Indirecte belastingen en bestedingen; kenmerken part huishoudens, 2006-2013

Indirecte belastingen en bestedingen; kenmerken part huishoudens, 2006-2013

Kenmerken huishouden Perioden Huishoudens Particuliere huishoudens (x 1 000) Huishoudens Personen per huishouden (aantal) Inkomen Bruto-inkomen (1 000 euro) Inkomen Besteedbaar inkomen (1 000 euro) Bestedingen Totaal bestedingen (1 000 euro) Bestedingen BTW-plichtige goederen Totaal (euro) Bestedingen BTW-plichtige goederen Hoog BTW-tarief (euro) Bestedingen BTW-plichtige goederen Laag BTW-tarief (euro) Bestedingen Niet BTW-plichtige goederen (euro) Bestedingen Goederen met extra heffing Frisdrank (euro) Bestedingen Goederen met extra heffing Alcoholhoudende dranken (euro) Bestedingen Goederen met extra heffing Tabaksproducten (euro) Bestedingen Goederen met extra heffing Brandstoffen (euro) Bestedingen Goederen met extra heffing Energie (euro) Bestedingen Goederen met extra heffing Water (euro) Bestedingen Goederen met extra heffing Verzekeringen (euro) Indirecte belastingen Indirecte belastingen (euro) Indirecte belastingen Omzetbelasting (BTW) Totaal (euro) Indirecte belastingen Omzetbelasting (BTW) Hoog BTW-tarief (euro) Indirecte belastingen Omzetbelasting (BTW) Laag BTW-tarief (euro) Indirecte belastingen Verbruiksbelasting frisdrank (euro) Indirecte belastingen Accijns Totaal accijns (euro) Indirecte belastingen Accijns Accijns op alcoholhoudende dranken (euro) Indirecte belastingen Accijns Accijns op tabaksproducten (euro) Indirecte belastingen Accijns Accijns op brandstoffen (euro) Indirecte belastingen Milieubelasting Totaal milieubelasting (euro) Indirecte belastingen Milieubelasting Milieubelasting op energie (euro) Indirecte belastingen Milieubelasting Milieubelasting op water (euro) Indirecte belastingen Assurantiebelasting (euro) Indirecte belastingen Motorrijtuigenbelasting (euro) Belastingdruk Druk op bruto inkomen (%) Belastingdruk Druk op besteedbaar inkomen (%) Belastingdruk Druk op bestedingen (%)
Totaal particuliere huishoudens 2010 7.371 2,2 55,7 33,2 32,5 20.540 13.570 6.970 11.995 350 970 700 1.050 1.945 130 785 4.320 2.560 2.165 395 20 960 135 330 490 330 315 15 55 390 7,8 13,0 13,3
Totaal eenpersoonshuishouden 2010 2.675 1,0 30,3 19,0 21,3 13.060 8.405 4.660 8.250 205 725 520 580 1.510 90 460 2.555 1.605 1.340 265 10 615 85 255 270 115 105 10 30 175 8,4 13,5 12,0
Alleenstaande man 2010 1.250 1,0 34,2 20,0 22,1 13.925 8.790 5.140 8.210 270 1.085 565 745 1.520 100 525 2.840 1.695 1.405 290 10 730 125 265 340 120 110 10 35 250 8,3 14,2 12,8
Alleenstaande vrouw 2010 1.425 1,0 27,0 18,1 20,7 12.380 8.090 4.290 8.310 160 440 490 435 1.520 85 420 2.335 1.535 1.290 245 10 520 55 250 210 115 110 10 30 130 8,6 12,9 11,3
Totaal meerpersoonshuishouden 2010 4.696 2,9 70,2 41,3 38,9 24.825 16.540 8.285 14.125 430 1.110 805 1.320 2.195 155 970 5.335 3.110 2.640 470 30 1.160 165 375 620 455 440 20 70 515 7,6 12,9 13,7
Totaal paar 2010 4.084 2,9 73,2 42,7 39,9 25.440 16.945 8.495 14.475 435 1.155 775 1.370 2.230 155 1.000 5.465 3.185 2.705 480 30 1.170 175 360 640 470 455 20 70 540 7,5 12,8 13,7
Paar, zonder kinderen 2010 2.093 2,0 61,7 37,4 35,7 22.930 15.480 7.445 12.790 265 1.185 675 1.265 2.035 125 965 4.935 2.895 2.470 420 15 1.110 200 315 595 375 360 15 65 475 8,0 13,2 13,8
Paar, alleen kinderen < 18 2010 1.346 3,9 80,7 45,1 43,8 27.240 18.160 9.080 16.560 640 825 785 1.405 2.320 175 1.015 5.765 3.415 2.900 515 40 1.135 125 360 650 520 500 20 70 585 7,1 12,8 13,2
Paar, minstens één kind >= 18 2010 646 3,8 94,4 54,5 45,7 29.825 19.195 10.630 15.860 585 1.655 1.055 1.620 2.635 210 1.085 6.530 3.665 3.065 600 40 1.435 180 495 760 665 640 25 75 645 6,9 12,0 14,3
Totaal eenoudergezin 2010 477 2,5 42,7 27,7 29,8 18.755 12.325 6.430 11.070 390 710 975 975 1.865 140 705 4.020 2.330 1.970 365 25 1.020 85 460 475 315 295 15 50 285 9,4 14,5 13,5
Overig meerpersoonshuishouden 2010 134 3,9 76,4 47,2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Omvang huishouden: 1 persoon 2010 2.675 1,0 30,3 19,0 21,3 13.060 8.405 4.660 8.250 205 725 520 580 1.510 90 460 2.555 1.605 1.340 265 10 615 85 255 270 115 105 10 30 175 8,4 13,5 12,0
Omvang huishouden: 2 personen 2010 2.412 2,0 59,3 36,1 34,9 22.390 15.155 7.235 12.550 270 1.135 720 1.220 2.005 125 935 4.835 2.830 2.420 410 15 1.100 185 340 575 360 345 15 65 460 8,2 13,4 13,8
Omvang huishouden: 3 personen 2010 898 3,0 74,3 42,8 40,1 25.780 17.155 8.625 14.275 525 1.060 885 1.330 2.230 165 990 5.500 3.225 2.740 490 35 1.155 125 400 625 485 465 20 70 530 7,4 12,8 13,7
Omvang huishouden: 4 personen 2010 969 4,0 85,3 48,1 44,4 27.745 18.215 9.530 16.605 640 1.140 925 1.430 2.435 185 1.035 5.995 3.450 2.910 540 40 1.250 140 440 665 570 545 25 70 615 7,0 12,5 13,5
Omvang huishouden: 5 of meer personen 2010 416 5,4 88,9 52,2 47,3 30.030 19.245 10.780 17.320 665 970 820 1.595 2.665 230 970 6.330 3.685 3.075 610 50 1.280 155 385 740 690 660 30 70 565 7,1 12,1 13,4
Huishouden met 1 persoon met inkomen 2010 3.323 1,3 33,7 20,9 24,1 14.795 9.665 5.130 9.270 235 720 540 715 1.645 105 535 2.995 1.835 1.545 290 10 695 95 260 335 180 170 10 35 235 8,9 14,3 12,4
Huishouden met 2 personen met inkomen 2010 3.211 2,7 68,7 40,4 38,7 24.600 16.575 8.030 14.085 395 1.085 795 1.300 2.125 145 985 5.270 3.100 2.645 455 25 1.145 170 365 610 425 405 15 70 510 7,7 13,0 13,6
Huishouden met 3 personen met inkomen 2010 553 3,6 87,2 50,6 44,1 29.035 19.325 9.710 15.070 620 1.500 1.155 1.540 2.525 185 1.105 6.435 3.635 3.085 550 40 1.455 165 565 725 615 590 25 75 610 7,4 12,7 14,6
Huishouden met >= 4 personen met inkomen 2010 285 4,6 104,6 61,3 48,6 31.890 19.400 12.490 16.725 660 1.770 770 1.645 2.810 235 1.020 6.625 3.805 3.100 705 50 1.345 185 380 780 735 710 30 70 620 6,3 10,8 13,6
Hoofdkostwinner tot 25 jaar 2010 388 1,3 17,3 12,1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Hoofdkostwinner 25 tot 45 jaar 2010 2.483 2,5 59,6 33,5 34,0 21.545 14.270 7.275 12.460 515 940 790 1.115 1.855 140 770 4.465 2.690 2.280 410 30 985 95 370 515 305 290 15 55 405 7,5 13,3 13,1
Hoofdkostwinner 45 tot 65 jaar 2010 2.789 2,4 69,7 39,3 35,6 22.835 15.140 7.695 12.755 355 1.125 865 1.225 2.085 140 885 4.950 2.855 2.415 435 25 1.155 170 410 575 400 385 15 60 455 7,1 12,6 13,9
Hoofdkostwinner 65 jaar of ouder 2010 1.711 1,6 35,9 27,5 26,4 15.910 10.555 5.355 10.455 160 640 350 705 1.865 105 660 3.220 1.990 1.685 305 10 620 120 165 340 265 255 10 45 290 9,0 11,7 12,2
1. Inkomen uit arbeid 2010 3.898 2,5 68,3 37,0 35,4 22.685 14.905 7.780 12.710 445 1.160 805 1.205 1.930 135 860 4.795 2.820 2.380 440 25 1.090 145 380 565 340 325 15 60 460 7,0 13,0 13,5
1.1 Loon werknemer 2010 3.284 2,5 65,5 35,6 34,8 22.270 14.675 7.590 12.545 440 1.155 800 1.175 1.905 135 860 4.720 2.775 2.345 430 25 1.075 140 380 555 330 315 15 60 460 7,2 13,2 13,6
1.2 Loon ambtenaar 2010 468 2,5 81,2 40,8 37,2 24.090 15.670 8.420 13.070 460 1.165 885 1.380 1.980 135 820 5.100 2.980 2.500 475 25 1.210 165 405 640 360 345 15 55 470 6,3 12,5 13,7
1.3 Overig inkomen uit arbeid 2010 146 3,0 90,9 54,7 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
2. Inkomen uit eigen onderneming 2010 867 2,8 73,9 47,1 42,0 26.280 17.415 8.865 15.730 430 1.145 705 1.330 2.400 165 940 5.480 3.280 2.780 500 30 1.080 145 315 615 550 530 20 65 475 7,4 11,6 13,0
3. Overdrachtsinkomen 2010 2.606 1,6 30,8 22,9 25,5 15.640 10.350 5.290 9.825 210 665 575 715 1.800 110 640 3.270 1.950 1.650 300 10 740 120 280 340 240 230 10 45 285 10,6 14,3 12,8
3.1 Uitkering inkomensverzekering 2010 2.133 1,6 34,0 25,2 26,0 15.885 10.575 5.310 10.090 185 650 505 760 1.860 105 680 3.350 1.990 1.690 300 10 730 125 245 360 270 255 10 45 300 9,8 13,3 12,9
3.1.1 Uitkering werkloosheid 2010 77 1,9 33,6 21,2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
3.1.2 Uitkering ziekte/arbeidsongeschikt 2010 240 1,9 32,3 21,1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
3.1.3 Uitkering ouderdom/nabestaanden 2010 1.815 1,6 34,3 25,9 26,0 15.775 10.430 5.345 10.195 170 675 350 740 1.870 105 660 3.245 1.970 1.665 305 10 655 130 170 355 270 255 10 45 295 9,5 12,5 12,5
3.2 Uitkering sociale voorzieningen 2010 318 1,8 19,5 15,0 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
3.3 Overig overdrachtsinkomen 2010 155 1,2 8,9 7,4 25,8 16.145 10.235 5.910 9.665 320 745 710 505 1.440 135 530 3.065 1.970 1.635 335 15 670 75 365 235 125 115 15 35 250 34,3 41,5 11,9
Bruto inkomen: 1e 25%-groep 2010 1.843 1,3 15,9 12,5 20,0 12.300 7.930 4.375 7.740 215 625 600 520 1.605 100 410 2.485 1.515 1.265 250 10 625 90 290 245 150 140 10 30 155 15,6 19,9 12,4
Bruto inkomen: 2e 25%-groep 2010 1.843 1,9 34,1 23,6 26,3 16.255 10.715 5.540 10.010 260 700 580 875 1.785 120 685 3.465 2.025 1.710 315 15 810 110 285 415 255 240 10 50 315 10,2 14,7 13,2
Bruto inkomen: 3e 25%-groep 2010 1.843 2,5 58,0 34,6 34,6 22.035 14.605 7.430 12.590 385 1.035 810 1.250 2.000 135 915 4.800 2.750 2.330 420 25 1.120 145 380 590 375 360 15 65 465 8,3 13,9 13,9
Bruto inkomen: 4e 25%-groep 2010 1.843 3,1 114,9 62,0 49,3 31.665 21.115 10.550 17.630 535 1.530 815 1.550 2.415 165 1.130 6.555 3.970 3.370 595 30 1.285 195 375 720 555 535 20 80 640 5,7 10,6 13,3
Bruto inkomen: 1e 10%-groep 2010 737 1,3 9,0 6,8 22,5 14.120 8.870 5.245 8.410 250 970 775 560 1.530 120 450 2.835 1.715 1.415 295 10 750 100 390 260 140 130 10 30 195 31,6 42,0 12,6
Bruto inkomen: 2e 10%-groep 2010 737 1,3 19,0 15,3 17,9 10.840 7.045 3.800 7.100 225 370 520 345 1.670 90 330 2.080 1.340 1.125 215 10 485 85 230 165 140 130 10 25 85 10,9 13,6 11,6
Bruto inkomen: 3e 10%-groep 2010 737 1,7 25,0 19,3 21,3 12.875 8.435 4.445 8.420 185 515 465 735 1.630 100 565 2.740 1.600 1.345 250 15 655 80 225 355 200 190 10 40 230 11,0 14,2 12,9
Bruto inkomen: 4e 10%-groep 2010 737 1,8 31,8 22,7 25,3 15.655 10.200 5.455 9.605 260 675 335 895 1.855 115 675 3.260 1.935 1.630 310 15 710 110 170 425 265 250 15 45 290 10,2 14,4 12,9
Bruto inkomen: 5e 10%-groep 2010 737 2,0 40,1 26,1 28,7 17.870 12.025 5.845 10.825 270 790 860 950 1.810 135 715 3.950 2.250 1.920 330 20 990 130 420 445 270 255 15 50 365 9,9 15,1 13,8
Bruto inkomen: 6e 10%-groep 2010 737 2,3 49,6 30,6 32,8 20.415 13.170 7.245 12.355 410 1.065 565 1.125 1.925 125 880 4.300 2.515 2.105 410 25 905 125 250 530 340 325 15 60 455 8,7 14,1 13,1
Bruto inkomen: 7e 10%-groep 2010 737 2,6 60,5 35,8 35,3 22.865 15.200 7.665 12.440 395 1.085 1.100 1.335 2.030 140 975 5.165 2.860 2.425 435 30 1.330 175 525 630 395 375 15 70 485 8,5 14,4 14,6
Bruto inkomen: 8e 10%-groep 2010 737 2,8 73,8 42,1 38,5 24.830 16.955 7.875 13.640 385 1.135 920 1.380 2.180 150 925 5.420 3.155 2.705 445 25 1.255 165 445 650 460 440 20 65 460 7,3 12,9 14,1
Bruto inkomen: 9e 10%-groep 2010 737 3,1 93,1 51,2 46,1 29.945 19.765 10.180 16.115 590 1.490 770 1.515 2.355 165 1.130 6.235 3.730 3.155 575 30 1.225 170 355 700 530 510 20 80 640 6,7 12,2 13,5
Bruto inkomen: 10e 10%-groep 2010 737 3,3 155,2 81,9 57,1 36.115 24.170 11.945 20.945 520 1.615 685 1.650 2.545 165 1.205 7.265 4.535 3.860 675 30 1.285 220 300 770 610 590 20 85 720 4,7 8,9 12,7
Besteedbaar inkomen: 1e 25%-groep 2010 1.843 1,3 16,9 12,0 20,7 12.700 8.215 4.480 7.970 230 690 600 540 1.615 105 430 2.550 1.565 1.310 255 10 630 85 290 255 150 140 10 30 165 15,0 21,3 12,3
Besteedbaar inkomen: 2e 25%-groep 2010 1.843 1,8 34,9 23,1 25,4 15.750 10.335 5.415 9.655 245 655 495 860 1.695 115 665 3.310 1.955 1.650 305 15 765 110 245 405 220 210 10 45 305 9,5 14,3 13,0
Besteedbaar inkomen: 3e 25%-groep 2010 1.843 2,6 57,9 34,7 34,5 21.950 14.550 7.400 12.515 390 1.030 855 1.235 2.040 140 900 4.810 2.740 2.325 420 25 1.130 145 405 580 390 375 15 65 460 8,3 13,9 14,0
Besteedbaar inkomen: 4e 25%-groep 2010 1.843 3,2 113,1 62,9 49,6 31.820 21.250 10.570 17.810 525 1.510 855 1.565 2.450 165 1.140 6.630 3.990 3.395 600 30 1.320 200 390 730 570 550 20 80 645 5,9 10,5 13,4
Besteedbaar inkomen: 1e 10%-groep 2010 737 1,3 9,8 6,2 23,7 14.895 9.480 5.410 8.800 255 1.000 820 585 1.495 110 525 3.025 1.820 1.515 305 10 785 95 420 270 135 125 10 35 235 30,9 49,1 12,8
Besteedbaar inkomen: 2e 10%-groep 2010 737 1,2 20,1 14,9 17,8 10.685 6.885 3.795 7.125 240 525 480 485 1.705 100 325 2.155 1.315 1.100 215 10 545 95 220 230 160 150 10 25 105 10,7 14,4 12,1
Besteedbaar inkomen: 3e 10%-groep 2010 737 1,4 26,7 18,4 20,5 12.425 8.305 4.120 8.080 175 500 485 640 1.680 95 470 2.570 1.560 1.325 235 10 590 80 210 300 180 170 10 35 195 9,6 13,9 12,5
Besteedbaar inkomen: 4e 10%-groep 2010 737 1,8 32,9 22,1 25,1 15.705 10.340 5.365 9.390 265 635 530 860 1.650 110 670 3.295 1.955 1.650 305 15 770 100 260 410 215 200 10 45 295 10,0 14,9 13,1
Besteedbaar inkomen: 5e 10%-groep 2010 737 2,1 40,1 26,0 28,1 17.495 11.460 6.035 10.650 260 695 425 925 1.785 130 740 3.625 2.170 1.830 340 20 790 125 225 440 255 240 15 50 340 9,0 13,9 12,9
Besteedbaar inkomen: 6e 10%-groep 2010 737 2,4 49,4 30,6 32,1 20.205 13.170 7.035 11.900 400 1.025 915 1.130 1.945 125 835 4.400 2.500 2.105 400 25 1.095 140 420 535 335 320 15 60 385 8,9 14,4 13,7
Besteedbaar inkomen: 7e 10%-groep 2010 737 2,7 60,4 35,9 34,5 21.905 14.555 7.350 12.545 380 1.000 850 1.270 2.085 150 930 4.895 2.740 2.325 415 25 1.150 145 405 600 420 400 15 65 495 8,1 13,6 14,2
Besteedbaar inkomen: 8e 10%-groep 2010 737 2,9 73,6 42,2 40,2 26.385 17.815 8.565 13.845 430 1.205 965 1.495 2.215 155 1.015 5.785 3.330 2.845 485 25 1.335 175 455 700 470 450 20 70 555 7,9 13,7 14,4
Besteedbaar inkomen: 9e 10%-groep 2010 737 3,1 92,4 51,5 45,6 29.200 19.635 9.560 16.370 505 1.410 700 1.480 2.385 165 1.085 6.145 3.675 3.135 540 30 1.200 185 325 695 545 525 20 75 615 6,7 11,9 13,5
Besteedbaar inkomen: 10e 10%-groep 2010 737 3,3 151,7 83,9 57,8 36.675 24.310 12.365 21.080 570 1.705 840 1.620 2.595 170 1.235 7.360 4.580 3.880 700 30 1.335 215 375 750 630 605 20 85 700 4,9 8,8 12,7
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep 2010 1.843 1,9 19,2 13,6 23,3 14.505 9.445 5.055 8.770 275 715 780 685 1.715 120 505 3.090 1.795 1.510 285 15 795 100 375 320 220 205 10 35 230 16,1 22,8 13,3
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep 2010 1.843 2,1 36,9 24,4 26,0 16.165 10.535 5.630 9.800 295 685 485 890 1.845 125 665 3.420 2.000 1.680 320 20 770 105 240 425 270 255 15 45 310 9,3 14,0 13,2
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep 2010 1.843 2,4 58,5 34,6 34,2 21.885 14.530 7.355 12.360 370 970 800 1.185 1.995 135 890 4.715 2.735 2.320 415 25 1.075 135 385 555 365 350 15 60 455 8,1 13,6 13,8
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep 2010 1.843 2,5 108,2 60,1 46,6 29.680 19.875 9.805 16.955 450 1.510 740 1.440 2.265 145 1.070 6.080 3.730 3.175 555 25 1.200 200 330 670 485 470 20 75 570 5,6 10,1 13,0
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 10%-groep 2010 737 1,8 11,2 7,2 26,6 16.570 10.595 5.970 9.985 350 905 860 720 1.630 135 615 3.435 2.030 1.690 340 20 865 105 430 330 200 190 15 45 275 30,6 47,7 12,9
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 10%-groep 2010 737 1,9 23,1 17,0 20,7 12.855 8.570 4.280 7.825 245 595 810 635 1.795 105 395 2.820 1.610 1.370 240 15 770 90 375 305 235 225 10 30 155 12,2 16,6 13,6
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 10%-groep 2010 737 2,0 28,7 20,4 22,5 13.660 8.625 5.040 8.835 255 565 505 755 1.780 115 535 2.890 1.660 1.375 285 15 690 90 240 360 235 225 10 35 250 10,1 14,2 12,8
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 10%-groep 2010 737 2,1 34,6 23,4 26,0 16.075 10.635 5.440 9.950 325 640 530 855 1.860 125 715 3.415 2.005 1.700 310 25 785 105 275 405 270 255 15 50 285 9,9 14,6 13,1
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 10%-groep 2010 737 2,2 42,7 27,1 27,5 17.620 11.585 6.035 9.890 255 805 460 970 1.850 130 680 3.740 2.190 1.850 340 15 810 125 225 465 285 270 15 45 385 8,8 13,8 13,6
Gestandaardiseerd inkomen: 6e 10%-groep 2010 737 2,3 51,3 31,1 31,5 19.620 13.040 6.580 11.925 355 905 645 1.115 1.915 140 835 4.270 2.455 2.080 370 20 965 140 300 525 330 315 15 60 445 8,3 13,7 13,5
Gestandaardiseerd inkomen: 7e 10%-groep 2010 737 2,4 60,7 35,8 36,0 23.315 15.245 8.070 12.650 400 995 985 1.210 1.990 130 930 5.010 2.890 2.435 455 25 1.200 135 495 565 375 360 15 65 455 8,2 14,0 13,9
Gestandaardiseerd inkomen: 8e 10%-groep 2010 737 2,5 72,3 41,3 38,2 24.115 16.370 7.745 14.045 420 1.145 900 1.280 2.155 145 930 5.220 3.050 2.615 440 25 1.150 140 415 595 430 415 20 65 500 7,2 12,6 13,7
Gestandaardiseerd inkomen: 9e 10%-groep 2010 737 2,5 89,2 49,6 44,0 28.260 18.660 9.605 15.725 460 1.465 625 1.510 2.155 145 1.060 5.830 3.525 2.980 545 25 1.165 195 270 705 455 435 20 75 590 6,5 11,8 13,3
Gestandaardiseerd inkomen: 10e 10%-groep 2010 737 2,5 143,3 79,0 52,7 33.645 22.685 10.955 19.080 405 1.695 680 1.460 2.430 140 1.150 6.670 4.245 3.620 620 20 1.210 230 295 685 540 520 15 80 580 4,7 8,4 12,7
Woonsituatie: eigen woning 2010 4.205 2,6 72,1 41,4 39,0 24.710 16.590 8.120 14.260 390 1.160 675 1.325 2.205 145 970 5.265 3.110 2.650 460 25 1.090 160 310 620 460 445 15 70 515 7,3 12,7 13,5
Woonsituatie: huurwoning 2010 3.166 1,7 33,9 22,3 24,4 15.225 9.715 5.510 9.140 295 730 730 695 1.605 110 555 3.115 1.865 1.550 310 15 790 100 360 330 165 155 10 40 240 9,2 14,0 12,8
Woonsituatie: huur met huursubsidie 2010 1.100 1,8 22,7 17,9 19,2 11.545 7.480 4.060 7.620 200 495 740 490 1.610 100 380 2.430 1.425 1.195 230 15 685 95 355 240 140 125 10 25 140 10,7 13,6 12,7
Woonsituatie: huur zonder huursubsidie 2010 2.066 1,7 39,8 24,6 27,4 17.405 11.035 6.375 10.040 355 870 725 815 1.605 115 660 3.525 2.120 1.760 360 20 855 105 365 385 180 170 10 45 305 8,8 14,3 12,8
Zeer sterk stedelijk 2010 1.658 1,9 49,2 28,9 30,1 18.900 11.745 7.155 11.205 345 1.180 515 640 1.645 125 600 3.445 2.280 1.875 405 15 660 115 250 300 180 170 10 40 260 7,0 11,9 11,4
Sterk stedelijk 2010 2.100 2,2 54,7 32,4 31,3 19.560 12.845 6.710 11.700 335 830 695 1.010 1.825 130 715 4.020 2.430 2.050 380 20 915 115 320 480 275 260 15 50 330 7,3 12,4 12,9
Matig stedelijk 2010 1.346 2,3 59,3 35,2 33,2 20.995 13.975 7.020 12.235 385 970 765 1.120 1.975 125 875 4.545 2.630 2.230 395 25 1.060 155 380 525 360 345 15 60 415 7,7 12,9 13,7
Weinig stedelijk 2010 1.518 2,4 60,0 36,0 34,5 21.695 14.685 7.010 12.815 340 975 805 1.215 2.170 130 870 4.840 2.740 2.345 395 25 1.095 150 380 570 440 420 15 60 485 8,1 13,4 14,0
Niet stedelijk 2010 749 2,4 57,6 35,1 34,2 22.390 15.400 6.990 11.820 315 960 675 1.360 2.210 150 905 5.010 2.855 2.460 395 20 1.100 160 305 630 445 430 20 65 525 8,7 14,3 14,6
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel vindt u gegevens over indirecte belastingen die bij de (consumptieve) bestedingen van particuliere huishoudens zijn inbegrepen. De onderscheiden indirecte belastingen zijn de omzetbelasting (BTW), accijnzen, verbruiksbelasting, milieubelasting op energie en water, assurantiebelasting en motorrijtuigenbelasting. Er kunnen meerdere belastingsoorten op een product of dienst van toepassing zijn of worden geheven en deze worden apart weergegeven in de tabel.

Naast de indirecte belastingen op (consumptieve) bestedingen zijn ook de bijbehorende bestedingen die particuliere huishoudens doen in de tabel opgenomen. De particuliere huishoudens zijn in deze tabel onderscheiden naar diverse kenmerken, naar omvang, samenstelling, leeftijd, inkomensbron, woonsituatie en inkomenshoogte.

De indirecte belastingen op bestedingen zijn geschat met behulp van gegevens over bestedingen uit het Budgetonderzoek. Indien voor een groep huishoudens met specifieke kenmerken minder dan 50 waarnemingen uit het Budgetonderzoek beschikbaar zijn, worden cijfers over bestedingen, indirecte belastingen en druk onvoldoende betrouwbaar geacht en niet getoond.

Gegevens beschikbaar van 2006 tot en met 2013.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 21 juni 2019:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Huishoudens
Particuliere huishoudens
Het aantal particuliere huishoudens met het betreffende kenmerk.
---
Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar
niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
---
De uitkomsten hebben betrekking op particuliere huishoudens met inkomen
in Nederland. Personen die in tehuizen of inrichtingen verblijven, zijn
buiten beschouwing gebleven.
Personen per huishouden
Gemiddeld aantal personen per huishouden.
Inkomen
Het gemiddelde inkomen van alle huishoudens met het betreffende kenmerk.
Bruto-inkomen
Het gemiddeld bruto-inkomen per huishouden.
Het bruto-inkomen bestaat uit het primair inkomen (inkomen uit arbeid,
onderneming en vermogen) verhoogd met:
- uitkeringen inkomensverzekering voor werkloosheid,
arbeidsongeschiktheid, pensioen en nabestaandenpensioen. Dit zijn
uitkeringen zoals uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW/nWW), de
Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de wet werk en inkomen
naar arbeidsvermogen (WIA) en de Algemene Ouderdomswet (AOW),
- uitkeringen sociale voorziening zoals de Wet Werk en Bijstand,
- gebonden overdrachten voor wonen en studie zoals huurtoeslag en
tegemoetkoming studiekosten, en
- ontvangen inkomensoverdrachten zoals alimentatie van de
ex-echtgeno(o)t(e).
Het weergegeven bedrag is inclusief de bijdragen van werknemers,
werkgevers, uitkeringsontvangers en uitkeringsinstanties in de premies
voor de sociale verzekeringen.
Besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden.
Het besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met
- betaalde inkomensoverdrachten zoals alimentatie van de
ex-echtgeno(o)t(e),
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale
verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in
verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en
nabestaanden,
- premies ziektekostenverzekeringen, en
- belastingen op inkomen en vermogen.
Bestedingen
Het gemiddelde van de consumptieve bestedingen per huishouden.
Totaal bestedingen
Uitgaven voor goederen en diensten die worden gebruikt voor de
rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften van
leden van de gemeenschap. De uitgaven kunnen zowel op het eigen
grondgebied als in het buitenland worden gedaan.
--
Dit is de optelling van de in deze tabel genoemde bestedingen aan
BTW-plichtige en niet BTW-plichtige goederen. Er heeft een ophoging op de
bestedingen aan alcohol, frisdrank en tabak naar de macrocijfers van
Nationale Rekeningen plaatsgevonden.
BTW-plichtige goederen
Het gemiddelde van de totale bestedingen aan BTW-plichtige goederen en
diensten per huishouden.
Totaal
Het gemiddelde van de bestedingen aan goederen en diensten die onder het
hoge (algemene) en het lage tarief van de BTW vallen.
--
De omzetbelasting oftewel BTW (= belasting toegevoegde waarde) wordt
indirect door de burger betaald bij het kopen van goederen of diensten.
Ondernemers berekenen deze door in hun verkoopprijs en dragen deze
belasting af. De BTW kent twee tarieven: het hoge (algemene) tarief en
het verlaagde tarief en wordt in procenten van de prijs exclusief BTW
berekend. Verder zijn een aantal goederen en diensten vrijgesteld van BTW.
Hoog BTW-tarief
Het gemiddelde van de bestedingen aan goederen en diensten die onder het
hoge (algemene) tarief van de BTW vallen.
--
De omzetbelasting oftewel BTW (= belasting toegevoegde waarde) wordt
indirect door de burger betaald bij het kopen van goederen of diensten.
Ondernemers berekenen deze door in hun verkoopprijs en dragen deze
belasting af. De BTW kent twee tarieven: het hoge (algemene) tarief en
het verlaagde tarief en wordt in procenten van de prijs exclusief BTW
berekend. Verder zijn een aantal goederen en diensten vrijgesteld van BTW.
Laag BTW-tarief
Het gemiddelde van de bestedingen aan goederen en diensten die onder het
lage tarief van de BTW vallen.
--
De omzetbelasting oftewel BTW (= belasting toegevoegde waarde) wordt
indirect door de burger betaald bij het kopen van goederen of diensten.
Ondernemers berekenen deze door in hun verkoopprijs en dragen deze
belasting af. De BTW kent twee tarieven: het hoge (algemene) tarief en
het verlaagde tarief en wordt in procenten van de prijs exclusief BTW
berekend. Verder zijn een aantal goederen en diensten vrijgesteld van BTW.
Niet BTW-plichtige goederen
Het gemiddelde van de bestedingen aan goederen en diensten waar geen BTW
over geheven wordt.
Goederen met extra heffing
De gemiddelde bestedingen aan de goederen en diensten waar de
belangrijkste overige indirecte belastingen over worden geheven.
Frisdrank
Het gemiddelde van de bestedingen aan vruchtensap, groentesap,
mineraalwater, mengsels daarvan en limonade.
Alcoholhoudende dranken
De gemiddelde besteding aan alcoholhoudende dranken.
Tabaksproducten
De gemiddelde besteding aan sigaretten, sigaren en rooktabak.
Brandstoffen
De gemiddelde besteding aan benzine, dieselolie, LPG en motorolie.
Energie
De gemiddelde besteding aan elektriciteit, gas en warmte.
Water
De gemiddelde besteding aan leidingwater.
Verzekeringen
De gemiddelde bestedingen aan verzekeringen waarvoor assurantiebelasting
is verschuldigd.
--
De assurantiebelasting is een belasting op verzekeringen. Er wordt
belasting geheven over het bedrag dat moet worden betaald in verband met
de verzekering (dit zijn meestal de poliskosten en de premie).
Voor de volgende verzekeringen is geen assurantiebelasting verschuldigd:
-levensverzekeringen -ongevallen-, invaliditeits-, en
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
-ziekte- en ziektekostenverzekeringen -werkloosheidsverzekeringen
-verzekeringen van zeeschepen (behalve pleziervaartuigen) en
luchtvaartuigen die bedoeld zijn als openbaar vervoermiddel in het
internationale verkeer -transportverzekeringen -herverzekeringen
-exportkredietverzekeringen.
Premies voor deze verzekeringen zijn daarom niet in deze post opgenomen.
Indirecte belastingen
Het gemiddelde bedrag per huishouden aan belastingen die begrepen zijn in
de bestedingen. De gemiddelden zijn berekend over alle huishoudens, dus
ook over huishoudens welke niets hebben uitgegeven aan de betreffende
goederen of diensten.
Indirecte belastingen
Het gemiddelde totaal bedrag aan indirecte belastingen per particulier
huishouden aan omzetbelasting (BTW), accijnzen, verbruiksbelasting,
milieubelasting op energie en water, assurantiebelasting en
motorrijtuigenbelasting. Alleen bedragen over indirecte belastingen die
bij de (consumptieve) bestedingen van particuliere huishoudens zijn
inbegrepen zijn opgenomen.
--
Belastingen die niet zijn genoemd in deze tabel zijn ook niet opgenomen.
De belangrijkste ontbrekende belastingen zijn lokale heffingen, BPM en
overdrachtsbelasting.
Omzetbelasting (BTW)
Het bedrag aan omzetbelasting betaald over de BTW-plichtige goederen en
diensten.
Totaal
Het gemiddelde bedrag per huishouden aan de totale omzetbelasting (BTW)
aan goederen en diensten.
--
De omzetbelasting oftewel BTW (= belasting toegevoegde waarde) wordt
indirect door de burger betaald bij het kopen van goederen of diensten.
Ondernemers berekenen deze door in hun verkoopprijs en dragen deze
belasting af. De BTW kent twee tarieven: het hoge (algemene) tarief en
het verlaagde tarief en wordt in procenten van de prijs exclusief BTW
berekend. Verder zijn een aantal goederen en diensten vrijgesteld van BTW.
Hoog BTW-tarief
Het gemiddelde bedrag per huishouden aan omzetbelasting (BTW) aan
goederen en diensten die onder het hoge (algemene) tarief van de BTW
vallen.
--
De omzetbelasting oftewel BTW (= belasting toegevoegde waarde) wordt
indirect door de burger betaald bij het kopen van goederen of diensten.
Ondernemers berekenen deze door in hun verkoopprijs en dragen deze
belasting af. De BTW kent twee tarieven: het hoge (algemene) tarief en
het verlaagde tarief en wordt in procenten van de prijs exclusief BTW
berekend. Verder zijn een aantal goederen en diensten vrijgesteld van BTW.
Laag BTW-tarief
Het gemiddelde van de bestedingen aan goederen en diensten die onder het
lage tarief van de BTW vallen.
--
De omzetbelasting oftewel BTW (= belasting toegevoegde waarde) wordt
indirect door de burger betaald bij het kopen van goederen of diensten.
Ondernemers berekenen deze door in hun verkoopprijs en dragen deze
belasting af. De BTW kent twee tarieven: het hoge (algemene) tarief en
het verlaagde tarief en wordt in procenten van de prijs exclusief BTW
berekend. Verder zijn een aantal goederen en diensten vrijgesteld van BTW.
Verbruiksbelasting frisdrank
Het gemiddelde bedrag aan verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken.
--
Verbruiksbelasting wordt geheven van alcoholvrije dranken, pruimtabak en
snuiftabak. Deze belasting is ook al inbegrepen in de aanschafprijs en
wordt door producent of importeur afgedragen aan de overheid. Deze
belasting wordt ook indirect betaald door de burger, net als bij de
omzetbelasting (BTW).
Accijns
De accijns is een bedrag wat aangeeft hoeveel aan indirecte belastingen
op alcoholhoudende dranken, op tabaksproducten en op brandstoffen wordt
geheven. Accijns is begrepen in de aanschafprijs en wordt door producent
of importeur afgedragen aan de overheid.
Totaal accijns
Het gemiddelde totaal bedrag per huishouden aan accijns op
alcoholhoudende dranken, accijns op tabaksproducten en accijns op
brandstoffen.
--
Accijns is een kostprijsverhogende belasting die de overheid heft op
bepaalde goederen, zoals alcoholhoudende dranken, tabaksproducten en
benzine. In veel gevallen gaat het om goederen waarvan de overheid het
gebruik probeert af te remmen omdat ze schadelijk zijn voor de gezondheid
of voor het milieu.
Accijns op alcoholhoudende dranken
Het gemiddelde bedrag aan accijns op bier, wijn, tussenproducten en
overige alcoholhoudende dranken.
--
Accijns is een kostprijsverhogende belasting die de overheid heft op
bepaalde goederen, zoals alcoholhoudende dranken, tabaksproducten en
benzine. In veel gevallen gaat het om goederen waarvan de overheid het
gebruik probeert af te remmen omdat ze schadelijk zijn voor de gezondheid
of voor het milieu.
Accijns op tabaksproducten
Het gemiddelde bedrag aan accijns op sigaretten, sigaren en rooktabak.
--
Accijns is een kostprijsverhogende belasting die de overheid heft op
bepaalde goederen, zoals alcoholhoudende dranken, tabaksproducten en
benzine. In veel gevallen gaat het om goederen waarvan de overheid het
gebruik probeert af te remmen omdat ze schadelijk zijn voor de gezondheid
of voor het milieu.
Accijns op brandstoffen
Het gemiddelde bedrag aan accijns op benzine, dieselolie, LPG en
motorolie.
--
Accijns is een kostprijsverhogende belasting die de overheid heft op
bepaalde goederen, zoals alcoholhoudende dranken, tabaksproducten en
benzine. In veel gevallen gaat het om goederen waarvan de overheid het
gebruik probeert af te remmen omdat ze schadelijk zijn voor de gezondheid
of voor het milieu.
Milieubelasting
De tabel laat de gemiddelde bedragen aan milieubelasting op gas,
elektriciteit en leidingwater zien.
Totaal milieubelasting
Het gemiddelde bedrag aan milieubelasting op gas, elektriciteit en
leidingwater.
--
Een samenvatting van een aantal milieugerelateerde belastingen. Bij deze
tabel opgenomen zijn de betaalde energiebelasting, wat een heffing is op
aardgas, elektriciteit en andere verwarmingsbrandstoffen en de belasting
op de hoeveelheid leidingwater, al dan niet van drinkwaterkwaliteit, die
een waterleidingbedrijf of een afzonderlijke watervoorziening aan derden
ter beschikking stelt.
Milieubelasting op energie
Het gemiddelde bedrag aan milieubelasting op gas en elektriciteit.
--
Een samenvatting van een aantal milieugerelateerde belastingen. Bij deze
tabel opgenomen zijn de betaalde energiebelasting, wat een heffing is op
aardgas, elektriciteit en andere verwarmingsbrandstoffen en de belasting
op de hoeveelheid leidingwater, al dan niet van drinkwaterkwaliteit, die
een waterleidingbedrijf of een afzonderlijke watervoorziening aan derden
ter beschikking stelt.
Milieubelasting op water
Het gemiddelde bedrag aan milieubelasting op leidingwater.
--
Een samenvatting van een aantal milieugerelateerde belastingen. Bij deze
tabel opgenomen zijn de betaalde energiebelasting, wat een heffing is op
aardgas, elektriciteit en andere verwarmingsbrandstoffen en de belasting
op de hoeveelheid leidingwater, al dan niet van drinkwaterkwaliteit, die
een waterleidingbedrijf of een afzonderlijke watervoorziening aan derden
ter beschikking stelt.
Assurantiebelasting
Het gemiddelde bedrag aan assurantiebelasting.
--
De assurantiebelasting is een belasting op verzekeringen. Er wordt
belasting geheven over het bedrag dat moet worden betaald in verband met
de verzekering (dit zijn meestal de poliskosten en de premie).
Voor de volgende verzekeringen is geen assurantiebelasting verschuldigd:
-levensverzekeringen -ongevallen-, invaliditeits-, en
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
-ziekte- en ziektekostenverzekeringen -werkloosheidsverzekeringen
-verzekeringen van zeeschepen (behalve pleziervaartuigen) en
luchtvaartuigen die bedoeld zijn als openbaar vervoermiddel in het
internationale verkeer -transportverzekeringen -herverzekeringen
-exportkredietverzekeringen.
Premies voor deze verzekeringen zijn daarom niet in deze post opgenomen.
Motorrijtuigenbelasting
Het gemiddeld bedrag aan motorrijtuigenbelasting.
--
Motorrijtuigenbelasting, ook wel wegenbelasting genoemd, wordt betaald over het bezit van een voertuig (jonger dan 40 jaar). Het bedrag van de
belasting is afhankelijk van het soort voertuig, het gewicht, het soort
brandstof en de provincie waar men woont.
Belastingdruk
De belastingdruk is een percentage dat aangeeft hoeveel procent van
het bruto-inkomen, besteedbaar inkomen en bestedingen er wordt uitgegeven
aan indirecte belastingen.
Druk op bruto inkomen
Het totaal bedrag aan indirecte belastingen als percentage van het
bruto-inkomen.
Druk op besteedbaar inkomen
Het totaal bedrag aan indirecte belastingen als percentage van het
besteedbaar inkomen.
Druk op bestedingen
Het totaal bedrag aan indirecte belastingen als percentage van de
bestedingen.