.883 403 19 -408 12.901 -1.982
Wett. soc. verzek.inst. (geconsolideerd) 2010 4e kwartaal 32.769 - 1.281 - 22 28.172 478 15.729 499 19 -349 14.558 -1.171
Wett. soc. verzek.inst. (geconsolideerd) 2010 110.445 - 4.616 - 147 112.053 1.739 60.481 1.820 76 -1.852 53.124 -7.357
Overheid 2010 1e kwartaal 116.059 - 28.174 - 4.840 121.010 13.065 39.196 17.044 3.989 20.759 41.356 2.160
Overheid 2010 2e kwartaal 123.487 - 32.795 - 3.524 135.035 16.976 43.783 21.026 4.084 19.677 38.746 -5.037
Overheid 2010 3e kwartaal 107.147 - 28.280 - 2.347 118.341 13.100 39.740 17.082 4.048 17.710 34.352 -5.388
Overheid 2010 4e kwartaal 132.147 - 32.906 - 5.827 133.989 16.088 44.251 20.134 4.148 24.889 49.252 5.001
Overheid 2010 478.840 - 122.155 - 16.538 508.375 59.229 166.970 75.286 16.269 83.035 163.706 -3.264
Centrale overheid 2010 1e kwartaal 47.924 - 9.090 - 4.270 54.247 4.010 8.811 5.266 1.305 17.918 6.622 -2.189
Centrale overheid 2010 2e kwartaal 52.409 - 10.526 - 2.484 58.074 5.191 10.306 6.438 1.327 16.466 7.703 -2.603
Centrale overheid 2010 3e kwartaal 42.037 - 9.061 - 1.666 50.313 4.012 8.741 5.250 1.323 14.533 2.945 -5.796
Centrale overheid 2010 4e kwartaal 56.446 - 10.566 - 5.211 59.296 4.965 10.114 6.180 1.345 21.572 16.703 6.589
Centrale overheid 2010 198.816 - 39.243 - 13.631 221.930 18.178 37.972 23.134 5.300 70.489 33.973 -3.999
Lokale overheid 2010 1e kwartaal 40.446 - 18.018 - 537 39.856 8.673 15.623 11.376 2.665 3.403 19.184 3.561
Lokale overheid 2010 2e kwartaal 46.140 - 21.062 - 999 47.024 11.289 18.370 14.072 2.738 3.744 20.928 2.558
Lokale overheid 2010 3e kwartaal 40.061 - 18.157 - 630 40.991 8.705 16.116 11.429 2.706 3.585 18.506 2.390
Lokale overheid 2010 4e kwartaal 42.932 - 21.059 - 594 46.521 10.645 18.408 13.455 2.784 3.666 17.991 -417
Lokale overheid 2010 169.579 - 78.296 - 2.760 174.392 39.312 68.517 50.332 10.893 14.398 76.609 8.092
Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 1e kwartaal 27.689 - 1.066 - 33 26.907 382 14.762 402 19 -562 15.550 788
Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 2e kwartaal 24.938 - 1.207 - 41 29.937 496 15.107 516 19 -533 10.115 -4.992
Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 3e kwartaal 25.049 - 1.062 - 51 27.037 383 14.883 403 19 -408 12.901 -1.982
Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 4e kwartaal 32.769 - 1.281 - 22 28.172 478 15.729 499 19 -349 14.558 -1.171
Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 110.445 - 4.616 - 147 112.053 1.739 60.481 1.820 76 -1.852 53.124 -7.357
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. 2010 1e kwartaal 154.602 - 36.563 68.371 8.967 160.676 5.065 66.310 18.834 13.798 86.742 62.839 1.095
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. 2010 2e kwartaal 176.247 - 37.233 85.970 11.844 163.033 6.386 66.519 19.614 13.045 106.443 85.111 22.069
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. 2010 3e kwartaal 152.138 - 37.500 66.658 9.827 156.024 5.009 67.260 19.403 14.355 86.841 67.469 3.580
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. 2010 4e kwartaal 163.119 - 39.469 75.159 9.534 166.219 5.484 68.110 20.838 14.476 94.759 69.164 4.657
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. 2010 646.106 - 150.765 296.158 40.172 645.952 21.944 268.199 78.689 55.674 374.785 284.583 31.401
Huishoudens 2010 1e kwartaal 151.033 - 35.018 68.371 8.875 157.096 4.466 65.097 18.171 13.739 86.600 61.700 1.169
Huishoudens 2010 2e kwartaal 172.700 - 35.592 85.970 11.680 159.405 5.594 65.219 18.761 12.989 106.229 84.063 22.321
Huishoudens 2010 3e kwartaal 148.695 - 35.923 66.658 9.710 152.370 4.419 66.009 18.750 14.298 86.674 66.484 3.846
Huishoudens 2010 4e kwartaal 159.711 - 37.857 75.159 9.432 162.479 4.789 66.789 20.080 14.418 94.606 68.260 5.074
Huishoudens 2010 632.139 - 144.390 296.158 39.697 631.350 19.268 263.114 75.762 55.444 374.109 280.507 32.410
IZW's t.b.v. huishoudens 2010 1e kwartaal 3.569 - 1.545 - 92 3.580 599 1.213 663 59 142 1.139 -74
IZW's t.b.v. huishoudens 2010 2e kwartaal 3.547 - 1.641 - 164 3.628 792 1.300 853 56 214 1.048 -252
IZW's t.b.v. huishoudens 2010 3e kwartaal 3.443 - 1.577 - 117 3.654 590 1.251 653 57 167 985 -266
IZW's t.b.v. huishoudens 2010 4e kwartaal 3.408 - 1.612 - 102 3.740 695 1.321 758 58 153 904 -417
IZW's t.b.v. huishoudens 2010 13.967 - 6.375 - 475 14.602 2.676 5.085 2.927 230 676 4.076 -1.009
Buitenland 2010 1e kwartaal 156.595 98.118 - 1.207 50.808 160.510 289 - . . . . .
Buitenland 2010 2e kwartaal 163.372 103.664 - 1.480 52.770 170.952 289 - . . . . .
Buitenland 2010 3e kwartaal 163.903 104.137 - 1.308 52.687 169.780 260 - . . . . .
Buitenland 2010 4e kwartaal 171.464 108.515 - 1.437 54.130 180.398 261 - . . . . .
Buitenland 2010 655.334 414.434 - 5.432 210.395 681.640 1.099 - . . . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële (lopende) transacties per periode van de verschillende (sub)sectoren van de Nederlandse economie. De cijfers worden gepresenteerd in de vorm van middelen en bestedingen.
Daarnaast worden in deze tabel ook de saldi van de (sub)sectoren weergegeven.

De niet-financiële rekeningen worden beschreven aan de hand van een groot aantal transacties. Elke transactie beschrijft een stukje van een economisch deelproces, alle deelprocessen samen geven het gehele economische proces van niet-financiële transacties weer. Deelprocessen zijn: het productieproces, inkomensvorming, inkomensverdeling, inkomensherverdeling, inkomensbesteding en kapitaalvorming.

Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaren vanaf 1969 tot 2013.
Kwartalen vanaf eerste kwartaal 2005 tot vierde kwartaal 2013 .

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn vanaf 1969 definitief. De jaar- en kwartaalgegevens van het lopende jaar en de twee voorgaande jaren hebben nog een (nader)voorlopig karakter. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de voorlopige gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 25 juni 2014:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door tabel Sectorrekeningen; lopende transacties naar sectoren. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Ontvangsten van economische sectoren.
Totaal
Totaal aan ontvangsten van economische sectoren.
Invoer van goederen en diensten
De invoer van goederen betreft de voor ingezetenen bestemde goederen, die vanuit het buitenland in het economisch gebied van Nederland zijn gebracht. Hiertoe behoren ook voor verwerking in het productieproces benodigde grondstoffen, halffabricaten, brandstoffen en voor investeringen bestemde vaste activa. De invoer omvat verder goederen die, zonder noemenswaardige bewerking te hebben ondergaan, weer zijn uitgevoerd (wederuitvoer). De invoer van diensten heeft onder meer betrekking op de uitgaven van Nederlandse bedrijven in het buitenland, zoals vervoerskosten, bankkosten en zakenreizen. Bij de overheid gaat het onder meer om uitgaven van Nederlandse ambassades en consulaten in het buitenland. De invoer door huishoudens bestaat onder meer uit ingevoerde consumptiegoederen en de directe consumptieve bestedingen van Nederlandse toeristen, grensbewoners, diplomaten en militairen in het buitenland.
Totaal
De invoer van goederen betreft de voor ingezetenen bestemde goederen, die vanuit het buitenland in het economisch gebied van Nederland zijn gebracht. Hiertoe behoren ook voor verwerking in het productieproces benodigde grondstoffen, halffabricaten, brandstoffen en voor investeringen bestemde vaste activa. De invoer omvat verder goederen die, zonder noemenswaardige bewerking te hebben ondergaan, weer zijn uitgevoerd (wederuitvoer). De invoer van diensten heeft onder meer betrekking op de uitgaven van Nederlandse bedrijven in het buitenland, zoals vervoerskosten, bankkosten en zakenreizen. Bij de overheid gaat het onder meer om uitgaven van Nederlandse ambassades en consulaten in het buitenland. De invoer door huishoudens bestaat onder meer uit ingevoerde consumptiegoederen en de directe consumptieve bestedingen van Nederlandse toeristen, grensbewoners, diplomaten en militairen in het buitenland.
Productie
De waarde van alle voor de verkoop bestemde goederen (ook de nog niet verkochte) en de ontvangsten voor bewezen diensten. Verder omvat de productie producten met een marktequivalent die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers. De productiewaarde hiervan wordt berekend door de geproduceerde hoeveelheid te waarderen tegen de prijs die de producent bij verkoop zou hebben ontvangen. De productie is gewaardeerd tegen basisprijzen. De basisprijs is de prijs die de producent daadwerkelijk overhoudt, dus exclusief de handels- en vervoersmarges van derden en exclusief het saldo van productgebonden belastingen (waaronder belasting over de toegevoegde waarde (btw)) en productgebonden subsidies.
Totaal
De waarde van alle voor de verkoop bestemde goederen (ook de nog niet verkochte) en de ontvangsten voor bewezen diensten. Verder omvat de productie producten met een marktequivalent die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers. De productiewaarde hiervan wordt berekend door de geproduceerde hoeveelheid te waarderen tegen de prijs die de producent bij verkoop zou hebben ontvangen. De productie is gewaardeerd tegen basisprijzen. De basisprijs is de prijs die de producent daadwerkelijk overhoudt, dus exclusief de handels- en vervoersmarges van derden en exclusief het saldo van productgebonden belastingen (waaronder belasting over de toegevoegde waarde (btw)) en productgebonden subsidies.
Beloning van werknemers
Hieronder valt de beloning voor geleverde arbeid door werknemers. Werknemers zijn alle ingezeten en niet-ingezeten personen die in Nederland in dienstbetrekking werkzaam zijn. Ook directeuren van nv's en bv’s behoren tot de werknemers, dus hun salarissen zijn ook in de beloning van werknemers begrepen. Hetzelfde geldt voor medewerkers van sociale werkplaatsen. De beloning van werknemers heeft twee componenten: lonen enerzijds en sociale premies ten laste van werkgevers anderzijds. De lonen zijn inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemers. Verder omvatten de lonen naast het periodiek, direct aan werknemers betaalde loon ook de aanvullingen hierop (zoals bonussen, overwerkvergoeding, fooien en provisie), het loon in natura (zoals vrij wonen, vrije voeding, 'auto van de zaak', korting op kinderopvang, rentevoordeel, voordelig reizen) en het vakantiegeld. Ook bepaalde vergoedingen voor kosten die door werknemers zijn gemaakt in verband met de dienstbetrekking, zoals vergoeding voor de kosten van het woon-werkverkeer, zijn tot de lonen gerekend. De sociale premies zijn de premies wettelijke sociale verzekering, pensioenpremies, overige particuliere sociale premies en toegerekende sociale premies. Deze premies komen ten laste van werkgevers, werknemers, zelfstandigen of niet-werkenden.
Totaal
Hieronder valt de beloning voor geleverde arbeid door werknemers. Werknemers zijn alle ingezeten en niet-ingezeten personen die in Nederland in dienstbetrekking werkzaam zijn. Ook directeuren van nv's en bv’s behoren tot de werknemers, dus hun salarissen zijn ook in de beloning van werknemers begrepen. Hetzelfde geldt voor medewerkers van sociale werkplaatsen. De beloning van werknemers heeft twee componenten: lonen enerzijds en sociale premies ten laste van werkgevers anderzijds. De lonen zijn inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemers. Verder omvatten de lonen naast het periodiek, direct aan werknemers betaalde loon ook de aanvullingen hierop (zoals bonussen, overwerkvergoeding, fooien en provisie), het loon in natura (zoals vrij wonen, vrije voeding, 'auto van de zaak', korting op kinderopvang, rentevoordeel, voordelig reizen) en het vakantiegeld. Ook bepaalde vergoedingen voor kosten die door werknemers zijn gemaakt in verband met de dienstbetrekking, zoals vergoeding voor de kosten van het woon-werkverkeer, zijn tot de lonen gerekend. De sociale premies zijn de premies wettelijke sociale verzekering, pensioenpremies, overige particuliere sociale premies en toegerekende sociale premies. Deze premies komen ten laste van werkgevers, werknemers, zelfstandigen of niet-werkenden.
Inkomen uit vermogen
Het inkomen dat de eigenaar van een vordering of van materiële niet-geproduceerde activa ontvangt in ruil voor het verstrekken van financiële middelen of het ter beschikking stellen van de materiële niet-geproduceerde activa aan een andere institutionele eenheid.
Inkomen uit vermogen bestaat uit: rente, winstuitkeringen (dividenden en inkomen onttrokken aan quasi-vennootschappen), ingehouden winsten op directe buitenlandse investeringen, inkomen uit vermogen toegerekend aan polishouders en inkomen uit grond en minerale reserves.
Totaal
Het inkomen dat de eigenaar van een vordering of van materiële niet-geproduceerde activa ontvangt in ruil voor het verstrekken van financiële middelen of het ter beschikking stellen van de materiële niet-geproduceerde activa aan een andere institutionele eenheid.
Inkomen uit vermogen bestaat uit: rente, winstuitkeringen (dividenden en inkomen onttrokken aan quasi-vennootschappen), ingehouden winsten op directe buitenlandse investeringen, inkomen uit vermogen toegerekend aan polishouders en inkomen uit grond en minerale reserves.
Bestedingen
Uitgaven door economische sectoren.
Totaal
Totaal aan uitgaven door economische sectoren.
Beloning van werknemers
Dit is de beloning voor geleverde arbeid door werknemers. Werknemers zijn alle ingezeten en niet-ingezeten personen die in Nederland in dienstbetrekking werkzaam zijn. Ook directeuren van nv's en bv's behoren tot de werknemers, dus hun salarissen zijn ook in de beloning van werknemers begrepen. Hetzelfde geldt voor medewerkers van sociale werkplaatsen.
De beloning van werknemers heeft twee componenten: lonen enerzijds en sociale premies ten laste van werkgevers anderzijds. De lonen zijn inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemers. Verder omvatten de lonen naast het periodiek, direct aan werknemers betaalde loon ook de aanvullingen hierop (zoals bonussen, overwerkvergoeding, fooien en provisie), het loon in natura (zoals vrij wonen, vrije voeding, 'auto van de zaak', korting op kinderopvang, rentevoordeel, voordelig reizen) en het vakantiegeld. Ook bepaalde vergoedingen voor kosten die door werknemers zijn gemaakt in verband met de dienstbetrekking, zoals vergoeding voor de kosten van het woon-werkverkeer, zijn tot de lonen gerekend. De sociale premies zijn de premies wettelijke sociale verzekering, pensioenpremies, overige particuliere sociale premies en toegerekende sociale premies. Deze premies komen ten laste van werkgevers, werknemers, zelfstandigen of niet-werkenden.
Totaal
Dit is de beloning voor geleverde arbeid door werknemers. Werknemers zijn alle ingezeten en niet-ingezeten personen die in Nederland in dienstbetrekking werkzaam zijn. Ook directeuren van nv's en bv's behoren tot de werknemers, dus hun salarissen zijn ook in de beloning van werknemers begrepen. Hetzelfde geldt voor medewerkers van sociale werkplaatsen.
De beloning van werknemers heeft twee componenten: lonen enerzijds en sociale premies ten laste van werkgevers anderzijds. De lonen zijn inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemers. Verder omvatten de lonen naast het periodiek, direct aan werknemers betaalde loon ook de aanvullingen hierop (zoals bonussen, overwerkvergoeding, fooien en provisie), het loon in natura (zoals vrij wonen, vrije voeding, 'auto van de zaak', korting op kinderopvang, rentevoordeel, voordelig reizen) en het vakantiegeld. Ook bepaalde vergoedingen voor kosten die door werknemers zijn gemaakt in verband met de dienstbetrekking, zoals vergoeding voor de kosten van het woon-werkverkeer, zijn tot de lonen gerekend. De sociale premies zijn de premies wettelijke sociale verzekering, pensioenpremies, overige particuliere sociale premies en toegerekende sociale premies. Deze premies komen ten laste van werkgevers, werknemers, zelfstandigen of niet-werkenden.
Consumptieve bestedingen
De uitgaven voor goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften of wensen of van de collectieve behoeften van leden van de gemeenschap. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan.
Consumptieve bestedingen vinden plaats door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en de overheid.
Totaal
De uitgaven voor goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften of wensen of van de collectieve behoeften van leden van de gemeenschap. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan.
Consumptieve bestedingen vinden plaats door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en de overheid.
Saldi
Bbp/Bruto toegevoegde waarde
Het bruto binnenlands product (bbp) is het eindresultaat van de productieve activiteiten van de ingezeten productie-eenheden. Het is gelijk aan de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle sectoren samen, aangevuld met enkele transacties die niet naar sectoren worden verdeeld. De toegevoegde waarde (basisprijzen) per sector is gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen). De onverdeelde transacties betreffen het saldo van productgebonden belastingen en subsidies en het verschil toegerekende en afgedragen btw (belasting over de toegevoegde waarde). Het bbp is ook gelijk aan de waarde van het in Nederland gevormde inkomen.
Bruto exploitatieoverschot
Het bruto exploitatieoverschot per sector is het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van niet-productgebonden belastingen op productie en niet-productgebonden subsidies. Bij zelfstandigen wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hun geleverde arbeid bevat. Het exploitatieoverschot van de totale economie is de som van de exploitatieoverschotten of het gemengd inkomen van de afzonderlijke sectoren.
Saldo primaire inkomens (bruto)
Het primaire inkomen (nationaal inkomen) is het inkomen dat de sectoren ontvangen voor hun directe deelname aan het productieproces en het inkomen dat zij ontvangen in ruil voor het beschikbaar stellen van financiële middelen, grond e.d. Het nationaal inkomen is gelijk aan het bruto binnenlands product (bbp) plus het per saldo uit het buitenland ontvangen (primaire) inkomen. Het kan ook berekend worden als de som van de primaire inkomens van alle sectoren samen (totale economie). Bruto is inclusief afschrijvingen, netto is exclusief afschrijvingen.
Bruto beschikbaar inkomen
Het beschikbaar inkomen geeft aan over welk inkomen een sector kan beschikken na herverdeling van het primaire inkomen door al dan niet verplichte inkomensoverdrachten tussen de sectoren (belastingen op inkomen en vermogen, sociale premies en uitkeringen en overige inkomensoverdrachten).
De registratiewijze van de verzekeringstransacties leidt ertoe dat de verandering in pensioenvoorzieningen niet zijn opgenomen in het beschikbaar inkomen van huishoudens.
De som van het beschikbaar inkomen van alle sectoren samen is het beschikbaar nationaal inkomen. Het is gelijk aan het nationaal inkomen plus de per saldo uit het buitenland ontvangen inkomensoverdrachten.
Bruto is inclusief afschrijvingen, netto is exclusief afschrijvingen.
Bruto besparingen
Het verschil tussen het beschikbare inkomen en de consumptieve bestedingen. De bruto nationale besparingen zijn de besparingen van de totale economie inclusief de afschrijvingen.