Leefstijl, preventief onderzoek; persoonskenmerken; 2010-2013

Leefstijl, preventief onderzoek; persoonskenmerken; 2010-2013

Persoonskenmerken Cijfersoort Perioden Preventief onderzoek PSA Test, mannen ouder dan 39 (%) Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder Totaal lichamelijke activiteit Licht inspannende activiteit p.w. (minuten per week) Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder Totaal lichamelijke activiteit Matig inspannende activiteit p.w. (minuten per week) Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder Totaal lichamelijke activiteit Zwaar inspannende activiteit p.w. (minuten per week)
Mannen Percentages/aantallen 2013 26,6 1.663 775 161
Mannen Standaardfouten 2013 1,0 23 15 6
Gestandaardiseerd inkomen, 1e 20%-groep Percentages/aantallen 2013 24,7 1.502 716 94
Gestandaardiseerd inkomen, 1e 20%-groep Standaardfouten 2013 3,7 42 29 10
Gestandaardiseerd inkomen, 2e 20%-groep Percentages/aantallen 2013 25,4 1.310 712 135
Gestandaardiseerd inkomen, 2e 20%-groep Standaardfouten 2013 2,7 36 24 10
Gestandaardiseerd inkomen, 3e 20%-groep Percentages/aantallen 2013 24,5 1.685 732 135
Gestandaardiseerd inkomen, 3e 20%-groep Standaardfouten 2013 2,3 35 22 8
Gestandaardiseerd inkomen, 4e 20%-groep Percentages/aantallen 2013 27,1 1.841 726 146
Gestandaardiseerd inkomen, 4e 20%-groep Standaardfouten 2013 2,0 30 20 9
Gestandaardiseerd inkomen, 5e 20%-groep Percentages/aantallen 2013 28,3 1.976 644 155
Gestandaardiseerd inkomen, 5e 20%-groep Standaardfouten 2013 1,9 30 18 7
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel beschrijft de leefstijl en het preventieve gedrag van de Nederlandse bevolking. Daarbij wordt ingegaan op de volgende aspecten van leefstijl en preventief gedrag:
- roken
- alcoholgebruik
- lengte, gewicht, ondergewicht en overgewicht
- gebruik van de anticonceptiepil
- preventief onderzoek
- griepvaccinatie
- lichamelijke activiteit
De gegevens komen uit de Gezondheidsenquête van het CBS en zijn uit te splitsen naar diverse persoonskenmerken. De Gezondheidsenquête is een doorlopend onderzoek onder de Nederlandse bevolking in particuliere huishoudens.

Deze tabel is stopgezet, omdat er met ingang van statistiekjaar 2014 een nieuwe tabel is gestart. Zie paragraaf 3.

Gegevens beschikbaar van 2010 tot en met 2013
Status van de cijfers: definitief

Wijzigingen per 5 april 2016:
De cijfers van 2013 zijn aangevuld met de uitsplitsing naar inkomen, vermogen en welvaart.

Wijzigingen per 8 april 2015:
De cijfers over lichamelijke activiteit zijn gewijzigd voor de jaren 2012 en 2013. De berekening bleek niet correct, waardoor onder andere de cijfers over het voldoen aan de Nederlandse norm gezond bewegen te hoog uitkwamen. Dit is nu gecorrigeerd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel wordt niet meer aangevuld. Cijfers over de jaren vanaf 2014 over leefstijl en (preventief) gezondheidsonderzoek staan in tabel Leefstijl en (preventief) gezondheidsonderzoek; persoonskenmerken. Zie paragaaf 3.

Toelichting onderwerpen

Preventief onderzoek
Preventief onderzoek. In de gezondheidsenquête zijn vragen gesteld over deelname aan preventief onderzoek naar borstkanker (vrouwen), baarmoederhalskanker (vrouwen) en het screenen op een verhoogde kans op prostaatkanker (mannen).
PSA Test, mannen ouder dan 39
% mannen van 40 jaar of ouder dat minstens 1 keer in de afgelopen 5 jaar een bloedtest heeft laten doen om een verhoogde kans op prostaatkanker vast te stellen, de zogenaamde Prostaat Antigeen Test (psa-test).
Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder
In de Gezondheidsenquête (het deel voor personen van 12 jaar of ouder) is de zogeheten Short Questionnaire to Assess Health enhancing physical activity (SQUASH) opgenomen. Deze vragenlijst is ontwikkeld door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en beoogt een volledig beeld te leveren van de lichamelijke activiteit. Gevraagd wordt naar frequentie, duur en intensiteit van de volgende deelvormen van lichamelijke activiteit:
1. Activiteiten in woon-werk of woon-school verkeer,
2. Activiteiten op het werk of op school,
3. Activiteiten in het huishouden,
4. Sporten,
5. Andere vrijetijdsactiviteiten.
Voor de jaren vanaf 2012 zijn enkele aannames in de berekening van de deelonderwerpen binnen lichamelijke activiteit aangepast. Dit is gedaan in overleg met het RIVM in het kader van de Gezondheidsmonitor 2012, een onderzoek waarin ook naar lichamelijke activiteit is gevraagd. Hierdoor zijn de cijfers vanaf 2012 niet altijd goed vergelijkbaar met de cijfers van de voorgaande jaren.
Totaal lichamelijke activiteit
Licht inspannende activiteit p.w.
Gemiddeld aantal minuten per week dat men licht inspannende activiteiten verricht (leeftijd: 12 jaar of ouder). Het cijfer van licht inspannende activiteiten is als volgt tot stand gekomen: Aan de hand van een standaard tabel van (leeftijdsspecifieke)
intensiteitswaarden is iedere activiteit ingedeeld in licht, matig of zwaar. Vervolgens is per persoon berekend hoeveel minuten men in totaal lichte activiteiten heeft verricht.
Matig inspannende activiteit p.w.
Gemiddeld aantal minuten per week dat men matig inspannende activiteiten verricht (leeftijd: 12 jaar of ouder). Het cijfer van matig inspannende activiteiten is als volgt tot stand gekomen: Aan de hand van een standaard tabel van (leeftijdsspecifieke)
intensiteitswaarden is iedere activiteit ingedeeld in licht, matig of zwaar. Vervolgens is per persoon berekend hoeveel minuten men in totaal matige activiteiten heeft verricht.
Zwaar inspannende activiteit p.w.
Gemiddeld aantal minuten per week dat men zwaar inspannende activiteiten verricht (leeftijd: 12 jaar of ouder). Het cijfer van zwaar inspannende activiteiten is als volgt tot stand gekomen: Aan de hand van een standaard tabel van (leeftijdsspecifieke)
intensiteitswaarden is iedere activiteit ingedeeld in licht, matig of zwaar. Vervolgens is per persoon berekend hoeveel minuten men in totaal zware activiteiten heeft verricht.