Leefstijl, preventief onderzoek; persoonskenmerken; 2010-2013
| Persoonskenmerken | Cijfersoort | Perioden | Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder Woon-werk of woon-school verkeer (minuten per week) | Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder Werkzaamheden op werk of school (minuten per week) | Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder Huishoudelijke werkzaamheden (minuten per week) | Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder Vrijetijdsactiviteiten (minuten per week) | Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder Voldoen aan norm gezond bewegen (%) | Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder Totaal lichamelijke activiteit Totaal lichamelijke activiteit per week (minuten per week) | Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder Totaal lichamelijke activiteit Licht inspannende activiteit p.w. (minuten per week) | Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder Totaal lichamelijke activiteit Matig inspannende activiteit p.w. (minuten per week) | Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder Totaal lichamelijke activiteit Zwaar inspannende activiteit p.w. (minuten per week) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gestandaardiseerd inkomen, 1e 20%-groep | Percentages/aantallen | 2013 | 180 | 881 | 695 | 414 | 54,2 | 2.313 | 1.502 | 716 | 94 |
| Gestandaardiseerd inkomen, 1e 20%-groep | Standaardfouten | 2013 | 16 | 36 | 31 | 19 | 1,8 | 53 | 42 | 29 | 10 |
| Gestandaardiseerd inkomen, 2e 20%-groep | Percentages/aantallen | 2013 | 108 | 826 | 658 | 443 | 54,0 | 2.157 | 1.310 | 712 | 135 |
| Gestandaardiseerd inkomen, 2e 20%-groep | Standaardfouten | 2013 | 9 | 32 | 24 | 17 | 1,5 | 46 | 36 | 24 | 10 |
| Gestandaardiseerd inkomen, 3e 20%-groep | Percentages/aantallen | 2013 | 109 | 1.089 | 764 | 450 | 57,8 | 2.552 | 1.685 | 732 | 135 |
| Gestandaardiseerd inkomen, 3e 20%-groep | Standaardfouten | 2013 | 8 | 30 | 25 | 16 | 1,4 | 40 | 35 | 22 | 8 |
| Gestandaardiseerd inkomen, 4e 20%-groep | Percentages/aantallen | 2013 | 113 | 1.304 | 667 | 472 | 57,3 | 2.713 | 1.841 | 726 | 146 |
| Gestandaardiseerd inkomen, 4e 20%-groep | Standaardfouten | 2013 | 7 | 26 | 18 | 15 | 1,2 | 34 | 30 | 20 | 9 |
| Gestandaardiseerd inkomen, 5e 20%-groep | Percentages/aantallen | 2013 | 94 | 1.391 | 634 | 463 | 58,5 | 2.775 | 1.976 | 644 | 155 |
| Gestandaardiseerd inkomen, 5e 20%-groep | Standaardfouten | 2013 | 6 | 28 | 18 | 13 | 1,2 | 33 | 30 | 18 | 7 |
| Bron: CBS. | |||||||||||
Tabeltoelichting
Deze tabel beschrijft de leefstijl en het preventieve gedrag van de Nederlandse bevolking. Daarbij wordt ingegaan op de volgende aspecten van leefstijl en preventief gedrag:
- roken
- alcoholgebruik
- lengte, gewicht, ondergewicht en overgewicht
- gebruik van de anticonceptiepil
- preventief onderzoek
- griepvaccinatie
- lichamelijke activiteit
De gegevens komen uit de Gezondheidsenquête van het CBS en zijn uit te splitsen naar diverse persoonskenmerken. De Gezondheidsenquête is een doorlopend onderzoek onder de Nederlandse bevolking in particuliere huishoudens.
Deze tabel is stopgezet, omdat er met ingang van statistiekjaar 2014 een nieuwe tabel is gestart. Zie paragraaf 3.
Gegevens beschikbaar van 2010 tot en met 2013
Status van de cijfers: definitief
Wijzigingen per 5 april 2016:
De cijfers van 2013 zijn aangevuld met de uitsplitsing naar inkomen, vermogen en welvaart.
Wijzigingen per 8 april 2015:
De cijfers over lichamelijke activiteit zijn gewijzigd voor de jaren 2012 en 2013. De berekening bleek niet correct, waardoor onder andere de cijfers over het voldoen aan de Nederlandse norm gezond bewegen te hoog uitkwamen. Dit is nu gecorrigeerd.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel wordt niet meer aangevuld. Cijfers over de jaren vanaf 2014 over leefstijl en (preventief) gezondheidsonderzoek staan in tabel Leefstijl en (preventief) gezondheidsonderzoek; persoonskenmerken. Zie paragaaf 3.
Toelichting onderwerpen
- Lichamelijke activiteit, 12 jr of ouder
- In de Gezondheidsenquête (het deel voor personen van 12 jaar of ouder) is de zogeheten Short Questionnaire to Assess Health enhancing physical activity (SQUASH) opgenomen. Deze vragenlijst is ontwikkeld door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en beoogt een volledig beeld te leveren van de lichamelijke activiteit. Gevraagd wordt naar frequentie, duur en intensiteit van de volgende deelvormen van lichamelijke activiteit:
1. Activiteiten in woon-werk of woon-school verkeer,
2. Activiteiten op het werk of op school,
3. Activiteiten in het huishouden,
4. Sporten,
5. Andere vrijetijdsactiviteiten.
Voor de jaren vanaf 2012 zijn enkele aannames in de berekening van de deelonderwerpen binnen lichamelijke activiteit aangepast. Dit is gedaan in overleg met het RIVM in het kader van de Gezondheidsmonitor 2012, een onderzoek waarin ook naar lichamelijke activiteit is gevraagd. Hierdoor zijn de cijfers vanaf 2012 niet altijd goed vergelijkbaar met de cijfers van de voorgaande jaren.- Woon-werk of woon-school verkeer
- Gemiddeld aantal minuten per week van verrichte lichamelijke activiteit in het kader van woon-werk- of woon-school verkeer (leeftijd: 12 jaar of ouder).
- Werkzaamheden op werk of school
- Gemiddeld aantal minuten per week van verrichte lichamelijke activiteit in het kader van werkzaamheden op werk of op school (leeftijd: 12 jaar of ouder).
- Huishoudelijke werkzaamheden
- Gemiddeld aantal minuten per week van verrichte lichamelijke activiteit in het kader van huishoudelijke werkzaamheden (leeftijd: 12 jaar of ouder).
- Vrijetijdsactiviteiten
- Gemiddeld aantal minuten per week van verrichte lichamelijke activiteit in het kader van de vrijetijdsactiviteiten wandelen, fietsen, tuinieren of klussen (leeftijd: 12 jaar of ouder).
- Totaal lichamelijke activiteit
- Totaal lichamelijke activiteit per week
- Gemiddeld aantal minuten per week van het totaal aan verrichte lichamelijke activiteiten (leeftijd: 12 jaar of ouder).
- Licht inspannende activiteit p.w.
- Gemiddeld aantal minuten per week dat men licht inspannende activiteiten verricht (leeftijd: 12 jaar of ouder). Het cijfer van licht inspannende activiteiten is als volgt tot stand gekomen: Aan de hand van een standaard tabel van (leeftijdsspecifieke)
intensiteitswaarden is iedere activiteit ingedeeld in licht, matig of zwaar. Vervolgens is per persoon berekend hoeveel minuten men in totaal lichte activiteiten heeft verricht.
- Matig inspannende activiteit p.w.
- Gemiddeld aantal minuten per week dat men matig inspannende activiteiten verricht (leeftijd: 12 jaar of ouder). Het cijfer van matig inspannende activiteiten is als volgt tot stand gekomen: Aan de hand van een standaard tabel van (leeftijdsspecifieke)
intensiteitswaarden is iedere activiteit ingedeeld in licht, matig of zwaar. Vervolgens is per persoon berekend hoeveel minuten men in totaal matige activiteiten heeft verricht.
- Zwaar inspannende activiteit p.w.
- Gemiddeld aantal minuten per week dat men zwaar inspannende activiteiten verricht (leeftijd: 12 jaar of ouder). Het cijfer van zwaar inspannende activiteiten is als volgt tot stand gekomen: Aan de hand van een standaard tabel van (leeftijdsspecifieke)
intensiteitswaarden is iedere activiteit ingedeeld in licht, matig of zwaar. Vervolgens is per persoon berekend hoeveel minuten men in totaal zware activiteiten heeft verricht.
- Voldoen aan norm gezond bewegen
- % personen dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (leeftijd: 12 jaar of ouder). De Nederlandse norm is gebaseerd op MET-waarden: 1 MET komt overeen met het energieverbruik van rustig zitten en 5 MET komt overeen met een energieverbruik van 5 maal dit rustmetabolisme. Volgens deze norm moeten jongeren van 12 tot 18 jaar dagelijks minimaal een uur matig intensieve lichamelijke activiteit (MET-waarde = 5) verrichten, bijvoorbeeld aerobics of hardlopen. Personen vanaf 18 jaar dienen minimaal een half uur matig intensieve activiteit te verrichten op tenminste vijf dagen van de week. Voor personen van 18 tot 55 jaar geldt dat de MET-waarde = 4 moet zijn, bijvoorbeeld: stevig wandelen of fietsen. Voor 55 plussers is het voldoende als de MET-waarde = 3 bedraagt, bijvoorbeeld: normaal wandelen of fietsen. Het cijfer is samengesteld aan de hand van de standaardtabel van (leeftijdsspecifieke) intensiteitswaarden per activiteit en de bijbehorende opgaven van de tijdsduren en aantal weekdagen.
Voor de jaren vanaf 2012 zijn enkele aannames in de berekening van het percentage personen dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen aangepast. Dit is gedaan in overleg met het RIVM in het kader van de Gezondheidsmonitor 2012, een onderzoek waarin ook naar lichamelijke activiteit is gevraagd. Hierdoor zijn de percentages vanaf 2012 niet goed vergelijkbaar met de percentages in de voorgaande jaren.