Leefstijl, preventief onderzoek; persoonskenmerken; 2010-2013

Leefstijl, preventief onderzoek; persoonskenmerken; 2010-2013

Persoonskenmerken Cijfersoort Perioden Rookgedrag, 12 jaar of ouder Rokers Rokers (%) Rookgedrag, 12 jaar of ouder Rokers Dagelijkse rokers (%) Alcoholgebruik, 12 jaar of ouder Zware drinker (%) Alcoholgebruik, 12 jaar of ouder Overmatige drinker (%) Lengte en gewicht Onder- en overgewicht, 4 jaar of ouder Ondergewicht (%) Lengte en gewicht Onder- en overgewicht, 4 jaar of ouder Normaal gewicht (%) Lengte en gewicht Onder- en overgewicht, 4 jaar of ouder Mate van overgewicht Matig overgewicht (%) Lengte en gewicht Onder- en overgewicht, 4 jaar of ouder Mate van overgewicht Ernstig overgewicht (%) Gebruik anticonceptiepil, 16 tot 50 jaar (%)
Totaal Percentages/aantallen 2010 25,6 20,1 9,4 6,6 2,3 56,0 31,9 9,8 39,0
Totaal Standaardfouten 2010 0,4 0,3 0,3 0,3 0,1 0,4 0,4 0,2 0,8
Mannen Percentages/aantallen 2010 28,4 22,1 15,5 10,6 1,9 52,1 37,2 8,9
Mannen Standaardfouten 2010 0,5 0,5 0,6 0,5 0,2 0,6 0,6 0,3
Vrouwen Percentages/aantallen 2010 22,9 18,2 3,4 2,7 2,6 59,9 26,6 10,8 39,0
Vrouwen Standaardfouten 2010 0,5 0,5 0,3 0,3 0,2 0,6 0,5 0,4 0,8
Leeftijd: 4 tot 12 jaar Percentages/aantallen 2010 . . . . 7,1 79,6 10,0 3,4 .
Leeftijd: 4 tot 12 jaar Standaardfouten 2010 . . . . 0,7 1,1 0,8 0,5 .
Leeftijd: 12 tot 16 jaar Percentages/aantallen 2010 5,9 2,8 1,1 0,0 3,5 83,4 11,1 2,1 .
Leeftijd: 12 tot 16 jaar Standaardfouten 2010 0,8 0,6 0,5 0,0 0,7 1,4 1,2 0,5 .
Leeftijd: 16 tot 20 jaar Percentages/aantallen 2010 25,4 17,8 12,7 5,1 2,8 82,9 10,9 3,5 52,6
Leeftijd: 16 tot 20 jaar Standaardfouten 2010 1,5 1,3 1,7 1,1 0,6 1,4 1,1 0,7 2,5
Leeftijd: 20 tot 30 jaar Percentages/aantallen 2010 35,6 26,3 17,9 7,3 3,9 70,6 19,9 5,7 60,5
Leeftijd: 20 tot 30 jaar Standaardfouten 2010 1,1 1,0 1,2 0,8 0,4 1,0 0,9 0,5 1,6
Leeftijd: 30 tot 40 jaar Percentages/aantallen 2010 29,7 21,5 8,9 4,4 2,0 56,8 32,2 9,0 32,5
Leeftijd: 30 tot 40 jaar Standaardfouten 2010 1,0 0,9 0,9 0,6 0,3 1,1 1,0 0,6 1,4
Leeftijd: 40 tot 50 jaar Percentages/aantallen 2010 29,2 23,7 8,3 5,8 1,1 47,8 38,7 12,4 23,5
Leeftijd: 40 tot 50 jaar Standaardfouten 2010 0,9 0,8 0,8 0,7 0,2 1,0 1,0 0,7 1,2
Leeftijd: 50 tot 55 jaar Percentages/aantallen 2010 31,3 26,5 9,8 8,3 1,3 46,8 40,0 11,8 .
Leeftijd: 50 tot 55 jaar Standaardfouten 2010 1,4 1,3 1,2 1,1 0,3 1,5 1,5 1,0 .
Leeftijd: 55 tot 65 jaar Percentages/aantallen 2010 24,6 20,8 11,1 10,1 0,6 40,5 43,3 15,5 .
Leeftijd: 55 tot 65 jaar Standaardfouten 2010 0,9 0,9 1,0 0,9 0,2 1,1 1,1 0,8 .
Leeftijd: 65 tot 75 jaar Percentages/aantallen 2010 17,5 14,9 5,2 9,9 0,7 38,0 46,9 14,4 .
Leeftijd: 65 tot 75 jaar Standaardfouten 2010 1,0 1,0 0,8 1,2 0,2 1,3 1,4 1,0 .
Leeftijd: 75 jaar of ouder Percentages/aantallen 2010 10,2 9,4 1,8 4,9 1,7 41,9 44,5 11,9 .
Leeftijd: 75 jaar of ouder Standaardfouten 2010 0,9 0,9 0,6 1,0 0,4 1,6 1,6 1,1 .
Alleenstaande; tot 40 jaar Percentages/aantallen 2010 37,2 27,6 19,7 9,4 3,2 68,3 21,6 6,9 60,1
Alleenstaande; tot 40 jaar Standaardfouten 2010 1,7 1,5 1,9 1,4 0,6 1,6 1,5 0,9 2,7
Alleenstaande; 40 tot 65 jaar Percentages/aantallen 2010 37,8 32,4 14,0 12,4 1,3 46,1 37,7 14,9 25,9
Alleenstaande; 40 tot 65 jaar Standaardfouten 2010 1,6 1,5 1,6 1,6 0,4 1,7 1,6 1,2 3,9
Alleenstaand, 65 jaar of ouder Percentages/aantallen 2010 16,5 15,3 2,5 4,4 1,5 42,4 41,5 14,6 .
Alleenstaand, 65 jaar of ouder Standaardfouten 2010 1,2 1,2 0,7 1,0 0,4 1,7 1,7 1,2 .
Kind < 18 jaar in eenoudergezin Percentages/aantallen 2010 15,4 11,0 2,8 0,0 4,6 76,9 11,9 6,7 .
Kind < 18 jaar in eenoudergezin Standaardfouten 2010 2,8 2,4 1,9 0,0 1,2 2,5 1,9 1,5 .
Kind >= 18 jaar in eenoudergezin Percentages/aantallen 2010 41,8 33,6 33,8 7,7 5,2 71,0 19,3 4,5 65,5
Kind >= 18 jaar in eenoudergezin Standaardfouten 2010 3,6 3,4 5,2 3,0 1,7 3,4 3,0 1,5 5,8
Kind < 18 jaar in gezin met (echt)paar Percentages/aantallen 2010 10,6 5,7 3,0 0,9 5,1 82,5 9,9 2,5 47,4
Kind < 18 jaar in gezin met (echt)paar Standaardfouten 2010 1,0 0,7 0,8 0,4 0,5 0,8 0,7 0,3 4,1
Kind >= 18 jaar in gezin met (echt)paar Percentages/aantallen 2010 30,4 22,4 19,0 7,3 4,4 76,5 15,9 3,3 66,8
Kind >= 18 jaar in gezin met (echt)paar Standaardfouten 2010 1,6 1,5 2,0 1,3 0,7 1,5 1,3 0,6 2,6
Ouder in eenoudergezin Percentages/aantallen 2010 38,6 32,4 5,1 3,5 1,4 55,4 30,7 12,4 25,5
Ouder in eenoudergezin Standaardfouten 2010 2,4 2,3 1,6 1,3 0,6 2,5 2,3 1,6 2,9
Partner in paar met kind(eren) Percentages/aantallen 2010 25,8 19,7 7,4 4,6 1,0 49,5 38,3 11,2 26,0
Partner in paar met kind(eren) Standaardfouten 2010 0,7 0,6 0,6 0,5 0,2 0,8 0,8 0,5 1,1
Partner in paar zonder kind; < 40 jaar Percentages/aantallen 2010 31,1 22,9 11,7 5,6 2,9 62,9 27,2 7,0 55,0
Partner in paar zonder kind; < 40 jaar Standaardfouten 2010 1,6 1,4 1,5 1,1 0,6 1,6 1,5 0,9 2,4
Partner in paar zonder kind; 40-65 jaar Percentages/aantallen 2010 25,1 21,0 9,3 8,7 0,8 41,1 42,9 15,1 28,7
Partner in paar zonder kind; 40-65 jaar Standaardfouten 2010 1,0 0,9 0,9 0,9 0,2 1,1 1,1 0,8 3,7
Partner in paar zonder kind; >= 65 jaar Percentages/aantallen 2010 13,2 11,1 4,6 9,7 0,7 38,7 48,2 12,3 .
Partner in paar zonder kind; >= 65 jaar Standaardfouten 2010 0,9 0,8 0,8 1,1 0,2 1,3 1,4 0,9 .
Overig, onbekend Percentages/aantallen 2010 34,5 26,9 17,2 11,7 5,4 63,8 24,0 6,8 50,0
Overig, onbekend Standaardfouten 2010 2,4 2,2 2,5 2,2 1,1 2,4 2,1 1,3 4,2
Migratieachtergrond: Nederland Percentages/aantallen 2010 25,6 20,0 10,3 7,3 2,1 56,5 31,9 9,5 41,7
Migratieachtergrond: Nederland Standaardfouten 2010 0,4 0,4 0,4 0,3 0,1 0,5 0,4 0,3 0,9
Migratieachtergrond: westers Percentages/aantallen 2010 27,9 22,2 6,9 6,3 2,7 54,3 33,2 9,8 36,2
Migratieachtergrond: westers Standaardfouten 2010 1,2 1,1 1,0 1,0 0,4 1,3 1,3 0,8 2,5
Migratieachtergrond: 1e gen westers Percentages/aantallen 2010 27,5 22,2 7,6 5,3 2,2 55,4 32,7 9,7 23,4
Migratieachtergrond: 1e gen westers Standaardfouten 2010 2,0 1,8 1,7 1,5 0,7 2,2 2,1 1,3 3,6
Migratieachtergrond: 2e gen westers Percentages/aantallen 2010 28,2 22,3 6,5 6,8 2,9 53,6 33,6 9,9 44,6
Migratieachtergrond: 2e gen westers Standaardfouten 2010 1,6 1,4 1,2 1,2 0,6 1,7 1,6 1,0 3,4
Migratieachtergrond: niet-westers Percentages/aantallen 2010 23,7 19,2 4,3 1,4 2,7 54,0 30,5 12,8 26,7
Migratieachtergrond: niet-westers Standaardfouten 2010 1,1 1,0 0,8 0,4 0,4 1,3 1,2 0,8 1,9
Migratieachtergrond: 1e gen niet-west... Percentages/aantallen 2010 24,6 20,1 4,1 1,3 2,2 46,6 35,5 15,7 26,3
Migratieachtergrond: 1e gen niet-west... Standaardfouten 2010 1,3 1,3 0,9 0,5 0,5 1,6 1,5 1,2 2,3
Migratieachtergrond: 2e gen niet-west... Percentages/aantallen 2010 21,5 17,2 4,7 1,7 3,4 66,1 22,5 8,0 27,7
Migratieachtergrond: 2e gen niet-west... Standaardfouten 2010 1,9 1,8 1,4 0,9 0,7 1,9 1,7 1,1 3,5
Onderwijsniveau: basisonderwijs Percentages/aantallen 2010 29,7 27,0 7,2 5,1 1,6 35,2 42,8 20,4 30,4
Onderwijsniveau: basisonderwijs Standaardfouten 2010 1,1 1,0 0,9 0,8 0,3 1,2 1,2 1,0 2,7
Onderwijsniveau: vmbo, mbo1, avo Percentages/aantallen 2010 28,6 24,8 9,8 7,2 1,0 42,0 43,0 14,0 33,2
Onderwijsniveau: vmbo, mbo1, avo Standaardfouten 2010 0,9 0,8 0,8 0,7 0,2 1,0 1,0 0,7 2,3
Onderwijsniveau: havo, vwo, mbo Percentages/aantallen 2010 28,8 22,4 10,1 6,6 1,5 49,4 37,6 11,5 31,2
Onderwijsniveau: havo, vwo, mbo Standaardfouten 2010 0,8 0,7 0,7 0,6 0,2 0,9 0,9 0,6 1,4
Onderwijsniveau: hbo Percentages/aantallen 2010 20,6 14,1 7,4 7,0 1,3 56,5 34,4 7,8 32,3
Onderwijsniveau: hbo Standaardfouten 2010 0,9 0,7 0,8 0,8 0,2 1,1 1,0 0,6 1,8
Onderwijsniveau: wo Percentages/aantallen 2010 17,6 10,4 7,1 9,1 1,4 62,0 32,4 4,2 34,6
Onderwijsniveau: wo Standaardfouten 2010 1,2 1,0 1,1 1,2 0,4 1,5 1,5 0,6 2,7
Onderwijsniveau: onbekend Percentages/aantallen 2010 22,1 19,0 8,8 7,4 2,0 47,5 39,2 11,3 29,7
Onderwijsniveau: onbekend Standaardfouten 2010 1,8 1,7 1,7 1,6 0,7 2,3 2,3 1,5 4,4
Gestandaardiseerd inkomen, 1e 20%-groep Percentages/aantallen 2010 30,3 24,9 11,5 7,1 3,0 57,1 28,1 11,8 39,8
Gestandaardiseerd inkomen, 1e 20%-groep Standaardfouten 2010 1,1 1,0 1,1 0,9 0,4 1,1 1,0 0,7 2,0
Gestandaardiseerd inkomen, 2e 20%-groep Percentages/aantallen 2010 27,6 23,4 8,0 4,5 2,5 51,8 32,2 13,5 38,2
Gestandaardiseerd inkomen, 2e 20%-groep Standaardfouten 2010 0,9 0,9 0,8 0,6 0,3 1,0 1,0 0,7 2,1
Gestandaardiseerd inkomen, 3e 20%-groep Percentages/aantallen 2010 28,9 23,6 10,3 7,5 2,5 55,5 32,0 10,0 38,2
Gestandaardiseerd inkomen, 3e 20%-groep Standaardfouten 2010 0,8 0,8 0,8 0,7 0,3 0,9 0,8 0,5 1,7
Gestandaardiseerd inkomen, 4e 20%-groep Percentages/aantallen 2010 23,9 17,8 9,6 6,1 2,0 55,3 33,8 8,9 39,4
Gestandaardiseerd inkomen, 4e 20%-groep Standaardfouten 2010 0,7 0,7 0,7 0,6 0,2 0,8 0,8 0,5 1,6
Gestandaardiseerd inkomen, 5e 20%-groep Percentages/aantallen 2010 20,7 14,7 8,4 7,4 1,7 59,0 32,0 7,3 39,1
Gestandaardiseerd inkomen, 5e 20%-groep Standaardfouten 2010 0,7 0,6 0,7 0,6 0,2 0,8 0,8 0,4 1,7
Hoogte van het vermogen: 1e 20%-groep Percentages/aantallen 2010 37,6 30,1 10,4 5,6 2,4 55,4 30,0 12,2 39,1
Hoogte van het vermogen: 1e 20%-groep Standaardfouten 2010 1,0 1,0 0,9 0,7 0,3 1,0 0,9 0,7 1,7
Hoogte van het vermogen: 2e 20%-groep Percentages/aantallen 2010 32,4 25,7 12,4 7,2 2,5 53,9 30,8 12,7 42,6
Hoogte van het vermogen: 2e 20%-groep Standaardfouten 2010 1,0 0,9 1,0 0,8 0,3 1,0 1,0 0,7 1,9
Hoogte van het vermogen: 3e 20%-groep Percentages/aantallen 2010 25,3 20,4 8,0 5,7 2,6 53,9 32,6 10,9 40,8
Hoogte van het vermogen: 3e 20%-groep Standaardfouten 2010 0,9 0,8 0,7 0,6 0,3 1,0 0,9 0,6 1,8
Hoogte van het vermogen: 4e 20%-groep Percentages/aantallen 2010 22,9 17,9 9,6 6,6 2,0 56,5 33,2 8,2 36,5
Hoogte van het vermogen: 4e 20%-groep Standaardfouten 2010 0,7 0,7 0,7 0,6 0,2 0,8 0,8 0,5 1,7
Hoogte van het vermogen: 5e 20%-groep Percentages/aantallen 2010 16,3 12,0 7,8 7,5 1,9 58,7 32,1 7,2 35,6
Hoogte van het vermogen: 5e 20%-groep Standaardfouten 2010 0,6 0,6 0,6 0,6 0,2 0,8 0,8 0,4 2,0
Hoogte van de welvaart: 1e 20%-groep Percentages/aantallen 2010 37,2 31,0 12,1 6,8 3,6 56,7 26,7 13,0 40,5
Hoogte van de welvaart: 1e 20%-groep Standaardfouten 2010 1,4 1,4 1,4 1,1 0,5 1,4 1,3 1,0 2,4
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel beschrijft de leefstijl en het preventieve gedrag van de Nederlandse bevolking. Daarbij wordt ingegaan op de volgende aspecten van leefstijl en preventief gedrag:
- roken
- alcoholgebruik
- lengte, gewicht, ondergewicht en overgewicht
- gebruik van de anticonceptiepil
- preventief onderzoek
- griepvaccinatie
- lichamelijke activiteit
De gegevens komen uit de Gezondheidsenquête van het CBS en zijn uit te splitsen naar diverse persoonskenmerken. De Gezondheidsenquête is een doorlopend onderzoek onder de Nederlandse bevolking in particuliere huishoudens.

Deze tabel is stopgezet, omdat er met ingang van statistiekjaar 2014 een nieuwe tabel is gestart. Zie paragraaf 3.

Gegevens beschikbaar van 2010 tot en met 2013
Status van de cijfers: definitief

Wijzigingen per 5 april 2016:
De cijfers van 2013 zijn aangevuld met de uitsplitsing naar inkomen, vermogen en welvaart.

Wijzigingen per 8 april 2015:
De cijfers over lichamelijke activiteit zijn gewijzigd voor de jaren 2012 en 2013. De berekening bleek niet correct, waardoor onder andere de cijfers over het voldoen aan de Nederlandse norm gezond bewegen te hoog uitkwamen. Dit is nu gecorrigeerd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel wordt niet meer aangevuld. Cijfers over de jaren vanaf 2014 over leefstijl en (preventief) gezondheidsonderzoek staan in tabel Leefstijl en (preventief) gezondheidsonderzoek; persoonskenmerken. Zie paragaaf 3.

Toelichting onderwerpen

Rookgedrag, 12 jaar of ouder
De vragen over rookgedrag worden aan alle personen van 12 jaar of ouder gesteld.
Rokers
Rokers
% personen van 12 jaar of ouder in de bevolking met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: 'rookt u wel eens?'
Dagelijkse rokers
% personen van 12 jaar of ouder in de bevolking met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: 'rookt u elke dag?'
Alcoholgebruik, 12 jaar of ouder
Aan personen van 12 jaar of ouder worden vragen over de consumptie van alcohol gesteld.
Zware drinker
% personen in de bevolking van 12 jaar of ouder dat zware drinker is. Voor de jaren 2010 en 2011 geldt dat een zware drinker iemand is die minstens 1 keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag drinkt. Voor de jaren vanaf 2012 wordt er een onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Voor een man geldt nog steeds dat hij een zware drinker is als hij minstens 1 keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag drinkt. Een vrouw wordt als zware drinker geclassificeerd als zij minstens 1 keer per week 4 of meer glazen alcohol op 1 dag drinkt. Door deze wijziging in de definitie kunnen de cijfers van 2010 en 2011 niet zonder meer vergeleken worden met de cijfers vanaf 2012.
Overmatige drinker
% personen van 12 jaar of ouder dat overmatig drinkt. Voor de jaren 2010 en 2011 geldt dat een overmatige drinker iemand is die 21 of meer glazen alcohol per week drinkt. Voor de jaren vanaf 2012 wordt er een onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Voor een man geldt dat hij een overmatige drinker is als hij meer dan 21 glazen per week drinkt. Een vrouw wordt als overmatig drinker geclassificeerd als zij meer dan 14 glazen per week drinkt. Door deze wijziging in de definitie kunnen de cijfers van 2010 en 2011 niet zonder meer vergelijken worden met de cijfers vanaf 2012.


Lengte en gewicht
Lengte: eigen opgave van lengte van de respondent van 20 jaar of ouder in cm zonder schoenen. Gewicht: eigen opgave van gewicht van de respondent van 20 jaar of ouder in kg zonder kleren en voor een eventuele zwangerschap.
Onder- en overgewicht, 4 jaar of ouder
Een maat voor onder- of overgewicht is de Body Mass Index (BMI). Het is het quotiënt van het gewicht in kilogrammen en het kwadraat van de lengte in meters [kg/m2]. Het is een algemeen aanvaarde maat voor het bepalen van onder- en overgewicht bij volwassenen van 20 jaar of ouder. De criteria luiden als volgt:
BMI < 18,5 kg/m2 = ondergewicht
BMI 18,5 kg/m2 tot 25,0 kg/m2 = normaal gewicht
BMI >= 25,0 kg/m2 = overgewicht
BMI 25,0 kg/m2 tot 30,0 kg/m2 = matig overgewicht
BMI >= 30,0 kg/m2 = ernstig overgewicht
Omdat kinderen nog groeien is één vaste waarde voor ondergewicht, normaal gewicht, overgewicht en ernstig overgewicht, zoals dat bij volwassenen het geval is, niet bruikbaar. Bovendien is de BMI bij kinderen geslachtsafhankelijk. Bij meisjes is de waarde gemiddeld iets hoger dan bij jongens. In 2000 zijn door de International Obesity Task Force van de World Health Organisation op basis van 6 grote internationale groeistudies (waaronder de 1997-versie van Nederland) criteria voorgesteld voor het vaststellen van overgewicht en ernstig overgewicht bij kinderen jonger dan 18 jaar. Per leeftijdsjaar en apart voor jongens en meisjes zijn afkappunten bepaald voor de BMI waarboven dan sprake is van overgewicht of ernstig overgewicht (Cole T.J., Bellizzi M.C., Flegal K.M. Dietz W.H. Establishing a standard definition for child overweight and obesity worldwide. International survey. BMJ 2000;320:1-6). Deze criteria zijn zó gekozen dat deze vanaf 18 jaar corresponderen met de geaccepteerde waarden voor overgewicht (BMI >= 25 kg/m2) en ernstig overgewicht (BMI >= 30 kg/m2). In 2007 zijn op basis van dezelfde studies, afkappunten voor ondergewicht en normaal gewicht bij kinderen bepaald. Per leeftijdsjaar en apart voor jongens en meisjes (Cole, T. J., K. M. Flegal, Nicholls, D., Jackson, A.A. Body mass index cut offs to define thinness in children and adolescents: international survey.BMJ 2007 335: 1-8). Ondergewicht bij kinderen is te classificeren in verschillende gradaties die vanaf 18 jaar corresponderen met een BMI van 18,5, 17 of 16 kg/m2. De criteria voor ondergewicht en normaal gewicht voor deze tabel zijn zo gekozen dat deze in overeenstemming zijn met een BMI van 17,0 kg/m2 en 25,0 kg/m2 op 18-jarige leeftijd. Deze definitie van ondergewicht sluit voor personen onder de 18 jaar aan bij de definitie van de World Health Organization voor een laag gewicht naar lengte bij kinderen. Daarnaast wordt deze grens aanbevolen door de onderzoekers van bovenstaande studie (Cole et al, 2007). Tevens wordt deze grens voor ondergewicht gebruikt in de Nederlandse groeidiagrammen, ontwikkeld door TNO. Voor 18 en 19-jarigen zijn grenswaarden voor ondergewicht geschat door lineair te interpoleren tussen de grenswaarden voor 17-jarigen en 20-jarigen. In de tabellen zijn niet betrokken de respondenten met onbekende lengte en / of gewicht en de respondenten met een onwaarschijnlijk gewicht in relatie tot de opgegeven lengte. In dit laatste geval betreft het personen 20 jaar of ouder met een BMI van kleiner dan 14 kg/m2 of groter dan 45 kg/m2 en personen jonger dan 20 jaar met een BMI van kleiner dan 10 kg/m2 of groter dan 45 kg/m2.
Ondergewicht
% personen met een BMI van minder dan 18,5 kg/m2. Voor personen jonger dan 20 jaar gelden andere grenswaarden. Voor personen jonger dan 18 jaar corresponderen deze waarden met een BMI-waarde van 17,0 kg/m2 voor volwassenen. Voor 18 en 19-jarigen zijn grenswaarden voor ondergewicht geschat door lineair te interpoleren tussen de grenswaarden voor 17-jarigen en 20-jarigen.
Normaal gewicht
% personen met een BMI vanaf 18,5 kg/m2 tot 25,0 kg/m2. Voor personen jonger dan 18 jaar gelden andere grenswaarden. Deze waarden corresponderen met de BMI-waarden van 17,0 kg/m2 en 25,0 kg/m2 voor volwassenen.
Mate van overgewicht
Matig overgewicht
% personen met een BMI vanaf 25,0 kg/m2 tot 30,0 kg/m2. Voor personen jonger dan 18 jaar gelden andere grenswaarden. Deze waarden corresponderen met de BMI-waarden van 25,0 kg/m2 en 30,0 kg/m2 voor volwassenen.
Ernstig overgewicht
% personen met een BMI van 30,0 kg/m2 en hoger. Voor personen jonger dan 18 jaar gelden andere grenswaarden. Deze waarden corresponderen met een een BMI-waarde van 30,0 kg/m2 voor volwassenen.
Gebruik anticonceptiepil, 16 tot 50 jaar
% vrouwen van 16 tot 50 jaar dat de anticonceptiepil gebruikt.