Werkgelegenheid en minimumloon; kenmerken werknemer, cao-sector

Werkgelegenheid en minimumloon; kenmerken werknemer, cao-sector

Kenmerken werknemer Cao-sector Perioden Banen Totaal banen (x 1 000) Banen <= minimumloon (x 1 000) Banen <=105% minimumloon (x 1 000) Banen <=110% minimumloon (x 1 000) Banen <=115% minimumloon (x 1 000) Banen <=120% minimumloon (x 1 000) Banen <=130% minimumloon (x 1 000) Arbeidsvolume Totaal arbeidsvolume (x 1 000) Arbeidsvolume <= minimumloon (x 1 000) Arbeidsvolume <=105% minimumloon (x 1 000) Arbeidsvolume <=110% minimumloon (x 1 000) Arbeidsvolume <=115% minimumloon (x 1 000) Arbeidsvolume <=120% minimumloon (x 1 000) Arbeidsvolume <=130% minimumloon (x 1 000)
Totaal Totaal 2010 7.859,8 512,6 692,6 891,0 1.089,7 1.339,4 1.808,1 5.924,0 302,2 404,0 521,2 640,8 789,4 1.088,6
Totaal Particuliere bedrijven 2010 5.427,9 384,5 532,4 695,8 859,3 1.063,1 1.438,4 4.091,0 218,0 299,1 393,7 489,4 605,8 841,2
Totaal Gesubsidieerde instellingen 2010 1.369,7 99,0 129,1 161,5 192,9 232,6 310,8 952,5 63,8 83,2 104,1 125,4 153,2 206,5
Totaal Overheid 2010 1.062,2 29,1 31,0 33,7 37,5 43,7 58,9 880,5 20,4 21,7 23,4 26,0 30,4 40,9
Geslacht: mannen Totaal 2010 4.174,8 219,4 295,1 374,6 456,4 556,0 752,3 3.557,6 138,6 185,9 237,9 292,7 360,9 504,1
Geslacht: mannen Particuliere bedrijven 2010 3.346,3 181,2 245,8 314,7 385,5 469,9 640,4 2.816,1 110,3 148,6 191,7 237,0 291,8 412,6
Geslacht: mannen Gesubsidieerde instellingen 2010 310,8 20,9 31,3 41,0 50,5 63,3 83,6 268,3 16,5 24,8 33,1 41,3 52,7 70,4
Geslacht: mannen Overheid 2010 517,7 17,3 18,0 19,0 20,4 22,8 28,3 473,3 11,8 12,4 13,2 14,3 16,3 21,0
Geslacht: vrouwen Totaal 2010 3.684,9 293,3 397,5 516,4 633,3 783,4 1.055,8 2.366,4 163,6 218,0 283,3 348,2 428,5 584,6
Geslacht: vrouwen Particuliere bedrijven 2010 2.081,6 203,3 286,7 381,1 473,8 593,2 798,0 1.274,9 107,7 150,4 202,0 252,4 313,9 428,6
Geslacht: vrouwen Gesubsidieerde instellingen 2010 1.058,9 78,1 97,9 120,5 142,4 169,3 227,1 684,2 47,3 58,3 71,0 84,1 100,5 136,0
Geslacht: vrouwen Overheid 2010 544,5 11,8 13,0 14,7 17,1 21,0 30,6 407,3 8,6 9,3 10,3 11,7 14,1 19,9
Leeftijd: 0 tot 15 jaar Totaal 2010 10,7 2,5 3,3 4,2 5,0 6,0 7,2 2,1 0,5 0,7 0,9 1,0 1,2 1,5
Leeftijd: 0 tot 15 jaar Particuliere bedrijven 2010 10,6 2,4 3,3 4,2 5,0 6,0 7,1 2,1 0,5 0,7 0,9 1,0 1,2 1,5
Leeftijd: 0 tot 15 jaar Gesubsidieerde instellingen 2010 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Leeftijd: 0 tot 15 jaar Overheid 2010 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Leeftijd: 15 tot 20 jaar Totaal 2010 552,3 89,2 115,6 139,8 164,4 193,9 249,2 195,7 43,5 52,8 61,1 69,1 78,5 98,6
Leeftijd: 15 tot 20 jaar Particuliere bedrijven 2010 499,1 69,4 95,1 118,8 143,0 171,9 226,1 168,5 30,4 39,3 47,4 55,2 64,4 84,1
Leeftijd: 15 tot 20 jaar Gesubsidieerde instellingen 2010 44,1 16,5 17,3 17,7 18,1 18,6 19,6 19,9 10,4 10,8 10,9 11,0 11,2 11,5
Leeftijd: 15 tot 20 jaar Overheid 2010 9,1 3,2 3,2 3,3 3,3 3,3 3,5 7,2 2,8 2,8 2,8 2,8 2,8 3,0
Leeftijd: 20 tot 25 jaar Totaal 2010 811,1 126,5 165,6 208,1 249,0 293,0 380,7 517,9 78,1 100,8 126,0 150,3 177,0 233,0
Leeftijd: 20 tot 25 jaar Particuliere bedrijven 2010 623,7 98,2 133,3 172,1 208,6 247,3 321,5 390,8 58,2 78,2 101,0 122,6 145,8 192,9
Leeftijd: 20 tot 25 jaar Gesubsidieerde instellingen 2010 129,9 21,6 25,1 28,1 31,4 35,6 46,1 83,5 14,9 17,3 19,2 21,2 23,8 30,7
Leeftijd: 20 tot 25 jaar Overheid 2010 57,5 6,7 7,2 7,9 8,9 10,2 13,0 43,6 5,0 5,3 5,7 6,5 7,4 9,5
Leeftijd: 25 tot 30 jaar Totaal 2010 834,9 59,4 84,6 114,1 143,5 177,3 243,3 691,5 38,4 55,4 76,3 97,7 122,1 174,2
Leeftijd: 25 tot 30 jaar Particuliere bedrijven 2010 599,8 47,0 68,4 93,7 119,0 147,9 202,1 499,9 29,9 44,3 62,0 80,5 101,4 144,7
Leeftijd: 25 tot 30 jaar Gesubsidieerde instellingen 2010 132,3 9,2 12,7 16,4 19,8 23,7 33,0 102,1 6,3 8,8 11,5 13,9 16,7 23,5
Leeftijd: 25 tot 30 jaar Overheid 2010 102,7 3,2 3,5 4,0 4,7 5,7 8,2 89,5 2,2 2,4 2,7 3,3 4,0 6,0
Leeftijd: 30 tot 35 jaar Totaal 2010 810,2 33,1 47,7 64,6 81,7 102,9 142,4 675,8 21,1 30,8 42,6 54,6 69,2 98,9
Leeftijd: 30 tot 35 jaar Particuliere bedrijven 2010 572,6 25,1 36,9 50,7 64,8 82,9 116,0 488,8 15,9 23,7 33,2 43,2 55,5 80,7
Leeftijd: 30 tot 35 jaar Gesubsidieerde instellingen 2010 126,5 6,1 8,7 11,6 14,2 16,9 22,1 93,0 4,0 5,8 7,9 9,7 11,7 15,3
Leeftijd: 30 tot 35 jaar Overheid 2010 111,2 2,0 2,1 2,4 2,7 3,1 4,2 94,0 1,2 1,3 1,5 1,7 2,0 2,9
Leeftijd: 35 tot 40 jaar Totaal 2010 891,8 34,0 48,1 64,3 80,5 102,4 140,2 721,6 20,8 29,5 40,0 50,7 64,5 90,6
Leeftijd: 35 tot 40 jaar Particuliere bedrijven 2010 636,2 24,2 35,1 47,5 60,2 78,0 108,7 530,7 14,7 21,3 29,3 37,6 48,5 69,8
Leeftijd: 35 tot 40 jaar Gesubsidieerde instellingen 2010 139,6 7,4 10,6 14,1 17,3 20,9 27,1 96,4 4,7 6,7 9,0 11,3 13,9 18,0
Leeftijd: 35 tot 40 jaar Overheid 2010 115,9 2,3 2,5 2,7 3,0 3,4 4,5 94,5 1,4 1,5 1,6 1,8 2,1 2,8
Leeftijd: 40 tot 45 jaar Totaal 2010 992,5 39,0 54,5 72,1 89,8 114,4 157,3 793,0 23,3 32,4 43,4 54,7 69,8 98,1
Leeftijd: 40 tot 45 jaar Particuliere bedrijven 2010 691,1 27,1 38,4 51,4 64,7 83,6 116,1 571,4 16,0 22,5 30,6 38,9 50,0 71,4
Leeftijd: 40 tot 45 jaar Gesubsidieerde instellingen 2010 172,4 9,1 13,1 17,5 21,6 26,6 35,7 117,4 5,6 8,1 10,9 13,7 17,2 23,3
Leeftijd: 40 tot 45 jaar Overheid 2010 128,9 2,8 3,0 3,2 3,6 4,2 5,6 104,2 1,7 1,8 1,9 2,1 2,5 3,4
Leeftijd: 45 tot 50 jaar Totaal 2010 982,7 39,2 54,4 71,5 89,2 114,3 158,8 788,1 23,3 32,4 42,9 54,1 69,5 98,7
Leeftijd: 45 tot 50 jaar Particuliere bedrijven 2010 627,0 26,4 37,1 49,2 61,7 80,0 111,2 519,6 15,4 21,6 29,0 36,8 47,4 67,5
Leeftijd: 45 tot 50 jaar Gesubsidieerde instellingen 2010 201,9 10,1 14,4 19,2 24,0 30,1 41,7 141,4 6,2 9,0 11,9 15,2 19,5 27,5
Leeftijd: 45 tot 50 jaar Overheid 2010 153,7 2,7 2,9 3,1 3,5 4,1 5,8 127,2 1,7 1,8 2,0 2,1 2,6 3,7
Leeftijd: 50 tot 55 jaar Totaal 2010 864,2 32,2 44,4 58,3 72,5 93,1 131,9 695,5 19,3 26,5 34,8 43,7 56,4 81,4
Leeftijd: 50 tot 55 jaar Particuliere bedrijven 2010 504,7 21,1 29,4 38,9 48,6 62,8 88,8 417,6 12,4 17,0 22,7 28,6 36,7 53,0
Leeftijd: 50 tot 55 jaar Gesubsidieerde instellingen 2010 196,5 8,7 12,5 16,7 21,0 26,7 37,8 140,4 5,3 7,7 10,3 13,2 17,3 24,9
Leeftijd: 50 tot 55 jaar Overheid 2010 163,0 2,3 2,5 2,7 3,0 3,6 5,3 137,5 1,6 1,7 1,8 2,0 2,4 3,5
Leeftijd: 55 tot 60 jaar Totaal 2010 687,5 24,2 32,9 43,2 53,7 69,1 100,2 552,5 14,7 19,7 25,7 32,2 41,6 61,0
Leeftijd: 55 tot 60 jaar Particuliere bedrijven 2010 390,1 16,0 21,8 28,6 35,6 45,6 66,0 320,0 9,4 12,5 16,4 20,4 25,9 38,0
Leeftijd: 55 tot 60 jaar Gesubsidieerde instellingen 2010 153,9 6,5 9,3 12,7 15,9 20,7 29,8 110,8 4,0 5,8 7,9 10,1 13,6 19,9
Leeftijd: 55 tot 60 jaar Overheid 2010 143,5 1,7 1,8 2,0 2,2 2,9 4,4 121,7 1,3 1,4 1,5 1,6 2,1 3,0
Leeftijd: 60 tot 65 jaar Totaal 2010 347,4 18,3 23,8 30,4 37,3 46,9 65,4 255,8 10,8 13,7 17,3 21,3 27,1 37,9
Leeftijd: 60 tot 65 jaar Particuliere bedrijven 2010 207,8 13,7 17,7 22,3 27,0 33,2 45,9 151,3 7,8 9,7 11,9 14,3 17,6 24,4
Leeftijd: 60 tot 65 jaar Gesubsidieerde instellingen 2010 67,1 3,4 4,7 6,7 8,7 11,6 16,4 45,6 2,1 3,0 4,2 5,7 7,9 11,3
Leeftijd: 60 tot 65 jaar Overheid 2010 72,5 1,2 1,4 1,5 1,6 2,1 3,1 58,8 1,0 1,1 1,2 1,3 1,6 2,2
Leeftijd: 65 tot 75 jaar Totaal 2010 67,7 13,1 15,3 17,7 20,1 22,9 27,7 31,4 7,0 7,9 8,9 9,8 10,9 12,8
Leeftijd: 65 tot 75 jaar Particuliere bedrijven 2010 58,7 11,7 13,8 16,0 18,3 20,9 25,3 27,3 6,1 6,9 7,8 8,7 9,7 11,5
Leeftijd: 65 tot 75 jaar Gesubsidieerde instellingen 2010 4,9 0,5 0,6 0,8 0,9 1,0 1,3 1,9 0,3 0,3 0,3 0,4 0,4 0,5
Leeftijd: 65 tot 75 jaar Overheid 2010 4,0 0,8 0,9 0,9 1,0 1,0 1,1 2,2 0,7 0,7 0,7 0,8 0,8 0,8
Leeftijd: 75 jaar of ouder Totaal 2010 6,8 2,1 2,4 2,7 3,0 3,2 3,7 3,2 1,3 1,4 1,5 1,6 1,7 1,9
Leeftijd: 75 jaar of ouder Particuliere bedrijven 2010 6,4 2,0 2,3 2,6 2,8 3,1 3,5 3,0 1,2 1,3 1,4 1,5 1,6 1,8
Leeftijd: 75 jaar of ouder Gesubsidieerde instellingen 2010 0,2 0,0 0,0 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Leeftijd: 75 jaar of ouder Overheid 2010 0,2 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,0 0,0 0,1 0,1 0,1 0,1
Nationaliteit: Nederlands Totaal 2010 7.493,3 470,2 628,4 805,6 985,1 1.210,0 1.644,7 5.631,8 272,5 358,4 459,5 564,6 695,7 969,0
Nationaliteit: Nederlands Particuliere bedrijven 2010 5.108,9 346,2 473,6 616,9 762,3 942,8 1.286,5 3.836,3 191,3 257,3 336,6 418,6 518,5 729,8
Nationaliteit: Nederlands Gesubsidieerde instellingen 2010 1.342,9 95,4 124,3 155,7 186,1 224,7 301,0 932,6 61,2 79,8 100,0 120,6 147,7 199,5
Nationaliteit: Nederlands Overheid 2010 1.041,4 28,6 30,5 33,0 36,6 42,6 57,2 862,9 20,1 21,3 22,9 25,4 29,5 39,6
Nationaliteit: EU (14 landen) Totaal 2010 131,0 9,4 13,7 18,1 22,3 27,6 36,5 108,6 6,4 9,5 12,9 16,1 19,9 26,7
Nationaliteit: EU (14 landen) Particuliere bedrijven 2010 108,6 8,4 12,5 16,7 20,6 25,5 33,7 91,0 5,8 8,7 11,9 14,9 18,5 24,9
Nationaliteit: EU (14 landen) Gesubsidieerde instellingen 2010 11,3 0,8 1,0 1,2 1,4 1,6 2,1 8,6 0,5 0,7 0,8 0,9 1,1 1,4
Nationaliteit: EU (14 landen) Overheid 2010 11,1 0,2 0,2 0,3 0,3 0,4 0,6 9,1 0,1 0,2 0,2 0,2 0,3 0,4
Nationaliteit: EU (13 landen) Totaal 2010 112,4 20,7 32,7 44,4 54,2 63,1 76,1 90,5 15,5 25,2 34,7 42,7 49,9 60,6
Nationaliteit: EU (13 landen) Particuliere bedrijven 2010 107,8 20,1 31,8 43,3 52,9 61,5 74,2 87,0 15,1 24,6 34,0 41,8 48,8 59,2
Nationaliteit: EU (13 landen) Gesubsidieerde instellingen 2010 3,2 0,5 0,8 1,0 1,2 1,4 1,8 2,4 0,4 0,5 0,7 0,9 1,1 1,3
Nationaliteit: EU (13 landen) Overheid 2010 1,4 0,0 0,0 0,0 0,1 0,1 0,1 1,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,1 0,1
Nationaliteit: overige landen Totaal 2010 123,2 12,3 17,9 22,9 28,1 38,8 50,8 93,1 7,6 10,9 14,1 17,5 24,0 32,3
Nationaliteit: overige landen Particuliere bedrijven 2010 102,6 9,7 14,5 18,9 23,4 33,3 44,0 76,8 5,8 8,4 11,2 14,2 20,0 27,4
Nationaliteit: overige landen Gesubsidieerde instellingen 2010 12,3 2,3 3,1 3,6 4,2 4,8 5,9 9,0 1,7 2,2 2,6 2,9 3,4 4,1
Nationaliteit: overige landen Overheid 2010 8,3 0,3 0,3 0,4 0,5 0,7 0,9 7,3 0,2 0,2 0,3 0,4 0,5 0,8
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze werkgelegenheidstabel bevat gegevens over het aantal banen van werknemers, die tot maximaal 130% van het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdienen. De gegevens zijn verder uit te splitsen naar diverse kenmerken van de werknemer (geslacht, leeftijd of nationaliteit) en cao-sector (SBI 2008).

Vanaf 2024 geldt er in Nederland een minimumuurloon in plaats van een minimummaandloon. Vanwege deze verandering wordt het aantal minimumloonbanen nu geteld volgens een nieuwe systematiek, waarbij uitgegaan wordt van het minimumuurloon. Deze tabel is nog één jaar uitgebreid volgens de oude systematiek met 2024-cijfers. Daarbij zijn de minimumuurlonen 2024 omgerekend naar maandlonen, uitgaande van 36 uur per week.

Met ingang van 2025 is overgestapt op de nieuwe methode. Hierbij is de methode voor toekennen van nationaliteit ook verbeterd. In deze tabel werd voor een klein aantal banen van werknemers onterecht een andere nationaliteit toegekend. Dit is in de tabel volgens de nieuwe methodiek gecorrigeerd.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2009

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 28 november 2025:
De definitieve cijfers van 2024 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Er komen geen nieuwe cijfers beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Banen
Een expliciete of impliciete arbeidsovereenkomst tussen een persoon en een economische eenheid waarin is vastgelegd dat arbeid zal worden verricht waartegen een (financiële) beloning staat.

Als een persoon meer dan een werkkring heeft, telt elke werkkring als een afzonderlijke baan.
Bij de bepaling van het gemiddeld aantal banen over een periode wordt rekening gehouden met de begin- en einddatum van de baan, echter niet met de wekelijkse arbeidsduur. Twee opeenvolgende banen met elk een duur van zes maanden tellen voor een baan in het jaargemiddelde, los van de vraag of het om voltijd- of deeltijdbanen gaat.
Totaal banen
<= minimumloon
Werknemer die maximaal het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt 2x per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.
<=105% minimumloon
Werknemer die maximaal 105% van het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt 2x per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.
<=110% minimumloon
Werknemer die maximaal 110% van het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt 2x per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.
<=115% minimumloon
Werknemer die maximaal 115% van het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt 2x per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.
<=120% minimumloon
Werknemer die maximaal 120% van het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt 2x per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.
<=130% minimumloon
Werknemer die maximaal 130% van het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt 2x per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.
Arbeidsvolume
De hoeveelheid arbeid die is ingezet in het productieproces, uitgedrukt in arbeidsjaren of gewerkte uren.

Deeltijdbanen dragen hieraan bij naar rato van de wekelijkse arbeidsduur (exclusief overwerk, na aftrek van ADV).
Bij de bepaling van het gemiddeld arbeidsvolume over een periode wordt rekening gehouden met zowel de begin- en einddatum van de baan als met de wekelijkse arbeidsduur. Twee opeenvolgende banen met elk een duur van zes maanden dragen samen een arbeidsjaar bij aan het jaargemiddelde als het voltijdbanen zijn, maar minder dan een arbeidsjaar als het deeltijdbanen zijn.
Totaal arbeidsvolume
<= minimumloon
Werknemer die maximaal het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt 2x per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.
<=105% minimumloon
Werknemer die maximaal 105% van het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt 2x per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.
<=110% minimumloon
Werknemer die maximaal 110% van het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt 2x per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.
<=115% minimumloon
Werknemer die maximaal 115% van het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt 2x per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.
<=120% minimumloon
Werknemer die maximaal 120% van het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt 2x per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.
<=130% minimumloon
Werknemer die maximaal 130% van het voor zijn of haar leeftijd geldende wettelijk minimumloon of minder verdient. Voor deeltijdwerknemers geldt een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon.

De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag heeft als doel de werknemer van een beloning te verzekeren die een sociaal aanvaardbare, minimale tegenprestatie vormt voor de verrichte arbeid. Het wettelijk minimumloon wordt 2x per jaar vastgesteld: op 1 januari en op 1 juli.