Overheid; ontvangen belastingen 1987 - 2013

Overheid; ontvangen belastingen 1987 - 2013

Sectoren Perioden Belastingen: afzonderlijk Totaal belastingen (mln euro) Belastingen: afzonderlijk BTW (Belasting over toegevoegde waarde) (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Loon- en inkomstenbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Vennootschapsbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Accijnzen (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Verbruiksbel. op milieugrondslag (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Milieuheffingen (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Motorrijtuigenbelasting(incl.eurovignet) (mln euro) Belastingen: afzonderlijk BPM (Bel. personenauto's en motorrijw.) (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Overdrachtsbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Onroerendezaakbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Dividendbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Vermogensheffingen (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Assurantiebelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Kansspelbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Bankenbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Verhuurdersheffing (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Loonkostenheffing (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Overige belastingen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Totaal belast. op productie en invoer (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Totaal productgebonden belastingen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen BTW (Belasting over toegevoegde waarde) (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Totaal accijnzen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Benzineaccijns (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Accijns op overige minerale oliën (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Tabakaccijns (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Alcoholaccijns (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Bieraccijns (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Wijnaccijns e.a. mousserende dranken (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Accijnzen Overige accijnzen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Verbruiksbel. op alcoholvrije dranken (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Belastingen op milieugrondslag (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen BPM (Bel.op personenauto's en motorrijw) (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Kansspelbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Overdrachtsbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Assurantiebelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Kapitaalbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen Beursbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Totaal niet-productgebonden belastingen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Onroerendezaakbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Motorrijtuigenbel. (Incl. eurovignet) (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Milieuheffingen Totaal milieuheffingen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Milieuheffingen Rioolrechten (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Milieuheffingen Heffingen op waterverontreiniging (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Milieuheffingen Omslagheffing waterschappen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Milieuheffingen Overige milieuheffingen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Bankenbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Verhuurderheffing (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Loonkostenheffing (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen PBO-heffingen (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Inschrijfgelden Kamer van Koophandel (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Toeristenbelasting (mln euro) Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen Niet-productgebonden - overig (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Totaal belast. op inkomen en vermogen (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Totaal belastingen op inkomen (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Vennootschapsbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Loonbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Inkomstenbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Dividendbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Kansspelbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen Eenmalig ontvangst i.v.m. liquidatie... (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Totaal belastingen op vermogen (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Onroerendezaakbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Vermogensbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Motorrijtuigenbelasting (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Milieuheffingen Totaal milieuheffingen (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Milieuheffingen Rioolrechten (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Milieuheffingen Heffingen op waterverontreiniging (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Milieuheffingen Omslagheffing waterschappen (mln euro) Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen Overige belastingen inkomen en vermogen (mln euro) Vermogensheffingen (mln euro)
Overheid 2010 1e kwartaal 33.646 9.566 10.018 3.860 2.638 1.442 989 1.312 627 658 736 638 357 327 102 123 253 17.074 15.344 9.566 2.638 980 830 572 96 86 65 9 35 1.442 627 51 658 327 0 1.730 736 288 403 52 81 174 96 123 43 50 33 54 16.215 14.567 3.860 10.122 -104 638 51 1.648 0 7 1.024 586 276 203 107 31 357
Overheid 2010 2e kwartaal 37.503 10.581 13.595 3.196 2.899 910 983 1.307 546 693 754 995 397 186 110 142 209 17.669 15.915 10.581 2.899 1.078 913 644 77 108 72 7 45 910 546 55 693 186 0 1.754 754 289 394 51 80 175 88 142 42 50 32 51 19.437 17.841 3.196 12.988 607 995 55 1.596 0 7 1.018 589 279 202 108 -18 397
Overheid 2010 3e kwartaal 31.211 9.774 10.072 2.016 2.739 828 982 1.287 528 685 787 460 431 160 102 73 287 16.500 14.804 9.774 2.739 1.004 894 605 69 103 58 6 39 828 528 51 685 160 0 1.696 787 268 392 52 79 175 86 73 42 50 34 50 14.280 12.599 2.016 9.895 177 460 51 1.681 0 5 1.019 590 280 201 109 67 431
Overheid 2010 4e kwartaal 40.848 12.537 14.493 3.710 2.844 1.426 957 1.303 395 749 769 307 532 188 128 271 239 20.120 18.240 12.537 2.844 1.024 936 616 89 92 79 8 37 1.426 395 64 749 188 0 1.880 769 286 389 51 79 171 88 271 42 50 32 41 20.196 18.574 3.710 13.097 1.396 307 64 1.622 0 4 1.017 568 261 202 105 33 532
Overheid 2010 143.208 42.458 48.178 12.782 11.120 4.606 3.911 5.209 2.096 2.785 3.046 2.400 1.717 861 442 609 988 71.363 64.303 42.458 11.120 4.086 3.573 2.437 331 389 274 30 156 4.606 2.096 221 2.785 861 0 7.060 3.046 1.131 1.578 206 319 695 358 609 169 200 131 196 70.128 63.581 12.782 46.102 2.076 2.400 221 6.547 0 23 4.078 2.333 1.096 808 429 113 1.717
Centrale overheid 2010 1e kwartaal 31.555 9.566 10.018 3.860 2.638 1.442 98 958 627 658 638 357 327 102 123 143 15.877 15.344 9.566 2.638 980 830 572 96 86 65 9 35 1.442 627 51 658 327 0 533 219 98 6 92 123 43 50 15.321 14.567 3.860 10.122 -104 638 51 754 7 739 8 357
Centrale overheid 2010 2e kwartaal 35.396 10.581 13.595 3.196 2.899 910 89 952 546 693 995 398 186 110 142 104 16.454 15.915 10.581 2.899 1.078 913 644 77 108 72 7 45 910 546 55 693 186 0 539 218 89 5 84 142 42 48 18.544 17.841 3.196 12.988 607 995 55 703 7 734 -38 398
Centrale overheid 2010 3e kwartaal 29.062 9.774 10.072 2.016 2.739 828 87 932 528 685 460 432 160 102 73 174 15.246 14.804 9.774 2.739 1.004 894 605 69 103 58 6 39 828 528 51 685 160 0 442 198 87 5 82 73 42 42 13.384 12.599 2.016 9.895 177 460 51 785 5 734 46 432
Centrale overheid 2010 4e kwartaal 38.744 12.537 14.493 3.710 2.844 1.426 91 941 395 749 307 534 188 128 271 130 18.900 18.240 12.537 2.844 1.024 936 616 89 92 79 8 37 1.426 395 64 749 188 0 660 220 91 6 85 271 42 36 19.310 18.574 3.710 13.097 1.396 307 64 736 4 721 11 534
Centrale overheid 2010 134.757 42.458 48.178 12.782 11.120 4.606 365 3.783 2.096 2.785 2.400 1.721 861 442 609 551 66.477 64.303 42.458 11.120 4.086 3.573 2.437 331 389 274 30 156 4.606 2.096 221 2.785 861 0 2.174 855 365 22 343 609 169 176 66.559 63.581 12.782 46.102 2.076 2.400 221 2.978 23 2.928 27 1.721
Rijk 2010 1e kwartaal 31.487 9.566 10.018 3.860 2.638 1.442 98 958 627 658 638 357 327 102 123 75 15.809 15.344 9.566 2.638 980 830 572 96 86 65 9 35 1.442 627 51 658 327 0 465 219 98 6 92 123 25 15.321 14.567 3.860 10.122 -104 638 51 754 7 739 8 357
Rijk 2010 2e kwartaal 35.331 10.581 13.595 3.196 2.899 910 89 952 546 693 995 398 186 110 142 39 16.389 15.915 10.581 2.899 1.078 913 644 77 108 72 7 45 910 546 55 693 186 0 474 218 89 5 84 142 25 18.544 17.841 3.196 12.988 607 995 55 703 7 734 -38 398
Rijk 2010 3e kwartaal 29.003 9.774 10.072 2.016 2.739 828 87 932 528 685 460 432 160 102 73 115 15.187 14.804 9.774 2.739 1.004 894 605 69 103 58 6 39 828 528 51 685 160 0 383 198 87 5 82 73 25 13.384 12.599 2.016 9.895 177 460 51 785 5 734 46 432
Rijk 2010 4e kwartaal 38.691 12.537 14.493 3.710 2.844 1.426 91 941 395 749 307 534 188 128 271 77 18.847 18.240 12.537 2.844 1.024 936 616 89 92 79 8 37 1.426 395 64 749 188 0 607 220 91 6 85 271 25 19.310 18.574 3.710 13.097 1.396 307 64 736 4 721 11 534
Rijk 2010 134.512 42.458 48.178 12.782 11.120 4.606 365 3.783 2.096 2.785 2.400 1.721 861 442 609 306 66.232 64.303 42.458 11.120 4.086 3.573 2.437 331 389 274 30 156 4.606 2.096 221 2.785 861 0 1.929 855 365 22 343 609 100 66.559 63.581 12.782 46.102 2.076 2.400 221 2.978 23 2.928 27 1.721
Overige centrale overheid 2010 1e kwartaal 68 68 68 68 43 25
Overige centrale overheid 2010 2e kwartaal 65 65 65 65 42 23
Overige centrale overheid 2010 3e kwartaal 59 59 59 59 42 17
Overige centrale overheid 2010 4e kwartaal 53 53 53 53 42 11
Overige centrale overheid 2010 245 245 245 245 169 76
Lokale overheid 2010 1e kwartaal 2.091 891 354 736 0 110 1.197 1.197 736 69 305 52 75 174 4 50 33 4 894 894 0 285 586 276 203 107 23 0
Lokale overheid 2010 2e kwartaal 2.107 894 355 754 -1 105 1.215 1.215 754 71 305 51 75 175 4 50 32 3 893 893 0 284 589 279 202 108 20 -1
Lokale overheid 2010 3e kwartaal 2.149 895 355 787 -1 113 1.254 1.254 787 70 305 52 74 175 4 50 34 8 896 896 0 285 590 280 201 109 21 -1
Lokale overheid 2010 4e kwartaal 2.104 866 362 769 -2 109 1.220 1.220 769 66 298 51 73 171 3 50 32 5 886 886 0 296 568 261 202 105 22 -2
Lokale overheid 2010 8.451 3.546 1.426 3.046 -4 437 4.886 4.886 3.046 276 1.213 206 297 695 15 200 131 20 3.569 3.569 0 1.150 2.333 1.096 808 429 86 -4
Gemeenten 2010 1e kwartaal 1.124 328 736 0 60 825 825 736 52 52 33 4 299 299 276 276 23 0
Gemeenten 2010 2e kwartaal 1.138 330 754 -1 55 840 840 754 51 51 32 3 299 299 279 279 20 -1
Gemeenten 2010 3e kwartaal 1.181 332 787 -1 63 881 881 787 52 52 34 8 301 301 280 280 21 -1
Gemeenten 2010 4e kwartaal 1.138 312 769 -2 59 857 857 769 51 51 32 5 283 283 261 261 22 -2
Gemeenten 2010 4.581 1.302 3.046 -4 237 3.403 3.403 3.046 206 206 131 20 1.182 1.182 1.096 1.096 86 -4
Overige lokale overheid 2010 1e kwartaal 967 563 354 50 372 372 69 253 75 174 4 50 595 595 285 310 203 107
Overige lokale overheid 2010 2e kwartaal 969 564 355 50 375 375 71 254 75 175 4 50 594 594 284 310 202 108
Overige lokale overheid 2010 3e kwartaal 968 563 355 50 373 373 70 253 74 175 4 50 595 595 285 310 201 109
Overige lokale overheid 2010 4e kwartaal 966 554 362 50 363 363 66 247 73 171 3 50 603 603 296 307 202 105
Overige lokale overheid 2010 3.870 2.244 1.426 200 1.483 1.483 276 1.007 297 695 15 200 2.387 2.387 1.150 1.237 808 429
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de belastingopbrengsten van de overheid, per belasting. Onder overheid wordt hier verstaan de sector overheid volgens de definitie die in Europees Systeem van Rekeningen (ESR 1995) wordt gebruikt. De gepresenteerde gegevens sluiten aan bij de publicaties over de Nationale rekeningen. De gebruikte begrippen sluiten aan bij de Nationale rekeningen. De Nationale rekeningen zijn gebaseerd op de internationale definities van het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 1995).

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens van 1987 tot en met 2013, kwartaalgegevens van 2006 tot en met 2013.

Status van de cijfers:
De cijfers vanaf 1987 in deze tabel zijn definitief. De meest recente jaren en kwartalen hebben nog een (nader) voorlopig karakter. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 25 juni 2014:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door Overheid; ontvangen belastingen. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Belastingen: afzonderlijk
Verplichte betalingen, zonder dat hier een direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat, die door de nationale overheid of door de instellingen van de Europese Unie.
De belastingen worden onderverdeeld in:
- belastingen op productie en invoer;
- belastingen op inkomen en vermogen;
- vermogensheffingen.
Totaal belastingen
Verplichte betalingen, zonder dat hier een direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat, die door de nationale overheid of door de instellingen van de Europese Unie.
De belastingen worden onderverdeeld in:
- belastingen op productie en invoer;
- belastingen op inkomen en vermogen;
- vermogensheffingen.
BTW (Belasting over toegevoegde waarde)
Een productgebonden belasting, die op de verschillende momenten van levering door producenten wordt geïnd en uiteindelijk volledig ten laste komt van de eindgebruikers.

Producenten dragen alleen het verschil af tussen de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op hun verkopen en de btw op hun aankopen.
Loon- en inkomstenbelasting
Loonbelasting:
Belasting die door de werkgever wordt ingehouden op het loon van de werknemer, als onderdeel van de loonheffing. De werkgever draagt deze belasting vervolgens af aan de overheid en doet daarvoor maandelijks aangifte.
Inkomstenbelasting:
Een belasting op inkomen. Bij de bron ingehouden belastingen op inkomen, zoals loonbelastingen en regelmatige voorschotten op de inkomstenbelasting, kunnen worden geregistreerd in de periode waarin ze worden betaald, terwijl eindafrekeningen kunnen worden geregistreerd in de periode waarin de belastingverplichting is vastgesteld. Inkomstenbelasting is verschuldigd over het belastbaar inkomen uit werk en woning en uit sparen en beleggen.
Vennootschapsbelasting
Belasting die wordt geheven over de winst van ondernemingen. De vennnootschapsbelasting wordt gerekend tot de belastingen op inkomen.
Accijnzen
Productgebonden belastingen op productie. Voorbeelden zijn accijnzen op benzine, tabak en alcohol. De accijnzen zijn verschuldigd over de uitslag (levering, verkoop) en de invoer van de betreffende producten.
Verbruiksbel. op milieugrondslag
Verbruiksbelasting op milieugrondslag.
Verzamelnaam voor de productgebonden belastingen: belastingen op grondwater, leidingwater, afvalstoffen, brandstoffen en de energie en de niet-productgebonden belasting verpakkingsbelasting. In 2008 en 2009 maakte de vliegbelasting deel uit van de verbruiksbelasting op milieugrondslag. In 2010 werd de vliegbelasting afgeschaft.
Milieuheffingen
Heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd. Milieuheffingen is de verzamelnaam voor de volgende belastingen: rioolrechten, waterverontreinigingsheffing, omslagheffing waterschappen, geluidhinder grondwaterbelasting en heffing nazorg stortplaatsen. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de milieuheffingen door huishoudens betaald maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Motorrijtuigenbelasting(incl.eurovignet)
Motorrijtuigenbelasting (inclusief eurovignet).
Belasting voor het bezit van een motorrijtuig. Motorrijtuigenbelasting wordt betaald voor een personenauto, bestelbus, motorrijwiel of vrachtauto. Als de motorrijtuigenbelasting door bedrijven (producenten) wordt betaald wordt ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen. Wordt de motorrijtuigenbelasting door huishoudens (consumenten) betaald maakt ze deel uit van de belastingen op vermogen. Het Eurovignet wordt ook Belasting zware motorrijtuigen genoemd (BZM).
BZM wordt betaald voor vrachtauto's of vrachtautocombinaties die
- gebruik maken van de autosnelweg;
- uitsluitend bestemd zijn voor het vervoer van goederen;
- een toegestane maximum massa van 12.000 kg of meer hebben.
BPM (Bel. personenauto's en motorrijw.)
Belastingen op personenauto's en motorrijwielen.
De belasting op personenauto's, bestelauto's en motorrijwielen (BPM) is verschuldigd als er een nieuw voertuig in Nederland wordt gekocht. De importeur van het voertuig zorgt voor de aangifte en de betaling van de BPM. De BPM wordt gerekend tot de productgebonden belastingen.
Overdrachtsbelasting
Belasting die geheven wordt bij de overdracht van bestaande onroerende zaken. Overdrachtsbelasting wordt gerekend tot de productgebonden belastingen.
Onroerendezaakbelasting
Belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken.

Het deel van de onroerendezaakbelasting op woningen dat is betaald door bewoners, wordt gerekend tot de belastingen op vermogen. Het deel dat is betaald door exploitanten van woningen, waartoe ook de eigen-huis eigenaren behoren, wordt beschouwd als niet-productgebonden belastingen. De onroerendezaakbelasting betaald door bewoners is per 1 januari 2006 afgeschaft.
Dividendbelasting
Belasting die wordt geheven over de opbrengst van aandelen en winstbewijzen. Een vennootschap die dividend uitkeert, is verplicht de dividendbelasting in te houden en te betalen aan de Belastingdienst. Samen met de vennootschapsbelasting vormt de dividendbelasting het grootste deel van de belasting op inkomen en vermogen van vennootschappen. Beide belastingen hebben de winst van vennootschappen als grondslag.
Vermogensheffingen
Verplichte, niet-periodieke betalingen aan de overheid, die gebaseerd zijn op het vermogen van de belastingplichtigen. In de praktijk gaat het hierbij bijna altijd om successierechten. De vermogensbelasting wordt niet tot de vermogensheffingen gerekend. Deze wordt namelijk periodiek geheven en wordt daarom gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen.
Assurantiebelasting
Belasting op verzekeringen waarvan het risico in Nederland ligt. De belastingplichtige voor de assurantiebelasting is de verstrekker van de verzekering. Assurantiebelasting is een productgebonden belasting.
Kansspelbelasting
De kansspelbelasting wordt betaald door casino's en de winnaars van prijzen in loterijen. De kansspelbelasting die door casino's wordt betaald wordt geboekt als een productgebonden belasting. De kansspelbelasting die door de winnaars van prijzen wordt betaald wordt geboekt als een belasting op inkomen.
Bankenbelasting
Belasting op ongedekte schulden van de banken.

De bankenbelasting wordt gerekend tot de niet-productgebonden belastingen.
De bankenbelasting wordt geheven vanaf 2012.
Verhuurdersheffing
Belasting voor verhuurders over de waarde van de huurwoningen. Voorwaarde is dat voor deze huurwoningen huurtoeslag kan worden toegekend.

De Verhuurderheffing wordt gerekend tot de niet-productgebonden belastingen.
De Verhuurderheffing wordt geheven vanaf 2013.
Loonkostenheffing
De loonbelasting die door de werkgever wordt ingehouden op het loon van de werknemer wordt gerekend tot de belastingen op inkomen, vermogen, enz. Over bepaalde vormen van loon wordt de loonbelasting echter geheven in de vorm van een zogenaamde eindheffing (loonkostenheffing). De loonbelasting wordt in dit geval niet ingehouden op het loon van de werknemer maar komt voor rekening van de werkgever. Loon waarop de werkgever eindheffing toepast, hoort niet (meer) tot het loon van de werknemer en hoort dus ook niet tot zijn verzamelinkomen voor de inkomstenbelasting. De eindheffingen worden niet door werknemers betaald maar door werkgevers. Voorbeelden zijn de heffing op spaarloon (tot 2012) en heffingen op (kerst)geschenken. De tijdelijke cisisheffing op hoge lonen die werkgevers in 2013 moeten betalen valt ook onder de loonkostenheffingen.
Overige belastingen
Hieronder zijn de volgende belastingen opgenomen: Verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken, kapitaalbelasting, PBO-heffingen, Inschrijfgelden Kamers van Koophandel, Toeristenbelasting, Niet-productgebonden belastingen overig en de overige belastingen op inkomen en vermogen.
Belastingen op productie en invoer
Totaal belastingen op productie en invoer.
Verplichte betalingen aan de overheid en de Europese Unie (EU) die verband houden met productie en invoer en met het gebruik van productiefactoren. Deze belastingen worden onderscheiden in productgebonden belastingen en niet-productgebonden belastingen. Deze belastingen hebben betrekking op alle door producenten aan de overheid en de EU betaalde belastingen, met uitzondering van de belastingen over de winst. Zij worden geregistreerd volgens het bestemmingscriterium. Belastingen die door de centrale overheid worden geïnd ten behoeve van de lokale overheid of de EU worden dus niet geboekt bij de centrale overheid.
Totaal belast. op productie en invoer
Totaal belastingen op productie en invoer.
Verplichte betalingen aan de overheid en de Europese Unie (EU) die verband houden met productie en invoer en met het gebruik van productiefactoren. Deze belastingen worden onderscheiden in productgebonden belastingen en niet-productgebonden belastingen. Deze belastingen hebben betrekking op alle door producenten aan de overheid en de EU betaalde belastingen, met uitzondering van de belastingen over de winst. Zij worden geregistreerd volgens het bestemmingscriterium. Belastingen die door de centrale overheid worden geïnd ten behoeve van de lokale overheid of de EU worden dus niet geboekt bij de centrale overheid.
Productgebonden belastingen
Belastingen en subsidies waarbij het te betalen of te ontvangen bedrag afhankelijk is van de hoeveelheid goederen die werd geproduceerd of verhandeld.
Totaal productgebonden belastingen
Belastingen en subsidies waarbij het te betalen of te ontvangen bedrag afhankelijk is van de hoeveelheid goederen die werd geproduceerd of verhandeld.
BTW (Belasting over toegevoegde waarde)
Een productgebonden belasting, die op de verschillende momenten van levering door producenten wordt geïnd en uiteindelijk volledig ten laste komt van de eindgebruikers.

Producenten dragen alleen het verschil af tussen de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op hun verkopen en de btw op hun aankopen.
Accijnzen
Productgebonden belastingen op productie. Voorbeelden zijn accijnzen op benzine, tabak en alcohol. De accijnzen zijn verschuldigd over de uitslag (levering, verkoop) en de invoer van de betreffende producten.
Totaal accijnzen
Productgebonden belastingen op productie. Voorbeelden zijn accijnzen op benzine, tabak en alcohol. De accijnzen zijn verschuldigd over de uitslag (levering, verkoop) en de invoer van de betreffende producten.
Benzineaccijns
Accijns op benzine.

Benzine is een mengsel van koolwaterstoffen dat ontstaat bij de destillatie van ruwe aardolie. Het wordt vooral gebruikt als brandstof voor benzinemotoren en als oplos- en schoonmaakmiddel.
Accijns op overige minerale oliën
Accijns op petroleum (halfzware olie), diesel (gasolie), zware stookolie, LPG ( vloeibaar gemaakt petroleumgas) en methaan.
Tabakaccijns
Accijns op sigaren, sigaretten en dergelijke.
Alcoholaccijns
Accijns op alcohol.

Alcohol is een helder, kleurloos, brandbaar distillatieproduct, afgeleid van koolwaterstof.
Bieraccijns
Accijns op bier.
Wijnaccijns e.a. mousserende dranken
Accijns op wijn en andere mousserende dranken.
Overige accijnzen
Accijnzen op alcoholvrije dranken en suiker.
Verbruiksbel. op alcoholvrije dranken
Verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken.
Productgebonden belasting op frisdranken, vruchtensappen, mineraalwater en siropen en op pruim- en snuiftabak. Deze belasting is verschuldigd over de uitslag (levering, verkoop) en de invoer van deze producten.
Belastingen op milieugrondslag
Verzamelnaam voor de productgebonden belastingen: belastingen op grondwater, leidingwater, afvalstoffen, brandstoffen en de energie en de niet-productgebonden belasting verpakkingsbelasting. In 2008 en 2009 maakte de vliegbelasting deel uit van de verbruiksbelasting op milieugrondslag. In 2010 werd de vliegbelasting afgeschaft.
BPM (Bel.op personenauto's en motorrijw)
Belastingen op personenauto's en motorrijwielen.
De belasting op personenauto's, bestelauto's en motorrijwielen (BPM) is verschuldigd als er een nieuw voertuig in Nederland wordt gekocht. De importeur van het voertuig zorgt voor de aangifte en de betaling van de BPM. De BPM wordt gerekend tot de productgebonden belastingen. Eenmalige belasting die wordt geheven van degene die een voertuig (personenauto, bestelauto, motorrijwiel) als eerste op zijn naam laat registreren bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer.
Kansspelbelasting
De kansspelbelasting wordt betaald door casino's en de winnaars van prijzen in loterijen. De kansspelbelasting die door casino's wordt betaald wordt geboekt als een productgebonden belasting. De kansspelbelasting die door de winnaars van prijzen wordt betaald wordt geboekt als een belasting op inkomen.
Overdrachtsbelasting
Belasting die geheven wordt bij de overdracht van bestaande onroerende zaken. Overdrachtsbelasting wordt gerekend tot de productgebonden belastingen.
Assurantiebelasting
Belasting op verzekeringen waarvan het risico in Nederland ligt. De belastingplichtige voor de assurantiebelasting is de verstrekker van de verzekering. Assurantiebelasting is een productgebonden belasting.
Kapitaalbelasting
De kapitaalbelasting is een belasting die wordt geheven bij de oprichting van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV). Ook als in een BV extra aandelen worden uitgegeven moet er kapitaalsbelasting worden betaald. De kapitaalbelasting wordt gerekend tot de productgebonden belastingen.
Beursbelasting
Productgebonden belasting die wordt geheven bij de aan- en verkoop van effecten. Deze belasting is in 1990 opgeheven.
Niet-productgebonden belastingen
Een belasting is niet-productgebonden als de hoogte van de belasting los staat van de waarde of de hoeveelheid van de geproduceerde of verkochte goederen.
Totaal niet-productgebonden belastingen
Een belasting is niet-productgebonden als de hoogte van de belasting los staat van de waarde of de hoeveelheid van de geproduceerde of verkochte goederen.
Onroerendezaakbelasting
Belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Het deel van de onroerendezaakbelasting op woningen dat is betaald door exploitanten van woningen, waartoe ook de eigen-huis eigenaren behoren, wordt beschouwd als niet-productgebonden belastingen. Het deel dat is betaald door bewoners, wordt gerekend tot de belastingen op vermogen. De onroerendezaakbelasting betaald door bewoners is per 1 januari 2006 afgeschaft.
Motorrijtuigenbel. (Incl. eurovignet)
Motorrijtuigenbelasting (inclusief eurovignet).
Motorrijtuigenbelasting wordt betaald voor het bezit van een motorrijtuig. Motorrijtuigenbelasting wordt betaald voor een personenauto, bestelbus, motorrijwiel of vrachtauto. Als de motorrijtuigenbelasting door bedrijven (producenten) wordt betaald wordt ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen. Wordt de motorrijtuigenbelasting door huishoudens (consumenten) betaald maakt ze deel uit van de belastingen op vermogen. Het Eurovignet wordt ook Belasting zware motorrijtuigen genoemd (BZM).
BZM wordt betaald voor vrachtauto's of vrachtautocombinaties die
- gebruik maken van de autosnelweg;
- uitsluitend bestemd zijn voor het vervoer van goederen;
- een toegestane maximum massa van 12.000 kg of meer hebben.
Milieuheffingen
Heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd. Milieuheffingen is de verzamelnaam voor de volgende belastingen: rioolrechten, waterverontreinigingsheffing, omslagheffing waterschappen, geluidhinder grondwaterbelasting en heffing nazorg stortplaatsen. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de milieuheffingen door huishoudens betaald maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Totaal milieuheffingen
Heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd. Milieuheffingen is de verzamelnaam voor de volgende belastingen: rioolrechten, waterverontreinigingsheffing, omslagheffing waterschappen, geluidhinder grondwaterbelasting en heffing nazorg stortplaatsen. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de milieuheffingen door huishoudens betaald maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Rioolrechten
Belasting die wordt geheven om onderhoud en vernieuwing van het riool te kunnen bekostigen. Rioolrechten moeten worden betaald door gebruikers van een onroerend goed van waaruit afvalwater wordt afgevoerd via het rioolnetwerk. De rioolrechten worden tot de milieuheffingen gerekend. Als de rioolrechten worden betaald door bedrijven zijn ze onderdeel van de niet-productgebonden belastingen. Als de rioolrechten worden betaald door huishoudens maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Heffingen op waterverontreiniging
Deze heffing moet worden betaald voor het lozen van afvalwater op het riool. De heffing wordt gebruikt ter financiering van de kosten voor de zuivering van afvalwater door de waterschappen. De heffingen op waterverontreiniging worden tot de milieuheffingen gerekend. Als deze heffing wordt betaald door bedrijven is ze onderdeel van de niet-productgebonden belastingen. Als de heffing wordt betaald door huishoudens maakt ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Omslagheffing waterschappen
Belastingen die worden geïnd door de waterschappen. De waterschappen financieren hiermee uitgaven aan hun traditionele taken op het terrein van de waterkwantiteit, zoals waterbeheersing, waterkering en het beheer van vaarwegen.

Naast de omslagheffing innen de waterschappen heffingen op waterverontreiniging. Daarmee financieren zij de taken op het terrein van de waterkwaliteit. De heffingen op waterverontreiniging worden tot de milieuheffingen gerekend. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de omslag heffingen door huishoudens betaald (ingezetenenomslag) maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Overige milieuheffingen
De grondwaterheffing, geluidsheffing burgerluchtvaart en de emissierechten. Milieuheffingen worden gerekend tot de niet-productgebonden belastingen.
Bankenbelasting
Belasting op ongedekte schulden van de banken.

De bankenbelasting wordt gerekend tot de niet-productgebonden belastingen.
De bankenbelasting wordt geheven vanaf 2012.
Verhuurderheffing
Belasting voor verhuurders over de waarde van de huurwoningen. Voorwaarde is dat voor deze huurwoningen huurtoeslag kan worden toegekend.

De Verhuurderheffing wordt gerekend tot de niet-productgebonden belastingen.
De Verhuurderheffing wordt geheven vanaf 2013.
Loonkostenheffing
De loonbelasting die door de werkgever wordt ingehouden op het loon van de werknemer wordt gerekend tot de belastingen op inkomen, vermogen, enz. Over bepaalde vormen van loon wordt de loonbelasting echter geheven in de vorm van een zogenaamde eindheffing (loonkostenheffing). De loonbelasting wordt in dit geval niet ingehouden op het loon van de werknemer maar komt voor rekening van de werkgever. Loon waarop de werkgever eindheffing toepast, hoort niet (meer) tot het loon van de werknemer en hoort dus ook niet tot zijn verzamelinkomen voor de inkomstenbelasting. De eindheffingen worden niet door werknemers betaald maar door werkgevers. Voorbeelden zijn de heffing op spaarloon (tot 2012) en heffingen op (kerst)geschenken. De tijdelijke cisisheffing op hoge lonen die werkgevers in 2013 moeten betalen valt ook onder de loonkostenheffingen.
PBO-heffingen
Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO) is de verzamelnaam voor de Product- en (hoofd)bedrijfschappen. Door middel van deze product- en bedrijfsschappen worden de belangen van de betreffende sector behartigen. Hiervoor leggen de schappen verplichte heffingen op aan de bedrijven in de desbetreffende sector.
Inschrijfgelden Kamer van Koophandel
Ondernemers zijn verplicht om zich in te laten schrijven bij de Kamers van Koophandel. Afhankelijk van de grootte en rechtsvorm betalen ondernemers voor deze inschrijving een wettelijk vastgestelde heffing.
Toeristenbelasting
De toeristenbelasting wordt door de gemeenten geheven. Belastingplichtigen zijn degenen(hoteleigenaren, appartementhouders) die gelegenheid tot verblijf bieden aan personen die niet in de gemeente ingeschreven staan.
Niet-productgebonden - overig
Hieronder vallen een aantal kleinere belastingen.
Belastingen op inkomen en vermogen
Totaal belastingen op inkomen en vermogen.
Belastingen op inkomen en vermogen zijn alle verplichte betalingen die regelmatig door de overheid over het inkomen en vermogen van bedrijven en huishoudens worden geheven. Bij vennootschappen is dit met name de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting. Deze belastingen hebben als grondslag de winst van vennootschappen. De belangrijkste belasting op inkomen betaald door huishoudens is de loon- en inkomstenbelasting. Alle belastingen die huishoudens afdragen in hun hoedanigheid van consument worden gerekend tot belastingen op inkomen en vermogen. Zo wordt het deel van de onroerendezaakbelasting op woningen dat is betaald door bewoners, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen. Het deel dat is betaald door exploitanten van woningen, waartoe ook de eigen-huis eigenaren behoren, wordt beschouwd als niet-productgebonden belastingen. Enkele belastingsoorten die bij producenten gerekend worden tot belastingen op productie en invoer worden bij huishoudens, in hun hoedanigheid van consument, beschouwd als belastingen op inkomen en vermogen. Zo is de motorrijtuigenbelasting op auto's die privé worden gebruikt, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen. Niet-periodieke heffingen, zoals de successierechten, zijn als vermogensheffingen (kapitaaloverdrachten) aangemerkt.
Totaal belast. op inkomen en vermogen
Totaal belastingen op inkomen en vermogen.
Belastingen op inkomen en vermogen zijn alle verplichte betalingen die regelmatig door de overheid over het inkomen en vermogen van bedrijven en huishoudens worden geheven. Bij vennootschappen is dit met name de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting. Deze belastingen hebben als grondslag de winst van vennootschappen. De belangrijkste belasting op inkomen betaald door huishoudens is de loon- en inkomstenbelasting. Alle belastingen die huishoudens afdragen in hun hoedanigheid van consument worden gerekend tot belastingen op inkomen en vermogen. Zo wordt het deel van de onroerendezaakbelasting op woningen dat is betaald door bewoners, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen. Het deel dat is betaald door exploitanten van woningen, waartoe ook de eigen-huis eigenaren behoren, wordt beschouwd als niet-productgebonden belastingen. Enkele belastingsoorten die bij producenten gerekend worden tot belastingen op productie en invoer worden bij huishoudens, in hun hoedanigheid van consument, beschouwd als belastingen op inkomen en vermogen. Zo is de motorrijtuigenbelasting op auto's die privé worden gebruikt, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen. Niet-periodieke heffingen, zoals de successierechten, zijn als vermogensheffingen (kapitaaloverdrachten) aangemerkt.
Belastingen op inkomen
Hieronder vallen: de vennootschapsbelasting, loonbelasting, inkomstenbelasting, dividendbelasting, kansspelbelasting en eenmalige ontvangsten in verband met de liquidatie van houdstermaatschappijen.
Totaal belastingen op inkomen
Hieronder vallen: de vennootschapsbelasting, loonbelasting, inkomstenbelasting, dividendbelasting, kansspelbelasting en eenmalige ontvangsten in verband met de liquidatie van houdstermaatschappijen.
Vennootschapsbelasting
Belasting die wordt geheven over de winst van ondernemingen. De vennnootschapsbelasting wordt gerekend tot de belastingen op inkomen.
Loonbelasting
Belasting die door de werkgever wordt ingehouden op het loon van de werknemer, als onderdeel van de loonheffing. De werkgever draagt deze belasting vervolgens af aan de overheid en doet daarvoor maandelijks aangifte.
Inkomstenbelasting
Een belasting op inkomen. Bij de bron ingehouden belastingen op inkomen, zoals loonbelastingen en regelmatige voorschotten op de inkomstenbelasting, kunnen worden geregistreerd in de periode waarin ze worden betaald, terwijl eindafrekeningen kunnen worden geregistreerd in de periode waarin de belastingverplichting is vastgesteld. Inkomstenbelasting is verschuldigd over het belastbaar inkomen uit werk en woning en uit sparen en beleggen.
Dividendbelasting
Belasting die wordt geheven over de opbrengst van aandelen en winstbewijzen. Een vennootschap die dividend uitkeert, is verplicht de dividendbelasting in te houden en te betalen aan de Belastingdienst. Samen met de vennootschapsbelasting vormt de dividendbelasting het grootste deel van de belasting op inkomen en vermogen van vennootschappen. Beide belastingen hebben de winst van vennootschappen als grondslag. De behandeling van de dividendbelasting vloeit voort uit de brutoregistratie van dividend, dat wil zeggen inclusief dividendbelasting. Dit betekent dat de dividendbelasting geboekt dient te worden bij de sector die het dividend ontvangt. Dit heeft tot gevolg dat er ook dividendbelasting aan het buitenland wordt betaald en uit het buitenland wordt ontvangen.
Kansspelbelasting
Wordt betaald door casino's en de winnaars van prijzen in loterijen. De kansspelbelasting die door de winnaars van prijzen wordt betaald wordt geboekt als een belasting op inkomen. De kansspelbelasting die door casino's wordt betaald wordt geboekt als een productgebonden belasting
Eenmalig ontvangst i.v.m. liquidatie...
Eenmalig ontvangst in verband met liquidatie houdstermaatschappijen. Een houdstermaatschappij is een onderneming die zelf geen activiteiten heeft, maar aandelen houdt in een of meer andere vennootschappen.
Belastingen op vermogen
Hieronder worden gerekend belastingen op kapitaal, bestaande uit periodieke belastingen op het eigendom of het gebruik van grond of onroerende goederen door de eigenaars ervan. Voorbeeld voor belastingen op vermogen zijn de motorrijtuigenbelastingen betaald door consumenten en de rioolrechten betaald door consumenten.
Totaal belastingen op vermogen
Hieronder worden gerekend belastingen op kapitaal, bestaande uit periodieke belastingen op het eigendom of het gebruik van grond of onroerende goederen door de eigenaars ervan. Voorbeeld voor belastingen op vermogen zijn de motorrijtuigenbelastingen betaald door consumenten en de rioolrechten betaald door consumenten.
Onroerendezaakbelasting
Belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Het deel van de onroerendezaakbelasting op woningen dat is betaald door bewoners, wordt gerekend tot de belastingen op vermogen. Het deel dat is betaald door exploitanten van woningen, waartoe ook de eigen-huis eigenaren behoren, wordt beschouwd als niet-productgebonden belastingen. De onroerendezaakbelasting betaald door bewoners is per 1 januari 2006 afgeschaft.
Vermogensbelasting
Deze belasting is per 1 januari 2001 opgegaan in de inkomstenbelasting. De vermogensbelasting wordt nu als vermogensrendementsheffing geheven via box 3 (inkomen uit sparen en beleggen) van de inkomstenbelasting.
Motorrijtuigenbelasting
Belasting voor het bezit van een motorrijtuig. Motorrijtuigenbelasting wordt betaald voor een personenauto, bestelbus, motorrijwiel of vrachtauto. Als de motorrijtuigenbelasting door bedrijven wordt betaald wordt ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen. Wordt de motorrijtuigenbelasting door huishoudens betaald maakt ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Milieuheffingen
Heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd. Milieuheffingen is de verzamelnaam voor de volgende belastingen: rioolrechten, waterverontreinigingsheffing, omslagheffing waterschappen, geluidhinder burgerluchtvaart, grondwaterbelasting en heffing nazorg stortplaatsen. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de milieuheffingen door huishoudens betaald maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Totaal milieuheffingen
Heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd. Milieuheffingen is de verzamelnaam voor de volgende belastingen: rioolrechten, waterverontreinigingsheffing, omslagheffing waterschappen, geluidhinder burgerluchtvaart, grondwaterbelasting en heffing nazorg stortplaatsen. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de milieuheffingen door huishoudens betaald maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Rioolrechten
Belasting die wordt geheven om onderhoud en vernieuwing van het riool te kunnen bekostigen. Rioolrechten moeten worden betaald door gebruikers van een onroerend goed van waaruit afvalwater wordt afgevoerd via het rioolnetwerk. De rioolrechten worden tot de milieuheffingen gerekend. Als de rioolrechten worden betaald door bedrijven zijn ze onderdeel van de niet-productgebonden belastingen. Als de rioolrechten worden betaald door huishoudens maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Heffingen op waterverontreiniging
De heffing moet worden betaald voor het lozen van afvalwater op het riool. Deze heffing wordt gebruikt ter financiering van de kosten voor de zuivering van afvalwater door de waterschappen. De heffingen op waterverontreiniging worden tot de milieuheffingen gerekend. Als deze heffing wordt betaald door bedrijven is ze onderdeel van de niet-productgebonden belastingen. Als de heffing wordt betaald door huishoudens maakt ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Omslagheffing waterschappen
Belastingen die worden geïnd door de waterschappen. De waterschappen financieren hiermee uitgaven aan hun traditionele taken op het terrein van de waterkwantiteit, zoals waterbeheersing, waterkering en het beheer van vaarwegen.

Naast de omslagheffing innen de waterschappen heffingen op waterverontreiniging. Daarmee financieren zij de taken op het terrein van de waterkwaliteit. De heffingen op waterverontreiniging worden tot de milieuheffingen gerekend. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de omslag heffingen door huishoudens betaald (ingezetenenomslag) maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Overige belastingen inkomen en vermogen
Hieronder vallen enkele kleine belastingen, waaronder de hondenbelasting.
Vermogensheffingen
Verplichte, niet-periodieke betalingen aan de overheid, die gebaseerd zijn op het vermogen van de belastingplichtigen. In de praktijk gaat het hierbij bijna altijd om successierechten. De vermogensbelasting wordt niet tot de vermogensheffingen gerekend. Deze wordt namelijk periodiek geheven en wordt daarom gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen.