Overheid; schuld naar schuldtitel en geldgever 1990 - 2013

Overheid; schuld naar schuldtitel en geldgever 1990 - 2013

Nominale en marktwaarde Sectoren Perioden Totale overheidsschuld Totaal geldgevers (mln euro) Totale overheidsschuld Binnenland Totaal binnenland (mln euro) Totale overheidsschuld Binnenland Banken (mln euro) Totale overheidsschuld Binnenland Pensioenfondsen en verzekeraars (mln euro) Totale overheidsschuld Binnenland Beleggingsinstellingen (mln euro) Totale overheidsschuld Binnenland Overige financiële instellingen (mln euro) Totale overheidsschuld Binnenland Overheid (mln euro) Totale overheidsschuld Binnenland Niet-financiële bedrijven (mln euro) Totale overheidsschuld Binnenland Huishoudens (mln euro) Totale overheidsschuld Buitenland (mln euro) Chartaal geld Totaal chartaal geld (mln euro) Kortlopende waardepapieren Totaal kortlopende waardepapieren (mln euro) Obligaties Totaal obligaties (mln euro) Kortlopende leningen Totaal kortlopende leningen (mln euro) Langlopende leningen Totaal langlopende leningen (mln euro)
Nominale waarde Overheid 2010 1e kwartaal 352.642 121.289 74.159 34.061 2.213 2.543 - 4.057 4.256 231.353 505 55.723 219.840 10.664 65.910
Nominale waarde Overheid 2010 2e kwartaal 365.543 132.468 79.463 39.856 4.744 2.556 - 1.901 3.948 233.075 505 44.168 238.329 13.845 68.696
Nominale waarde Overheid 2010 3e kwartaal 367.533 139.722 83.627 41.108 4.292 2.535 - 4.513 3.647 227.811 505 54.656 233.750 15.669 62.953
Nominale waarde Overheid 2010 4e kwartaal 372.028 143.389 83.453 45.277 4.224 2.527 - 4.469 3.439 228.639 435 53.223 240.563 14.260 63.547
Nominale waarde Overheid 2010 372.028 143.389 83.453 45.277 4.224 2.527 - 4.469 3.439 228.639 435 53.223 240.563 14.260 63.547
Nominale waarde Centrale overheid 2010 1e kwartaal 324.723 94.450 31.713 33.132 2.213 2.543 16.989 3.644 4.216 230.273 526 55.803 220.502 19.944 27.948
Nominale waarde Centrale overheid 2010 2e kwartaal 335.076 103.195 35.867 38.941 4.744 2.556 15.483 1.685 3.919 231.881 526 44.354 239.127 21.687 29.382
Nominale waarde Centrale overheid 2010 3e kwartaal 338.436 111.647 40.769 40.206 4.292 2.535 15.930 4.303 3.612 226.789 526 54.803 234.577 24.742 23.788
Nominale waarde Centrale overheid 2010 4e kwartaal 336.966 109.331 37.719 44.495 4.224 2.527 12.711 4.259 3.396 227.635 451 53.318 241.381 18.655 23.161
Nominale waarde Centrale overheid 2010 336.966 109.331 37.719 44.495 4.224 2.527 12.711 4.259 3.396 227.635 451 53.318 241.381 18.655 23.161
Nominale waarde Lokale overheid 2010 1e kwartaal 46.010 44.930 42.393 929 0 0 1.155 413 40 1.080 - 0 570 7.478 37.962
Nominale waarde Lokale overheid 2010 2e kwartaal 47.122 45.928 43.544 915 0 0 1.224 216 29 1.194 - 0 479 7.329 39.314
Nominale waarde Lokale overheid 2010 3e kwartaal 46.146 45.124 42.807 902 0 0 1.170 210 35 1.022 - 0 463 6.518 39.165
Nominale waarde Lokale overheid 2010 4e kwartaal 48.938 47.934 45.684 782 0 0 1.215 210 43 1.004 - 0 376 8.176 40.386
Nominale waarde Lokale overheid 2010 48.938 47.934 45.684 782 0 0 1.215 210 43 1.004 - 0 376 8.176 40.386
Nominale waarde Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 1e kwartaal 19.172 19.172 53 0 0 0 19.119 0 0 0 - 0 0 19.172 0
Nominale waarde Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 2e kwartaal 24.571 24.571 52 0 0 0 24.519 0 0 0 - 0 0 24.571 0
Nominale waarde Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 3e kwartaal 17.192 17.192 51 0 0 0 17.141 0 0 0 - 0 0 17.192 0
Nominale waarde Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 4e kwartaal 12.769 12.769 50 0 0 0 12.719 0 0 0 - 0 0 12.769 0
Nominale waarde Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 12.769 12.769 50 0 0 0 12.719 0 0 0 - 0 0 12.769 0
Marktwaarde Overheid 2010 1e kwartaal 366.838 125.608 75.746 36.095 2.345 2.703 - 4.265 4.454 241.230 505 55.649 234.110 10.664 65.910
Marktwaarde Overheid 2010 2e kwartaal 387.360 139.381 81.972 43.236 5.160 2.782 - 2.022 4.209 247.979 505 44.117 260.197 13.845 68.696
Marktwaarde Overheid 2010 3e kwartaal 391.926 148.206 86.749 45.103 4.718 2.790 - 4.931 3.915 243.720 505 54.591 258.208 15.669 62.953
Marktwaarde Overheid 2010 4e kwartaal 389.600 149.593 85.604 48.396 4.519 2.705 - 4.752 3.617 240.007 435 53.133 258.161 14.260 63.611
Marktwaarde Overheid 2010 389.600 149.593 85.604 48.396 4.519 2.705 - 4.752 3.617 240.007 435 53.133 258.161 14.260 63.611
Marktwaarde Centrale overheid 2010 1e kwartaal 339.011 98.859 33.309 35.166 2.345 2.703 17.069 3.852 4.415 240.152 526 55.729 234.864 19.944 27.948
Marktwaarde Centrale overheid 2010 2e kwartaal 356.930 110.159 38.314 42.321 5.160 2.782 15.601 1.806 4.175 246.771 526 44.303 261.032 21.687 29.382
Marktwaarde Centrale overheid 2010 3e kwartaal 362.883 120.200 43.831 44.201 4.718 2.790 16.065 4.721 3.874 242.683 526 54.738 259.089 24.742 23.788
Marktwaarde Centrale overheid 2010 4e kwartaal 354.594 115.598 39.850 47.614 4.519 2.705 12.798 4.542 3.570 238.996 451 53.228 259.035 18.655 23.225
Marktwaarde Centrale overheid 2010 354.594 115.598 39.850 47.614 4.519 2.705 12.798 4.542 3.570 238.996 451 53.228 259.035 18.655 23.225
Marktwaarde Lokale overheid 2010 1e kwartaal 45.998 44.920 42.384 929 0 0 1.155 413 39 1.078 - 0 558 7.478 37.962
Marktwaarde Lokale overheid 2010 2e kwartaal 47.203 45.995 43.606 915 0 0 1.224 216 34 1.208 - 0 560 7.329 39.314
Marktwaarde Lokale overheid 2010 3e kwartaal 46.227 45.190 42.867 902 0 0 1.170 210 41 1.037 - 0 544 6.518 39.165
Marktwaarde Lokale overheid 2010 4e kwartaal 48.969 47.958 45.704 782 0 0 1.215 210 47 1.011 - 0 407 8.176 40.386
Marktwaarde Lokale overheid 2010 48.969 47.958 45.704 782 0 0 1.215 210 47 1.011 - 0 407 8.176 40.386
Marktwaarde Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 1e kwartaal 19.172 19.172 53 0 0 0 19.119 0 0 0 - 0 0 19.172 0
Marktwaarde Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 2e kwartaal 24.571 24.571 52 0 0 0 24.519 0 0 0 - 0 0 24.571 0
Marktwaarde Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 3e kwartaal 17.192 17.192 51 0 0 0 17.141 0 0 0 - 0 0 17.192 0
Marktwaarde Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 4e kwartaal 12.769 12.769 50 0 0 0 12.719 0 0 0 - 0 0 12.769 0
Marktwaarde Wettelijke sociale verzekeringsinst. 2010 12.769 12.769 50 0 0 0 12.719 0 0 0 - 0 0 12.769 0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de schuld van de overheid. De schuld is onderverdeeld naar verschillende schuldtitels. Van iedere schuldtitel (type financieel instrument) wordt het aandeel van de verschillende houders (geldgevers) vermeld. De schuld wordt gepresenteerd in nominale waarde (het oorspronkelijke schuldbedrag) en in marktwaarde (de waarde waartegen de schuld in de betreffende periode verhandeld kan worden). Bij de bepaling van de overheidsschuld volgens EMU-definities wordt de nominale waarde gehanteerd, in de Nationale rekeningen de marktwaarde.

De gegevens in deze tabel zijn geconsolideerd, dat wil zeggen dat onderlinge stromen worden geëlimineerd. Als gevolg daarvan tellen de schulden van de subsectoren niet op tot de totale schuld van de overheid. Schulden van bijvoorbeeld het rijk aan de sociale verzekeraars maken deel uit van de schulden van het rijk. Voor de schuld van de totale overheid tellen ze niet mee, het zijn immers schulden die de overheid heeft aan de overheid.

De gebruikte begrippen sluiten aan bij de Nationale rekeningen. De Nationale rekeningen zijn gebaseerd op de internationale definities van het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 1995). Om de toegankelijkheid van de tabel te verhogen, worden in sommige gevallen gangbaardere omschrijvingen gebruikt in plaats van de termen uit de Nationale rekeningen. De betreffende Nationale rekeningen-term wordt dan in de toelichting vermeld. De gepresenteerde gegevens sluiten aan bij de publicaties over de Nationale rekeningen, respectievelijk de EMU-publicaties.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaarcijfers van 1990 tot en met 2013, kwartaalcijfers van 2005 tot en met 2013.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel vanaf 1990 zijn definitief. De meest recente jaren hebben nog een (nader) voorlopig karakter. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 25 juni 2014:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door Overheid; schuld naar schuldtitel en geldgever, nominale en marktwaarde. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Totale overheidsschuld
Totaal van alle schuldtitels.
Totaal geldgevers
Binnenland
Totaal binnenland
Banken
Instellingen die schulden aangaan in de vorm van chartaal geld, giraal geld en deposito's. Dit komt overeen met het Nationale rekeningenbegrip geldscheppende financiële instellingen.

De geldscheppende financiële instellingen gebruiken de verkregen middelen voor het verstrekken van leningen en het kopen van waardepapieren. De volgende instellingen maken deel uit van de geldscheppende financiële instellingen: De Nederlandsche Bank N.V., de algemene banken, de coöperatief georganiseerde kredietinstellingen en haar centrale kredietinstelling, de spaarbanken en de effectenkredietinstellingen. Effectenkredietinstellingen zijn instellingen die bemiddelen bij de handel in effecten op de beurs en krediet verlenen op onderpand van effecten.
Pensioenfondsen en verzekeraars
Pensioenfondsen verzorgen de opbouw en uitbetaling van pensioenen van werknemers. Verzekeraars zijn maatschappijen die vallen onder de Wet Toezicht Verzekeringsbedrijf (WTV 1993) of de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf (WTN).
Beleggingsinstellingen
Beleggingsinstellingen zijn instellingen die middelen aantrekken bij een breed publiek door uitgifte van aandelen en deze middelen beleggen in aandelen, obligaties, waardepapieren op korte termijn, leningen, onroerend goed en deposito's. De populatie bestaat uit de beleggingsinstellingen die vallen onder de Wet toezicht beleggingsinstellingen (1990, Staatsblad 380) met uitzondering van de beleggingsinstellingen die voor meer dan 50 procent in bezit zijn van verzekeraars.
Overige financiële instellingen
Overige financiële instellingen en financiële hulpbedrijven.
Hiertoe worden gerekend:
- holdingmaatschappijen van verzekeraars, deze beheren aandelen van binnenlandse en buitenlandse rechtspersonen waarvan de holdingmaatschappij een meerderheidsbelang bezit;
- hypotheekbanken en bouwfondsen, voorzover deze geen bankvergunning hebben want dan zijn ze onderdeel van de geldscheppende financiële instellingen;
- participatiemaatschappijen en (regionale) ontwikkelingsmaatschappijen. Deze maatschappijen verstrekken leningen en risicodragend kapitaal aan bedrijven in combinatie met advisering over en ondersteuning van het beleid;
- financieringsmaatschappijen, waartoe worden gerekend instellingen die op grond van de Wet op het consumentenkrediet (Staatsblad 1990,395) vergunning hebben voor het afsluiten van huurkoop- en afbetalingskredieten en voor het verstrekken van geldkredieten aan particulieren. Dit exclusief de financieringsmaatschappijen die deel uitmaken van de geldscheppende financiële instellingen of van autodealers;
- gemeentelijke kredietbanken;
- assurantietussenpersonen, dit zijn bedrijven die bemiddelen of adviseren bij het afsluiten van een verzekering;
- vermogensbeheerders;
- optie- en effectenbeurzen;
- hoeklieden en marketmakers die op grond van aan- en verkooporders aangeboden door medebeursleden in overleg met concurrent hoeklieden de officiële beurskoers vaststellen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden om zelf als tegenpartij op te treden of om orders uit te lokken door het plaatsen van adviesprijzen.
Overheid
Niet-financiële bedrijven
Instellingen met als hoofdfunctie het produceren van niet-financiële goederen en verhandelbare diensten.
Huishoudens
Tot de gezinnen worden gerekend alle ingezeten natuurlijke personen. Hiertoe worden ook de meestal kleinere niet-rechtspersoonlijkheid bezittende bedrijven gerekend, die niet als bedrijf herkenbaar zijn.
Buitenland
Het buitenland bestaat uit de niet-ingezeten eenheden.
Chartaal geld
Alle bankbiljetten en munten in omloop. Als schuld komt deze transactie uitsluitend voor bij de centrale overheid (muntuitgifte), de monetaire financiële instellingen (De Nederlandsche Bank, in omloop gebrachte bankbiljetten) en het buitenland (vreemde valuta). Het tegoed op de chippers en dergelijke maakt geen onderdeel uit van het chartale geld.
Totaal chartaal geld
Alle bankbiljetten en munten in omloop. Als schuld komt deze transactie uitsluitend voor bij de centrale overheid (muntuitgifte), de monetaire financiële instellingen (De Nederlandsche Bank, in omloop gebrachte bankbiljetten) en het buitenland (vreemde valuta). Het tegoed op de chippers en dergelijke maakt geen onderdeel uit van het chartale geld.
Kortlopende waardepapieren
Alle waardepapieren met een looptijd tot maximaal een jaar, waarvan de verkoopprijs van tevoren is vastgesteld. In deze prijs is meestal de door de schuldenaar te betalen rente al verrekend. De waardepapieren kunnen op of vanaf een bij uitgifte vastgestelde datum in geld worden omgezet. Deze transactie omvat schatkistpapier ten laste van zowel de Nederlandse overheid als van buitenlandse overheden, spaarbewijzen aan toonder en verhandelbare depositocertificaten, uitgegeven door ingezeten en niet-ingezeten banken.
Totaal kortlopende waardepapieren
Alle waardepapieren met een looptijd tot maximaal een jaar, waarvan de verkoopprijs van tevoren is vastgesteld. In deze prijs is meestal de door de schuldenaar te betalen rente al verrekend. De waardepapieren kunnen op of vanaf een bij uitgifte vastgestelde datum in geld worden omgezet. Deze transactie omvat schatkistpapier ten laste van zowel de Nederlandse overheid als van buitenlandse overheden, spaarbewijzen aan toonder en verhandelbare depositocertificaten, uitgegeven door ingezeten en niet-ingezeten banken.
Obligaties
Alle verhandelbare waardepapieren met een looptijd van minimaal een jaar. De waarde van deze waardepapieren wordt over het algemeen op de beurs bepaald, de rente wordt meestal door middel van coupons betaalbaar gesteld. Tot de obligaties horen ook pandbrieven, door banken geëmitteerde 'notes' en converteerbare obligaties (zolang deze niet in aandelen zijn omgezet).
Totaal obligaties
Alle verhandelbare waardepapieren met een looptijd van minimaal een jaar. De waarde van deze waardepapieren wordt over het algemeen op de beurs bepaald, de rente wordt meestal door middel van coupons betaalbaar gesteld. Tot de obligaties horen ook pandbrieven, door banken geëmitteerde 'notes' en converteerbare obligaties (zolang deze niet in aandelen zijn omgezet).
Kortlopende leningen
Alle kredieten waarvan de afgesproken looptijd doorgaans korter is dan een jaar, behalve deposito's. Hieronder vallen onder meer kortlopende leningen bij financiële instellingen, kortlopend consumptief krediet, rekeningcourant verhoudingen (uitgezonderd giraal geld), wissels en schuldbekentenissen.
Totaal kortlopende leningen
Alle kredieten waarvan de afgesproken looptijd doorgaans korter is dan een jaar, behalve deposito's. Hieronder vallen onder meer kortlopende leningen bij financiële instellingen, kortlopend consumptief krediet, rekeningcourant verhoudingen (uitgezonderd giraal geld), wissels en schuldbekentenissen.
Langlopende leningen
Alle kredieten met een afgesproken looptijd van minimaal een jaar, behalve deposito's. Het gaat hierbij met name om langlopende leningen op schuldbekentenissen (voornamelijk aangegaan bij institutionele beleggers), hypothecaire leningen en langlopend consumptief krediet.
Totaal langlopende leningen
Alle kredieten met een afgesproken looptijd van minimaal een jaar, behalve deposito's. Het gaat hierbij met name om langlopende leningen op schuldbekentenissen (voornamelijk aangegaan bij institutionele beleggers), hypothecaire leningen en langlopend consumptief krediet.